Pieter Hilhorst heeft gevoel nauwelijks te zijn begonnen

De landelijk bekende Amsterdamse onderwijswethouder Pieter Hilhorst (PvdA) heeft woensdag afscheid genomen van de gemeenteraad. Hij besloot vorige week te vertrekken na de nederlaag van zijn partij bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Hilhorst volgde in november 2012 partijgenoot Lodewijk Asscher op, die toen minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en vice-premier werd. In zijn afscheidsspeech zei Hilhorst dat hij het gevoel heeft nauwelijks als wethouder te zijn begonnen.

De PvdA’er was in Amsterdam onder andere bekend van een proef om taalachterstanden bij peuters tegen te gaan. Kern van die proef is dat er een doorgaande leerlijn komt van de voorschool naar de basisschool. In het komende aprilnummer van magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs komt daarover een artikel.

Ook werd onder Hilhorst een eigen kwaliteitsbureau voor het onderwijs in Amsterdam opgericht. In februari werd bekend dat hij een vervolgonderzoek wilde naar de effecten van de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam. Dit naar aanleiding van een publicatie van het Centraal Planbureau, dat volgens hem ten onrechte concludeerde dat de Amsterdamse kwaliteitsaanpak een negatief effect zou hebben.

Voordat hij wethouder werd, schreef Hilhorst als publicist columns voor de Volkskrant. Ook was hij programmamaker en ombudsman bij de VARA.

Vervolgonderzoek onderwijskwaliteit Amsterdam

De Amsterdamse onderwijswethouder Pieter Hilhorst (PvdA) laat een vervolgonderzoek uitvoeren naar de effecten van de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA). Dat meldt Het Parool.

Het onderzoek dat Hilhorst heeft aangekondigd, volgt op een kritisch onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). De conclusie van dat recente onderzoek is dat de KBA averechts werkt, omdat de citoscores bij Amsterdamse zwakke scholen 1,7 punt lager liggen dan bij vergelijkbare scholen elders.

Hilhorst bestrijdt die conclusie, omdat onderwijs volgens hem meer is dan alleen taal, rekenen en studievaardigheden waarop de Cito-toets is gebaseerd. Bovendien is het aantal zwakke en zeer wakke basisscholen in Amsterdam sinds de KBA fors afgenomen van 35 in 2008 tot vier op dit moment. Dat lijkt te rechtvaardigen dat de KBA wel een positief effect heeft.

Lees ook het commentaar van directeur Ritske van der Veen van VOS/ABB.

Ook CPB stapt in val die Cito-toets heet

De recente conclusie van het Centraal Planbureau (CPB) dat de kwaliteitsaanpak in het Amsterdamse basisonderwijs niet werkt, toont wederom aan dat het weinig zin heeft om de gemiddelde scores op de Cito-toets in onderzoeken te gebruiken.

Het was de toenmalige onderwijswethouder Lodewijk Asscher die in 2008 de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA) lanceerde. Aanleiding daarvoor was dat er destijds in Amsterdam 35 zwakke en zeer zwakke basisscholen waren. Van die scholen kozen 24 ervoor om zich bij het project aan te sluiten. Inmiddels zijn er volgens de Inspectie van het Onderwijs nog maar vier zwakke basisscholen in Amsterdam. Het lijkt dus logisch te concluderen dat de aanpak werkt.

Het CPB denkt daar anders over, zo bleek onlangs, omdat de gemiddelde score op de Cito-toets in Amsterdam sinds 2008 met 1,7 punt is gedaald ten opzichte van vergelijkbare scholen elders. Dit laat zien dat er op basis van gemiddelde scores op de Cito-toets andere conclusies kunnen worden getrokken dan wanneer wordt gekeken naar inspectierapporten. Het verschil zit hem in het feit dat de inspectie naar meer aspecten kijkt die van belang zijn voor goed onderwijs dan alleen taal, rekenen en studievaardigheden, waarop de Cito-toets is gebaseerd.

Ik geef Pieter Hilhorst, de Amsterdamse onderwijswethouder, groot gelijk. Hij leverde in Het Parool kritiek op het CPB-rapport. Hij vergeleek het onderzoek met een methode om medicijnen te testen. Een meetmethode op basis van gemiddelde scores werkt om de resultaten van natuurwetenschappelijke processen te meten. Bij het vaststellen van onderwijskwaliteit komt meer kijken dan alleen cijfertjes. Het is dan ook goed dat Hilhorst nu als antwoord op het CPB-rapport met een eigen kwaliteitsonderzoek komt.

Het CPB-onderzoek is helaas wéér een voorbeeld van verwarring die over onderwijskwaliteit kan ontstaan. In september vorig jaar zagen we al hoe ernstig het misging toen RTL Nieuws zijn kwaliteitslijst publiceerde. De nieuwszender had de gemiddelde citoscores gebruikt en die wat laten oppimpen door cijfertjesprofessor Jaap Dronkers. De lijst rammelde aan alle kanten en Dronkers gaf dat zelf naderhand toe. Nu zien we het CPB dezelfde fout maken. Opmerkelijk, want van een gerenommeerd bureau als het CPB had ik meer verwacht dan van een commerciële tv-zender.

Ten slotte: het CPB-onderzoek is bovendien een nieuw geval van het oneigenlijke gebruik van gemiddelde citoscores. De Cito-toets is bedoeld als ondersteuning voor de basisschool voor een waardevol advies voor vervolgonderwijs aan de individuele leerling uit groep 8. We zien steeds, ook nu weer, dat de gemiddelde citoscores worden gebruikt om de kwaliteit van scholen te meten. Daar is de Cito-toets nooit voor bedoeld!

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB