Sprookjes als levensbeschouwelijke pijnstiller

Sprookjes kunnen een bijdrage leveren aan levensbeschouwelijk onderwijs in de middenbouw van de openbare basisschool. Dat stelt groepsleerkracht Lobke Holverda van openbare basisschool De Margriet in Leidschendam.

Holverda voerde onderzoek uit naar de bruikbaarheid van sprookjes in het kader van de module voor het Diploma openbaar onderwijs van de pabo-opleiding aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle. Deze module is ontwikkeld in samenwerking met VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO). Het onderzoek van Holverda richtte zich in het bijzonder op de rol die sprookjes kunnen hebben in verliessituaties.

De avonturen in sprookjes zijn volgens haar ‘symbolisch voor beproevingen en emoties waarmee ieder mens – klein of groot – te maken heeft’. Als voorbeelden noemt ze gevoelens van eenzaamheid, verlatenheid, naïviteit en wanhoop. ‘Sprookjes bieden het kind op indirecte wijze een inkijk in zichzelf en vergroten hun inzicht, waarden en ervaringen, wat orde brengt in hun leven.’ In die zin zijn sprookjes volgens Holverda ‘een levensbeschouwelijk genre bij uitstek’.

Zij concludeert dat sprookjes ‘een waardevolle aanvulling kunnen zijn bij levensbeschouwelijk onderwijs in het algemeen en ook over voldoende kwaliteiten beschikken om bij verliessituaties als pijnstiller te kunnen worden ingezet’.

U kunt het onderzoeksrapport Pleisters voor de kinderziel downloaden.