Ook illegale vmbo’ers moeten stage kunnen lopen

Leerlingen uit het praktijkonderwijs en het beroepsgerichte vmbo die illegaal in Nederland zijn, moeten net als andere leerlingen een stage kunnen volgen. Dat benadrukt bestuursvoorzitter Pieter Schram van de Openbare Scholengemeenschap Singelland in Drachten. D66 in de Tweede Kamer stelt de kwestie aan de orde nadat Schram erover aan de bel heeft getrokken.

In 2012 speelde een vergelijkbare kwestie rond mbo-studenten. Er was toen discussie tussen de gemeente Amsterdam en toenmalig VVD-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) Henk Kamp. De PvdA’er Lodewijk Asscher, die nu minister van SZW is, was destijds in Amsterdam onderwijswethouder. Hij vond dat ook illegale mbo-studenten hun (verplichte) stage mochten volgen. Kamp verzette zich daartegen. Het was volgens hem wettelijk niet toegestaan een tewerkstellingsvergunning af te geven voor stages van mbo-scholieren die illegaal in Nederland verblijven.

Nadat Asscher minister was geworden, en dus Kamp had opgevolgd, maakte hij in december 2012 bekend dat illegaal in Nederland verblijvende mbo-studenten gewoon stage kunnen lopen. Daar is sindsdien wel een aantal voorwaarden aan verbonden. De betreffende studenten moeten voor hun 18e aan een beroepsopleidende leerweg (BOL) in het mbo zijn begonnen. Ook moet de stage onbezoldigd zijn.

Vmbo en praktijkonderwijs
De discussie laait op, maar gaat nu over illegaal in Nederland verblijvende leerlingen uit het praktijkonderwijs en het beroepsgerichte vmbo. Deze leerlingen zouden geen stage mogen volgen om dezelfde reden als destijds in de kwestie rond de mbo’ers: het is wettelijk niet toegestaan voor deze leerlingen een tewerkstellingsvergunning af te geven. Bedrijven die ‘illegale’ vmbo’ers en leerlingen uit het praktijkonderwijs zonder die vergunning stage laten lopen, kunnen van de Inspectie SZW een boete krijgen.

Bestuursvoorzitter Pieter Schram van OSG Singelland in Drachten heeft de kwestie aangekaart bij de Inspectie van het Onderwijs. Die wijst er in een brief aan Schram op dat de ministeries van OCW en SZW in 2012 geen regeling hebben getroffen voor het voortgezet en hoger onderwijs, omdat in die sectoren een stage niet verplicht zou zijn voor het behalen van een diploma.

Niet op netvlies
Dat wordt nu gezien als een omissie. ‘Dat in het praktijkonderwijs en delen van het vmbo een stage wel onderdeel is van het onderwijs stond toen niet op het netvlies van het ministerie van SZW. Toen deze omissie werd ontdekt, was de inschatting dat het politiek niet haalbaar was om uitzonderingen voor deze schoolsoorten te creëren’, aldus hoofdinspecteur Monique Vogelzang in de brief aan Schram.

Zij wijst er voorts op dat de ministeries van SZW en OCW met elkaar in gesprek zijn ‘om nogmaals te bezien of het haalbaar is ook voor deze leerlingen een uitzondering mogelijk te maken’. De oplossing moet hierbij volgens haar komen van het ministerie van SZW, zoals eerder het geval was met de stageproblematiek van niet-rechtmatig in Nederland verblijvende mbo’ers die geen stage konden lopen.

‘De inzet van OCW in het gesprek met SZW is dat SZW het Besluit ter uitvoering Wet arbeid vreemdelingen aanpast en hierin ook een uitzondering maakt voor illegale leerlingen in het praktijkonderwijs en (delen van) het vmbo. Alleen op die manier kunnen de leerlingen, hun werkgever(s) en de scholen vrijgesteld worden van de verplichting tot een tewerkstellingsverplichting’, aldus Vogelzang.

Treuzelende ministers…
D66-Kamerlid en onderwijswoordvoerder Paul van Meenen benadrukt dat de kwestie snel moet worden opgelost. ‘Stel je voor dat je kind zijn school niet kan afmaken, omdat de ministers treuzelen om hun vergissing recht te zetten’, zo citeert de Volkskrant hem.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Docent krijgt waardering die past bij uitdaging’

‘Als docent krijg je een uitdaging van formaat en de waardering die daarbij past.’ Dat staat in de reactie van het kabinet op het advies Naar een lerende economie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

De waardering van docenten uit zich volgens het kabinet in vertrouwen, status en arbeidsvoorwaarden. ‘Het in de spotlight zetten van excellente, inspirerende leraren kan daarbij katalyserend werken. Wij geven met de verdere uitwerking van de Lerarenagenda invulling aan die ambities’, zo melden de ministers Jet Bussemaker van OCW en Henk Kamp van Economische Zaken in hun reactie.

De ministers gaan ook in op de openheid die volgens hen in het onderwijs groter moet worden. ‘Onderwijsinstellingen en docenten leren nog onvoldoende van elkaar en hun omgeving. Het onderwijsveld moet zelf deze verantwoordelijkheid nog meer nemen.’

Bussemaker en Kamp schrijven voorts dat het onderwijsstelsel en de daarbij horende regelgeving ruimte moeten bieden om verbeteringen te realiseren. ‘Het kabinet gaat daarbij uit van verdiend vertrouwen en ruimte voor de professional’, aldus de ministers.

Digitaal
Over het gebruik van ICT in onderwijs, stellen ze dat op dit gebied nog veel mogelijkheden niet worden benut. ‘De stijgende lijn en alle goede initiatieven ten spijt wordt ICT nog steeds onvoldoende gebruikt als een instrument om de grote uitdagingen van het onderwijs aan te gaan.’

Dit is de reden, zo benadrukken ze, waarom het kabinet vorig jaar het startsein heeft gegeven voor het Doorbraakproject ICT en onderwijs. Dit project richt zich in eerste instantie op het beschikbaar krijgen van voldoende aantrekkelijke digitale leermiddelen.

Nederlandse onderwijs zakt internationaal weg

De doelstelling van Nederland om met het onderwijs tot de top van de wereld te behoren, leidt vooralsnog niet tot betere prestaties van de leerlingen. Dat staat in de Kennis en Innovatie Agenda 2011-2020 (KIA), die maandag door KIA-voorziter Wiebe Draijer is aangeboden aan minister Henk Kamp van Economische Zaken en staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De prestaties van de basisschoolleerlingen stijgen noch dalen als wordt gekeken naar rekenen en taal, zo staat in de KIA. Nederland scoort goed bij de zwakke leerlingen (vierde plaats), maar slecht bij de best presterende leerlingen (27e plaats). Met het natuuronderwijs staat Nederland internationaal gezien op de veertiende plaats.

Het Nederlandse voortgezet onderwijs doet het internationaal gezien goed met wiskunde. De doelstelling om in OESO-verband tot de top 5 te behoren, is tot nu toe alleen met wiskunde gelukt. Voor natuurwetenschappen geldt dat Nederland op de achtste plaats staat. Met leesvaardigheid is Nederland gezakt naar plaats 10.

Dat Nederland niet omhoog gaat in de ranglijstjes, komt doordat in het buitenland hard aan de weg wordt getimmerd om het onderwijs op een hoger peil te tillen. In de KIA staat dat Nederland daarom harder moet aanpakken om de concurrentie bij te houden. De KIA noemt dat voor de toekomst van ons land een ‘cruciale ambitie’.