Rekenkamer: Effect zorgbeleid nog steeds vaag

De Rekenkamer stelt dat door het ontbreken van systematische evaluatie van het beleid het ministerie ook niet kan beoordelen of het geld voor zorgleerlingen efficiënter en effectiever besteed had kunnen worden. Positief punt is volgens de Rekenkamer dat OCW het toezicht op het zorgbeleid van scholen voor deze groep leerlingen structureel heeft versterkt.

In de terugblik onderzocht de Algemene Rekenkamer of de aanbevelingen uit de rapporten uit 2005 ‘Weer Samen Naar School; zorgleerlingen in het primair onderwijs’ en ‘Zorgleerlingen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs’ door OCW zijn opgevolgd.

In dat jaar concludeerde de Rekenkamer dat het ministerie geen inzicht had in de effecten van het beleid voor zorgleerlingen. De minister kon geen relatie leggen tussen de gestelde doelen, de behaalde resultaten en de financiële middelen die hiervoor nodig waren. Ook stelde Rekenkamer in 2005 dat het toezicht op de uitvoering van het beleid onvoldoende was.

Terwijl het toezicht op het zorgbeleid van scholen inmiddels is versterkt, zo meldt de Rekenkamer, ontbreekt nog steeds inhoudelijk toezicht op het functioneren van samenwerkingsverbanden (swv’s) van scholen. De swv’s verdelen minstens 775 miljoen euro. Ze moeten samen tot een zorgplan en de verdeling van het geld komen.

Waarnemend minister André Rouvoet van OCW heeft in een reactie aan de Algemene Rekenkamer laten weten dat de tekortkomingen tot het verleden zullen behoren zodra passend onderwijs wordt ingevoerd. De Rekenkamer dringt in dit kader aan op snelle actie.

Klik hier voor de terugblik van de Algemene Rekenkamer.

Bijeenkomst voor samenwerkingsverbanden

Naar verwachting stuurt het kabinet dit voorjaar het wetsvoorstel ‘Goed onderwijs en goed onderwijsbestuur’ naar de Tweede Kamer. Het voorstel richt zich op schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs. Het is echter ook relevant voor samenwerkingsverbanden, doordat sommige swv’s het bevoegd gezag van een sbo-school zijn. Een voorbeeld is de Federatie Plus.

Ook voor andere samenwerkingsverbanden kan het wetsvoorstel een spiegel zijn. Als we vinden dat schoolbesturen aan bestuurlijke spelregels moeten voldoen, ligt het in de rede dat samenwerkende schoolbesturen dezelfde normen hanteren. Wat regelt het wetsvoorstel? In welk opzicht is dit voor samenwerkingsverbanden relevant? Deze en andere vragen kunnen tijdens de bijeenkomst in Woerden aan bod komen.

Ook willen we stilstaan bij de toepassing van de bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad in het samenwerkingsverband. De ‘Wet medezeggenschap op scholen’ (WMS) heeft dit nieuwe model mogelijk gemaakt (zie de bijlage in de rechterkolom). Is het een werkzaam model? Hebben we er al ervaringen mee opgedaan? Is dit model in het kader van passend onderwijs een goede manier om de ouders bij de school te betrekken?

De bijeenkomst voor samenwerkingsverbanden is op dinsdagochtend 10 juni van 10.00 tot 12.30 uur bij VOS/ABB in Woerden. Aanmelden kan via dstellenaar@vosabb.nl of via de agenda Voor swv’s die lid zijn van VOS/ABB is de bijeenkomst gratis; niet-leden betalen 50 euro per persoon.

Informatie: Sicco Baas, 0348-405231, shbaas@vosabb.nl of Anna Schipper, 0348-404807, aschipper@vosabb.nl

Bijlagen

Invoeringsplan passend onderwijs

Dijksma meldt op de website van het ministerie van OCW dat er veel zorgleerlingen op een wachtlijst staan of thuis zitten. ‘Daarnaast heeft de Inspectie geconstateerd dat de helft van het aantal scholen in het speciaal onderwijs zwak of zeer zwak presteert. De kwaliteit moet dus omhoog.’

Ook stelt ze dat het voor ouders eenvoudiger moet worden om de juiste aanpak voor hun kind te krijgen. ‘Daarom worden de komende jaren regionale netwerken opgezet waarin scholen, regionale expertisecentra (REC’s) en jeugdzorg een rol spelen. Ouders van zorgleerlingen kunnen zich dan melden bij één loket.’

Dijksma noemt in haar invoeringsplan acht uitgangspunten voor passend onderwijs:

  1. Het kind moet centraal staan. Het onderwijs moet kwetsbare kinderen zo goed mogelijk voorbereiden op een zo zelfstandig mogelijke plaats in de samenleving.
  2. Niet alle leerlingen moeten in de gewone school voor basis- of voortgezet onderwijs worden opgevangen. Een deel kan beter naar een speciale school.
  3. De kwaliteit van de onderwijsvoorzieningen moet goed zijn. Ouders moeten daarop kunnen vertrouwen. 
  4. Passend onderwijs wordt in de klas gerealiseerd. Personeel moet daar voldoende toegerust voor zijn.
  5. Een deel van de leerlingen heeft ook zorg buiten het onderwijs nodig, bijvoorbeeld als problemen thuis leiden tot gedragsproblemen op school.
  6. In de bureaucratie moet fors worden gesnoeid. Dubbelingen in indicaties moeten worden afgebouwd in samenwerking met de zorg buiten het onderwijs.
  7. Geld voor passend onderwijs moet zoveel mogelijk in het primaire onderwijsproces worden ingezet: handen in de klas!
  8. De uitgaven voor extra zorg op de rijksbegroting moeten beheersbaar zijn.

Senior beleidsmedewerker Henk Keesenberg van VOS/ABB spreekt van een bescheiden budget. De bijdragen lopen tot 2011 op tot 20 euro per leerling. De nieuwe wet voor passend onderwijs moet in dat jaar in werking treden.

De stukken staan in de rechter kolom van dit bericht.

Informatie: Sicco Baas, 0348-405231, shbaas@vosabb.nl

Bijlagen

SCP over de staat van het onderwijs

De SCP-onderzoekers Lex Herweijer en Ria Bronneman-Helmers melden ook dat het percentage kinderen in het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs en het leerwegondersteunend onderwijs is toegenomen van bijna 11 tot ruim 16 procent. Ook volgen steeds meer leerlingen met een ‘rugzakje’ regulier onderwijs. Toch nam de deelname aan het speciaal onderwijs met de helft toe en kreeg het voortgezet speciaal onderwijs zelfs te maken met een ruime verdubbeling van het aantal leerlingen.

Ook blijkt dat het aantal ‘stapelaars’ van vmbo-t naar havo de laatste jaren weer toeneemt. Het aantal voortijdige schoolverlaters daalt, maar niet snel genoeg om in 2010 een halvering te realiseren, zoals de Europese Unie wil.

In het SCP-rapport staat ook dat een op de vier basisscholen in de grote steden meer dan 80 procent leerlingen van allochtone afkomst heeft. Het aantal ‘zwarte’ scholen is de afgelopen jaren echter niet meer gegroeid.

Klik hier voor het SCP-onderzoek. Het onderwijs komt aan de orde op de bladzijden 85 tot en met 119. 

Fullan denkt mee over kwaliteitsagenda

De staatssecretaris benadrukte dat de kwaliteit van het onderwijs op verreweg de meeste basisscholen in orde is. Ze zei echter ook dat er nog problemen zijn, omdat bijvoorbeeld 10 tot 15 procent van de leerlingen van groep 8 problemen hebben met technisch lezen en achterstandsleerlingen zes maanden tot twee jaar achterlopen met lezen en rekenen. Ook zijn er volgens Dijksma ‘nog steeds te veel zwakke scholen’.

Dit is voor de staatssecretaris reden om met leraren, schoolleiders en bestuurders een kwaliteitsagenda maken. ‘Een plan van aanpak om de kwaliteit van onze basisscholen een extra impuls te geven. Met een heldere probleemanalyse. Met duidelijke ambities. Met scherpe keuzes -want niet alles kan tegelijk. En met concrete oplossingen’, aldus Dijksma, die daarbij advies vraagt aan de Canadese socioloog en onderwijskundige Michael Fullan.

Focus
Fullan zegt onder meer dat een kwaliteitsagenda moet worden gedeeld door docenten en schoolleiders. Dit gebeurt volgens Dijksma al voldoende. Een ander punt is de focus op taal en rekenen. Schoolsucces valt of staat volgens haar niet alleen met een goed pedagogisch klimaat, maar ook met het beheersen van basisvaardigheden op het gebied van taal en rekenen. ‘Voor ieder kind!’, aldus Dijksma. ‘Daarom maak ik de keuze: focus op taal en rekenen.’

De staatssecretaris ging in op het belang van vroeg- en voorschoolse educatie. ‘Verder willen we zoveel mogelijk aansluiten bij wat al werkt in de praktijk. Want veel scholen zijn heel effectief bezig’. Daarbij verwees ze naar een bezoek dat ze heeft gebracht aan de openbare Usselerschool in Enschede. ‘Leerlingen met een leesachterstand werden niet in het ‘slechte leesgroepje’ gezet, maar kregen juist moeilijkere oefeningen om zo te  werken aan hun leesniveau. Dus voor zwakke leerlingen maakten zij het juist moeilijker! Heel opmerkelijk. Maar met fantastische resultaten.’

Consulteren
Dijksma ging ook in op andere punten die Fullan belangrijk vindt. Zo wees ze op de mogelijkheden voor leerkrachten om van elkaar te leren. ‘Elkaar consulteren, elkaar aan het werk zien, ervaringen delen en resultaten met elkaar bespreken. Dát geeft de kwaliteit een boost, en dát hebben we dus nodig!’ Het is volgens Fullan ook belangrijk dat scholen met hun successen naarbuiten komen. ‘Leren van jezelf, leren van elkaar. Dat betekent: open, transparant zijn over wat je doet en wat je bereikt’, benadrukte de staatssecretaris. 

Klik hier voor de integrale toespraak van staatssecretaris Dijksma.

(Bron illustratie: www.michaelfullan.ca)

Meerjarenbegroting WSNS 2007 (d)

Hiermee kunnen de berekeningen voor de inkomsten en uitgaven worden gemaakt en de (verplichte) overdrachten. Een (uitvoerige) toelichting is in een werkblad opgenomen. Geadviseerd wordt die eerst ter kennis te nemen waarbij het handig is om van te voren een afdruk te maken van alle werkbladen.

Het instrument is als ‘MJB GELD SWV 2007 vs d.xls te downloaden onder Artikel Info in de rechterkolom hiernaast.

Let op: Om bestanden uit de toolbox te downloaden met Internet Explorer, klikt u met de rechtermuisknop op het instrument in de rechterkolom (onder Bijlage) en kiest u voor ‘doel opslaan als’.

Bijlagen

Regeling schoolmaatschappelijk werk WSNS

Reden voor de verhoging is dat de omvang van het totale aantal eenheden schoolgewicht is gedaald. Ook wordt het schoolgewicht verhoogd met de compensatiehoeveelheid schoolgewicht. Dat slaat op de compensatieregeling schoolgewichten (zie publicatie website CFI van 11 december 2006) waarbij een bestuur een eventuele achteruitgang gecompenseerd krijgt. Dit is een complexe regeling, waarbij het bestuur de compensatie ontvangt in de vorm van de toekenning van een geheel aantal extra eenheden schoolgewichten in geld.

Dit totaalaantal eenheden schoolgewicht wordt in het kader van deze regeling toegerekend aan die vestigingen die er op achteruit zijn gegaan en wel naar rato van de totale achteruitgang van alle vestigingen van dat bestuur. De uitkomst wordt niet afgerond.

Voor een samenwerkingsverband zal het buitengewoon lastig zijn de informatie te achterhalen die voor de toepassing van deze regeling nodig is. Het vereist erg veel specifieke gegevens van het bestuur en van de afzonderlijke vestigingen op dit punt.

Informatie: Bé Keizer, 0348-405251, bkeizer@vosabb.nl

Zorgleerling verdient beter!

Het is schokkend om te lezen dat nog geen 5% van de leerlingen in het speciaal onderwijs een startkwalificatie behaalt. De overgrote meerderheid van deze leerlingen, die al niet sterk staan, hebben dus een zeer zwakke positie op de arbeidsmarkt zodra zij van school gaan. Het is dan ook goed dat Van Eijck het kabinet adviseert om meer te gaan werken met deelkwalificaties en dat het onderwijs hier beter op moet worden ingericht.

De aanbeveling van Van Eijck betekent dat het onderwijs aan zorgleerlingen een verdere kwaliteitsimpuls nodig heeft. Dit advies geldt voor het speciaal onderwijs, maar zeer zeker ook voor het regulier onderwijs. Belangrijk daarbij is dat er een flexibel aanbod komt. Nu is het nog zo dat er ‘digitaal’ systeem is: leerlingen zitten ofwel in het regulier ofwel in het speciaal onderwijs. Met meer mengvormen – bijvoorbeeld ’s ochtends les op een ‘gewone’ basisschool en ’s middags op een school voor speciaal onderwijs – kunnen betere resultaten worden bereikt.

Inhaalslag
De vereiste kwaliteitsimpuls betekent dat er vooral op het personele vlak een inhaalslag moet worden gemaakt. Een verdere professionalisering van leerkrachten in zowel het regulier als het speciaal onderwijs in combinatie met méér personeel is onontbeerlijk om het primaire proces en daarmee de resultaten te verbeteren. Kortom: er moeten meer intern begeleiders, onderwijsassistenten, plusleraren, trajectbegeleiders en schakelfunctionarissen komen.

Dit vereist aanzienlijk meer geld dan de 207 miljoen euro extra per jaar waar Steven van Eijck in zijn advies over spreekt. Aan het begin van het huidige schooljaar, toen minister Maria van der Hoeven van OCW vanwege de toenemende leerlingenaantallen aankondigde een rem te willen zetten op het speciaal onderwijs, was al duidelijk dat er 1 miljard euro bijmoet. Die oproep van VOS/ABB aan de minister en de Tweede Kamer is nog onverminderd geldig. 

Overgangsjaar WSNS Plus

Hieronder vallen  projecten als afstemming, een-zorg-route en het  zelfevaluatiekader voor samenwerkingsverbanden. Andere succesvolle aanpakken gaan door onder het Innovatie Platform PO. Hieronder vallen Taalbeleid en  ZIOS (zorgstructuren in en om de school).

Resultaten WSNS Plus
WSNS Plus heeft sinds 2002 samenwerkingsverbanden van basisscholen actief ondersteund bij het streven naar adaptief onderwijs. Daarbij liet zij zich leiden door de onderstaande uitgangspunten:

·        Onderwijs afstemmen op de behoefte van elk kind
·        Schoolontwikkeling is het dragend principe
·        Scholen leren door middel van het kijken en leren van elkaar

Door de uitvoering van deelprojecten en ondersteuning van regioconsulenten zijn veel basisscholen professioneler geworden in het hanteren van verschillen tussen leerlingen.

Inzet regioconsulenten
Het budget van WSNS Plus is aanzienlijk teruggebracht. Daardoor zal de inzet van regioconsulenten worden beperkt tot een dagdeel per week voor het onderhouden van netwerken, met enige dagen extra voor projectbegeleiding.

Leerlingenzorg vereist 620 miljoen euro

De brief is gebaseerd op wat senior beleidsmedewerker Henk Keesenberg van VOS/ABB tijdens de hoorzitting over de zorgplicht op 8 december aan de Vaste Kamercommissie heeft laten weten.

De bedragen die in de brief staan, worden onderbouwd aan de hand van de verschillende elementen die voor een kwalitatieve leerlingenzorg noodzakelijk zijn. De kosten voor IB’ers in het primair onderwijs bijvoorbeeld bedragen naar schatting 350 miljoen euro per jaar. In het voortgezet onderwijs is voor schakelfunctionarissen structureel gemiddeld 55 miljoen euro nodig.

In de brief aan de Kamercommissie in de rechterkolom naast dit bericht staat de volledige specificatie. Op 2 februari is er in de Tweede Kamer algemeen overleg over de vernieuwing van de zorgstructuur.

Informatie: Henk Keesenberg, 0348-405226, hkeesenberg@vosabb.nl

Bijlagen