Edudelta onder vlag openbaar onderwijs Middelharnis

De openbare Regionale scholengemeenschap Goeree-Overflakkee in Middelharnis (RGO) verzekert het voortbestaan van het voortgezet onderwijs van het Edudelta College in die plaats en het naastgelegen Sommelsdijk.

RGO meldt dat er afspraken zijn gemaakt met de Christelijke Scholengemeenschap Prins Maurits (CSG Prins Maurits) in Middelharnis, de gemeente Goeree-Overflakkee en Edudelta College om het onderwijsaanbod op de huidige locaties voort te zetten. De lessen zullen worden verzorgd door de eigen Edudelta-docenten. Bovendien gaat de nieuwbouw van de Beroepscampus in Middelharnis door zoals gepland.

De openbare scholengemeenschap meldt dat het van grote waarde is dat Edudelta onder de vlag van de RGO verder zal gaan. ‘De RGO zoekt al langer naar een natuurlijke samenwerkingspartner om het onderwijs in de volle breedte te kunnen verzorgen. Edudelta is dan een logische keus. Een vmbo-school met een mooie geschiedenis en een prachtige toekomst. Bovendien heeft Edudelta de afgelopen jaren laten zien dat zij kwaliteit kan bieden. We zijn er trots op dat de RGO op deze manier het voortbestaan van Edudelta kan garanderen’, zo staat op de website van RGO.

Krimp nekte Edudelta

Begin vorige maand meldde onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer dat Edudelta per 1 augustus 2018 zou stoppen met het aanbieden van onderwijs. De minister meldde toen dat de organisatie kampte ‘met sterk teruglopende deelnemersaantallen’ waardoor de financiële situatie onhoudbaar was geworden.

Een eerdere poging om tot een fusie te komen met de Lentiz Onderwijsgroep mislukte. Dat had onder andere te maken met hoge transitiekosten en het afkopen van een derivaat bij de Rabobank, waarvoor het ministerie van OCW niet wilde opdraaien. Slob koos daarom voor een alternatief scenario, waarin Edudelta failliet zou gaan en andere scholen de leerlingen zouden overnemen.

Eerder werd bekend dat de groene vmbo-opleiding van Edudelta in Goes is overgenomen door het openbare Goese Lyceum. De mbo-opleiding in die stad valt per 1 augustus 2018 onder Scalda. Voor de mbo-opleidingen van Edudelta in Middelharnis en Barendrecht wordt nog naar een oplossing gezocht.

Experiment zelfstandige dorpsschool niet uitgebreid

Het experiment met de zelfstandige openbare dorpsschool Jan Ligthart in het Groningse Westerbroek wordt niet uitgebreid, meldt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen over de sluiting van twee basisschooltjes in het Gelderse Lathum en Spijk.

De Tweede Kamerleden Michel Rog (CDA) en Kirsten van den Hul (PvdA) hadden de minister gevraagd om het experiment uit te breiden om de protestants-christelijke Ds. Jonkerschool in Lathum en de rooms-katholieke Willibrordusschool in Spijk te redden, maar daar gaat Slob niet in mee.

‘Dit experiment is gestart in augustus 2017 en loopt vijf jaar, dus tot 2022. In een brief van mijn voorganger is uw Kamer geïnformeerd dat gedurende deze vijf jaar het experiment niet wordt uitgebreid, omdat het van belang is om eerst de resultaten op de Jan Ligthartschool te monitoren’, aldus de minister.

Hij merkt in zijn brief op dat het experiment in Westerbroek niet bedoeld is om scholen open te houden, ‘maar om een onderwijsconcept te toetsen’. Over het besluitvormingsproces om de twee Gelderse dorpsschooltjes te sluiten, meldt Slob dat hij erop vertrouwt dat de betreffende schoolbesturen dat zorgvuldig hebben doorlopen.

OCW vindt openbaar onderwijs voldoende gewaarborgd

De garantie van voldoende openbaar onderwijs is in de wet nog steeds goed geregeld. Dat melden de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob in hun beleidsreactie op het advies Decentraal onderwijsbeleid bij de tijd van de Onderwijsraad.

De regels voor stichting- en instandhouding van scholen regelen dat er sprake moet zijn van voldoende openbaar onderwijs en dat gemeenten en provincies daarvoor verantwoordelijk zijn. Zo moet een fusie, opheffing of het omzetten van een openbare school aan de gemeente voorgelegd worden. ‘Er zijn geen signalen dat deze bepalingen niet voldoen’, aldus Van Engelshoven en Slob in hun beleidsreactie.

Zeeuws-Vlaanderen

Het lijkt er sterk op dat de ministers in hun reactie de situatie in krimpregio Zeeuws-Vlaanderen bewust buiten beschouwing hebben gelaten. Daar kan door een voorgenomen fusie in Terneuzen het openbaar voortgezet onderwijs verdwijnen. VOS/ABB wijst erop dat dan niet meer wordt voldaan aan de eis dat er overal voldoende openbaar onderwijs moet zijn.

Slob is het daar niet mee eens, zo liet hij onlangs weten. Volgens hem kan er ‘bij wet van dit uitgangspunt worden afgeweken’. De ChristenUnie-minister vindt niet dat in elke gemeente een school voor openbaar voortgezet onderwijs moet zijn.

Download beleidsreactie

Slob stuurt aan op faillissement Edudelta

Edudelta met opleidingen (v)mbo groen in Zeeland en Zuid-Holland stopt per 1 augustus 2018 met het aanbieden van onderwijs. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Edudelta is een instelling met ongeveer 1000 vmbo-leerlingen en circa 600 mbo-studenten die onderwijs volgen op scholen in Barendrecht, Bleiswijk, Goes en Middelharnis. Slob schrijft in zijn brief dat de organisatie ‘kampt met sterk teruglopende deelnemersaantallen waardoor er een terugloop is in de inkomsten’. De financiële situatie is volgens hem onhoudbaar.

Een poging om tot een fusie te komen met de Lentiz Onderwijsgroep, is volgens de minister mislukt. Dat had onder andere te maken met hoge transitiekosten en het afkopen van een derivaat bij de Rabobank, waarvoor het ministerie van OCW niet wil opdraaien. In totaal gaat het volgens Slob om een bedrag van 10,9 miljoen euro, waarvoor geen dekking is op de begroting van het ministerie van OCW.

Hij kiest daarom voor een alternatief scenario, waarin Edudelta failliet gaat en andere scholen de leerlingen en studenten overnemen. Dat acht hij ‘beter houdbaar met het oog op de continuïteit van het (groen) vmbo en mbo in de regio’.

Lees meer…

Ouders zetten vraagtekens bij fusie Zeeuws-Vlaanderen

Ouders zetten vraagtekens bij de voorgenomen fusie van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede en het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege in Terneuzen, meldt Omroep Zeeland.

Volgens de regionale zender is het belangrijkste struikelblok bij de fusie het behoud van identiteit. Het plan tot fusie voorziet in een christelijke school waarin het openbaar onderwijs niet meer bestaat. Daarmee zou het openbaar voortgezet onderwijs uit Zeeuws-Vlaanderen verdwijnen.

‘Ik hoop dat kinderen hun eigen identiteit kunnen behouden. Gelovig of niet’, zo citeert Omroep Zeeland de vader van een leerling van De Rede. Er zijn ook ouders die vinden dat een christelijke school tegenwoordig nog maar heel weinig verschilt van een openbare school.

Fusie moet aan Grondwet voldoen

VOS/ABB benadrukt dat de voorgenomen fusie in Zeeuws-Vlaanderen indruist tegen de garantiefunctie van het openbaar onderwijs, zoals die is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. 

Het uitgangspunt is kort gezegd dat openbaar onderwijs móet en dat bijzonder onderwijs mág. De Grondwet geldt (natuurlijk) ook voor Zeeuws-Vlaanderen, wat inhoudt dat De Rede als enige openbare vo-school in het gebied niet mag opgaan in een christelijke school.

Samenwerkingsschool

Een simpele oplossing is om in Terneuzen te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt.

VOS/ABB adviseert alle betrokken instanties om het plan van aanpak mede op basis hiervan vorm te geven. Dan past het, zoals het hoort, binnen de nadrukkelijk vastgelegde kaders van de Nederlandse Grondwet.

MR-handreiking sluiting/fusie aangepast

De Handreiking aan de MR voor het voorstellen van alternatieven bij fusie of sluiting van een school van het Expertisecentrum van Onderwijsgeschillen is aangepast.

In deze handreiking staat de procedure beschreven die de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ((G)MR) bij een fusie of sluiting van een school kan volgen. Ook staat erin wat de procedure kan zijn als het schoolbestuur een alternatief van de (G)MR afwijst.

WMS gewijzigd

De handreiking is aangepast aan een wijziging van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) per 1 januari 2018. Vanaf die datum is het verplicht om alle ouders te raadplegen voordat besluiten over fusie, sluiting, verandering van de grondslag of omzetting van een school worden genomen.

De WMS laat in het midden wie de raadpleging moet uitvoeren. Dat kan de voltallige MR, de oudergeleding of het bevoegd gezag zijn. Ook schrijft de wet niet voor hoe de raadpleging moet plaatsvinden.

In de handreiking wordt ervan uitgegaan dat de raadpleging van de ouders moet gebeuren voordat de MR zijn instemmings- of adviesbevoegdheid bij fusie of sluiting uitoefent en de MR in dit kader alternatieven wil voorstellen aan het bevoegd gezag.

Download aangepaste handreiking

Toolbox: Model gemiddelde schoolgrootte aangepast

Het ministerie van OCW heeft een rectificatie aangebracht in de lijst met stichtings- en opheffingsnormen per gemeente. Daarom is ook het Model gemiddelde schoolgrootte in onze online Toolbox (map Basisschool) aangepast.

Download het aangepaste Model gemiddelde schoolgrootte

Cursus ‘Help, we gaan fuseren!’

Fusies zijn gevoelige processen die ongeveer een jaar in beslag nemen. Hoe lopen deze processen? Wat is de rol van de medezeggenschapsraad? Wat zijn de do’s en don’ts? Deze cursus voor het primair onderwijs wordt op twee middagen (1 en 20 februari 2018) gegeven door Hans Teegelbeckers en Ronald Bloemers

De afgelopen jaren zijn er door de krimp veel fusiebewegingen geweest. Vooral in het primair onderwijs zet deze ontwikkeling zich door. VOS/ABB heeft de afgelopen jaren veel fusies begeleid en wil de kennis en ervaring op dit gebied graag met u delen.

In twee middagen nemen wij het gehele fusieproces met u door en behandelen alle mogelijke vragen. Hierbij komen de formele besluitvormingsmomenten voorbij, het te lopen proces en de planning, alle zaken die geregeld moeten worden (soms ook bij een notaris), de betrokkenheid van de gemeente en uiteindelijk de weg naar DUO.

Tevens bespreken we de formele zeggenschap van de medezeggenschapsraad en de berekening van de fusiefaciliteiten. Bovendien beschouwen we met u de rol van de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO).

Waar en wanneer?

De cursus wordt op 1 en 20 februari gegeven in het kantoor van VOS/ABB in Woerden.

Deze cursus richt zich specifiek op bestuurders, directeuren en stafmedewerkers in het primair onderwijs. Er kunnen 15 mensen aan deelnemen (alleen leden van VOS/ABB!). Deelname kost 150 euro per persoon (btw-vrij).

Aanmelden

U kunt zich aanmelden door een mailtje te sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Help, we gaan fuseren!’. Vermeld in uw mail ook uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer.

Krimpaanpak Zeeuws-Vlaanderen moet binnen Grondwet

Alle betrokkenen bij het proces in krimpregio Zeeuws-Vlaanderen om daar een adequaat aanbod van voortgezet onderwijs te behouden, zijn het met elkaar eens over een plan van aanpak. VOS/ABB juicht een breedgedragen en zorgvuldige aanpak toe op basis van de garantiefunctie van het openbaar onderwijs zoals die in de Nederlandse Grondwet is vastgelegd.

De positieve inzet van de ministeries van OCW en Binnenlandse Zaken, de provincie Zeeland, de drie gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen en betrokken schoolbesturen is dat het gebied een adequaat aanbod van voortgezet onderwijs moet behouden.

Openbaar onderwijs

Een punt van nadrukkelijke aandacht is echter dat het plan van aanpak is gebaseerd op een advies van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen, die bij het opstellen daarvan geen oog heeft gehad voor de grondwettelijke garantiefunctie van het openbaar onderwijs.

De opzet is om van vier naar één schoolbestuur voor algemeen bijzonder onderwijs en van vier scholen naar drie scholen voor voortgezet onderwijs te gaan. Daarbij zou de openbare Stedelijke Scholengemeenschap De Rede in Terneuzen opgaan in het christelijke Zeldenrust-Steelantcollege, wat het einde zou zijn van het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen.

Artikel 23 Grondwet

Artikel 23 van de Grondwet bepaalt echter dat overal in Nederland openbaar onderwijs moet zijn. Het grondwettelijke uitgangspunt is kort gezegd dat openbaar onderwijs moet en dat bijzonder onderwijs mag. De Grondwet geldt (natuurlijk) ook voor Zeeuws-Vlaanderen, wat inhoudt dat De Rede als enige openbare vo-school in het gebied niet mag opgaan in een christelijke school.

Een simpele oplossing is om in Terneuzen te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt. VOS/ABB adviseert alle betrokken instanties om het plan van aanpak mede op basis hiervan vorm te geven en om dat tevens te doen binnen de nadrukkelijk vastgelegde kaders van de Nederlandse Grondwet.

Informatie: Hans Teegelbeckers, 06-51603209, hteegelbeckers@vosabb.nl

Openbaar onderwijs moet, ook in Zeeuws-Vlaanderen

Het plan dat voor Zeeuws-Vlaanderen is gepresenteerd om daar voldoende voortgezet onderwijs te behouden, is ongrondwettelijk, benadrukt directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB in Trouw.

Teegelbeckers herhaalt in de krant wat hij eerder in een nieuwsbericht op deze website benadrukte, namelijk dat er in grondwettelijke zin niets van het plan van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen klopt om de openbare en de christelijke school voor voortgezet onderwijs in Terneuzen samen te voegen tot een christelijke school. Ook het plan om deze krimpregio bestuurlijk onder de vlag van het algemeen bijzonder onderwijs te brengen, druist in tegen de Grondwet.

‘De overheid heeft de plicht om te zorgen voor openbare scholen in de regio. Dat staat in artikel 23 van onze Grondwet. Ik constateer een blinde vlek voor het belang van het openbaar onderwijs’, aldus Teegelbeckers in Trouw. Een simpele oplossing is om te kiezen voor een samenwerkingsschool van zowel openbaar als bijzonder onderwijs, zoals dat ook elders in het land gebeurt.

Grondwet geldt ook in Zeeuws-Vlaanderen

De Terneuzense PvdA-wethouder Cees Liefting houdt echter vast aan de oplossing die de taskforce voorstaat, hoewel die oplossing dus niet te rijmen valt met de Grondwet. ‘Na veel onderhandelen, is dit eruit gekomen’, aldus Liefting.

Oud-voorzitter Kete Kervezee van de PO-Raad, die de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen leidde, ziet de botsing met de Grondwet evenmin als een probleem. Zij verkeert in de veronderstelling dat het plan aan artikel 23 voldoet als de christelijke fusieschool een identiteitscommissie krijgt en geen enkele leerling weigert.

Lees het artikel in Trouw.

Lees ook de column van Hans Teegelbeckers in het decembernummer van ons magazine Naar School!.

Zeeuws-Vlaanderen krijgt niet de ‘eilandenstatus’

Het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen hoeft niet te rekenen op extra geld. Onderwijsminister Arie Slob laat in antwoord op Kamervragen weten dat het gebied niet de ‘eilandenstatus’ krijgt, zoals die geldt voor de Waddeneilanden. Ook stelt hij dat er geen onderwijsgeld naar Zeeuws-Vlaamse startgroepen voor kinderen van twee tot vier jaar zal gaan.

Slob wijst erop dat de Beleidsregel uitzonderingsscholen VO 2013 extra bekostiging toekent aan scholen onder de opheffingsnorm die op eilanden staan. ‘De school moet daarvoor omringd zijn door water en niet verbonden door een brug of tunnel’, aldus de minister.

Het doel van de beleidsregel is volgens Slob om scholen die vanwege zeer specifieke omstandigheden onder de opheffingsnorm zitten, niet op te heffen en te kunnen blijven bekostigen. Hij erkent dat de vier scholen voor voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen te kampen met teruglopende leerlingenaantallen, maar hij wijst er ook op dat ze allemaal ruim boven de opheffingsnorm zitten.

Openbaar onderwijs móet

De antwoorden van Slob volgen op vragen van SP-Tweede Kamerlid Peter Kwint en zijn collega’s Lisa Westerveld van GroenLinks en Kirsten van den Hul van de PvdA over het adviesrapport Gewoon goed onderwijs!. Daarin staat dat het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen vanwege bevolkingskrimp terug moet van vier verschillende schoolbesturen naar één bestuur voor bijzonder onderwijs en van vier scholen naar drie scholen.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB wijst erop dat het advies indruist tegen de Grondwet. Als het advies werkelijkheid wordt, verdwijnt namelijk het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen en dan is er geen sprake meer van het duale bestel, zoals dat is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. Dit artikel bepaalt expliciet dat overal in Nederland openbaar onderwijs moet zijn.

Minister Slob heeft aan VOS/ABB laten weten dat hij met een reactie zal komen op de constatering dat het advies van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen tegen Grondwet indruist. De vragen van Kwint, Westerveld en Van den Hul gingen hier niet over.

Startgroepen en kinderopvang

De vragen gingen wel over structurele financiering van startgroepen voor kinderen van twee tot vier jaar. Daarmee zou kunnen worden voorkomen dat Nederlandse ouders in Zeeuws-Vlaanderen kiezen voor scholen in België, waar kinderen al vanaf 2,5 jaar welkom zijn en die bovendien spotgoedkope kinderopvang aanbieden.

De minister merkt over de financiering van dergelijke startgroepen op dat onderwijsgeld daar niet voor bedoeld is. ‘Kinderopvang en startgroepen vallen onder de verantwoordelijkheid van de minister van SZW’, aldus Slob, die daaraan toevoegt dat hij deze kwestie onder de aandacht zal brengen van zijn collega Wouter Koolmees.

Tientallen nieuwe schoolgebouwen in Amsterdam

Uit het bijgestelde integraal huisvestingsplan van de gemeente Amsterdam blijkt dat daar de komende jaren tientallen nieuwe schoolgebouwen worden gebouwd. Er zullen echter vanwege krimp ook scholen moeten sluiten.

Er komen 40 tot 50 nieuwe basisschoolgebouwen en 8 tot 10 nieuwe gebouwen voor scholen voor voortgezet onderwijs. De nieuwe scholen komen vooral in delen van Amsterdam waar de bouw van in totaal circa 50.000 nieuwe woningen is gepland.

Er zijn ook delen van Amsterdam waar scholen moeten sluiten. Dat is het geval in delen van de stad waar het aantal kinderen afneemt, zoals in en om het centrum en delen van Amsterdam-Zuidoost.

Naar verwachting neemt het totale aantal kinderen in Amsterdam de komende jaren nog af, maar stijgt dat aantal weer vanaf 2023. In 2032 wonen er naar schatting 68.000 kinderen in Amsterdam.

Lees meer…

Nieuw rekeninstrument gemiddelde schoolgrootte

In de map Basisschool in de online Toolbox zit een nieuw rekeninstrument voor bepaling van de gemiddelde schoolgrootte dat gebruikmaakt van de stichtings- en opheffingsnormen voor het basisonderwijs per 1 augustus 2018. 

Op 25 oktober jongstleden is de Regeling aanpassing van de stichtings- en opheffingsnormen voor het basisonderwijs in 2018 gepubliceerd. In veel plattelandsgemeenten zijn de normen in de nieuwe regeling lager dan in de regeling die nog geldt. Dat komt door demografische krimp en de afnemende leerlingdichtheid.

Door de inwerkingtreding op 1 augustus 2018 zullen de normen gaan gelden voor de telcijfers in de periode 2018-2023. De eerste telling betreft die op 1 oktober 2018.

U kunt het nieuwe rekeninstrument downloaden.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Wet samenwerkingsschool geldt per 1 januari 2018

De ‘Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool’ treedt op 1 januari 2018 in werking, zo is afgekondigd in het Staatsblad.

Aan deze nieuwe wet ging een lang traject met veel discussie vooraf. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel eind vorig jaar aan, de Eerste Kamer ging er in juli jongstleden mee akkoord.

Samenwerkingsschool voor behoud goed onderwijs

VOS/ABB heeft altijd gepleit voor deze wet, omdat – met name in krimpgebieden – veel samenwerkingstrajecten lopen, waarin verbinding wordt gezocht tussen het openbaar en bijzonder onderwijs. De samenwerkingsschool is vaak de enige manier om goede onderwijsvoorzieningen voor elk kind te behouden.

De nieuwe wet verruimt niet alleen de mogelijkheden om een samenwerkingsschool te starten, maar geeft ook gelijke rechten aan het bijzonder en openbaar onderwijs om zo’n school te besturen.

Nu officieel bekend is dat de wet op 1 januari aanstaande in werking treedt, kan die worden toegepast op fusies tot samenwerkingsscholen vanaf 1 augustus 2018.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Trek de portemonnee voor Zeeuws-Vlaanderen!

De nieuwe regering moet de portemonnee trekken voor het breed gedragen plan van de Taskforce Zeeuws-Vlaanderen, zeggen VOS/ABB en de protestants-christelijke en rooms-katholieke profielorganisatie Verus tegen minister Arie Slob voor primair en voortgezet onderwijs. 

De Zeeuws-Vlaamse middelbare scholen stemmen in met de aanbeveling van de taskforce om van vier naar één schoolbestuur en van vier scholen naar drie scholen voor voortgezet onderwijs te gaan. Zij nemen daarmee samen de verantwoordelijkheid voor toekomstbestendig voortgezet onderwijs.

Openbaar onderwijs Zeeuws-Vlaanderen behouden

De aanbeveling tot fusie, zoals die in het rapport van de taskforce staat, botst echter met de grondwettelijke eis dat overal in Nederland, dus ook in Zeeuws-Vlaanderen, openbaar onderwijs moet zijn. In het rapport staat dat er één stichting voor algemeen bijzonder onderwijs moet komen. Daarmee zou het openbaar voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen verdwijnen.

VOS/ABB benadrukt dat een fusie tot één samenwerkingsbestuur van samenwerkingsscholen meer voor de hand ligt. Daarmee zou zowel het openbaar als bijzonder onderwijs voor Zeeuws-Vlaanderen behouden blijven. Op deze manier zou dus wel aan grondwetsartikel 23 voldaan worden en blijft het duale bestel bestaan.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB heeft dit toegelicht op Omroep Zeeland.

Grote leerlingendaling

Scholen in Zeeuws-Vlaanderen hebben het al jaren zwaar, omdat het aantal leerlingen sterk afneemt. Veel kinderen gaan al op jonge leeftijd naar scholen in België. Het wordt steeds lastiger om met minder kinderen voldoende onderwijs te behouden.

Als er scholen voor voortgezet onderwijs dicht moeten, dreigt de situatie dat leerlingen van 12 tot 18 jaar over grote afstanden (tot 30 kilometer) moeten gaan reizen. Dat is extra bezwaarlijk, omdat Zeeuws-Vlaanderen relatief weinig openbaar vervoer heeft.

Net als op de Wadden

VOS/ABB en Verus roepen minister Slob op het onderwijs voor deze kinderen en de scholen in Zeeuws-Vlaanderen te redden door structureel toereikende financiële middelen vrij te maken. Zoals scholen op Waddeneilanden een aparte status hebben vanwege slechte bereikbaarheid van scholen en de lage leerlingdichtheid, zou ook Zeeuws-Vlaanderen apart behandeld moeten worden.

Steun startgroepen duurzaam

Veel ouders en kinderen uit Zeeuws-Vlaanderen kiezen voor België omdat het dichtbij is en omdat kinderopvang vanaf twee-en-een-half jaar daar vrijwel gratis is. Als ouders voor hun kinderen niet voor het Zeeuws-Vlaamse basisonderwijs kiezen, heeft dit ook negatief effect op het voortgezet onderwijs in het gebied.

Om deze ontwikkeling tegen te gaan is met succes geëxperimenteerd met startgroepen in Zeeuws-Vlaanderen. Kinderen zijn al jong welkom, tegen gereduceerd tarief. Het is daarom goed dat de Taskforce adviseert structureel extra middelen vrij te maken voor startgroepen. Den Haag zou dit advies moeten overnemen.

Lees het rapport

 

Stichtings- en opheffingsnormen 2018-2023 gepubliceerd

De Regeling aanpassing van de stichtings- en opheffingsnormen voor het basisonderwijs in 2018 is gepubliceerd. 

Met ingang van 1 augustus 1998 moeten de stichtings- en opheffingsnormen telkens voor een tijdvak van vijf jaar bij ministeriële regeling worden aangepast. Het vijfjarige tijdvak waarop de gepubliceerde regeling van toepassing is, loopt van 1 augustus 2018 tot 1 augustus 2023.

Lagere normen door krimp

De stichtingsnorm geeft aan hoeveel leerlingen een school voor basisonderwijs minimaal nodig heeft om te worden gesticht. De opheffingsnorm (of instandhoudingsnorm) geeft aan hoeveel leerlingen een school voor basisonderwijs nodig heeft om bekostiging te blijven ontvangen.

De stichtingsnorm bedraagt minimaal 200 leerlingen, de opheffingsnorm minimaal 23 en maximaal 200 leerlingen. De stichtingsnorm van een gemeente bedraagt 10/6 keer de opheffingsnorm die voor die gemeente geldt.

In veel plattelandsgemeenten zijn de normen in de nieuwe regeling lager dan in de regeling die nog geldt. Dat komt door demografische krimp en de afnemende leerlingdichtheid. Zo gaat de opheffingsnorm in de Drentse gemeente Aa en Hunze omlaag van 31 naar 25 leerlingen. In Hof van Twente gaat deze norm van 52 naar 46 leerlingen en in de gemeente Noordoostpolder van 38 naar 35 leerlingen.

Teldatum 1 oktober 2018

Door de inwerkingtreding op 1 augustus 2018 zullen de normen gaan gelden voor de telcijfers in de periode 2018-2023. De eerste telling betreft die op 1 oktober 2018. Wanneer scholen gebruikmaken van de gemiddelde schoolgrootte, zullen zij op 1 augustus 2019 (teldatum 1 oktober 2018) een beroep kunnen doen op de nieuwe normen.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Krimp schuift door van basis- naar voortgezet onderwijs

De grootste krimp van het aantal leerlingen in het basisonderwijs lijkt inmiddels voorbij. Nu en de komende jaren wordt krimp pijnlijk voelbaar in het voortgezet onderwijs. De christelijke profielorganisatie Verus heeft deze ontwikkeling letterlijk in kaart laten brengen.

Een interactieve online kaart van Nederland toont hoe groot de afname van het aantal leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs was respectievelijk zal zijn in de perioden 2012-2017 en 2017-2022. Zo is te zien dat in het basisonderwijs de grootste krimp inmiddels achter de rug lijkt. Toch zullen de leerlingenaantallen in bepaalde gemeenten in Groningen, Noord-Holland, Overijssel en Gelderland ook de komende jaren nog met 10 procent of meer afnemen.

De krimp in het basisonderwijs schuift de komende jaren met het ouder worden van de leerlingen logischerwijs door naar het voortgezet onderwijs. De kaart laat zien dat vooral in Noord- en Zuidoost-Nederland het voortgezet onderwijs te maken zal krijgen met een sterke afname van het aantal leerlingen. Groei zal zich vooral in de Randstad voordoen.

Krimp zet door in voortgezet onderwijs

De verschuiving van de krimp van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs is een al langer bekende ontwikkeling. Magazine Naar School! van VOS/ABB heeft er in het afgelopen zomernummer nog aandacht aan besteed.

Lees het artikel Krimp zet door in voortgezet onderwijs.

Nieuw stappenplan bij fusie

Als u lid bent van VOS/ABB, kunt u het door ons geactualiseerde Stappenplan bij fusie downloaden. In onze online Toolbox zitten drie versies van het aangepaste rekeninstrument voor fusiecompensatie.

In het stappenplan staat wat u bij een fusie moet doen en wanneer u dat moet doen. Er zijn verwijzingen in opgenomen naar externe regelingen en modelformulieren.

Het stappenplan is gebaseerd op de Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod en de recente wijziging van de Regeling fusietoets. Het vervangt het eerdere stappenplan in ons in 2014 herziene katern 17 over de instandhouding van scholen.

Rekeninstrumenten fusiecompensatie

In onze online Toolbox zijn drie versies van het aangepaste rekeninstrument voor fusiecompensatie opgenomen. Hiermee kunt u de bijzondere bekostiging berekenen die een school ontvangt die fuseert met één of twee scholen.

De drie versies van het aangepaste rekeninstrument hebben betrekking op respectievelijk basisscholen, scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en scholen voor speciaal basisonderwijs (de Regeling bekostiging personeel PO 2017-2018 is aangepast voor het geval een school voor speciaal basisonderwijs opgaat in een reguliere basisschool).

Ga naar de Toolbox

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Fusie: jammer maar helaas als leerlingen niet meegaan…

Het is het risico van het schoolbestuur als blijkt dat bij een fusie minder leerlingen meegaan naar de nieuwe school dan verwacht. Dat staat in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van de SGP over het recht op fusiecompensatie.

Tweede Kamerlid Roelof Bisschop van de SGP wilde van Dekker weten in hoeverre het redelijk is om het bevoegd gezag voor het recht op fusiecompensatie af te rekenen op een leerlingenstroom, terwijl het hierop ‘nauwelijks of in ieder geval geen doorslaggevende invloed’ heeft. Deze vraag had met name betrekking op situaties waarin tegen de verwachtingen in geen leerlingen naar de nieuwe school overgingen.

Dekker antwoordt dat hij zich kan voorstellen dat leerlingenstromen anders lopen dan een schoolbestuur verwacht, ‘maar de wet verbindt geen bekostigingsaanspraken aan aannames van een schoolbestuur’. Dit rechtvaardigt volgens hem dat die aannames voor risico van het schoolbestuur komen.

Schoolbesturen gestraft

VOS/ABB vindt het een miskenning van de professionaliteit van schoolbesturen dat zij financieel worden gestraft voor ontwikkelingen die ze niet in de hand hebben. Dat stelt directeur Hans Teegelbeckers in reactie op het standpunt van de staatssecretaris.

Lees de volledige reactie van Teegelbeckers.

Afstand tot dichtstbijzijnde school blijft gelijk

Nederlandse kinderen wonen op gemiddeld 700 meter afstand van de dichtstbijzijnde basisschool. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat zich baseert op cijfers uit 2015.

De afstand was doorgaans het grootst in minder verstedelijkte gebieden, meldt het CBS. ‘In Baarle-Nassau lag de basisschool gemiddeld 1,7 km van huis, in Borger-Odoorn, Dronten en Westerveld 1,3 km. Het dichtstbij woonden inwoners van Urk en Den Haag, op 0,4 km van school’, aldus het statistiekbureau.

Wat opvalt is dat de gemiddelde reisafstand tussen 2010 en 2015 nauwelijks is toegenomen ondanks het feit dat er in deze periode in antwoord op demografische krimp en afnemende leerlingenaantallen basisscholen zijn gesloten.

In 2010 woonden basisschoolleerlingen op gemiddeld 600 meter afstand van school, in 2013 was dat toegenomen tot gemiddeld 700 meter en in 2015 was dat dus nog steeds 700 meter. Het CBS meldt niet wat de gemiddelde afstand naar de dichtstbijzijnde basisschool nu is.

Lees meer…

Fusietoets, toekomstbestendig aanbod, samenwerking

Mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft drie notities geschreven over recente ontwikkelingen die het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs raken.

De notities gaan over respectievelijk de versoepeling van de fusietoets, de Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod en de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de notities downloaden:

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

Kamervragen over gewijzigde regeling fusiecompensatie

De SGP heeft mede op initiatief van VOS/ABB Kamervragen gesteld over de gewijzigde Regeling bijzondere bekostiging bij fusie.

SGP-Kamerlid Roelof Bisschop wil van staatssecretaris Sander Dekker van OCW weten ‘op welke juridische gronden het bevoegd gezag bij de toekenning van de fusiecompensatie gehouden kan worden aan het criterium van de overgang van 50% van de leerlingen’.

Hij wijst erop dat dit criterium ‘zonder nadere duiding’ wordt vermeld. Bisschop vraagt zich daarom af hoe het te rechtvaardigen is ‘dat het bevoegd gezag wordt afgerekend op een criterium waarvan de invulling zelfs pas bekend was op het moment dat alle relevante fusiebesluiten al genomen moesten zijn’.

Kamervragen na oproep VOS/ABB

De Kamervragen van de SGP volgen op de oproep van VOS/ABB aan schoolbesturen om zich te melden als zij op basis van de gewijzigde regeling verwachten geconfronteerd te worden met een terugvordering van fusiecompensatie.

Lees meer…

‘Toekomstbestendig onderwijsaanbod’ ook door Senaat

De Eerste Kamer is op 6 juni akkoord gegaan met het wetsvoorstel Toekomstbestendig onderwijsaanbod.

Het wetsvoorstel ‘Toekomstbestendig onderwijsaanbod’ staat in het kader van het afnemende aantal leerlingen in het primair onderwijs. Nu het door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer is aangenomen, treedt het mogelijk met ingang van het nieuwe schooljaar in werking, maar dat is nog niet zeker.

Wat regelt dit wetsvoorstel?

  • Het versoepelt de verplaatsing van een school uit zijn voedingsgebied. Nu gelden daarvoor nog dezelfde eisen als bij de stichting van een school, maar die eisen komen te vervallen. Een aanvraag bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zal voldoende zijn. Er wordt nog wel getoetst of er geen nadelige gevolgen aan kleven, bijvoorbeeld dat door de verplaatsing een andere school moet worden opgeheven.
  • In de nieuwe situatie zal het gemakkelijker zijn om een school van kleur te laten verschieten (bijvoorbeeld van protestants-christelijk naar openbaar). In plaats van dezelfde eisen als bij het stichten van een school, zal een aanvraag bij DUO voldoende zijn. DUO zal slechts marginaal toetsen. Door een aangenomen motie van Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie moet wel eerst een achterbanraadpleging onder de ouders plaatsvinden.
  • Het wetsvoorstel biedt een bijzondere school de mogelijkheid om een nevenvestiging te hebben die een andere denominatie heeft dan de hoofdvestiging. Openbaar onderwijs is hiervan uitgesloten.
  • De termijn voor de vrijwillige opheffing van openbare school wordt aangepast. Een bestuur moest hiervoor goedkeuring vragen aan de gemeente vóór 1 augustus een jaar voor de fusie. Dat wordt 1 januari voor de fusie. De gemeente moet dan vóór 1 februari goedkeuring verlenen of beslissen de school zelf in stand te houden.
  • In de nieuwe situatie wordt het mogelijk om tussentijds een gemeente in twee gebieden te splitsen voor de bepaling van de opheffingsnorm. Dit kan handig zijn bij een groot verschil in bevolkingsdichtheid tussen een stedelijk en een plattelandsgedeelte in dezelfde gemeente. Er kunnen dan twee opheffingsnormen worden gehanteerd. Dit kan nu ook al, maar slechts op één datum. Straks is splitsing elk jaar mogelijk.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Extra voorwaarde: terugvordering fusiecompensatie

De extra voorwaarde dat minstens de helft van de leerlingen van samen te voegen scholen mee moet naar de fusieschool, is gepubliceerd in de Staatscourant. Deze extra voorwaarde kan in krimpgebieden vele tientallen leraren in het basisonderwijs hun baan  kosten, omdat het ministerie van OCW kan overgaan tot terugvordering van fusiecompensatie.

VOS/ABB en collega-organisaties drongen er vorig jaar in een brief aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW op aan de omstreden voorwaarde aan de fusiecompensatie te schrappen. De reden daarvoor was onder andere dat door deze extra voorwaarde de bekostiging afhankelijk wordt gemaakt van de leerlingenstroom waarvoor een bevoegd gezag niet verantwoordelijk is of mag zijn. Ouders bepalen immers waar een kind onderwijs volgt en dat mag niet door een bestuur worden afgedwongen.

De extra voorwaarde vergroot het risico dat fusiecompensatie uitblijft. Dat zal leiden tot minder bereidheid tot samenwerking, terwijl Dekker met de fusiecompensatie juist het tegenovergestelde beoogt.

Terugvordering

Bovendien kan nu een aantal schoolbesturen worden geconfronteerd met terugvordering van fusiecompensatie, omdat ze achteraf niet aan de (extra) voorwaarde voldoen. Het betreft miljoenen euro’s, zo blijkt uit meldingen die bij ons is binnengekomen.

Als de terugvorderingen feit worden, zullen vele tientallen banen in het primair onderwijs verloren gaan. Dit staat haaks op het kabinetsbeleid om het onderwijs ook in krimpgebieden kwalitatief op peil te houden.

Informatie: Ronald Bloemers, 06-51914694, rbloemers@vosabb.nl

‘Toekomstbestendig onderwijsaanbod’ door Tweede Kamer

De Tweede Kamer is dinsdag akkoord gegaan met het wetsvoorstel Toekomstbestendig onderwijsaanbod.

Dit wetsvoorstel staat in het kader van het afnemende aantal leerlingen in het primair onderwijs. Nu het in de Tweede Kamer is aangenomen, kan het ook snel door de Eerste Kamer. Mogelijk treedt de nieuwe wetgeving met ingang van het nieuwe schooljaar in werking.

Wat regelt dit wetsvoorstel?

  • Het versoepelt de verplaatsing van een school uit zijn voedingsgebied. Nu gelden daarvoor nog dezelfde eisen als bij de stichting van een school, maar die eisen komen te vervallen. Een aanvraag bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) zal voldoende zijn. Er wordt nog wel getoetst of er geen nadelige gevolgen aan kleven, bijvoorbeeld dat door de verplaatsing een andere school moet worden opgeheven.
  • In de nieuwe situatie zal het gemakkelijker zijn om een school van kleur te laten verschieten (bijvoorbeeld van protestants-christelijk naar openbaar). In plaats van dezelfde eisen als bij het stichten van een school, zal een aanvraag bij DUO voldoende zijn. DUO zal slechts marginaal toetsen. Door een aangenomen motie van Tweede Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie moet wel eerst een achterbanraadpleging onder de ouders plaatsvinden.
  • Het wetsvoorstel biedt een bijzondere school de mogelijkheid om een nevenvestiging te hebben die een andere denominatie heeft dan de hoofdvestiging. Openbaar onderwijs is hiervan uitgesloten.
  • De termijn voor de vrijwillige opheffing van openbare school wordt aangepast. Een bestuur moest hiervoor goedkeuring vragen aan de gemeente vóór 1 augustus een jaar voor de fusie. Dat wordt 1 januari voor de fusie. De gemeente moet dan vóór 1 februari goedkeuring verlenen of beslissen de school zelf in stand te houden.
  • In de nieuwe situatie wordt het mogelijk om tussentijds een gemeente in twee gebieden te splitsen voor de bepaling van de opheffingsnorm. Dit kan handig zijn bij een groot verschil in bevolkingsdichtheid tussen een stedelijk en een plattelandsgedeelte in dezelfde gemeente. Er kunnen dan twee opheffingsnormen worden gehanteerd. Dit kan nu ook al, maar slechts op één datum. Straks is splitsing elk jaar mogelijk.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl