Onderwijs en kinderopvang: hoe zit het met btw?

Onderwijs- en kinderopvangorganisaties zijn vrijgesteld van btw, maar niet als zij met elkaar samenwerken. Hoe kunt u de btw-afdracht minimaliseren? Daarover kunt u een handreiking downloaden.

De handreiking die op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid staat, bevat twee delen. In het eerste deel wordt ingegaan op btw-oplossingen bij verschillende contractuele samenwerkingen

Het tweede deel gaat specifiek in op de samenwerkingsvorm waarbij sprake is van een personele unie en de voorwaarden waaronder in dat geval een fiscale eenheid kan worden gevormd.

Download de Handreiking btw in de samenwerking tussen Onderwijs en Kinderopvang.

Wilt u meer informatie over de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang? U kunt bij VOS/ABB contact opnemen met Rozemarijn Boer, 06-20010418, rboer@vosabb.nl of Eline Vrenken, 06-11724058, evrenken@vosabb.nl.

Voor algemene vragen kunt u terecht bij de Onderwijsjuristen van VOS/ABB: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl.

Meer kinderen naar buitenschoolse opvang

Van de kinderen tussen 4 en 12 jaar gaat ongeveer een kwart naar de buitenschoolse opvang. Dat aandeel neemt licht toe, meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in het rapport Kijk op kinderopvang.

De lichte groei die het SCP signaleert, kan volgens het planbureau samenhangen met nieuwe nieuwe investeringen in de kinderopvang, maar ook met de economische opleving, waardoor meer ouders aan het werk zijn.

Kwaliteit

Het SCP schrijft in het rapport ook dat de kwaliteit van de opvang licht verbetert. De zogenoemde emotionele kwaliteit wordt als voldoende beschouwd, maar de educatieve kwaliteit ligt op een lager niveau.

‘Daarmee lijkt de kwaliteit als opvanginstrument goed te zijn; maar wil de opvang ook een goed ontwikkelinstrument zijn, dan lijkt er nog ruimte voor verbetering’, aldus het SCP.

Kosten

Ouders lijken volgens het SCP tegenwoordig wat minder negatief te denken over de betaalbaarheid van de opvang dan enkele jaren geleden, maar nog steeds vindt een substantieel deel de opvang (te) duur. Zo is volgens ruim vier op de tien ouders de opvang ‘tegenwoordig bijna niet meer te betalen’.

Lees meer…

Kamervragen over kansenongelijkheid in voorschool

PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul wil van onderwijsminister Arie Slob weten waardoor in Rotterdam het aantal peuters in de voorschool terugloopt. Zij vreest dat er een verband is met het ineenschuiven gesubsidieerde peuterspeelzalen en commerciële kinderopvang.

Van den Hul stelde Kamervragen naar aanleiding van een artikel in Binnenlands Bestuur (BB). Daarin staat dat de voorschool 20 tot 25 procent van de doelgroep mist.

Met name in Rotterdam doet zich een terugloop voor van het aantal peuters in de voorschool. Rotterdam loopt voorop bij het in elkaar schuiven van gesubsidieerde peuterspeelzalen en commerciële kinderopvang. Dat heeft tot doel om peuters met verschillende sociaal-economische achtergronden bij elkaar te brengen. Het lijkt er echter op dat het beleid een averechts effect heeft.

In wat BB de ‘moeilijkste wijken’ van de stad noemt, loopt het aantal aanmeldingen voor de voorschool terug. Dat zou te maken hebben met de eigen bijdrage die aan ouders wordt gevraagd.

Van den Hul wil nu van Slob weten of het in elkaar schuiven van gesubsidieerde peuterspeelzalen en commerciële kinderopvang inderdaad een averechts effect heeft, waardoor het risico bestaat dat de segregatie en daarmee de kansenongelijkheid van jonge kinderen juist toeneemt.

Lees meer…

Hogere toeslag voor buitenschoolse opvang

Nagenoeg alle werkende ouders met kinderen op de buitenschoolse opvang gaan er vanaf 1 januari 2019 op vooruit, meldt de rijksoverheid.

Door een hogere kinderopvangtoeslag zijn zij per saldo minder kwijt aan kinderopvang. Het kabinet verhoogt het budget voor de kinderopvangtoeslag met 248 miljoen euro per jaar. Ook de kinderbijslag en het kindgebonden budget gaan omhoog.

Lees meer…

 

Peutervoorziening moet kansengelijkheid bevorderen

Er moet één peutervoorziening komen voor alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar om kansengelijkheid te bevorderen. Dat vinden de PO-Raad, de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK), de Brancheorganisatie Kinderopvang, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Sociaal Werk Nederland, meldt Trouw. In een opiniestuk in die krant lichten voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad en haar collega Sharon Gesthuizen van de BMK het plan toe.

Zij vinden het niet goed dat peuters met verschillende sociaal-economische achtergronden van elkaar gescheiden worden:  ‘Sommige peuters gaan naar de kinderopvang in de buurt, andere peuters naar een voorschool een buurt verderop. En sommige peuters gaan helemaal nergens naartoe’, zo schrijven zij. De voordelen van één peutervoorziening is volgens hen onder meer dat kinderen van jongs af aan samen opgroeien.

Advies peutervoorziening

Het plan voor één peutervoorziening borduurt voort op het advies Tijd om door te pakken in de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang van de Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang. In dat advies staat dat alle peuters samen moeten kunnen opgroeien en zich ook samen moeten kunnen ontwikkelen.

Lees meer…

Nieuwe financieringssystematiek kinderopvang uitgesteld

De voorgenomen invoering van een nieuwe systematiek van de financiering van de kinderopvang is met een jaar uitgesteld. Dat meldt staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

De voorgenomen nieuwe systematiek voorziet in directe financiering door het Rijk in plaats van via de ouders, zoals het nu gaat. Met de nieuwe systematiek zou de financiering van de kinderopvang meer in lijn komen met die van het onderwijs, wat samenwerking tussen kinderopvangorganisaties en scholen zou vergemakkelijken.

Staatssecretaris Van Ark meldt in haar brief aan de Tweede Kamer dat invoering van de nieuwe financieringssystematiek grote zorgvuldigheid vereist. Dat heeft haar na overleg met onder anderen onderwijsminister Arie Slob ertoe doen besluiten de invoering met een jaar uit te stellen.

‘De nieuwe financieringssystematiek zal daarom niet (volledig) worden ingevoerd op 1 januari 2020. Dat betekent tevens dat de geleidelijke invoering per 1 januari 2019 in elk geval een jaar opschuift’, aldus Van Ark.

Scholen en opvang balen van talmende minister

Veel scholen en kinderopvangcentra willen onder één dak, maar de huidige regels maken dat onnodig moeilijk en de minister doet er voorlopig niets aan, meldt het Algemeen Dagblad. De krant laat onder anderen beleidsmedewerker Rozemarijn Boer van VOS/ABB aan het woord.

In het regeerakkoord staat niets over de samenwerking van onderwijs en kinderopvang in integrale kindcentra (IKC’s). Daar komt bij dat onderwijsminister Arie Slob een reactie op het in maart 2017 verschenen rapport Tijd om door te pakken van de Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang heeft doorgeschoven naar de zomer.

‘Het hangt met plakband aan elkaar’, zegt Rozemarijn Boer van VOS/ABB in het AD over de huidige situatie.  Sommige scholen en kinderopvangorganisatie bedenken nu zelf constructies om samen te kunnen werken, maar ‘dit kost onnodig veel tijd, geld en energie’, zo benadrukt zij.

Boer heeft eerder samen met haar collega Eline Vrenken de kwestie aangekaart in een commentaar op deze website, waarin zij minister Slob oproepen vaart te maken met een reactie om geïntegreerde kindvoorzieningen wettelijk mogelijk te maken.

Toelichting verhuur en medegebruik schoolgebouw

Beleidsadviseur Rozemarijn Boer heeft op verzoek van een schoolbestuur dat bij VOS/ABB is aangesloten een toelichting geschreven, waarin zij ingaat op de mogelijkheid van verhuur en medegebruik van een schoolgebouw.

In de toelichting maakt Boer helder op welke voorwaarden verhuur aan en medegebruik door een kinderopvangorganisatie mogelijk is en wat de beperkende rol van het college van B en W hierin kan zijn. Als u lid bent van VOS/ABB, kunt u de toelichting downloaden.

Toelichting downloaden

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Buitenschoolse opvang in 10 jaar tijd fors gegroeid

In 2016 gingen 441.000 kinderen naar de buitenschoolse opvang, terwijl dat er 10 jaar geleden 253.000 waren. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Kinderen verblijven gemiddeld 370 uur per jaar in de buitenschoolse opvang. Voor dit getal baseert het CBS zich op de situatie in 2015.

Lees meer…

Onderwijs en kinderopvang moeten handen ineenslaan

Onderwijs en kinderopvang moeten zorgen voor één curriculum voor kinderen in de leeftijd van nul tot en met twaalf jaar. Dit staat in het adviesrapport Tijd om door te pakken in de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang.

In het rapport van de Taskforce Samenwerking Onderwijs en Kinderopvang staat ook dat het pedagogische partnerschap van ouders moet worden versterkt. In het schoolplan en het pedagogisch beleidsplan zou moeten worden vastgelegd hoe dat vorm krijgt en hoe de communicatie tussen school, kinderopvang en ouders wordt georganiseerd. Hierbij gaat het zowel om de ontwikkeling en het digitaal educatief dossier van het kind als om praktische dagelijkse kwesties.

Cultuurverschillen onderwijs en kinderopvang

Een ander advies is dat onderwijs en kinderopvang tijd moeten creëren om de grote cultuurverschillen tussen de twee branches te overbruggen. Dat begint met het formuleren van een gezamenlijke visie die de weg opent naar verbinding. De sociale partners zouden op cao-gebied tot meer afstemming met elkaar moeten komen.

Download het adviesrapport

 

Schoolbestuur kan peutergroepen niet overnemen

De Stichting Openbaar Basisonderwijs West-Brabant (OBO) ziet geen kans om acht peutergroepen over te nemen van de Stichting Peuterspeelzalen Roosendaal (SPR). Dat was wel de intentie, maar het wordt voor OBO te duur.

De acht peutergroepen zitten al in openbare basisscholen in Roosendaal en daar zal niets aan veranderen. Vorig jaar heeft SPR met drie plaatselijke schoolbesturen afgesproken dat zij het peuterspeelzaalwerk zouden overnemen per 1 januari. Wat OBO betreft gaat dat niet door. ‘Wij zijn bang om in financiële problemen te komen’, zegt directeur Ad Goossens van OBO in dagblad BN De Stem.

Administratie peutergroepen

De school wil geen geld steken in een eigen administratie van peuters. ‘We willen de beschikbare middelen maximaal ten goede van de peuters laten komen’, zegt het bestuur op de Facebook-pagina van OBO. Het schoolbestuur denkt dat het veel efficiënter is om de administratie van de peutergroepen uit te besteden aan een andere partij.

Overigens blijven de peutergroepen in de basisscholen gewoon bestaan. Voor de ouders verandert niets. Het personeel blijft voorlopig in dienst bij SPR.

Voorschoolse educatie heeft positief effect

Het is zinvol om in te zetten op voorschoolse educatie voor peuters met een (taal)achterstand. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker baseert zich op verschillende onderzoeken. ‘Wanneer ik deze resultaten samen bekijk, concludeer ik dat het ook in de Nederlandse context zinvol is om in te zetten op ve [voorschoolse educatie, red.] voor kinderen met een risico op (taal)achterstand.’ Doelgroepkinderen ontwikkelen zich sneller in voorzieningen die opvang bieden van hoge kwaliteit, en daardoor vermindert hun achterstand’, zo schrijft de staatssecretaris.

In zijn brief staat ook dat de kwaliteit van de voorschoolse educatie nog niet op orde is. Het taalniveau van de pedagogisch medewerkers moet omhoog en er moeten onder andere scherpere eisen worden gesteld aan de certificering van voorschoolse educatie.

Voorschoolse educatie voor elk kind

De bevindingen van Dekker sluiten aan bij een advies van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). In advies dat onlangs werd gepubliceerd, pleit de OESO voor betere professionals in instellingen voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Bovendien vindt de OESO dat VVE voor álle kinderen beschikbaar moet zijn.

Dat laatste sluit aan bij wat het kabinet wil. Dat maakte in april bekend dat er in principe voor elk kind voor- en vroegschoolse educatie moet zijn.

Lees meer…

Voortaan alle peuters naar speelzaal

In juli komen de eerste miljoenen beschikbaar om alle peuters twee dagdelen per week naar een peuterspeelzaal of kinderopvang te laten gaan. Minister Asscher trekt er in totaal 60 miljoen voor uit, omdat hij vindt dat ieder kind recht heeft op een goede start in de maatschappij.

Het miljoenenbudget gaat naar de gemeenten, die het moeten inzetten om ook de peuters die nu nog niet in een peuterspeelzaal of kinderopvang komen, een plek voor twee dagdelen per week te bieden. Het gaat om naar schatting 15 procent van alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar. Dit zijn kinderen van wie een of beide ouders niet werken, kinderen van ouders die geen plek kunnen krijgen of die het niet kunnen betalen. Voor al deze kinderen moet de gemeente nu een plek in een speelzaal of kinderopvang regelen. Basisgedachte is dat de ontwikkeling van peuters wordt gestimuleerd door ze te laten spelen en leren in een speelzaal of kinderopvang.

Eerste tranche in juli
Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had dit overigens al met Prinsjesdag aangekondigd, maar hij heeft nu afspraken gemaakt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Ook is bekend geworden dat de eerste tranche van 10 miljoen euro in juli beschikbaar komt. De rest wordt verdeeld over de komende vijf jaar uitgekeerd.

‘Niet genoeg’
Gjalt Jellesma van ouderorganisatie BOINK reageerde bij de NOS al meteen teleurgesteld op het nieuws van Asscher. Volgens hem is twee dagdelen per week gratis opvang veel te weinig. Bovendien vindt hij de tijd die gemeenten krijgen om het te organiseren, te lang. ‘Over zes jaar moet het geregeld zijn, dat zijn drie generaties peuters’, aldus Jellesma bij de NOS. Hij wijst op een eerder advies van de Sociaal Economische Raad (SER), waarin 16 uur gratis opvang werd aangeraden: twee hele dagen dus, in plaats van twee dagdelen.

‘In acht uur per week lukt het niet om taalachterstanden weg te werken en peuters echt iets te leren. En kinderen met een achterstand krijgen later op school weer problemen. Dat worden dure leerlingen’, aldus Jellesma. Minister Asscher zegt daarop bij de NOS dat hij blij is dat er nu budget is voor twee dagdelen. ‘Het is een goed begin’.

Minister Bussemaker van Onderwijs zei zondag in het televisieprogramma WNL op zondag dat ze erover denkt alle kinderen vanaf 2 jaar naar school te laten gaan.

Nader onderzoek naar effect flexibele onderwijstijden

Het is nog onvoldoende duidelijk wat de effecten van flexibele onderwijstijden zijn, meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer. Hij wil daarom dat het experiment met flexibele schooltijden wordt voortgezet.

Het experiment met flexibele tijden begon in 2011. Het heeft volgens Dekker  onvoldoende aanknopingspunten opgeleverd om een weloverwogen besluit te kunnen nemen.  ‘Aan de ene kant zien we flexibele onderwijstijden kansen bieden, aan de andere kant zijn er risico’s’, waarbij Dekker met name doelt op risico’s die de onderwijskwaliteit raken.

Internationaal literatuuronderzoek naar flexibele onderwijstijden heeft volgens hem buitengewoon weinig informatie opgeleverd. ‘Er is slechts één studie die een effect hiervan laat zien. Hoewel dit effect positief is, is de beschikbare kennis dus nog te beperkt om op basis daarvan conclusies te trekken’, aldus de staatssecretaris.

Gemengd beeld van flexibele onderwijstijden

Uit draagvlakonderzoek onder scholen, leraren en ouders komt volgens hem geen eenduidig beeld naar voren. ‘Onder alle bevraagde partijen zijn positieve, negatieve en neutrale meningen.’ De gesprekken die OCW heeft gevoerd met onderwijs- en kinderopvangorganisaties en de vakbonden leveren volgens Dekker eveneens een gemengd beeld op.

De staatssecretaris stelt daarom voor het experiment te verlengen tot de zomer van 2018 en nader onderzoek te doen naar flexibele onderwijstijden.

Amsterdam kiest vier innovatieve onderwijsideeën

De winnaars van het Amsterdamse innovatieproject Onze Nieuwe School zijn bekend.

De vier ‘schoolmakers’ die een nieuwe school mogen stichten in Amsterdam zijn:

  • Laterna Magica 0-18 – doorgaande leer- en ontwikkellijnen van 0 tot 18 jaar, geen scheiding tussen kinderopvang en onderwijs.
  • KIEM (voortgezet onderwijs) – actief onderwijs voor tieners met oog voor de specifieke talenten van jongens.
  • Klein Amsterdam (primair onderwijs) – De stad Amsterdam is het startpunt van een levensechte, contextrijke en coöperatieve leerervaring.
  • Alan Turingschool (primair onderwijs) – leidt op kritisch denkende wereldburgers.

Lees meer…

 

SER wil dat kindvoorzieningen verheffen en verbinden

De Sociaal-Economische Raad (SER) beschouwt kindvoorzieningen als een middel tot verheffen en verbinden. Die maatschappelijke doelstellingen dienen volgens de raad te worden verankerd in een toekomstig stelsel.

Het adviesorgaan voor regering en parlement schrijft in het ontwerpadvies Gelijk goed van start dat het loont om te investeren in jonge kinderen met een achterstand. Als op jonge leeftijd ontwikkelingsachterstanden worden aangepakt, kunnen volgens de SER ‘de effecten van vroege ontwikkelingsverschillen ongedaan (…) worden gemaakt’. Het positieve gevolg hiervan is, zo schrijft de raad, dat de leerprestaties gedurende de schoolcarrière beter zullen zijn.

Daarnaast ziet de raad een rol weggelegd voor kindvoorzieningen bij het bevorderen van sociale integratie. ‘Jonge kinderen met verschillende achtergronden kunnen in deze voorzieningen samen leren en samen spelen en als bijkomend voordeel krijgen allochtone en autochtone ouders zo de kans om elkaar te ontmoeten.’

Voor alle kinderen
Kindvoorzieningen kunnen, aldus de SER, tegelijkertijd de functie van ‘verheffen’ en ‘verbinden’ hebben. Gezien de baten en de positieve effecten ziet de raad voorzieningen voor opvang en educatie als een publiek belang. Dit zou moeten worden verankerd in een toekomstig stelsel, onder andere door op termijn alle kinderen van 0 tot 4 jaar, ongeacht achtergrond of afkomst en ongeacht of ouders werken, in de gelegenheid te stellen ‘in voldoende mate aan kindvoorzieningen deel te nemen’.

Het beleid moet volgens de SER met name gericht zijn op het borgen van de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de kindvoorzieningen. De raad pleit voor een inclusief systeem, waarbinnen kinderen met een achterstand extra aandacht krijgen en worden ondersteund. In dit kader gebruikt de SER de termen ‘passende kinderopvang’ en ‘maatwerk’. De raad verbindt die termen met voor- en vroegschoolse educatie.

Schets van de toekomst
Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vrijdag na de ministerraad laten weten dat het SER-advies een mogelijk beeld schetst van de toekomst. Het gaat volgens hem echt niet lukken om het, zoals de SER adviseert, voor alle kinderen mogelijk te maken om vier dagdelen per week naar de kinderopvang te gaan. Het zou al mooi zijn, vindt hij, als er twee dagdelen opvang per week worden gerealiseerd.

Commerciële kinderopvang past bescheidenheid

In het streven naar de totstandkoming van integrale kindcentra vecht de kinderopvang feitelijk voor behoud van de eigen sector.

Dat stellen bestuurder Annemie Martens en beleidsmedewerker Bas Otten van de Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk primair onderwijs in acht gemeenten in Zuidoost-Brabant. In een opiniestuk in het Eindhovens Dagblad wijzen zij erop dat het niet vreemd is dat kinderopvangorganisatie Korein met vestigingen in Eindhoven en omgeving geld belangrijker vindt dan inhoud.

‘De vraag is of je iets anders mag verwachten van de kinderopvang. Het ontbreekt hun immers aan een expliciete maatschappelijke opdracht. Daarom zou het ook goed zijn als de kinderopvang zich wat bescheidener opstelt in de maatschappelijke en politieke discussie over integratie van onderwijs en opvang’, aldus Martens en Otten.

Lees meer…

Bij continurooster is betalen voor overblijf vrijwillig!

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW herhaalt nog maar een keer dat scholen ouders niet kunnen dwingen tot het betalen van een bijdrage voor de overblijf als er sprake is van een continurooster.

SP-Kamerlid Tjitske Siderius had hier vragen over gesteld naar aanleiding van een bericht in het Algemeen Dagblad, waarin stond dat scholen van ouders overblijfgeld eisen.

Dekker wijst er in zijn antwoorden op dat in de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet medezeggenschap op (WMS) is geregeld dat de toegankelijkheid tot het onderwijs niet afhankelijk mag zijn van een geldelijke bijdrage van de ouders. Ook moeten ouders in de medezeggenschapsraad (MR) instemmen met de hoogte en de bestemming van de (vrijwillige) ouderbijdrage. Informatie over de ouderbijdrage en het vrijwillige karakter ervan moet in de schoolgids worden opgenomen.

‘Als een school de wettelijke regels niet naleeft, zal de Inspectie van het Onderwijs de school hierop aanspreken’, aldus Dekker. Hij wijst erop dat de inspectie in 2014 onderzoek heeft gedaan naar de naleving. ‘In nagenoeg alle schoolgidsen (94 procent) blijken ouders expliciet te worden geïnformeerd over de ouderbijdrage en het vrijwillige karakter ervan.’

Geen continurooster
Als er geen sprake is van een continurooster en ouders kiezen ervoor om hun kind te laten overblijven, dan kan de school overigens wel overblijfgeld eisen. Het is dan immers een vrije keuze van de ouders om al of niet gebruik te maken van een betaalde dienst die de school aanbiedt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Eerste nummer van VOS/ABB-magazine Naar School!

Het eerste nummer van het nieuwe VOS/ABB-magazine Naar School! is verschenen. Het gaat onder andere over de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs.

Voor openbare basisschool De Twirre in het Friese dorpje Dongjum is het het laatste schooljaar. Het leerlingenaantal neemt al jaren af. De Twirre heeft nu nog 28 leerlingen en volgend jaar zouden dat er nog maar 21 zijn.

Het team van het dorpsschooltje en de Vereniging Dorpsbelangen Dongjum-Boer vinden het jammer dat de school dichtgaat, maar er zit niets anders op. ‘Je moet realistisch blijven, met nog minder leerlingen kán het gewoon niet. Dan heb je pedagogisch-didactisch geen reële situatie meer’, vertelt directeur Tea Wahle. De leerlingen van De Twirre gaan volgend jaar in het dorp Ried of in Franeker naar school.

Leegstand
Krimp leidt tot leegstand. Naar School! belicht de situatie in Drenthe. In die provincie wachten nu al ruim twintig schoolgebouwen op een nieuwe bestemming, en dat zullen er als gevolg van leerlingendaling in de komende jaren meer worden. In de schoolgebouwen die nog in gebruik zijn, staat gemiddeld één op de tien lokalen leeg.

Per jaar gaat in Drenthe 6 ton aan onderwijsgeld verloren aan leegstand. Dat bedrag kan oplopen tot 1 miljoen euro in 2025, vertelt adviseur Roosje van Leer van het Drentse-Groningse kenniscentrum CMO STAMM. Maar het hoeft geen treurig verhaal zijn, zegt ze, mits schoolbesturen en gemeenten dit probleem sámen aanpakken.

De krimp in Drenthe komt ook aan bod in een reportage over het gebouw van het openbare Dr. Nassau College in Assen. Dit moderne monument uit de jaren 60 is zodanig verbouwd dat het voldoet aan de eisen van het huidige voortgezet onderwijs. In het ontwerp werd rekening gehouden met de krimp van het aantal leerlingen in Assen. Het resultaat is onder andere dat het hart van de school in vierkante meters iets is teruggebracht. Daarvoor in de plaats is een beschut ontmoetingsplein gekomen.

Openbaar kindcentrum
Naar School! is ook naar Vlaardingen en Maassluis gegaan. Daar loopt het openbaar onderwijs vooruit op de situatie dat het kindcentra in stand kan houden. ‘Wij gaan niet zitten wachten op aanpassing van de regelgeving. Wij laten zien dat het al kan’, zeggen de bestuurders Alex Brobbel en Monique Vreeburg van de stichting Wijzer in Opvang en Onderwijs.

Andere onderwerpen:

  • Wij gaan naar school: interview met leerlingen Thijs en Fahd van openbare regionale scholengemeenschap ORS Lek en Linge in Culemborg.
  • Gaan we weer oormerken? Column van directeur Ritske van der Veen van VOS/ABB over de vraag of de lumpsumfinanciering moet worden veranderd.
  • Kinderparlement Den Bosch overtuigend van start onder voorzitterschap van scheidend bestuursvoorzitter Joop van Lanen van ATO-Scholenkring.
  • Theoloog Matthias Kaljouw pleit voor ontzuild onderwijs: ‘Levensbeschouwing is zingeving, niet meer een zuil.’
  • Zwarte Piet, hoe pakt dat uit? Met reacties van verschillende mensen uit het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.
  • Schoolreisje naar de Wallen in Amsterdam kan écht niet, vindt Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers van de ChristenUnie. VOS/ABB is het met hem eens.
  • Excursietip: Kröller-Müller Museum wint Museumeducatieprijs.
  • Wij leveren wereldburgers: talentontwikkeling door openbaar onderwijs in Gorinchem.
  • Openbare basisschool De Noordkaap het Groningse Oostwold is een Smart Education Hub: modern onderwijs dat aansluit op digitale leefwereld.
  • Hoe zit het nu eigenlijk: vragen beantwoord door de Helpdesk van VOS/ABB en door Onderwijs & Onderwijs.
  • Juridisch advies van de Helpdesk van VOS/ABB: overplaatsing bij ziekte.

Vijf keer per jaar
Naar School! verschijnt vijf keer per jaar in een oplage van 3500 exemplaren. Het is de opvolger van magazine School! dat VOS/ABB tot september 2015 samen met de Vereniging Openbaar Onderwijs uitgaf. Besloten is die samenwerking te beëindigen.

Leden van VOS/ABB krijgen magazine Naar School! gratis toegestuurd. Dit geldt voor bij VOS/ABB aangesloten besturen én hun scholen.
Bovenschoolse directies kunnen op aanvraag ook één gratis abonnement nemen. U kunt daarvoor een mailtje sturen naar  onder vermelding van ‘Abonnement Naar School!‘. Vermeld in uw mail uw naam of de naam van uw organisatie en het adres waarop u het magazine wilt ontvangen.

Niet-leden kunnen een abonnement op Naar School! nemen voor 29,50 euro per jaar. Ook hiervoor geldt dat u een mailtje kunt sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Abonnement Naar School!‘. Vermeld in uw mail uw naam of de naam van uw organisatie en het adres waarop u het magazine wilt ontvangen.

U kunt het eerste nummer van Naar School! gratis downloaden.

Hebt u ideeën voor magazine Naar School!? Mail met Martin van den Bogaerdt van VOS/ABB: .

Adverteerders kunnen contact opnemen met bureau Recent.

Kinderopvang goed voor schoolprestaties

Kinderen die naar de opvang gaan, doen het beter op school. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de kinderopvangsector.

Een van de conclusies van het onderzoek is dat goede kinderopvang tot betere schoolprestaties leidt. Voor kinderen met laag opgeleide ouders resulteert het ook tot betere cognitieve vaardigheden en later tot een hoger inkomen.

De kwaliteit van kinderopvang zou daarbij een cruciale factor zijn. ‘Investeren aan het begin van hun leven, waardoor kinderen vaker naar de opvang gaan, heeft een positief effect op de levensloop en daarmee ook op de toekomst van onze maatschappij’, zo meldt de Brancheorganisatie Kinderopvang.

Lees meer…

Openbaar onderwijs mag IKC in stand houden

Er is nu echt geen enkele belemmering meer voor stichtingen voor openbaar onderwijs om integrale voorzieningen met onderwijs en kinderopvang in stand te houden. Dat leidt VOS/ABB af uit de manier waarop de Tweede Kamer omgaat met de ruime interpretatie door staatssecretaris Sander Dekker van OCW van artikel 48, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO).

In augustus jongstleden verscheen een rapport van onder andere de Inspectie van het Onderwijs, waarin werd herbevestigd dat een bestuur voor openbaar onderwijs integrale voorzieningen in stand kan houden. In de Rapportage afstemming toezicht op geïntegreerde voorzieningen voor onderwijs en opvang, die op verzoek van de ministeries van OCW en SZW door onder andere de inspectie is opgesteld, wordt onder andere ingegaan op artikel 48, vierde lid van de WPO. Daarin staat dat schoolbesturen voor openbaar onderwijs slechts onderwijs mogen aanbieden.

Deze bepaling is niet van toepassing op het bijzonder onderwijs. Dat leidde tot het probleem dat het bijzonder onderwijs werd bevoordeeld ten opzichte van het openbaar onderwijs. VOS/ABB heeft daarom intensief gelobbyd voor een ruimere interpretatie van het wetsartikel, opdat ook openbare schoolbesturen integrale voorzieningen in stand kunnen houden, waarin onderwijs en kinderopvang samenkomen.

In juli liet staatssecretaris Sander Dekker van OCW in zijn Kamerbrief over een moderne interpretatie van de vrijheid van onderwijs weten dat hij de bepaling inderdaad ruimer interpreteert, zoals door VOS/ABB is bepleit. Dit wordt in augustus herbevestigd in het rapport van onder andere de Inspectie van het Onderwijs:

‘Volgens artikel 48, vierde lid WPO, mogen schoolbesturen openbaar onderwijs geen andere activiteiten dan onderwijs aanbieden. Dit vormt voor integrale voorzieningen onder een bestuur voor openbaar onderwijs een belemmering om één rechtspersoon te vormen. Dit knelpunt is inmiddels opgelost. Staatssecretaris Dekker heeft (…) aangegeven een ruime interpretatie van artikel 48, vierde lid WPO te hanteren, waardoor dit verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs is weggenomen.’

Tweede Kamer
De juridische houdbaarheid van de ruime interpretatie van artikel 48 is versterkt nu ook de Tweede Kamer er zich achter schaart. Dat is volgens jurist Ronald Bloemers van VOS/ABB af te leiden uit de manier waarop de Kamer met dit onderwerp omgaat. ‘Uit vragen die Kamerleden aan Dekker hebben gesteld, valt geenszins af te leiden dat zij niet de ruimere interpretatie volgen. Daaruit valt af te leiden dat de Kamer zich hiernaar voegt’, aldus Bloemers.

Hij wijst erop dat er voor een stichting voor openbaar onderwijs slechts een risico zou kunnen zijn wanneer een derde belanghebbende, bijvoorbeeld een organisatie die kinderopvang aanbiedt, zich geschaad voelt in haar belang wanneer het openbaar onderwijs ook kinderopvang gaat aanbieden.

‘Die derde belanghebbende kan zich dan bijvoorbeeld bij de rechter beroepen op een strikte uitleg van het doel in de wet. De parlementaire ontwikkeling zal dan echter ook door de rechter worden meegewogen, waaronder de ruimere interpretatie door de staatssecretaris en de volgzame reactie van de Tweede Kamer. Het risico dat een rechter meegaat met de bezwaarmaker is als nihil te waarderen’, stelt Bloemers.

Maassluis en Vlaardingen
In het eerste nummer van het nieuwe magazine Naar School! van VOS/ABB komt een artikel over Stichting Wijzer voor openbaar primair onderwijs in Maassluis en Vlaardingen. Deze stichting houdt integrale voorzieningen in stand.

Het blad verschijnt op dinsdag 24 november. Het wordt verstuurd aan alle bij VOS/ABB aangesloten schoolbesturen en hun scholen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Dekker is volgens Rotterdam onverschillige cynicus

De Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge beschuldigt staatssecretaris Sander Dekker van OCW van onverschilligheid en cynisme. Hij doet dat op Twitter naar aanleiding van de brief over het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid die Dekker naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De Jonge twittert:

Zelden zoveel cynisme en onverschilligheid in 1 brief gezien. Gevolg: meer peuters maken een valse start.

In de brief van Dekker staat dat hij een evenwichtige verdeling wil van het geld om onderwijsachterstanden tegen te gaan. Tot nu toe gaat het meeste geld daarvoor naar steden en krijgen gemeenten op het platteland veel minder.

Dit leidt volgens Dekker tot een tweedeling in het kwaliteitsniveau. ‘Met de in deze brief voorgestelde bekostigingssystematiek wil ik deze tweedeling opheffen, zodat alle kinderen die het nodig hebben – in welke gemeente ze ook wonen – profiteren van kwalitatief goede voorschoolse educatie’, aldus de staatssecretaris. Hij stelt het volgende voor:

  1. Alle gemeenten hetzelfde bedrag per schoolgewicht.
  2. Minimumbudget voor het realiseren van een volwaardige vve-groep.
  3. Gemeentelijk budget laten meebewegen met de ontwikkeling van het aantal gewichtenkinderen.
  4. Ook kleine gemeenten krijgen middelen voor het realiseren van taalniveau 3F.

Als de plannen van de staatssecretaris doorgaan, zou Rotterdam 10 miljoen euro moeten inleveren. Deze stad krijgt nu uit de pot voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 55 miljoen euro per jaar. Vanaf 2020 zou dat 45 miljoen zijn.

Dit betekent volgens De Jonge dat in zijn stad 2000 kinderen minder naar de voorschool zouden kunnen.

Luister naar wethouder De Jonge op Radio Rijnmond.

Dekker wil overal dezelfde meivakantie

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil een eind maken aan de verschillende weken die scholen kiezen voor de meivakantie, schrijft het Algemeen Dagblad.

Mogelijk gaat hij twee weken landelijk vastleggen. Het AD meldt dat hij die mogelijkheid gaat onderzoeken. Nu stelt het ministerie één week van de meivakantie vast en mogen scholen naar eigen inzicht een tweede week plannen. Dat kan voor ouders ‘een ramp’ zijn, zo citeert het AD de staatssecretaris.

De krant laat ook Ouders & Onderwijs aan het woord. De landelijke belangenorganisatie voor ouders met schoolgaande kinderen is de onzekerheid over de periode van de meivakantie vooral een probleem voor werkende ouders, die soms wel drie weken opvang voor hun kinderen moeten regelen.

Dekker verwacht eind dit schooljaar de knoop te kunnen doorhakken.

Peuters uit lage-inkomensgroepen vaker thuis

Bijna 40 procent van de 2- en 3-jarige kinderen met ouders in de groep met de laagste inkomens gaat niet naar de peuterspeelzaal en ook niet naar een vorm van formele kinderopvang. Van de ouders met de hoogste inkomens bezoekt 8 procent van de kinderen geen peuterspeelzaal of kinderopvang, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2013 ging 37 procent van de 2- en 3-jarige kinderen naar de peuterspeelzaal. Dat komt neer op circa 137.000 kinderen. Ze werden gemiddeld 7,5 uur per week in de peuterspeelzaal opgevangen. Bijna een kwart van hen werd daarnaast ook opgevangen in een kinderdagverblijf of bij erkende gastouders.

Gemiddeld ging 20 procent van de Nederlandse peuters niet naar een peuterspeelzaal of kinderopvangopvang. In totaal zijn dat zo’n 72.000 kinderen.

Het kabinet trekt het komende jaar 60 miljoen euro uit voor de opvang van peuters. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt dat alle kinderen de mogelijkheid moeten krijgen om de peuterspeelzaal of kinderopvang te bezoeken, ongeacht of hun ouders werken.

‘Extra geld zorgt voor 7000 nieuwe banen in kinderopvang’

Het extra geld dat het kabinet uittrekt voor de kinderopvangtoeslag, levert naar verwachting 7000 banen op, schrijft de Brancheorganisatie Kinderopvang.

Het kabinet trekt vanaf komend jaar 290 miljoen euro extra uit voor de kinderopvangtoeslag. Dit betekent dat ouders met kinderen in de kinderopvang honderden euro’s per jaar meer toeslag krijgen.

Het extra geld verbetert de financiële bereikbaarheid van de kinderopvang. Waarschijnlijk zullen meer ouders ervan gebruik gaan maken.

Eerder kondigde het kabinet aan 60 miljoen euro extra te besteden aan voorschoolse voorzieningen.