Veel WW’ers uit onderwijs willen niet terug

Van de 11.000 mensen uit het primair onderwijs die een werkloosheidsuitkering hebben, willen de meesten niet meer voor de klas. Dat concludeert onderzoeksbureau Regioplan.

Regioplan deed in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek naar de ‘stille reserve’ in het primair onderwijs. Op basis van informatie van het Participatiefonds  blijkt dat in september 2018 ruim 11.000 mensen mensen een werkloosheidsuitkering kregen op grond van een eerder dienstverband in het primair onderwijs.

Van hen heeft bijna 90 procent een onderwijsbevoegdheid. ‘Dit zou betekenen dat er (…) een stille reserve (…) was van circa 9900 personen; ruim voldoende om de bestaande tekorten mee in te vullen’, zo staat in het onderzoeksrapport. Zo simpel is het echter niet: ‘Deze conclusie gaat niet alleen voorbij aan de vraag of deze groep kan terugkeren, maar ook of de groep wil terugkeren.’

Geen financiële noodzaak

Een groot deel van de stille reserve is oud, signaleert Regioplan. ‘Dit maakt dat een groot deel van de WW’ers (80%) voldoet aan de voorwaarden voor een aansluitende uitkering’, zo staat in het rapport. Hiermee hebben WW’ers recht op een uitkering tot hun 65e dan wel hun AOW-gerechtigde leeftijd. Dit betekent volgens de onderzoekers dat de financiële noodzaak voor een baan ‘niet overal aanwezig’ is.

Bovendien blijkt dat de WW-populatie niet evenredig is verdeeld over het land. In krimpregio’s met dalende leerlingenaantallen, zoals Noordoost-Nederland, Gelderland en Limburg, zijn relatief veel leraren werkloos. Veruit de meeste werkloze leraren willen niet verhuizen voor een nieuwe baan.

Lees meer…

Meer uren werken om lerarentekort tegen te gaan

Er is in het kader van het groeiende personeelstekort in het primair onderwijs een dialoog nodig om leraren in deeltijdbanen meer uren te laten werken. Dat vindt voorzitter Ton Groot Zwaaftink van het Arbeidsmarktplatform PO.

De meeste leraren in het primair onderwijs werken in deeltijd: 40 procent werkt twee tot vier dagen per week, bijna 15 procent maar één of twee dagen per week. Als deeltijders meer uren gaan werken, lost dat een groot deel van het personeelstekort op.

Groot Zwaaftink ziet dat scholen steeds vaker de dialoog aangaan over wat leraren kan overhalen om standaard meer uren te gaan werken. Ook signaleert hij dat steeds meer scholen alleen nog maar leraren willen die minimaal drie dagen per week werken. ‘We moeten doorgaan met in te spelen op wensen van deeltijdleraren en vaker werken met grote deeltijdbanen’, zegt de voorzitter van het Arbeidsmarktplatform PO.

Uit een enquête waaraan 900 leraren meededen, blijkt dat zij bereid zijn meer uren te werken als daar een financiële prikkel tegenover staat of als ze er interessante taken bij krijgen. De resultaten van de enquête zijn verwerkt in dit factsheet.

Lees meer…

Zelf lerarentekort tegengaan

Premier Mark Rutte zei vorig jaar in de talkshow van Jeroen Pauw dat het goed zou zijn als er in het onderwijs minder parttime wordt gewerkt. Op die manier kunnen volgens hem de leraren zelf het lerarentekort tegengaan.

De oproep van Rutte was niet nieuw. In een brief die onderwijsminister Arie Slob in augustus 2018 naar de Tweede Kamer stuurde, stond al dat een verhoging van de deeltijdfactor een manier kan zijn om het lerarentekort tegen te gaan. Als alle parttimers één dag per week meer gingen werken, zou het het lerarentekort zijn opgelost.

Ook bestuursvoorzitter Annemie Martens van Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk basisonderwijs in Zuidoost-Brabant pleitte ervoor om leraren meer uren te laten werken om zo het lerarentekort tegen te gaan. Haar pleidooi stond vorig jaar in het Eindhovens Dagblad en op deze website verscheen er dit bericht over.

HRM-adviseur Willem Duifhuis pleitte in een ingezonden stuk, dat ook op deze website verscheen, voor een hoger uurloon voor leraren als die kiezen voor een werktijdfactor van 0,8 of meer. Op die manier zou volgens hem het aantal kleine deeltijders omlaag kunnen, waardoor het lerarentekort zou kunnen afnemen.

OCW verliest zaken over terugbetalen fusiecompensatie

De Groningse scholengroep OPRON voor openbaar primair onderwijs hoeft eerder toegekende fusiecompensatie niet terug te betalen. Dat geldt ook voor de christelijke onderwijsstichting De Greiden in Friesland. Dat heeft de rechtbank Noord-Nederland beslist.

Het ministerie eiste bijna 6,5 ton terug van OPRON en ruim 3 ton van De Greiden. Deze bedragen waren toegekend als compensatie voor fusies van basisscholen.

Bij die fusies ging uiteindelijk geen enkele leerling over van de scholen die dichtgingen naar de betreffende fusiescholen. Volgens het ministerie was er daardoor geen sprake van samenvoegingen van scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (Wpo). Daarom eiste OCW de fusiecompensatie terug.

Nergens in de wet

OPRON en De Greiden verzetten zich daartegen. Zij stelden dat op het moment van de samenvoegingen nergens in de wet stond vermeld dat er bij een fusie leerlingen van de ene naar de andere school moesten overgaan.

De rechtbank Noord-Nederland stelt de schoolbesturen in het gelijk. Op het moment van de fusies konden zij niet weten, zo stelt de rechter, dat OCW hieraan de voorwaarde verbond dat er leerlingen moesten overgaan naar de fusiescholen.

Zie in de rechterkolom ook eerder verschenen berichten over rechtszaken over het terugbetalen van fusiecompensatie.

Mogelijk meer subsidie voor zij-instromers

De onderwijsministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven onderzoeken of er meer subsidie kan komen voor zij-instromers. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

Het aantal subsidieaanvragen voor zij-instromers neemt fors toe. Vorig jaar is voor bijna 1000 zij-instromers subsidie verstrekt. Dit jaar lag het aantal aanvragen tot de zomervakantie al boven de 1100. ‘Dat is goed nieuws. Maar het betekent wel dat het huidige budget niet toereikend is’, aldus de ministers.

Daarom onderzoeken zij of er binnen de onderwijsbegroting geld kan worden gevonden om meer subsidie beschikbaar te stellen voor mensen van buiten het onderwijs die voor de klas willen gaan staan. De ministers willen dit jaar alle aanvragen toekennen, mits die natuurlijk aan de voorwaarden voldoen.

Lees meer…

Onderzoeksrapport lumpsum komt in maart 2020

In maart 2020 krijgt de Tweede Kamer een onderzoeksrapport over de doelmatigheid en toereikendheid van de lumpsumbekostiging. Dat staat in een brief van de onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

Tijdens de behandeling van de OCW-begroting 2019 werd aangekondigd dat er een onderzoek zou komen naar de lumpsumbekostiging. Van Engelshoven en Slob melden nu dat ‘een strategisch adviesbureau’ opdracht heeft gekregen dit onderzoek uit te voeren. Welk bureau dat is, staat niet in hun brief vermeld.

Het onderzoek moet volgens de minister ‘meerwaarde hebben in de politieke en maatschappelijke discussie over de doelmatigheid en de toereikendheid van de bekostiging’. Het moet ook ‘praktische aanknopingspunten opleveren om de dialoog over doelmatigheid en toereikendheid verder te brengen’.

Verschillende ambitieniveaus

Het onderzoek bevat volgens hen ‘een uitgebreid casusonderzoek op schoolniveau, een internationaal vergelijkend onderzoek en een historische analyse van de ontwikkeling van de bekostiging aan en uitgaven van het onderwijs’. Daarnaast moet het onderzoek duidelijk maken of de lumpsum doelmatig en toereikend is ‘bij verschillende ambitieniveaus’.

Een klankbordgroep waarin onderwijs- en financiële experts deelnemen met een achtergrond in de wetenschap en de onderwijspraktijk zal het onderzoek begeleiden. Deze klankbordgroep zal in 2019 vijf keer bijeenkomen. ‘Daarnaast wordt het onderwijsveld gedurende het onderzoek bevraagd en betrokken door middel van rondetafelgesprekken en verdiepende interviews’, zo staat in de brief.

Het onderzoeksrapport gaat in maart 2020 naar de Tweede Kamer.

Lees meer…

Tientallen miljoenen voor scholen met krimp

Voor het voortgezet onderwijs is de komende vijf jaar maximaal 48 miljoen euro per jaar beschikbaar voor regionale samenwerking op het gebied van krimp. Dat schrijft onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob: ‘Door deze investering helpen we scholen om toekomstbestendig te worden. Hoe dat kan, verschilt per regio. In sommige regio’s kan dat door betere samenwerking, maar in andere regio’s zullen scholen moeten fuseren of kunnen er vestigingen verdwijnen. En soms moet een vestiging juist openblijven, omdat anders leerlingen te ver moeten fietsen.’

In 2020 wordt 10 miljoen euro vrijgemaakt en het jaar daarna 15 miljoen euro. Het kan oplopen tot 48 miljoen euro per jaar.

Scholen kunnen een aanvraag indienen. Voorwaarde is dat ze bij de aanpak van de gevolgen van krimp samenwerken met hun gemeente(n), basisscholen en het vervolgonderwijs in hun regio.

Lees meer…

Slob raadt leraren af via uitzendbureau te werken

Onderwijsminister Arie Slob raadt leraren af om via een uitzendbureau te gaan werken. Zijn advies is ‘om voor een duurzaam dienstverband te kiezen’.

Dat zegt hij in antwoord op Kamervragen van Kirsten van den Hul van de PvdA. Haar vragen aan de minister volgden op een artikel van de Algemene Onderwijsbond (AOb) over de beginnende leerkracht Donny Stumpel. Hij waarschuwt andere leerkrachten voor een ‘wurgcontract’ van het Haagse bemiddelingsbureau BRIXS.

Stumpel ontdekte dat hij voorlopig bij vrijwel geen enkele basisschool in Den Haag meer terecht kon voor een vaste baan als hij zou tekenen bij BRIXS, tenzij het schoolbestuur een afkoopsom voor hem zou betalen.

‘Geen onderwijsgeld naar afkoopsommen’

Van den Hul vindt dat niet kunnen, maar Slob is het daar niet mee eens. Hij wijst erop dat meer uitzendbureaus afkoopsom vragen als een werkgever een werknemer overneemt. Wel noemt de minister het ‘niet gewenst’ als daar onderwijsgeld aan wordt besteed. ‘De inzet zal moeten zijn dit te voorkomen’, aldus de minister.

Het is aan de leraren zelf om al of niet voor een uitzend- of bemiddelingsbureau te kiezen. Leraren die daarvoor kiezen, adviseert hij om in ieder geval het contract vooraf goed te lezen. Hoewel hij vindt dat leraren zelf mogen beslissen, raadt hen wel aan om in plaats van een uitzendbureau ‘voor een duurzaam dienstverband te kiezen’.

Lees meer…

BasisBuren heeft als eerste Scholen Energiebespaarlening

BasisBuren is het eerste schoolbestuur in Nederland dat een Scholen Energiebespaarlening heeft afgesloten. Het geld is bedoeld voor 184 zonnepanelen op de daken van de openbare basisscholen Prins Willem Alexander in Beusichem en De Klepper in Zoelmond.

Directeur-bestuurder Mark van der Pol vertelt waarom BasisBuren deze lening heeft afgesloten: ‘Als onderwijsorganisatie is het onze kerntaak om kinderen veel te leren in een prettige omgeving. Duurzaamheid, de zorg voor de omgeving en educatie daarover vinden we zeer belangrijk. Door zonnepanelen op onze daken te plaatsen, leveren we een kleine bijdrage aan de oplossing van het klimaatprobleem. Maar nog belangrijker, we nemen kinderen mee in de gedachte dat ze zelf iets kunnen doen.’

Wethouder apetrots

Het besluit voor plaatsing van zonnepanelen op de schooldaken is een positief signaal voor verdere verduurzaming van schoolgebouwen, zegt milieu- en onderwijswethouder Daan Russchen (PvdA) van de gemeente Buren: ‘Ik ben apetrots dat we als Buren de eerste gemeente zijn die dankzij deze lening meedoen met de schooldakrevolutie.’

De Scholen Energiebespaarlening is een pilot van het Nationaal Energiebespaarfonds, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Rabobank. De lening heeft een looptijd van 15 jaar met een vaste lage rente.

Voortgezet onderwijs vaak meer dan 12 kilometer fietsen

Achterhoek VO heeft een boekje samengesteld dat de gevolgen van de krimp van het aantal leerlingen letterlijk in kaart brengt. Ook kunt u op verschillende kaartjes van Nederland zien hoeveel aanbod er is van bepaalde vormen van voortgezet onderwijs.

Op de kaartjes van Nederland staan groene, oranje en rode gebieden. Als een leerling in een groen gebied woont, is er binnen 12 kilometer fietsafstand keuze uit twee of meer scholen. In oranje gebieden is binnen 12 kilometer één school en in rode gebieden ontbreekt er binnen die afstand een bepaalde vorm van voortgezet onderwijs.

De grens van 12 kilometer is de norm van de commissie Dijkgraaf. Deze commissie onder leiding van professor Elbert Dijkgraaf van de Erasmus Universiteit Rotterdam adviseerde het ministerie van OCW over de manier waarop kan worden omgegaan met de gevolgen van demografische krimp.

De commissie gaf in maart jongstleden aan dat voortgezet onderwijs op meer dan 12 kilometer fietsafstand niet wenselijk is. Op de kaartjes is te zien dat grote delen van het land, vooral het Noorden en Zeeland, niet aan de 12 kilometer-norm voldoen.

Er zijn twee versies van het boekje:  een digitale versie om op een device te lezen en een printversie.

Slob positief over voortgang sectorakkoorden

Leraren in het primair en voortgezet onderwijs maken meer gebruik van ICT en digitaal lesmateriaal. Dat is een positieve ontwikkeling voor de kwaliteit van het onderwijs. Dit meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer over de voortgangsrapportage over de sectorakkoorden voor het primair en voortgezet onderwijs.

‘In het primair onderwijs zien we positieve ontwikkelingen op het vlak van uitdagend onderwijs. Zo wordt er veel gebruikgemaakt van digitaal leermateriaal in de les en is er voldoende aandacht voor het onderzoekend leren van leerlingen’, aldus Slob. Over het voortgezet onderwijs meldt hij dat ook daar ‘leraren bij het voorbereiden of geven van lessen meerdere ICT-toepassingen gebruiken’.

Professionalisering

Op het vlak van professionalisering signaleert Slob dat nagenoeg alle schoolleiders in het primair onderwijs zijn geregistreerd in het Schoolleidersregister PO. Het opleidingsaanbod voor schoolleiders wordt volgens hem goed afgestemd op de vraag van scholen en schoolbesturen.

Wat de professionalisering binnen het voortgezet onderwijs betreft, ziet Slob dat het aantal plekken op opleidingsscholen zeer sterk is gegroeid. ‘Ook het aandeel vmbo-docenten dat beschikt over kennis van de actuele beroepspraktijk en de opleidingsmogelijkheden hiervoor in het vervolgonderwijs is flink toegenomen’, zo staat in zijn brief.

(Zeer) zwakke scholen

Een ander punt dat hierin aan bod komt, is dat in het primair onderwijs het aandeel (zeer) zwakke scholen dat zich binnen een jaar verbetert, zeer sterk is toegenomen. ‘Het is echter belangrijk om er naar te blijven streven dat alle (zeer) zwakke scholen zich binnen een jaar verbeteren’, zo benadrukt de minister.

In het voortgezet onderwijs is volgens de minister ook voortgang geboekt met onvoldoende en zeer zwakke afdelingen die zich verbeteren. Het blijft volgens hem belangrijk om hieraan te blijven werken. ‘Doelstelling is immers dat in 2020 alle onvoldoende en zeer zwakke afdelingen zich binnen één jaar respectievelijk twee jaar verbeteren’, aldus Slob.

Zie ook:

Personeel tevreden over leidinggevenden

Wie in het primair onderwijs werkt, is over het algemeen tevreden over zijn of haar leidinggevende. Dat blijkt uit de Arbeidsmarktanalyse primair onderwijs 2019 van het Arbeidsmarktplatform PO.

Directeur Ton Groot Zwaaftink benadrukt dat het zeker in de huidige tijden van personeelstekorten belangrijk is dat er over het algemeen tevredenheid heerst over de leidinggevenden. ‘Personeel voelt zich blijkbaar door leidinggevenden goed begrepen en gesteund om voor de werkdruk oplossingen te vinden.’

Tevreden met werk

Uit de analyse blijkt ook dat het personeel in het primair onderwijs overwegend tevreden is met het werk. Het meest tevreden is men over de inhoud ervan, de werkzekerheid en het dienstverband. Minpunten die worden ervaren, is dat werktijden niet zelf kunnen worden bepaald. Ook zijn er zorgen over het salarisniveau.

Verder blijkt uit de arbeidsmarktanalyse dat het aantal fte aan onderwijsondersteuners tussen 2013 en 2018 met 20 procent is gestegen, tot ruim 23.830 fte. Groot Zwaaftink: ‘We ervaren in de dagelijkse praktijk dat de toename aan onderwijsondersteuners voor meer talentenmix in de teams zorgt en dat komt natuurlijk ten goede aan de leerlingen.’

Lerarentekort

Een ander punt dat uit de analyse naar voren komt, is dat het lerarentekort een probleem blijft. ‘We verwachten alleen al in 2019 een tekort van zo’n 1700 fte. Zonder beleidswijzigingen kan dat in 2024 oplopen tot ruim 4800 fte’, aldus Groot Zwaaftink.

Lees meer…

Vernietigend oordeel over bestuur Cornelius Haga

De Inspectie van het Onderwijs meldt ernstige gebreken te hebben vastgesteld bij het bestuur van het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Onderwijsminister Arie Slob zegt op basis van de bevindingen van de inspectie dat het huidige bestuur weg moet.

Volgens de inspectie neemt het bestuur geen afstand van ‘personen met een omstreden reputatie’. Ook is er sprake van financieel wanbeheer. Bovendien is volgens de inspectie het burgerschapsonderwijs van onvoldoende kwaliteit. De inspectie noemt het handelen van het schoolbestuur ‘schadelijk voor de school en de leerlingen’.

Zeer tegen de zin van het zwaar bekritiseerde bestuur is een rapport over het Cornelius Haga Lyceum gepubliceerd. De rechter oordeelde dat de inspectie dit mocht doen. Het rapport staat online, zodat iedereen het kan lezen.

‘Bestuur moet weg’

Minister Slob meldde direct nadat het inspectierapport openbaar was gemaakt, dat het bestuur van het Cornelius Haga Lyceum weg moet:

In de brief die Slob op Twitter aankondigde, staat dat als het huidige bestuur niet opstapt, de bekostiging van de school wordt stopgezet. Het bestuur heeft direct laten weten niet te zullen opstappen.

De Amsterdamse onderwijswethouder Marjolein Moorman heeft in Nieuwsuur gezegd dat het Cornelius Haga Lyceum geen gebruik meer mag maken van het gebouw in Sloterdijk als Slob de geldkraan dichtdraait.

Zie ook de gerelateerde berichten in de rechterkolom.

Enquête herverdeling onderwijsachterstandenbudget

De PO-Raad en de Landelijke Onderwijs Werkgroep voor Asielzoekers en Nieuwkomers (LOWAN) willen met een enquête de financiële gevolgen van het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid in kaart brengen. 

In februari werd duidelijk dat er harde klappen vallen door de definitieve herverdeling van het onderwijsachterstandengeld. Met name scholen met veel asielzoekerskinderen worden hard geraakt. In het overzicht van herverdeeleffecten is te zien hoeveel elke school volgend schooljaar ontvangt. Er zijn basisscholen die er geld bij krijgen, maar veel andere ontvangen tienduizenden euro’s tot tonnen minder.

CBS-indicator

Dat scholen met veel asielzoekerskinderen hard worden geraakt, komt door een nieuwe indicator van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Die indicator houdt rekening met het opleidingsniveau van de ouders en niet met de afkomst van de leerlingen.

Van veel asielzoekers is het opleidingsniveau niet bekend, waardoor hun kinderen minder zwaar meetellen. Dit probleem is al eerder aangekaart bij onderwijsminister Arie Slob, die toen besloot dat asielzoekerskinderen altijd meetellen voor het onderwijsachterstandenbudget.

Zij krijgen echter geen ‘zwaar gewicht’ meer, maar een gemiddelde achterstandsscore. Dat scheelt veel geld. Diverse schoolbesturen zien hun budget teruglopen met enorme bedragen, die zelfs kunnen oplopen tot ruim vier ton. De gevolgen daarvan zijn groot: gedwongen ontslagen, minder ondersteuning voor leerlingen en grotere groepen.

Enquête

Nadat de PO-Raad hierover aan de bel had getrokken, zegde minister Slob toe de ontwikkelingen te monitoren. Samen met het LOWAN vindt de sectororganisatie voor primair onderwijs dat daarvoor eerst een nulmeting nodig is. Daar is de enquête voor bedoeld.

Over drie jaar, wanneer de volledige herverdeling van het onderwijsachterstandenbudget is doorgevoerd, wordt de enquête herhaald. Dan pas kan worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van de herverdeling.

Maar ook nu al vormen de antwoorden uit het veld belangrijke informatie om het gesprek te kunnen voeren met het ministerie van OCW. Dat gesprek zal gaan over de vraag hoe de bekostiging zo goed mogelijk kan aansluiten bij de behoefte in de sector en hoe knelpunten zoveel mogelijk kunnen worden weggenomen.

Ga naar de enquête

 

Dringend advies Slob: ‘Leraren altijd screenen’

Scholen doen er in het kader van de veiligheid goed aan bij het werven van leraren en ander personeel aandacht te besteden aan eerdere dienstverbanden. Ook raadt onderwijsminister Arie Slob scholen aan te checken waarom iemand bij zijn vorige werkgever vertrekt en om referenties te raadplegen.

Het dringende advies van Slob staat in antwoorden op Kamervragen van VVD’er Rudmer Heerema. Hij had de minister vragen gesteld naar aanleiding van de schorsing an een leraar van het rooms-katholieke DaCapo College in Sittard-Geleen. De leraar werd geschorst, nadat een leerlinge had geklaagd over ongepaste e-mails van hem.

Heerema wilde van de minister weten of er mogelijkheden zijn om te voorkomen dat leraren na te zijn weggestuurd wegens grensoverschrijdend gedrag op de ene school, gaan lesgeven op een andere school.

De minister antwoordt dat het screenen van personeel een taak is van de werkgever. Zij doen er volgens hem goed aan aandacht te besteden aan eerdere dienstverbanden en de reden van vertrek bij de vorige werkgever. Ook zouden ze altijd referenties moeten raadplegen.

Dit moeten scholen ook doen nu er sprake is van een toenemend lerarentekort, benadrukt Slob.

Lees meer…

Feedback geven op conceptvoorstellen curriculum.nu

Tot en met 11 augustus kunt u feedback geven op de conceptvoorstellen van de verschillende ontwikkelteams van curriculum.nu.

Curriculum.nu kent negen verschillende ontwikkelteams van leraren en schoolleiders. Zij hebben op 7 mei conceptvoorstellen gepubliceerd over hoe het onderwijs beter kan aansluiten bij de toekomst. De conceptvoorstellen vormen de basis voor de herziening van de kerndoelen voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs.

Geef feedback

Ook bijdrage voor TTO of technasium vrijwillig

Scholen moeten leerlingen toelaten tot tweetalig of technasium-onderwijs, ook als hun ouders de bijdrage daarvoor niet betalen. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

De VO-raad had gepleit voor een uitzondering voor tweetalig onderwijs en technasia. De gedachte daarachter is, dat deze vormen van onderwijs zonder een financiële bijdrage van de ouders onmogelijk is.

Slob benadrukt dat er geen uitzondering komt. ‘Mocht het zo zijn dat er (…) onderwijsprogramma’s wegvallen wanneer scholen daar geen verplichte bijdrage voor mogen vragen, dan kies ik (…) voor een beperkter, maar weliswaar voor alle leerlingen toegankelijk onderwijsaanbod’, aldus de minister.

Lees meer…

Vanaf 2021-2022 diploma voortgezet speciaal onderwijs

Waarschijnlijk vanaf het schooljaar 2021-2022 krijgen leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs een schooldiploma. Daarmee wil onderwijsminister Arie Slob hun ‘de erkenning geven die zij verdienen’, meldt de Rijksoverheid.

Slob: ‘Alle leerlingen verdienen een bekroning op het einde van hun middelbare schooltijd. Daarom gaan we ervoor zorgen dat ook leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs voortaan een schooldiploma krijgen.’ De minister gaat dit in de wet regelen.

Eerder kondigde de minister aan dat ook leerlingen in het praktijkonderwijs in het een schooldiploma krijgen.

Lees meer…

Mogelijk teambevoegdheid voor 10-14-scholen

Onderwijsminister Arie Slob onderzoekt of er een teambevoegdheid kan komen voor 10-14-onderwijs. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

In het schooljaar 2017-2018 zijn zes 10-14-scholen gestart met een pilot. Daar hebben zich in 2018-2019 nog eens zes initiatieven bij aangesloten. Deze scholen voor kinderen in de leeftijd van 10 tot 14 jaar bieden één programma aan met een doorlopende leerlijn van basis- naar voortgezet onderwijs.

Het doel van 10-14-scholen is om voor leerlingen het selectiemoment voor het voortgezet onderwijs uit te stellen. Ze bieden maatwerk voor brede talentontwikkeling. Het kabinet beschouwt 10-14-scholen in het licht van kansengelijkheid.

Problemen

De 10-14-scholen werken binnen de huidige wettelijke kaders. Dat leidt soms tot problemen. Zo blijkt het lastig om te werken met verschillende leraren die bevoegd zijn voor het primair of voortgezet onderwijs. Daarom gaat Slob nu onderzoeken of er een teambevoegdheid kan komen voor het 10-14-onderwijs.

‘Een leraar heeft dan de eigen bevoegdheid in één onderwijssoort. Deze bevoegdheden gezamenlijk vormen de bevoegdheid van het team als geheel’, aldus de minister.

Het probleem dat de leraren van 10-14-scholen onder verschillende cao’s vallen en dus verschillende salarissen krijgen, kan Slob niet oplossen. ‘De rijksoverheid is geen partner in de cao-afspraken. Ik laat het daarom over aan de besturen en de cao-partijen om hierover indien gewenst het gesprek te voeren’, aldus de minister.

Lees meer…

Ondersteuning VOS/ABB

VOS/ABB kan u adviseren over 10-14-onderwijs en u procesmatig begeleiden bij het opzetten van een 10-14-school. Ook kunnen wij u ondersteunen bij het opstellen van contracten en samenwerkingsovereenkomsten.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze adviseurs:

Rozemarijn Boer, 06-20010418, rboer@vosabb.nl
Arjen Toet, 06-51618659, atoet@vosabb.nl
Eline Vrenken, 06-11724058, evrenken@vosabb.nl

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u een handreiking over 10-14-onderwijs downloaden.

‘Kortere schoolvakanties om ouders te ontlasten’

De lange schoolvakanties zijn voor ouders ‘een hel’. Daarom moeten de vakanties korter worden. Dat zegt directeur Marjet Winsemius van de stichtingen Voor Werkende Ouders en BV Familie in het Algemeen Dagblad.

Het is volgens haar voor heel veel werkende ouders ‘een crime om die weken te overbruggen’. Ze noemt grootouders die kleinkinderen in de schoolvakanties opvangen ‘de redders van de werkende ouders’. Tegelijkertijd ziet ze dat het voor opa’s en oma’s steeds lastiger om bij te springen: ‘Zij werken zelf ook steeds langer door.’

BV Familie gaat deze zomer onderzoek doen naar hoe Nederlandse ouders de zes weken durende zomervakantie overbruggen. Winsemius wil de resultaten delen met de Tweede Kamer en daarbij de oproep doen de schoolvakanties in te korten.

Lees meer…

AIVD wilde geen discussie over vrijheid van onderwijs

De waarschuwing van de geheime dienst AIVD voor het omstreden Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam was niet bedoeld om een discussie los te maken over de vrijheid van onderwijs, zegt AIVD-directeur Dick Schoof in de Volkskrant.

In januari verstuurde de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) een ambtsbericht, waarin het Cornelius Haga Lyceum werd geassocieerd met salafisme en terrorisme. In maart kwam de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) met een samenvatting van dat bericht. Daarin stond dat er sprake was van ‘richtinggevende personen’ die zich zouden omringen met ‘salafistische aanjagers’. Ook zou er sprake zijn van antidemocratische standpunten.

De informatie die via de AIVD en NCTV naar buiten kwam, was voor burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) en onderwijswethouder Marjolein Moorman (PvdA) van Amsterdam aanleiding om niet meer met het bestuur van de school te willen samenwerken. Moorman riep ouders op om het bestuur aan de kant te zetten, maar aan die oproep werd geen gehoor gegeven.

De opstelling van de gemeente Amsterdam was voor directeur-bestuurder Söner Atasoy reden om Halsema uit te maken voor ‘domme gans’. Volgens hem is zijn school ten onrechte in verband gebracht met extremistisch gedachtegoed en terrorisme.

Artikel 23 vrijheid van onderwijs

De waarschuwing tegen het Cornelius Haga Lyceum leidde tot een discussie over de houdbaarheid van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Zo schreef historicus Gert Jan Geling in Trouw een opiniestuk, waarin hij stelde dat de situatie op het Cornelius Haga Lyceum aantoont dat artikel 23 onderwijs mogelijk maakt dat we in Nederland niet willen.

‘Zolang we een grondwetsartikel hebben dat dit soort scholen de vrijheid geeft om zich te vestigen, blijft het proberen dit tegen te gaan onbegonnen werk. We kunnen dan wel zeggen ‘dit willen we niet’, maar dankzij de Grondwet mag het uiteindelijk gewoon wel, en moeten gemeenten, en de Rijksoverheid, zich in de gekste bochten wringen om de oprichting en verspreiding van dergelijke salafistische scholen te voorkomen’, aldus Geling.

Tweede Kamerlid Jasper van Dijk van de SP zei naar aanleiding van de situatie in Amsterdam dat artikel 23 het vrijwel onmogelijk maakt om islamitische, christelijke en joodse scholen aan te pakken. Hij wees erop dat schoolbestuurders niet kunnen worden ontslagen als er sprake is van antidemocratisch onderwijs of wanneer integratie wordt tegengewerkt. Hij wil de wet op dat punt aanscherpen.

Ook historicus Carel Verhoef, auteur van het boek Inperking vrijheid van onderwijs, mengde zich via Trouw in de discussie. Volgens hem moet artikel 23 zodanig worden ingeperkt ‘dat het niet langer mogelijk is om scholen op te richten en te onderhouden op grond van een godsdienstige overtuiging’. Het openbaar onderwijs en bijzonder onderwijs op godsdienstige grondslag zouden wat hem betreft moeten worden samengevoegd tot ‘de gemengde school voor alle gezindten’.

‘Het gaat ons niet om vrijheid van onderwijs’

AIVD-baas Dick Schoof zegt nu in de Volkskrant dat het niet de bedoeling was om met het uitsturen van het ambtsbericht over het Cornelius Haga Lyceum een discussie los te maken over de houdbaarheid van artikel 23. ‘Door de publiciteit ontstond het beeld dat wij het debat hebben aangejaagd (…). Dat klopt niet. Het gaat ons (…) niet om de vrijheid van onderwijs.’

Het gaat de AIVD er wel om, zo zegt Schoof tegen de krant, ‘dat jonge kinderen niet onder invloed komen van zulk gedachtegoed’. Hij doelt daarmee op het salafisme. Ook zegt hij het belangrijk te vinden dat dit ‘probleem’ nu ruimschoots maatschappelijk en politiek is geagendeerd.

Lees meer…

Plan voor één onderwijs-cao ‘indringend advies’

De onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob spreken van ‘een indringend advies’ aan de sociale partners om toe te werken naar één onderwijs-cao voor primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

Het idee om in de toekomst nog maar één cao te hebben voor het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs komt van de Onderwijsraad. Die kwam ermee in het rapport Ruim baan voor leraren.

Zonder expliciet te vermelden dat zij één onderwijs-cao willen, geven Van Engelshoven en Slob in hun brief wel aan dat zij het beschouwen als ‘een indringend advies aan de sociale partners om hierin (…) hun verantwoordelijkheid te nemen’.

Het idee om in de toekomst nog maar één onderwijs-cao te hebben, houdt verband met het plan voor een nieuw bevoegdhedenstelsel. Daarin zouden geen strikte scheidingen meer moeten zijn tussen verschillende schoolsoorten.

Lees meer…

 

 

OCW blijft fusiecompensatie terugvorderen

Het ministerie van OCW gaat door met rechtszaken om fusiecompensatie terug te vorderen. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in reactie op vragen van de SGP.

De SGP wees Slob op een artikel van mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB. Hij legt uit dat  nergens in de wet staat dat er voor toekenning van fusiecompensatie leerlingen moeten overgaan van een van de opgeheven scholen naar de fusieschool. Er kan dus volgens Bloemers geen sprake zijn van terugvordering van toegekende fusiecompensatie op grond van het feit dat er geen leerlingen zijn overgegaan.

Minister Slob stelt in zijn antwoorden dat daar wel degelijk sprake van moet zijn. Hij verwijst naar een toelichting op de wet waarin dat volgens staat. Ook wijst hij op artikel 121 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Op basis van dat artikel is het volgens hem ook zo dat bij een fusie leerlingen van een van de opgeheven scholen moeten zijn overgegaan naar de fusieschool om recht te behouden op fusiecompensatie.

Daarom blijft OCW doorgaan met het terugvorderen van fusiecompensatie in die gevallen waarbij geen leerlingen zijn overgegaan naar de fusieschool. ‘Er is geen reden om nu de terugvorderingen ongedaan te maken’, aldus Slob.

Wisselende uitspraken

In mei gaf de rechtbank Noord-Holland het ministerie van OCW gelijk in een zaak over terugvordering van ruim 3,3 ton fusiecompensatie. Het geld was toegekend aan een schoolbestuur in Noord-Holland voor een fusie waarbij geen leerlingen van de ene naar de andere school waren overgegaan. Volgens OCW was er daardoor geen sprake van samenvoeging. Het ministerie werd dus door de rechtbank in het gelijk gesteld.

Deze uitspraak staat haaks op een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak. De Rechtbank Gelderland bepaalde in maart dat het in strijd is met de rechtszekerheid om de overgang van leerlingen als vereiste te laten gelden bij de toekenning van fusiecompensatie.

In januari was er een vergelijkbare uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Die bepaalde ook dat het ministerie van OCW geen fusiecompensatie kon terugvorderen op basis van het criterium dat er sprake zou moeten zijn van de overgang van leerlingen.

Nieuw bevoegdhedenstelsel moet leraren trekken

Voor leraren in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs komt er een ander bevoegdhedenstelsel. De minister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob willen daarmee werken in het onderwijs aantrekkelijker maken.

In een brief van de ministers aan de Tweede Kamer staat dat bevoegdheden worden gestapeld: ‘We ontwerpen compacte bevoegdheden, die op verschillende manieren samengevoegd kunnen worden. Het wordt dan bijvoorbeeld mogelijk te kiezen voor de breedte (een bevoegdheid voor één doelgroep over vakken heen) of voor de diepte (een vakspecialistische bevoegdheid voor meerdere doelgroepen).’

Een combinatie kan volgens hen nog steeds leiden naar een bevoegdheid zoals we die nu kennen. Als voorbeeld noemen ze de huidige eerstegraads bevoegdheid voor het voortgezet onderwijs. ‘Daarmee behouden we wat goed werkt en creëren ruimte voor specialisaties op specifieke onderdelen van het onderwijs.’

De ministers willen dat het nieuwe bevoegdhedenstelsel geen strikte scheidingen meer kent tussen verschillende schoolsoorten. Zo kan volgens hen niet alleen het vak van leraar aantrekkelijker worden gemaakt, maar kunnen ook meer kansengelijkheid en sociale cohesie tussen verschillende groepen leerlingen worden gecreëerd.

Lees meer…

Bijna 16.000 euro per leerling voor beter techniekonderwijs

Om het techniekonderwijs verder te ontwikkelen krijgen 45 regio’s in totaal ruim 231 miljoen euro. Dat is bijna 16.000 euro per leerling. Dat heeft onderwijsminister Arie Slob bekendgemaakt tijdens een werkbezoek aan het openbare Dalton Vakcollege en het christelijke Insula College in Dordrecht.

‘De arbeidsmarkt staat te springen om goed geschoold technisch personeel. Daarom hebben vmbo-scholen, mbo’s en het bedrijfsleven samen plannen gemaakt. De ambitie die daar uit spreekt is geweldig’, aldus Slob.

De plannen verschillen per regio. Waar in de ene regio een nieuwe gezamenlijke technieklocatie wordt opgezet, kiest een andere regio ervoor om vmbo-leerlingen praktijklessen te laten volgen bij bedrijven. Veel regio’s gaan ook op basisscholen aan de slag om leerlingen te laten kennismaken met techniek en technologie.

In totaal dienden 78 regio’s plannen in om het techniekonderwijs verder te ontwikkelen. De regio’s waarvan de plannen nog niet zijn goedgekeurd, hebben tot 1 oktober de tijd om deze te verbeteren. In veel gevallen was de samenwerking nog niet voldoende ontwikkeld. Deze regio’s worden ondersteund bij het bijstellen van de plannen.

Lees meer…

GroenLinks wil fusies in onderwijs terugdraaien

GroenLinks wil dat onder andere het onderwijs weer kleinschaliger wordt. Het moet mogelijk worden eerdere fusies terug te draaien. Dat is onderdeel van een initiatiefnota die de partij indient bij de Tweede Kamer.

‘Publieke instellingen moeten de menselijke maat hanteren. Groter is niet altijd efficiënter, goedkoper en beter’, benadrukt GroenLinks-Kamerlid Paul Smeulders. Hij stelt dat het aantal leerlingen per instelling voor voortgezet onderwijs nu 255 procent groter is dan in 1980. Daarom bepleit GroenLinks een plafond voor de omvang van instellingen en wil de partij dat eerdere fusies worden teruggedraaid.

De initiatiefnota gaat ook over meer zeggenschap. Er staat in dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelselverantwoordelijke moet worden voor zeggenschap in de publieke sector. Ook zouden burgers het recht moeten krijgen om bestuurders te bevragen over een voorgenomen besluit.