Ook Nederlandse leerlingen willen staken voor klimaat

Ook in Nederland willen jongeren gaan spijbelen om actie te voeren tegen verandering van het klimaat. Er is een scholierenstaking gepland op  donderdag 7 februari om actie te gaan voeren in Den Haag.

Hiermee volgt de Nederlandse jongerenactiegroep Youth for Climate het voorbeeld van Belgische jongeren die dezelfde naam gebruiken. In België is inmiddels twee keer een klimaatmars gehouden, beide keren in Brussel en beide keren op een donderdag. Daar kwamen duizenden jongeren op af. Het is de bedoeling van de Belgische klimaatjongeren om elke week te gaan staken voor het klimaat.

Youth for Climate pleit voor strenge maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. Net als in België, worden ook in Nederland jongeren via sociale media opgeroepen te gaan protesteren tegen klimaatverandering.

Jonge generatie wil serieus genomen worden

Leerling Pieter Lossie uit 5 vwo van het openbare Minkema College is enthousiast over het initiatief. Hij voerde eerder bij de Tweede Kamer actie voor strenge maatregelen tegen klimaatverandering. Hij zit met alle Nederlandse klimaatstakers in een WhatsApp-groep.

‘Erg tof dat de jonge generatie massaal eist serieus genomen te worden’, zegt hij tegen VOS/ABB. Lossie weet nog niet of hij zelf ook gaat spijbelen om op 7 februari naar Den Haag te gaan: ‘Eerst even kijken in hoeverre school akkoord gaat, maar het is in ieder geval wel mijn intentie.’

OCW mag geen fusiecompensatie terugvorderen

Het kan niet zo zijn dat het ministerie van OCW na een fusie van scholen de spelregels verandert en dan ineens met terugwerkende kracht fusiecompensatie terugvordert. Dat heeft de rechtbank Oost-Brabant bepaald.

OCW vorderde ruim 3,5 ton terug van Stichting GOO. De reden hiervoor was dat bij de samenvoeging in 2014 van de protestants-christelijke Ds. Swildenschool en de rooms-katholieke Michaëlschool in Gemert tot Kindcentrum De Samenstroom geen leerlingen van de eerstgenoemde school naar de fusieschool overgingen. De Inspectie van het Onderwijs oordeelde op basis hiervan dat er in feite geen sprake was van een fusie, waarvoor OCW wel geld beschikbaar had gesteld.

Stichting GOO voerde aan dat ten tijde van de samenvoeging nergens vermeld stond dat er leerlingen naar de fusieschool moesten overgaan. Het vereiste van een substantiële instroom op de fusieschool is pas voor het eerst in april 2015 vermeld. Dat was dus ná het samengaan van de Ds. Swindenschool en de Michaëlschool.

De rechtbank oordeelt dat Stichting GOO op het moment van de fusie inderdaad niet kón weten dat de minister de overgang van een substantieel deel van de leerlingen zou gaan eisen. Daarom mag het ministerie de fusiecompensatie niet terugvorderen.

Lees de uitspraak

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

 

Topambtenaar dringt aan op actieplan voor beter onderwijs

Voor meer economische groei op de lange termijn is een breed en ambitieus actieplan nodig voor beter en toekomstbestendig onderwijs. Dat stelt secretaris-generaal Maarten Camps van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in een artikel in vakblad Economisch Statistische Berichten.

Hij wijst erop dat de gemiddelde resultaten van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs geleidelijk afnemen, dat toptalent zich minder goed ontwikkelt en dat de kwaliteitsverschillen tussen scholen toenemen. Tevens noemt hij in zijn artikel de opkomst van particuliere scholen en studiebegeleiding. Die opkomst is volgens hem een signaal dat erop wijst dat de kwaliteit van het reguliere onderwijs onder druk staat. Bovendien werkt deze ontwikkeling kansenongelijkheid in de hand.

Het onderwijs heeft een brede opdracht, zo vervolgt Camps. ‘Een van de doelen is het aanbieden van kennis en vaardigheden waarmee leerlingen worden voorbereid op de volgende stappen in hun leven, waaronder het uitoefenen van een beroep. In een economie die sterk verandert, is dit een belangrijke uitdaging.’

Camps signaleert dat het onderwijs hier niet snel genoeg op anticipeert. Daarom is er volgens hem een breed en ambitieus actieplan nodig voor snelle verbetering en vernieuwing.

Lees het artikel Sturen op economische groei

Internetconsultatie doorgaande leerroute vmbo-mbo

Een wetswijziging moet het voor vmbo-leerlingen makkelijker maken om door te stromen naar het mbo, meldt het ministerie van OCW. U kunt deelnemen een internetconsultatie over deze voorgenomen wetswijziging. 

Het is de bedoeling om vmbo en mbo in elkaar te schuiven. Dat moet de doorstroom versoepelen en leiden tot minder uitval. De doorgaande leerroute vmbo-mbo zou vanaf 2020 een feit moeten zijn. Scholen mogen zelf bepalen hoe ze de leerroute vormgeven.

Ga naar de internetconsultatie.

Lees meer…

Hoofdrol voor strategisch personeelsbeleid

De onderwijsministers benadrukken in een brief aan de Tweede Kamer het belang van strategisch personeelsbeleid. Dit is nodig om leraren goed tot hun recht te laten komen.

Met strategisch personeelsbeleid doelen de ministers op een beleid dat is afgestemd op de visie en doelen waar een school aan werkt en de opgave waar de school voor staat. ‘Deze opgave wordt beïnvloed door (veranderende) interne en externe factoren, zoals de aanpak van werkdruk, voorbereiding op de curriculumherziening, omgaan met leerlingdaling en het lerarentekort’, zo staat in hun brief.

Daarin staat ook dat schoolbesturen en -leiders verantwoordelijk zijn voor het strategisch personeelsbeleid, maar ook dat iedereen er een positieve bijdrage aan moet leveren. ‘Een visie op leren en ontwikkelen kan niet door alleen de schoolleiding worden bedacht, maar moet in samenspraak met het team tot stand komen.’

Lees meer…

Lerarentekort groeit iets minder hard

Het lerarentekort groeit iets minder hard dan eerder werd geraamd. Dat staat in een brief van de onderwijsministers aan de Tweede Kamer.

Voor het schooljaar 2023-2024 wordt in het primair onderwijs een lerarentekort verwacht van 4200 fte. Dat is ongeveer gelijk aan eerdere ramingen, met dit verschil dat het waarschijnlijk wat langer duurt voordat dit tekort zich zal voordoen.

De vertraging van de groei van het lerarentekort komt onder andere door de lichte toename van het aantal pabo-afgestudeerden en de instroom van mensen die vroeger in het onderwijs werkten en weer voor de klas gaan staan. Bovendien heeft de stijging van pensioenleeftijd enige dempende invloed.

Het lerarentekort leidt volgens de ministers tot een goede uitgangspositie van starters. Zij komen gemakkelijk aan het werk en krijgen eerder dan voorheen een reguliere baan (in plaats van invalwerk) met een vast contract. Het tekort leidt er ook toe dat het aandeel uitzendkrachten toeneemt. Dat is in vijf jaar verdubbeld naar 4 procent.

Voortgezet onderwijs

In het voortgezet onderwijs wordt in 2023-2024 een lerarentekort verwacht van 1075 fte. Dat is dus een stuk minder dan in het primair onderwijs. Dit heeft onder andere te maken met de krimp van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs.

De ministers signaleren dat in het voortgezet onderwijs veel sterker dan in het primair onderwijs sprake is van regionale verschillen. Bovendien verschilt het lerarentekort sterk per vak. De tekorten doen zich vooral voor bij de exacte vakken, maar ook bij de klassieke talen en in toenemende mate ook bij Frans en Duits.

Lees meer… 

Katholieke kruistocht tegen openbaar onderwijs

Voorstanders van uitsluitend openbaar onderwijs gooien moedwillig keuzevrijheid, diversiteit en het recht op een eigen mening te grabbel. Dat stelt algemeen-directeur Titus Frankemölle van de rooms-katholieke Kwadrant Scholengroep in Noord-Brabant in een opiniestuk in BN De Stem.

Frankemölle, die tevens diaken is van het Bisdom Breda, reageert op het pleidooi van PvdA-fractieleider Lodewijk Asscher om grondwetsartikel 23 van de Grondwet zodanig aan te passen dat ook voor het bijzonder onderwijs algemene toegankelijkheid gaat gelden. Het idee daarachter is dat alle kinderen in het onderwijs gelijke kansen moeten hebben.

De reactie van de rooms-katholieke Frankemölle volgt tevens op een opiniestuk van directeur-bestuurder Hans Fuchs van Stichting Openbare Basisscholen Helmond en zijn collega Annemie Martens van Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs in Zuidoost-Brabant. Zij wijzen erop dat het onderwijs in Nederland sterk gesegregeerd is met als gevolg dat er veel kansenongelijkheid is. Dat kan volgens hen worden veranderd door eindelijk de verzuiling achter ons te laten.

Diskwalificatie openbaar onderwijs

Volgens Frankemölle is het allemaal onzin wat Asscher, Martens en Fuchs zeggen. Hij wil per se vasthouden aan de onderwijsvrijheid zoals Nederland die sinds 1917 kent, toen artikel 23 van kracht werd. Daarbij plaatst hij het katholiek onderwijs met stip op nummer 1. Dat is volgens hem de oefenplaats bij uitstek voor de echte maatschappij.

De algemeen-directeur van de Kwadrant Scholengroep zei vorig jaar dat openbaar onderwijs niets vindt en daardoor de dialoog met anderen niet kan aangaan. Hij verklaarde dat in het Katholiek Nieuwsblad, samen met de Haarlemse-Amsterdamse hulpbisschop Jan Hendriks.

In 2014 stelde Frankemölle in een opiniestuk in Trouw dat het openbaar onderwijs geen aandacht heeft voor levensbeschouwing en daarom niet serieus kan worden genomen. Hiermee liet hij zien 100 jaar achter te lopen op de feiten.

Lees meer…

Rotterdam zet in op kansengelijkheid

De gemeente Rotterdam trekt de komende jaren bijna een half miljard euro uit voor kansengelijkheid. ‘De ambitie is om alle Rotterdamse kinderen de beste onderwijskansen te geven. Daarom is gelijke kansen voor elk talent voor mij de kapstok van het Rotterdamse onderwijsbeleid’, zegt onderwijswethouder Said Kasmi (D66).

Rotterdam zet onder andere in op burgerschapsonderwijs, omdat dit bijdraagt aan de kennis over democratie, de vorming van waarden en normen en integratie. ‘Ingewikkelde thema’s moeten in elke klas kunnen worden besproken. Het gaat dan bijvoorbeeld over kennis van democratie, respect voor de mening van iemand anders of spanningen in de samenleving’, zo staat op de website van de gemeente.

Andere punten die de gemeente Rotterdam belangrijk vindt, zijn een betere overgang van de ene naar de andere schoolsoort, een sterk, gevarieerd en aantrekkelijk aanbod aan scholen in de buurt, de aanpak van het lerarentekort en het verkleinen van de kwaliteitsverschillen tussen scholen.

Lees meer…

Subsidieregeling Regionale aanpak lerarentekort

De subsidieregeling Regionale aanpak lerarentekort is bedoeld voor onder andere schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs. 

De subsidieregeling gaat uit van een regionale aanpak voor het primair en voortgezet onderwijs. Partijen in de regio bepalen zelf binnen welk geografisch gebied de samenwerking vorm krijgt. Dat kan bijvoorbeeld in arbeidsmarktregio’s.

Om in aanmerking te komen voor subsidie, dienen de deelnemende partners in de regio een plan van aanpak in met bijbehorende begroting. Hierin staat wat zij in 2019 gaan ondernemen om het lerarentekort in hun regio aan te pakken.

Hoeveel subsidie?

De subsidie voor een plan van aanpak in het primair of voortgezet onderwijs bedraagt maximaal 250.000 euro per regio. Als bij het voortgezet onderwijs ook het mbo deelneemt, is er maximaal 75.000 euro extra subsidie mogelijk.

Voor sectoroverstijgende aanvragen van het primair en voortgezet onderwijs gezamenlijk is maximaal 500.000 euro per regio beschikbaar, met opnieuw de mogelijkheid van een extra subsidie van maximaal 75.000 euro als het mbo deelneemt.

Voorwaarde voor toekenning van subsidie is dat er sprake is van cofinanciering.

Voor 2019 is in totaal 9 miljoen euro subsidie beschikbaar: 4,5 miljoen euro voor het primair onderwijs en 4,5 miljoen euro voor het voortgezet onderwijs en mbo.

Subsidie aanvragen

Subsidie aanvragen kan via de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen. Let op: subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld en toegekend.

Let op: het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het voortgezet onderwijs Voion houdt op maandag 21 januari een telefonisch spreekuur over de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor de regionale aanpak van het lerarentekort.

U kunt op maandag 21 januari tussen 15 en 17 uur bellen met 070 – 3 765 756.

Ook zonder fusietoets menselijke maat behouden

Schoolbesturen moeten oog blijven houden voor de menselijke maat in het onderwijs, ook nu sinds 1 januari de fusietoets niet meer bestaat. Dat is de strekking van het essay Schaal in beschouwing van professor Renée van Schoonhoven van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Socioloog en onderwijswetenschapper Van Schoonhoven pleit voor referentiepunten voor fusievoornemens. Met dergelijke referentiepunten kunnen schoolbestuurders, toezichthouders en stakeholders zicht houden op schaalvergroting in het primair en voortgezet onderwijs. Het gaat bijvoorbeeld om referentiepunten met betrekking tot gemiddelde schoolgrootte, verdeling van schoolsoorten en soorten bestuursvormen.

‘Zicht houden op schaalgrootte is van groot belang omdat de ontwikkeling van schaal veel zegt over de ontwikkeling van onderwijs in onze samenleving. Door het blijvend in beschouwing nemen van schaalgrootte in het funderend onderwijs kunnen we in ieder geval met elkaar zien wat er gebeurt’, aldus Van Schoonhoven.

Download het essay Schaal in beschouwing, dat op maandag 14 januari is gepresenteerd tijdens het afscheidssymposium van de Commissie Fusietoets Onderwijs. Het symposium werd gehouden bij Driestar educatief in Gouda.

Formeel afrondingsmoment schoolexamens

Onderwijsminister Arie Slob wil dat er een formeel afrondingsmoment komt van de schoolexamens in het voortgezet onderwijs. Dat moet een nieuw examendebacle zoals bij VMBO Maastricht voorkomen.

De Inspectie van het Onderwijs verklaarde vorig schooljaar kort voor de zomervakantie bij VMBO Maastricht alle eindexamens ongeldig. De reden hiervoor was dat bij alle leerlingen tekortkomingen waren bij de schoolexamens. Daarom hadden ze nog niet mogen deelnemen aan de centrale examens.

In een brief van de minister aan de Tweede Kamer staat dat met een formeel afrondingsmoment ‘voor leerlingen, ouders en scholen vaststaat dat het schoolexamen geheel is afgerond en de leerling aan het centraal examen deel kan nemen’.

Schoolexamens beter structureren

In de brief van Slob staat ook dat de scholen met hun eigen examencommissies ervoor moeten zorgen dat dat de organisatie van het (school)examen beter wordt gestructureerd. Ook moet de positie van de examensecretarissen worden versterkt.

De minister gaat hierover in gesprek met onder andere de VO-raad. Hij verwacht later dit jaar de Tweede Kamer te kunnen informeren over de verdere uitwerking van deze maatregelen.

Lees meer…

Slob gaat niet over positie onderwijsondersteuners

De sociale partners gaan over de positie van onderwijsondersteuners en niet de minister. Dat benadrukt Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

De Kamer had onderwijsminister Slob om een reactie gevraagd naar aanleiding van een brief die was binnengekomen over de positie van onderwijsondersteuners in met name het (voortgezet) speciaal onderwijs.

De minister wijst erop dat niet hij, maar de sociale partners (PO-Raad en vakbonden) hierover gaan. Hij geeft ook aan dat onderwijsondersteuners die ontevreden zijn over hun positie, hierover kunnen aankloppen bij hun schoolbestuur.

Lees meer…

Nashville-verklaring past bij reformatorisch onderwijs

Documentatie van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) over seksuele diversiteit komt op hoofdlijnen overeen met wat er in de Nashville-verklaring staat, meldt de VGS. In reactie op de omstreden verklaring heeft onder andere het openbare Rembrandt College in Veenendaal de regenboogvlag gehesen, omdat die symbool staat voor diversiteit, gelijkwaardigheid en wederzijds respect. 

‘Het begin van het nieuwe jaar is helaas minder rustig gestart dan gehoopt’, zo meldt de VGS naar aanleiding van de commotie over de omstreden Nashville-verklaring. Deze verklaring is onder anderen door dominees uit reformatorische kringen overgenomen van de Southern Baptist Convention, met 15 miljoen leden het grootste protestants-christelijke kerkgenootschap in de Verenigde Staten.

In de verklaring staat onder meer dat alle niet-heteroseksuelen een geaardheid hebben die niet past bij de Bijbelse uitgangspunten zoals God die zou hebben bedoeld. Het homohuwelijk wordt afgewezen en het zou een zonde zijn om transgenders te accepteren. Critici stellen dat met de verklaring uitsluiting wordt gepredikt van iedereen die een niet-heteroseksuele geaardheid heeft.

De VGS meldt in reactie op de commotie te hechten aan een eigen visienota uit 2008 en een brochure over (homo)seksualiteit in het reformatorisch onderwijs en tevens aan een brochure uit 2014 over sociale veiligheid en seksuele diversiteit. De Nashville-verklaring komt hier volgens de VGS op hoofdlijnen mee overeen, ‘maar heeft een andere achtergrond, doelstelling en doelgroep’. Dat laatste wordt verder niet gespecificeerd.

Heldere Bijbelse lijn

In het Reformatorisch Dagblad zei voorzitter Pieter Moens van de VGS dat hij hoopt ‘dat we in de huidige discussie rond de Nashville-verklaring als gereformeerde gezindte met één stem blijven spreken’. De krant citeert hem ook als het over de inhoud van de omstreden verklaring gaat. Moens stelt dat de Nashville-verklaring aansluit bij de ‘heldere Bijbelse lijn zoals we die al jaren hanteren’.

Uit de ontstane ophef leidt Moens af dat er in het huidige debat geen enkele ruimte meer lijkt voor nuance: ‘Je bent het óf met alles eens óf je bent homofoob’, zo citeert het Reformatorisch Dagblad hem.

Lees meer…

Kernwaarden openbaar onderwijs

De standpunten van het reformatorisch onderwijs over seksuele diversiteit staan haaks op die van het openbaar onderwijs. In de kernwaarden van de openbare scholen is opgenomen dat iedereen welkom is. Het openbaar onderwijs gaat nadrukkelijk uit van gelijkwaardigheid en wederzijds respect en sluit niemand uit.

Onder andere het openbare Rembrandt College in Veenendaal heeft in reactie op de Nashville-verklaring de regenboogvlag gehesen.

Slob hekelt kale ranglijstjes met eindtoetsscores

Ranglijsten op basis van alleen de eindtoetsscores zijn zeer onwenselijk. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen over de verplichte eindtoets in het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs.

Afgelopen september maakte Slob in deze brief aan de Tweede Kamer bekend dat vanaf het schooljaar 2019-2020 ook het speciaal basisonderwijs (sbo) en het speciaal onderwijs (so) verplicht zullen zijn een eindtoets af te nemen.

Met invoering van de Wet Eindtoetsing PO is de eindtoets vanaf schooljaar 2014-2015 verplicht in het reguliere basisonderwijs. Er was echter vanuit de overheid nog geen toets beschikbaar voor het sbo en so. Nu die er wel is (adaptieve Centrale Eindtoets), is besloten dat ook het sbo en so vanaf 2019-2020 een eindtoets moeten afnemen.

Ontheffing

De verplichting om een eindtoets af te nemen betekent echter niet, zo laat Slob in deze reactie op Kamervragen weten, dat alle leerlingen in het sbo en so de toets gaan maken. ‘Het bevoegd gezag behoudt de mogelijkheid om te bepalen dat bepaalde leerlingen geen eindtoets hoeven af te leggen’, aldus de minister.

Hij wijst daarbij op Beleidsregel ontheffingsgronden eindtoetsing PO. Daarin staat dat zeer moeilijk lerende kinderen en meervoudig gehandicapte leerlingen de toets niet hoeven te maken.

Ranglijstjes

De minister laat in zijn reactie op vragen uit de Tweede Kamer verder weten het zeer onwenselijk te vinden als op basis van eindtoetsresultaten ‘ranglijstjes worden gemaakt van scholen (…) zonder daarbij de context van de scholen mee te nemen’.

Ongewenst gebruik van eindtoetsgegevens voor lijstjes kan volgens hem het beste worden tegengegaan als scholen zich helder over het eigen beleid en bereikte resultaten verantwoorden. Slob vindt Scholen op de Kaart daarvoor heel geschikt.

Pleidooi voor patatverbod rond scholen

Er moet een landelijk verbod komen op snackkarren in een straal van 1 kilometer rond scholen. Dat vinden het Voedingscentrum, Foodwatch en Jongeren Op Gezond Gewicht.

‘Scholen doen er ontzettend hun best voor om kinderen in de kantine een gezond aanbod te geven. Op het moment dat ze op de hoek van de straat worden uitgenodigd om patat te kopen, wordt het heel erg makkelijk gemaakt om een ongezonde keuze te maken. Dat schiet niet op’, aldus directeur-bestuurder Marjon Bachra van JOGG.

Af en toe patat moet kunnen, vindt Bachra, maar volgens haar lijkt op dit moment ongezond de norm. ‘Bij iedere straathoek, elk station, elke benzinepomp wordt een ongezonde keuze gemakkelijk gemaakt. Dat willen we veranderen. Het moet normaal worden de gezonde keuze te maken.’

Om de hoek snackend ontbijten

Het pleidooi voor een landelijk patatverbod rond scholen volgt op een motie in de gemeenteraad van Venlo. Die motie heeft te maken met de situatie rondom het Blariacumcollege in Blerick, dat zich profileert als ‘Gezonde school’. Daar kiezen leerlingen massaal voor vette snacks uit een kar die letterlijk om de hoek staat.

‘Een broodje kebab kost twee euro’, zegt docent Tom Verhaegh in het Algemeen Dagblad. ‘Ze staan er vanaf 10 uur. Voor sommige leerlingen is dat hun ontbijt, vijf keer in de week.’

Lees meer…

Gelijke kansen voor havo’ers die naar vwo willen

Onderwijsminister Arie Slob wil dat alle havo-leerlingen het recht krijgen om door te stromen naar het vwo. Hij wil daartoe de wet wijzigen. De VO-raad is kritisch.

Slob benadrukt dat alle havo-leerlingen de kans verdienen om het maximale uit zichzelf te halen. Dan is er volgens hem overal een gelijk speelveld nodig. Nu is het nog zo dat scholen verschillende criteria hanteren voor de doorstroom havo-vwo. Naar verwachting zal de wetwijziging in het schooljaar 2020-2021 van kracht zijn.

Scholen niet afrekenen!

De VO-raad laat in een reactie op het plan van Slob weten dat recht op doorstroom van havo naar vwo alleen gepaard kan gaan met beëindiging van het huidige onderwijsresultatenmodel van de Inspectie van het Onderwijs. ‘Scholen willen leerlingen kansen bieden, maar het kan niet zo zijn dat scholen er door de inspectie op worden afgerekend als leerlingen het onverhoopt niet redden’, aldus de sectororganisatie.

Lees meer…

Geen steun AVS en CNV Onderwijs voor stakingsoproep

De Algemene Onderwijsbond (AOb) roept op tot een landelijke onderwijsstaking op vrijdag 15 maart. Het is de bedoeling van deze vakbond dat dan iedereen in het onderwijs gaat staken, van primair onderwijs tot en met de universiteiten. De stakingsoproep krijgt geen steun van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) en de christelijke vakbond CNV Onderwijs.

Met de landelijke staking wil de AOb bij het kabinet afdwingen dat er meer geld naar het onderwijs gaat. Volgens AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen is dat nodig, omdat het onderwijs met het huidige budget ‘de hoge verwachtingen van politiek, ouders, leerlingen en studenten’ niet kan waarmaken. Ze wijst ook op de salarissen in het onderwijs die volgens haar omhoog moeten. Tevens noemt ze de werkdruk die in het onderwijs als hoog wordt ervaren en het grote aantal mensen met burn-out.

De staking is gepland op vrijdag 15 maart, omdat dat vlak voor de Provinciale Statenverkiezingen is (op woensdag 20 maart). De kans is groot dat de huidige coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie dan zijn meerderheid verliest in de Eerste Kamer en het kabinet steun moet zoeken bij de oppositie. ‘Als onderwijs moeten we daarom vooraf duidelijk maken dat onderwijs weer bovenaan de politieke prioriteitenlijst komt’, aldus Verheggen.

AVS en CNV Onderwijs doen niet mee

De Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) doet niet mee aan de staking. In plaats daarvan roept de schoolleidersvakbond op om in de week van 4 tot en met 8 februari geen vervangingen te regelen van ziekte leraren. Daarmee wil de vakbond van schoolleiders laten zien hoe moeilijk en tijdrovend het vaak is om vervangers te regelen.


De stakingsoproep van de AOb krijgt ook geen steun van CNV Onderwijs. Voorzitter Loek Schueler zegt in de Volkskrant dat het geen goed moment is om tot een staking op te roepen. ‘Momenteel zit ik midden in de onderhandelingen om meer geld te krijgen voor schoolleiders, leraren en conciërges in het primair onderwijs. Daarvan wil ik de uitslag graag even afwachten.’

Wisselend onderwijsbeleid werkt cynisme in de hand

Regelmatig nieuw en wisselend beleid kan resulteren in onverschilligheid of cynisme. Sociologe en bedrijfskundige Nadine van Engen noemt dat ‘beleidsmoeheid’.

Zij onderzocht voor haar promotie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam hoe schoolleiders en leraren aankijken tegen regelmatig nieuw en wisselend beleid. Ze signaleert onder andere dat ‘beleidsmoeheid’ kan leiden tot ‘algemene beleidsbevreemding’. Dat kan negatieve invloed hebben op de wijze waarop nieuw beleid in de praktijk wordt gebracht.

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat consistente beleidsvoering een positief effect heeft op zinvolheid van het gevoerde beleid en vooral ook op de legitimiteit hiervan. Het is volgens Van Engen tevens van groot belang dat de uitvoerders van nieuw beleid autonomie ervaren en een positieve grondhouding hebben en houden.

Lees meer…

Toestroom kennismigranten vraagt om internationalisering

Trouw signaleert dat basisscholen worstelen met de toestroom van kinderen van kennismigranten. In het VOS/ABB-magazine Naar School! trok directeur-bestuurder Frans Cornet van Stichting Amstelwijs er vorig jaar al over aan de bel. 

Nederlandse scholen verwachten de komende jaren een forse groei van het aantal kinderen van kennismigranten. ‘Terwijl bedrijven in hoog tempo buitenlandse technici en ICT’ers aannemen, moeten scholen een antwoord vinden op de toestroom van deze leerlingen’, zo meldt Trouw.

Dat kan volgens de krant een hele opgave zijn, omdat deze kinderen geen Nederlands en soms ook geen Engels spreken. Bovendien komen ze gedurende het schooljaar binnen en is het vaak onduidelijk hoelang ze blijven. Het probleem speelt met name voor scholen in Eindhoven, Den Haag en rond Amsterdam.

Groep die buiten alle regelingen valt

Directeur-bestuurder Frans Cornet van Stichting Amstelwijs voor openbaar primair onderwijs vertelde vorig jaar in het VOS/ABB-magazine Naar School! dat kinderen van kennismigranten niet in de huidige onderwijswetgeving passen en nog helemaal niet in beeld zijn bij de politiek. Omdat kennismigranten vaak hoogopgeleid zijn, vallen hun kinderen niet in de gewichtenregeling.

Ze kunnen volgens hem niet naar nieuwkomersklassen, omdat die gericht zijn op vluchtelingenkinderen van wie er velen traumatische ervaringen hebben. ‘Daar passen kinderen van kennismigranten niet tussen. Dit is een groep die buiten alle regelingen valt’, aldus Cornet.

Internationalisering voor passend onderwijs

Hij pleitte er in magazine Naar School! voor om in regio’s met veel kennismigranten het onderwijs te internationaliseren. ‘Daar hebben we steun van de overheid voor nodig. Niet alleen financieel, maar vooral ook door aanpassing van de wetgeving. Er is niet alleen behoefte aan internationaal onderwijs, maar ook aan tussenvormen om al die nieuwe bevolkingsgroepen passend onderwijs te kunnen bieden.’

‘Ik pleit voor toestemming van de Inspectie om in zo’n geval de helft van de lessen in het Engels te mogen geven. Het zou ook mooi zijn als de eindtoets basisonderwijs in het Engels beschikbaar komt. Dan kunnen we deze kinderen het onderwijs bieden dat ze nodig hebben’, zo vertelde de directeur-bestuurder van Stichting Amstelwijs aan magazine Naar School!.

Lees het artikel Toeloop kennismigranten vraagt om aanpassing onderwijs.

 

Ministerraad stemt in met wetsvoorstel burgerschap

De Ministerraad is akkoord gegaan met het wetsvoorstel van Arie Slob voor burgerschapsonderwijs. Met dit wetsvoorstel wil de onderwijsminister duidelijk maken wat scholen moeten doen op het gebied van burgerschapsonderwijs.

Er staat onder andere in dat scholen leerlingen kennis en respect moeten bijbrengen over de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. De school moet volgens Slob een oefenplaats zijn voor leerlingen om te werken aan vaardigheden die ze later nodig hebben in de samenleving.

Door de wet te wijzigen, krijgt de Inspectie van het Onderwijs de mogelijkheid om met scholen in gesprek te gaan over hun burgerschapsonderwijs. Nu is het nog zo dat een school hierop alleen kan worden aangesproken als er helemaal niets aan burgerschap wordt gedaan. Dat vindt de minister te mager, dus wil hij dat veranderen.

Raad van State > Tweede Kamer

Nu de Ministerraad met het wetsvoorstel akkoord is, gaat het ter advisering naar de Raad van State. Het streven van het kabinet is om het wetsvoorstel voor burgerschapsonderwijs in het voorjaar naar de Tweede Kamer te sturen.

Voor alle asielzoekerskinderen achterstandsgeld

Asielzoekerskinderen tellen altijd mee voor het onderwijsachterstandenbudget. Door dit besluit van onderwijsminister Arie Slob worden basisscholen met veel asielzoekersleerlingen minder hard geraakt door de komende herverdeling van dit geld op basis van de CBS-indicator.

Ongeveer 25 scholen met veel asielzoekersleerlingen zouden er door de herverdeling van het onderwijsachterstandengeld meer dan 100.000 euro op achteruitgaan. Dat heeft te maken met de nieuwe verdeling van het geld op basis van een indicator van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze indicator houdt rekening met het opleidingsniveau van de ouders. Dat leidt tot problemen, omdat van veel ouders die als asielzoekers in Nederland zijn het opleidingsniveau niet bekend is.

‘Daarom heb ik besloten om alle leerlingen die bij het CBS bekend zijn als asielzoeker automatisch een onderwijsscore toe te kennen in de doelgroep van 15 procent. Hierdoor tellen asielzoekersleerlingen (…) altijd mee in de onderwijsachterstandenbekostiging voor scholen’, zo staat in een brief van minister Slob aan de Tweede Kamer.

De minister voegt hieraan toe dat ondanks deze maatregel nog steeds herverdeeleffecten blijven bestaan voor scholen met asielzoekerskinderen. Die negatieve effecten zullen echter minder groot zijn dan gevreesd.

Lees meer…

Oproep Mark Rutte om meer uren te gaan werken

Premier Mark Rutte heeft in de talkshow van Jeroen Pauw gezegd dat het goed zou zijn als er in het onderwijs minder parttime wordt gewerkt. Op die manier kunnen volgens hem de leraren zelf het lerarentekort tegengaan.

De oproep van Rutte is niet nieuw. In een brief die onderwijsminister Arie Slob in augustus naar de Tweede Kamer stuurde, stond al dat een verhoging van de deeltijdfactor een manier kan zijn om het lerarentekort tegen te gaan. Als alle parttimers één dag per week meer gingen werken, zou het het lerarentekort zijn opgelost.

Ook bestuursvoorzitter Annemie Martens van Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk basisonderwijs in Zuidoost-Brabant pleitte ervoor om leraren meer uren te laten werken om zo het lerarentekort tegen te gaan. Haar pleidooi stond in  augustus in het Eindhovens Dagblad en op deze website verscheen dit bericht over.

HRM-adviseur Willem Duifhuis pleitte in een ingezonden stuk, dat ook op deze website verscheen, voor een hoger uurloon voor leraren als die kiezen voor een werktijdfactor van 0,8 of meer. Op die manier zou volgens hem het aantal kleine deeltijders omlaag kunnen, waardoor het lerarentekort zou kunnen afnemen.

LVO geeft André Postema drie maandsalarissen mee

Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) geeft de opgestapte bestuursvoorzitter André Postema drie maandsalarissen mee. Een woordvoerder van LVO heeft dat bevestigd, meldt het AD.

Postema stapte vorige maand op in aanloop naar het inspectierapport over het examendebacle bij VMBO Maastricht. In dat rapport staat onder andere dat het bestuur onder leiding van Postema verantwoordelijk was voor de examencrisis.

Het college van bestuur van LVO controleerde de onderwijsresultaten onvoldoende en voldeed niet aan de wettelijke voorschriften op het gebied van kwaliteitszorg. Daardoor kon het volgens de inspectie gebeuren dat het bestuur het examendebacle niet zag aankomen.

Gouden handdruk

In september had Postema nog voor twee jaar verlenging van zijn contract gekregen. Na zijn vertrek in november klonk onder andere in de Tweede Kamer de vrees voor een gouden handdruk. Onderwijsminister Arie Slob zei in de Tweede Kamer dat Postema in theorie 175.000 euro kon meekrijgen.

Het AD meldt nu dat de opgestapte LVO-bestuursvoorzitter drie maandsalarissen heeft meegekregen. Volgens de krant komt dat neer op ongeveer 45.000 euro. Een woordvoerder van LVO zegt volgens de krant dat het inderdaad om drie maandsalarissen gaat, maar wil het bedrag dat de krant noemt niet bevestigen.

Lees meer…

Met kansengelijkheid kloof tussen kinderen dichten

‘Het is erg belangrijk dat kinderen zekerheid wordt geboden, zodat ze in een stabiele omgeving kunnen opgroeien. Daarvoor het van belang dat elk kind gelijke kansen heeft.’ Dat benadrukt minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mede namens onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen.

Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks had vragen gesteld over de conclusie van Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer dat er in Nederland een grote kloof is tussen gelukkige en kwetsbare kinderen.

De Jonge benadrukt in reactie hierop dat het kabinet wil dat alle kinderen kunnen meedoen, ook als hun ouders weinig geld hebben. Hij noemt dat ‘van essentieel belang (…) voor hun ontwikkeling en toekomstige participatie in de samenleving, op school en later op de arbeidsmarkt’.

Voorschool en tegengaan onderwijsachterstanden

De minister van VWS noemt verschillende maatregelen van het kabinet die het bieden van gelijke kansen moeten bevorderen. Zo doet het kabinet volgens hem veel voor kansengelijkheid in het onderwijs. Als voorbeelden hiervan noemt hij de extra investering van 170 miljoen euro in voorschoolse educatie. De Jonge noemt ook de 286 miljoen euro voor het tegengaan van onderwijsachterstanden.

‘Het kabinet activeert daarnaast via de Gelijke Kansen Alliantie lokale en regionale partners om ervaringen te delen en nieuwe kennis op te bouwen om de kansengelijkheid in het onderwijs te bevorderen’, aldus De Jonge mede namens Slob.

Lees meer…

Terugvordering fusiegeld kost 100 voltijdsbanen

Met de terugvordering van fusiegeld is een bedrag aan fusiescholen ontrokken waarmee honderd voltijdsbanen van leraren kunnen worden betaald. Dat blijkt uit antwoorden van de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob op vragen vanuit de Tweede Kamer over de tweede suppletoire begroting 2018.

Een fusieschool heeft recht op fusiecompensatie als ná de fusie blijkt dat er daadwerkelijk leerlingen zijn overgegaan van de opgeheven school naar de fusieschool. Het bestuur van de fusieschool maakt echter al daarvóór kosten, bijvoorbeeld voor leraren die overgaan naar de fusieschool.

Dus terwijl de fusiecompensatie vanaf de fusiedatum wordt toegekend, wordt achteraf op basis van de eerste leerlingentelling ná de fusie bekeken hoe het daadwerkelijk zit met de leerlingenstroom. Dan kan worden besloten tot terugvordering van fusiegeld.

Overheid wentelt risico af

VOS/ABB heeft er herhaaldelijk op gewezen dat schoolbesturen niet door een glazen bol in de toekomst kunnen kijken, terwijl ze wel genoodzaakt zijn om voor de ongewisse toekomst kosten te maken.

De terugvordering van 6,8 miljoen euro aan fusiegelden door de Inspectie van het Onderwijs is het navrante bewijs voor het feit dat de rijksoverheid de financiële risico’s die aan fusies zijn verbonden op de besturen van fusiescholen afwentelt.

De ministers erkennen in hun antwoorden dat het inderdaad zo werkt: ‘Dit is mogelijk omdat ouders van leerlingen van de opgeheven school de vrijheid hebben om hun kind niet naar de door het bestuur gekozen fusieschool te laten gaan.’

Het probleem speelt bij de besturen van 18 fusiescholen voor primair onderwijs.

Honderd banen

Als het bedrag dat de inspectie terugvordert wordt afgezet tot het aantal voltijdsbanen voor leraren, dan kan op basis van de genormeerde gemiddelde personeelslast van bijna 68.000 euro worden gesteld, dat de terugvordering 100 lerarenbanen kost.