Toenemende segregatie: subgroepen in scholen

Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwt in een interview in de Volkskrant voor toenemende maatschappelijke segregatie. Hij signaleert dat er subgroepen zijn, onder andere in scholen.

In de krant staat dat Latten vindt dat de overheid wat betreft segregatie zich te weinig sturend opstelt om te bereiken dat er een gemeenschappelijk fundament ontstaat. ‘De overheid heeft wel degelijk een opvoedkundige taak om te bewerkstelligen dat een samenleving zich in een gewenste richting ontwikkelt’, zo wordt hij geciteerd.

In dit kader stelt hij dat ook ouders moeten weten dat de overheid een opvoedkundige taak heeft. Daarbij noemt hij specifiek de rol die het bijzonder onderwijs zich aanmeet. ‘Wat mij bijvoorbeeld tegen de borst stuit, is dat de scholen in het bijzonder onderwijs te eigengereid kunnen zijn’, aldus de voormalig hoofddemograaf van het CBS.

Lees meer…

RTL Nieuws snapt niet hoe het werkt met kleine scholen

RTL Nieuws meldt dat voor bijna duizend kleine basisscholen sluiting dreigt. De redactie van de commerciële nieuwszender houdt bij deze constatering geen rekening met de gemiddelde schoolgrootte binnen schoolbesturen.

De redactie in Hilversum baseert zich voor de stelling dat voor bijna duizend kleine basisscholen sluiting dreigt op een eigen analyse. Op de website van RTL Nieuws staat een lijst met daarop overigens niet bijna duizend, maar ruim 900 scholen waarvan het aantal leerlingen onder de opheffingsnorm zit.

Het blijkt dat op die lijst ook scholen staan die helemaal niet met sluiting worden bedreigd als rekening wordt gehouden met de gemiddelde schoolgrootte binnen een schoolbestuur. Het is niet zo snel te bepalen hoeveel scholen ten onrechte op de lijst van RTL Nieuws staan, maar feit is dat lang niet alle scholen waarvan het leerlingenaantal onder de opheffingsnorm zit, dicht zouden moeten.

Kleine scholen hoeven niet dicht

Een voorbeeld dat illustreert dat de lijst van RTL Nieuws niet klopt: twee basisscholen van STIP Hilversum voor openbaar basisonderwijs zouden te klein zijn om open te kunnen blijven. Het gaat om de Dr. ir. C. Lelyschool en de Sterrenschool.

Deze scholen zitten weliswaar onder de opheffingsnorm van 169 leerlingen die voor de gemeente Hilversum geldt, maar aan de hand van de gemiddelde schoolgrootte van ruim 360 leerlingen binnen STIP Hilversum kunnen deze scholen gewoon openblijven.

Bestuursvoorzitter Geert Looyschelder van STIP Hilversum benadrukt dat deze scholen niet alleen gewoon open kunnen blijven, maar ook onderwijs kunnen blijven bieden dat van goede kwaliteit is. In de berichtgeving van RTL Nieuws wordt een verband gesuggereerd tussen de geringe omvang van scholen en slecht onderwijs.

Gemiddelde schoolgrootte

Een school die qua leerlingenaantal onder de opheffingsnorm zit, kan voor bekostiging in aanmerking blijven komen als de gemiddelde schoolgrootte van alle scholen van een bestuur ten minste 10/6 keer (het gewogen gemiddelde van) de opheffingsnorm(en) bedraagt van de gemeente(n) waarin een bestuur scholen heeft. Dit geldt tot de ondergrens van 23 leerlingen.

RTL Nieuws noemt het hanteren van de gemiddelde schoolgrootte een uitzondering, terwijl deze maatregel in werkelijkheid veelvuldig en door het hele land wordt toegepast.

Advies over rol schoolbesturen en verkenning artikel 23

De Onderwijsraad komt in 2019 onder andere met een advies over de rol van de schoolbesturen en een verkenning naar de toekomstbestendigheid van de vrijheid van onderwijs volgens artikel 23 van de Grondwet. Dat staat in het Werkprogramma 2019 van de Onderwijsraad.

De centrale vraag die aan de basis van het advies naar de rol van schoolbesturen zal liggen: ‘Hoe kunnen onderwijsbesturen hun rol optimaal vervullen?’.

Bij het beantwoorden van deze vraag zal onder meer aandacht uitgaan naar verschillen in bestuurskracht tussen scholen en onderwijssectoren. Er zal ook worden gekeken naar wat er in dit opzicht te leren valt van andere (semi)publieke sectoren, zoals de zorg.

Vrijheid van onderwijs

De Onderwijsraad zal ook een verkenning uitvoeren naar de toekomstbestendigheid van de vrijheid van onderwijs volgens artikel 23 van de Grondwet. Daarbij zal de vraag centraal staan of de vrijheid van onderwijs in het licht van diverse ontwikkelingen in de samenleving, de onderwijspraktijk en het onderwijsbeleid betekenisvol kan blijven.

Andere onderwerpen waarover de Onderwijsraad in 2019 advies zal uitbrengen:

  • Lezen en leesbevordering
  • Educatieve infrastructuur
  • Verschillen tussen jongens en meisjes in het onderwijs
  • Passend onderwijs

Tevens zal de Onderwijsraad een aantal wetgevingsadviezen uitbrengen:

  • Verruiming wettelijke mogelijkheden voor innovatie in het onderwijs
  • Modernisering bekostiging primair onderwijs
  • Thuisonderwijs
  • Wetsvoorstel NLQF (Nederlands kwalificatiekader)

Lees meer…

Krimp duurt nog jaren, vooral in voortgezet onderwijs

Het aantal leerlingen in het primair onderwijs blijft zeker tot en met het schooljaar 2024-2025 dalen. In het voortgezet onderwijs zal sprake zijn van krimp tot en met 2031-2032. Dat blijkt uit de referentieraming OCW 2018.

Het primair onderwijs heeft na de piek van ruim 1.663.000 leerlingen in het schooljaar 2008-2009 te maken met een daling van het aantal leerlingen. In het huidige schooljaar zijn het er ruim 1.505.000. Er blijft sprake van krimp tot en met het schooljaar 2024-2025. Het aantal leerlingen zal dan waarschijnlijk ruim 1.444.000 bedragen. Daarna zal naar verwachting weer sprake zijn van groei.

Het voortgezet onderwijs heeft na de piek in 2016-2017 van ruim 1.002.000 leerlingen sinds vorig schooljaar te maken met krimp. In het huidige schooljaar telt het voortgezet onderwijs ruim 976.000 leerlingen. In 2031-2032 zal dat zijn afgenomen tot ruim 878.000. Daarna neemt het aantal leerlingen waarschijnlijk weer toe.

Kabinet zet in op goed onderwijs voor iedereen

Het kabinet investeert in ‘goed toegankelijk onderwijs voor iedereen’, omdat dat ‘cruciaal is voor de toekomst van de Nederlandse kennissamenleving’. Dat staat in de begrotingsstukken van het ministerie van OCW, die op Prinsjesdag zijn gepubliceerd.

Het kabinet schrijft in de begrotingsstukken dat de samenleving veel verwacht van het onderwijs, maar ook dat het beseft dat scholen niet alle maatschappelijke problemen kunnen oplossen. De primaire taak van het onderwijs is, aldus het kabinet, ‘kinderen en jongeren tot bloei te laten komen en voor te bereiden op de verantwoordelijkheden die ze in de toekomst zullen dragen’.

Daarbij hoort nadrukkelijk ‘goed toegankelijk onderwijs (…) waarin ieder kind tot zijn recht komt en zijn gaven en talenten kan ontwikkelen’. Daarom zegt het kabinet in te zetten ‘op gelijke onderwijskansen’, waarbij het vijf punten noemt:

  • Vroeg- en voorschoolse educatie: het aantal uren voorschoolse educatie aan kinderen die risico lopen op onderwijsachterstanden kan worden uitgebreid van 10 naar 16 uur per week en de kwaliteit kan worden verhoogd door inzet van hbo’ers.
  • Onderwijsachterstandenbeleid: het budget voor onderwijsachterstanden wordt ‘beter over het land’ verdeeld. Er gaat minder onderwijsachterstandengeld naar de grote gemeenten en meer naar kleine gemeenten.
  • Talentontwikkeling: in 2019 komt er in het kader van passend onderwijs subsidie voor onderwijs aan hoogbegaafde kinderen.
  • Kansengelijkheid: het aantal lokale allianties om kansengelijkheid te bevorderen wordt uitgebreid. Hierin zitten onder andere schoolbesturen.
  • Curriculumherziening primair en voortgezet onderwijs: in 2019 wordt de ontwikkelfase afgerond, gevolgd door politieke besluitvorming.

Het kabinet meldt verder dat het extra investeert in de versoepeling van de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs. Daarbij worden de doorgaande leerlijn en de zogenoemde 10-14-scholen genoemd, voor kinderen van 10 tot en met 14 jaar.

Over passend onderwijs merkt het kabinet op, dat het eigenaarschap daarvan moet worden ‘gevoeld door leraren en scholen’ en dat het geld hiervoor ‘echt in de klas’ terecht moet komen. Ouders krijgen ondersteuning in het gesprek met scholen, er komt onafhankelijk toezicht op de samenwerkingsverbanden en de combinatie van onderwijs en (zware) zorg wordt gemakkelijker.

Leraren

Goede en sterke leraren zijn onmisbaar voor goed onderwijs en dat is ‘de reden dat dit kabinet zoveel in hen investeert’, zo staat in de begroting. Het kabinet noemt in dit kader ook ‘het harde werk van dienstbare bestuurders, schoolleiders,  onderwijsondersteuners en conciërges’.

Het lerarentekort is, zo staat in de stukken, ‘een grote uitdaging’ die al tot veel actie heeft geleid om het tegen te gaan. ‘Dat doen we samen met werkgevers, vakbonden, lerarenopleidingen, gemeenten, transfercentra en vele anderen.’ Als voorbeelden van acties die al worden ondernomen, noemt het kabinet het verhogen van de in-, door- en uitstroom van de lerarenopleidingen, het bevorderen van zij-instroom, het behouden van leraren en het activeren van stille reserve.

Ook worden ‘het verbeteren van de beloning en het carrièreperspectief’ genoemd, waarbij het kabinet ingaat op de salarisverhoging in het primair onderwijs en het geld voor de verlaging van de werkdruk in het onderwijs. ‘Daardoor wordt het beroep van leraar aantrekkelijker’, aldus het kabinet.

Ga naar de OCW-begroting 2019

Later deze week komt VOS/ABB met een grondige analyse van de cijfers in het OCW-begroting 2019. Deze analyse wordt gemaakt door onze financieel experts Ronald Bloemers en Ron van der Raaij.

Troonrede legt nadruk op belang van goed onderwijs

Het kabinet heeft met de Troonrede, die koning Willem-Alexander op Prinsjesdag heeft uitgesproken, het belang van goed onderwijs benadrukt.

Nederland is volgens het kabinet een sterk land. ‘Sterk in termen van welvaart, ondernemerschap en bestaanszekerheid. Sterk door de democratische waarden die verankerd zijn in onze rechtsstaat: gelijkwaardigheid, tolerantie, vrijheid en rechtszekerheid. En Nederland is sterk door de beschikbaarheid van zorg, onderwijs en een dak boven het hoofd’, zo staat in de Troonrede.

Bij het vormgeven van beleid zegt het kabinet rekening te houden met vragen die in de maatschappij leven, zoals de vraag of ‘onze kinderen (kunnen) blijven rekenen op (…) goed onderwijs’. Het onderwijs is volgens het kabinet van groot belang voor het behouden van een goed vestigingsklimaat.

In de Troonrede kwamen onder andere ook de investeringen in technisch vmbo en voor- en vroegschoolse educatie aan bod alsmede het extra geld voor leraren in het primair onderwijs. Het lerarentekort ‘vraagt ook de komende jaren om actie en samenwerking van alle partijen in het onderwijs’, aldus het kabinet in de Troonrede.

Lees de Troonrede

Input gevraagd voor advies curriculumherziening

Tot 1 november kunt u input leveren voor een advies van de Onderwijsraad over de curriculumherziening in het primair en voortgezet onderwijs.

De vraag die centraal staat in het komende advies van de Onderwijs is: ‘Hoe kan curriculumontwikkeling bijdragen aan onderwijskwaliteit?’

Het advies van de Onderwijsraad volgt op de gesprekken in het primair en voortgezet onderwijs binnen curriculum.nu.

Input leveren aan de Onderwijsraad kan via curriculum@onderwijsraad.nl.

Lees meer…

Vierdaagse schoolweek vanwege lerarentekort

In Zaanstad wordt dit najaar vanwege het lerarentekort de vierdaagse schoolweek ingevoerd, meldt NH Nieuws.

Volgens de regionale zender zien de stichtingen Zaan Primair en Agora zich genoodzaakt de vierdaagse schoolweek in te voeren, omdat andere maatregelen om de gevolgen van het lerarentekort tegen te gaan onvoldoende soelaas bieden.

In juli sprak bestuursvoorzitter Niko Persoon van Zaan Primair voor openbaar primair onderwijs al over het idee de vierdaagse schoolweek in te voeren.

‘Het verdelen van de groepen en de directeur voor de klas, hebben we al geprobeerd. Nu overwegen we op sommige scholen een vierdaagse schoolweek in te voeren. Op één school hebben we dat al een paar maanden gedaan. De Onderwijsinspectie is daar niet blij mee, maar die weten ook dat als er geen leraren zijn, alles ophoudt’, aldus Persoon.

De echte oplossing is volgens hem dat er meer mensen in het onderwijs gaan werken.

Lees meer…

Vierdaagse schoolweek speelde in 2000 al

Het idee voor de vierdaagse schoolweek is niet nieuw. In 2017 herhaalde voormalig directeur Rob Limper van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) in de Volkskrant zijn pleidooi uit het jaar 2000 om met het schrappen van één schooldag in de week het lerarentekort op te lossen.

Hij riep een kort geding uit 2000 in herinnering dat was bedoeld om op een openbare basisschool in Amsterdam een vierdaagse lesweek in te voeren. Die school kampte destijds met een groot lerarentekort, waardoor leerlingen over andere klassen moesten worden verdeeld. Tientallen keren werden ze naar huis gestuurd.

De rechter gaf de ouders die het kort geding met steun van VOO hadden aangespannen gelijk. ‘Er ligt dus jurisprudentie’, aldus Limper, die benadrukte dat het alleen een noodmaatregel zou mogen zijn.

Gevraagd naar welke lessen zouden kunnen vervallen, antwoordde Limper dat er van gymnastiek en creatieve vakken wel wat af kan.

Nooit uitsluiting op basis van ouderbijdrage!

VOS/ABB is positief over het initiatief van SP en GroenLinks in de Tweede Kamer om een wetsvoorstel in te dienen dat uitsluiting van leerlingen op grond van het niet betalen van de vrijwillige ouderbijdrage onmogelijk moet maken.

‘Goed onderwijs dient voor álle kinderen toegankelijk te zijn en dat betekent het hele aanbod van de school, ook de extracurriculaire onderdelen’, zo staat in een reactie van VOS/ABB op het initiatief van de Tweede Kamerlid Peter Kwint van de SP en zijn collega Lisa Westerveld van  GroenLinks. In de reactie staat ook dat de vrijwillige ouderbijdrage te vaak op incorrecte wijze wordt gebruikt en dat de Inspectie van het Onderwijs nu niet de mogelijkheden heeft hierop te handhaven.

VOS/ABB vindt dat als een activiteit, zoals een schoolreis, niet een-op-een binnen een kerndoel te vatten is, dit niet impliceert dat er geen sprake is van een onderwijsactiviteit. ‘De activiteiten vinden plaats met een sociaal doel en vallen binnen het pedagogische karakter van het onderwijs. Het zijn dan ook onderwijsactiviteiten. Hetzelfde geldt voor de bijlessen door de school of door leraren van de school.’

Ouderbijdrage is vrijwillig

In de onderwijswetten is nadrukkelijk vastgelegd dat de ouderbijdrage vrijwillig is. Daarom past het volgens VOS/ABB niet dat het onderwijsaanbod wordt afgestemd op betaalgedrag van ouders.

Tevens wordt in de reactie op het initiatief van SP en GroenLinks het karakter van het openbaar onderwijs benoemd. De algemene toegankelijkheid brengt met zich mee dat de financiële draagkracht van ouders niet bepalend mag zijn voor het wel of niet deelnemen aan schoolactiviteiten.

Duizenden stakende leraren in Rotterdam

Duizenden leraren zijn woensdag voor de estafettestaking in het primair onderwijs in Zuid-Holland en Zeeland naar Rotterdam gekomen om duidelijk te maken dat ze meer geld en minder werkdruk willen.

De organiserende vakbonden die samen met de PO-Raad in het PO Front zitten, maakten melding van 10.000 stakende leraren. Eerder zei de Algemene Onderwijsbond (AOb) ‘enkele duizenden’ stakers te verwachten. Ze trokken van de Kop van Zuid in Rotterdam over de Erasmusbrug naar Het Park bij de Euromast.

Het was de zesde regionale estafettestaking in het primair onderwijs. De protesterende leraren zijn niet tevreden met de 430 miljoen euro van het kabinet voor de aanpak van de werkdruk en de 270 miljoen euro voor hogere salarissen. Ze eisen het dubbele, maar onderwijsminister Arie Slob heeft herhaaldelijk gezegd dat dat er niet van komt.

Schoolleiders slaan alarm

Schoolleiders in het primair onderwijs voerden ook actie voor meer geld. Zij gebruikten daarvoor het brandalarm in hun school en voerden een ontruimingsoefening uit om te laten zien dat de scholen leeg raken als er niet meer geld beschikbaar komt.

Schoolleiders zijn ontevreden over de nieuwe CAO PO, omdat daarin is vastgelegd dat sommige leraren nu meer verdienen dan directeuren.

Cao-partners kozen voor verschil in salarisverhoging

Het maken van cao-afspraken is een zaak van de sociale partners, zonder dat de overheid daarbij betrokken is. Dat benadrukt onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen over het feit dat onderwijsondersteunend personeel in het primair onderwijs minder salarisverhoging krijgt dan leraren.

PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul wilde van de minister weten hoe hij aankijkt tegen het feit dat leerkrachten in het basisonderwijs er gemiddeld 8,5 procent op vooruitgaan en een bonus krijgen van bijna een half maandsalaris, terwijl onderwijsondersteunend personeel er maar 2,5 procent bij krijgt.

In zijn reactie benadrukt de minister op dat niet de overheid, maar de sociale partners, in casu de PO-Raad en de vakbonden, verantwoordelijk zijn voor de afspraken in de nieuwe CAO PO. Ook merkt hij in dit kader op, dat de vakbonden niet alleen de belangen van leraren, maar ook die van andere personeelsleden, zoals conciërges en klassenassistenten, vertegenwoordigen.

Lees meer…

Geen kans op verdere verruiming ketenbepaling

De ketenbepaling wordt voor het onderwijs niet verder opgerekt, benadrukt minister Arie Slob in reactie op vragen uit de Tweede Kamer.

De VVD’ers Rudmer Heerema en Dennis Wiersma wilden van de minister weten hoe de verruiming van de ketenbepaling voor het primair onderwijs wordt ervaren. ‘Biedt deze verruiming voldoende soelaas of is er meer nodig dan de verruiming bij kortdurende vervangingen?’, aldus de twee liberale politici.

Minister Slob antwoordt dat de verruiming van de ketenbepaling voor het primair onderwijs pas van kracht is per 1 augustus jongstleden. Daardoor is het nog niet te zeggen hoe deze maatregel wordt ervaren. ‘Wel verwacht ik dat de uitzondering veel praktische problemen zal wegnemen die scholen tot voor kort ondervonden bij het vinden en tijdelijk aanstellen van invallers voor zieke leraren’, aldus de minister.

Een verdere verruiming van de ketenbepaling is niet aan de orde, benadrukt hij. Dat zou niet bijdragen, zo stelt Slob, ‘aan het verder tegengaan van het lerarentekort aangezien de ketenbepaling met de algehele uitzondering reeds maximaal is opgerekt’.

Lees meer…

Ketenbepaling in Wet werk en zekerheid

Sinds de invoering van de wet Wet werk en zekerheid (WWZ) vallen scholen in het bijzonder onderwijs* onder de ketenbepaling. Dit betekent dat invalleerkrachten na een aantal tijdelijke contracten recht krijgen op een vaste baan.

Voor het primair onderwijs blijkt de ketenbepaling lastig in te passen. Leraren die invallen voor zieke collega’s, komen soms maar een dagje of enkele dagen bijspringen. Ze zijn dan al snel door hun maximumaantal contracten heen. Daarom is afgesproken dat de ketenbepaling niet geldt bij invalkrachten die invallen voor zieke leraren in het primair onderwijs.

Deze maatregel staat in de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), die minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid na de zomer naar de Tweede Kamer stuurt. Daarop vooruitlopend wilden de werkgevers en werknemers in het primair onderwijs de ketenbepaling al per cao buiten werking stellen. Minister Koolmees heeft dit verzoek goedgekeurd.

*De WWZ is nog niet van kracht voor het openbaar onderwijs, omdat de werknemers daar nog de status van ambtenaar hebben. Dat gaat veranderen vanwege de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

Het staat leraren vrij te kiezen voor dure uitzendbureaus

‘Het staat leraren vrij een werkgever te kiezen’, stelt onderwijsminister Arie Slob in reactie op berichten dat een deel van de leraren ervoor kiest om te gaan werken voor dure uitzendbureaus.

Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul van de PvdA had vragen gesteld over deze ontwikkeling. Zij wilde van Slob weten of hij ‘de ontwikkeling dat zulke bureaus leerkrachten hogere salarissen en bijvoorbeeld een auto beloven’ als een verschijnsel ziet ‘dat nu eenmaal hoort bij het alledaagse kapitalisme’.

De minister laat in zijn reactie weten dit ‘geen wenselijke ontwikkeling’ te vinden, maar hij benadrukt ook dat leraren zelf hun werkgever kunnen kiezen. ‘In deze tijd waarin we te maken hebben met een lerarentekort, hebben leraren meer te kiezen’, aldus Slob.

Tevens wijst hij erop dat het werven van personeel een zaak is van de schoolbesturen. ‘Dat geldt ook voor de inhuur van personeel via bureaus en de tarieven daarvan’, zo schrijft hij.

Lees meer…

Met meer onderwijsassistenten werkdruk verminderen

Om de werkdruk aan te pakken, willen schoolteams vooral meer onderwijsassistenten en (vak)leerkrachten. Dat blijkt uit een peiling onder schoolbestuurders.

Bijna negen op de tien schoolbestuurders die aan de peiling meewerkten, geven aan dat de gesprekken in de schoolteams over de inzet van het extra geld van het kabinet voor het verminderen van de werkdruk, hebben geleid tot vacatures voor met name onderwijsassistenten en (vak)leerkrachten.

Vacatures invullen

Twee op de drie bestuurders geven aan dat ze (naar verwachting) alle vacatures ingevuld krijgen. Bijna een op de vijf denkt dat dat niet gaat lukken.

Acht op de tien schoolbestuurders denken dat met de inzet het extra geld van het kabinet de werkdruk daadwerkelijk zal verminderen, terwijl één op de zes denkt dat de werkdruk niet omlaag zal gaan.

Voor de peiling in opdracht van de PO-Raad werden ruim 800 schoolbestuurders benaderd, van wie er ruim 300 reageerden.

‘Alle leerlingen twee keer per dag halfuur bewegen’

Scholen moeten hun leerlingen elke dag twee keer een halfuur matig intensief laten bewegen. Dat adviseren de Nederlandse Sportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.

In het advies Plezier in bewegen stellen deze organisaties dat bewegen een vanzelfsprekend onderdeel moet zijn van het onderwijs. Ze stellen ook dat er weliswaar goede voorbeelden zijn van scholen die hun kinderen voldoende laten bewegen, maar ook dat scholen hier over het algemeen te weinig aandacht voor hebben. Dit verschil zou leiden tot kansenongelijkheid.

Het vanzelfsprekend maken van bewegen op scholen – ook buiten de gymles – is daarom nodig’, zo stellen de opstellers van het advies. Ze voegen daaraan toe dat de scholen dit niet in hun eentje hoeven te doen, maar dit mogelijk kunnen maken in samenwerking met de rijksoverheid, de gemeenten en sportverenigingen.

Dwingend advies

Volgens voorzitter Michael van Praag van de Nederlandse Sportraad is een ‘dwingend advies aan de verantwoordelijke ministers’, zo citeert de NOS hem. Hij benadrukt dat kinderen niet alleen gezonder worden als ze meer gaan bewegen, maar ook dat ze daardoor beter gaan leren. Volgens hem is dat wetenschappelijk bewezen.

Van Praag zei bij de NOS ook dat het aan de scholen zelf is om te bepalen hoe ze kinderen meer laten bewegen. ‘We willen niet verplichten dat scholen een bepaald aantal uren per week besteden aan gymles geven’, aldus Van Praag, die dit op Radio 1 verbond aan ‘de vrijheid van onderwijs die we in Nederland hebben’.

Hij zei ook dat de Inspectie van het Onderwijs erop moet gaan toezien dat kinderen onder schooltijd twee keer per dag een halfuur bewegen. Dit moet wat Van Praag betreft in de kerndoelen van het onderwijs worden opgenomen.

Veel problemen met verkeersveiligheid rond scholen

Bijna negen op de tien scholen ervaren in de directe omgeving problemen met de verkeersveiligheid, meldt RTL Nieuws op basis van eigen onderzoek in samenwerking met de Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen.

Vooral rond basisscholen zijn er problemen. De commerciële nieuwszender noemt foutparkeren, drukte op toegangswegen, te hard rijden en onoverzichtelijke verkeerssituaties. ‘De chaos is soms zo groot, dat ouders met elkaar op de vuist gaan.’

Volgens RTL Nieuws gebeurde er in de afgelopen drie jaar ruim 10.000 verkeersongelukken. Verkeersminister Cora van Nieuwenhuizen laat in reactie op het bericht weten dat dit ‘echt te veel’ is en dat dit aantal dus omlaag moet.

Ze roept ouders op aan ouders om hun kinderen niet meer met de auto naar school te brengen. Zo kan volgens haar de verkeersveiligheid rond scholen worden verbeterd.

Lees meer…

AOb verwacht enkele duizenden stakers in Rotterdam

De Algemene Onderwijsbond (AOb) verwacht dat er op 12 september enkele duizenden stakende leraren naar Rotterdam komen, meldt RTV Rijnmond.

Op 12 september is de volgende estafettestaking in het primair onderwijs. Er wordt dan gestaakt in de provincies Zuid-Holland en Zeeland. Eerder waren er stakingen in andere regio’s van het land.

De estafettestaking is een initiatief van PO Front, waarin de PO-Raad en de onderwijsvakbonden met elkaar samenwerken om meer geld van het kabinet te krijgen voor hogere salarissen.

Onderwijsminister Arie Slob blijft tot nu toe zeggen dat er geen extra geld komt, bovenop de bedragen van 270 miljoen euro voor minder werkdruk en 450 miljoen euro voor hogere salarissen waarmee het kabinet afgelopen schooljaar kwam.

Volgens het kabinet is de totale loonstijging voor een basisschoolleraar gemiddeld 8,5 procent, wat neerkomt op circa 3100 euro bruto per jaar.

PO in Actie wil opstand van hele (semi)publieke sector

Onderwijsvakbond PO in Actie wil dat de hele (semi)publieke sector in opstand komt tegen bezuinigingen en bureaucratie. De voormannen Thijs Roovers en Jan van de Ven roepen in een open brief op tot een landelijke protestactie op 2 oktober in Den Haag.

Zij stellen dat dat niet alleen het primair onderwijs, maar ‘de publieke sector piept en kraakt’. Dat komt volgens Roovers en Van de Ven doordat het kabinet in de afgelopen jaren 60 miljard euro heeft bezuinigd.

Dit heeft ertoe geleid, zo schrijven ze, dat de personeelstekorten oplopen. Bovendien zorgen doorgeslagen regeldruk en administratieve rompslomp volgens hen tot ‘toenemende werkdruk in álle publieke sectoren’. De mensen die daarin werken worden volgens Roovers en Van de Ven ‘stelselmatig genegeerd’.

De protestactie op 2 oktober in Den Haag waartoe zij oproepen, plaatsen ze in het kader van het debat over het afschaffen van de dividendbelasting. Ze noemen deze maatregel van het kabinet, die naar schatting 2 miljard euro per jaar kost, ‘een peperdure schandvlek’.

Lees de open brief

Willen en kunnen leraren meer uren werken?

‘De aanname dat parttimers zomaar meer kunnen en willen werken (is) nogal discutabel’, stelt directeur Bas Guchelaar van het christelijke Kindcentrum De Schutkampen in Smilde in Trouw, in een opiniestuk over het lerarentekort.

Hij reageert met zijn stuk op de plannen van onderwijsminister Arie Slob om het lerarentekort terug te dringen. Onderdeel van die plannen is dat in deeltijd werkende leraren meer uren zouden moeten gaan werken. Uit onderzoek blijkt dat als alle parttimers één dag per week meer gingen werken, het lerarentekort zou zijn opgelost.

Guchelaar noemt de aanname dat leraren zomaar meer kunnen en willen werken discutabel. ‘Er zijn immers vele redenen waarom leerkrachten geen grotere werktijdfactor willen. Mantelzorg, vrijwilligerswerk (beide door de overheid gestimuleerd), sociale contacten en hoge werkdruk, het zijn zomaar een paar redenen waarom legio leerkrachten bewust kiezen voor werken in deeltijd.’

Lees het opiniestuk

Hoger uurloon vanaf werktijdfactor 0,8

HRM-adviseur Willem Duifhuis pleitte onlangs op deze website voor een hoger uurloon voor leraren als die kiezen voor een werktijdfactor van 0,8 of meer. Op die manier zou volgens hem het aantal kleine deeltijders omlaag kunnen, waardoor het lerarentekort zou afnemen. Zijn pleidooi maakte op Twitter vooral kritische reacties los.

Ook bestuursvoorzitter Annemie Martens van Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk basisonderwijs in Zuidoost-Brabant pleit ervoor om leraren meer uren te laten werken om zo het lerarentekort tegen te gaan.

Lees meer…

 

‘Wat voor de klas gebeurt is geen staatstaak’

‘Wat voor de klas gebeurt is geen staatstaak, maar van de hele samenleving’. Dat heeft onderwijsminister Arie Slob gezegd in een toespraak bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar.

De toespraak van Slob stond in het teken van het begrip ‘coöperatie’, oftewel ‘een minisamenleving, op basis van wederkerigheid’. In zo’n samenleving past volgens de minister ‘de overheid gezonde bescheidenheid’. Hij verbond dit aan de vrijheid van onderwijs en zei dat wat voor de klas gebeurt ‘geen staatstaak (is), maar van de hele samenleving’.

Burgerschap

Daarmee wordt volgens Slob de kern van burgerschap geraakt, namelijk ‘dat de hele samenleving zich medeverantwoordelijk voelt voor de groei van onze kinderen’. Opvoeden is de primaire taak van ouders, zo benadrukte hij, ‘maar bij leren samenleven en omgaan met verschillen (…) ligt een taak voor ons allemaal’.

Scholen noemde hij in dit kader ‘belangrijk als veilige oefenplaats, waar kinderen leren om verantwoordelijkheid te nemen voor jezelf en de ander’. Daar hoort volgens hem bij dat kinderen leren hoe ‘onze’ samenleving werkt. In dit verband noemde hij de Grondwet, het politieke systeem en de democratische rechtsstaat.

Lees de toespraak van Slob

 

Kritische reacties op idee voor hoger uurloon vanaf wtf 0,8

Het idee van HRM-adviseur Willem Duifhuis om leraren een hoger uurloon te geven als ze meer gaan werken, maakt op Twitter kritische reacties los. 

Duifhuis is HRM’er bij Stichting Proo in Harderwijk voor openbaar primair onderwijs op de Noord-Veluwe, maar hij schreef zijn pleidooi voor een hoger uurloon voor leraren die meer gaan werken op persoonlijke titel.

Hij stelt voor om het hogere uurloon te laten gelden vanaf een werktijdfactor van 0,8. ‘Deze prikkel zal een deel van de deeltijdleerkrachten ertoe aanzetten om meer te gaan werken’, aldus Duifhuis. Als alle deeltijders één dag in de week meer gaan werken, is het lerarentekort opgelost.

Bovendien zou het onderwijs zo ook aantrekkelijker worden voor meer jongeren, en met name mannen. ‘Die gaan niet alleen voor de passie, maar kijken ook naar de pecunia.’ Een afname van het aantal kleine deeltijders heeft volgens hem ook andere voordelen, zoals minder overdrachtsmomenten en een kostenbesparing.

Op Twitter maakt zijn pleidooi kritische reacties los.

Op bovenstaande tweet kwam deze reactie:

Nieuwe kloof creëren?

Ook wordt door een leraar de vraag gesteld of Duifhuis ‘een nieuwe kloof’ wil creëren, namelijk een kloof tussen fulltimers en parttimers in het onderwijs.

Daaraan wordt toegevoegd dat er ook hybride docenten zijn, dat wil zeggen mensen die naast hun baan buiten het onderwijs in deeltijd voor de klas staan.

Een ander noemt het pleidooi van Duifhuis ‘jammer’.

Een oud-leraar, die nu freelance journalist is, postte ook een kritische reactie:

De enige consequentie ervan zou volgens hem zijn dat ‘het ziekteverzuim in het po nog verder toeneemt’.

Vakbond PO in Actie twitterde dat het idee van Duifhuis onuitvoerbaar is:

Onderzoek naar hygiëne: Juf, de wc is vies!

De hygiëne laat in veel scholen veel te wensen over. Dat stelt het hygiëne- en gezondheidsbedrijf Essity. De PO-Raad herkent het probleem, maar benadrukt dat er te weinig geld is voor de materiële instandhouding en dat er dus keuzes moeten worden gemaakt.

Uit onderzoek in opdracht van Essity komt naar voren dat bijna zeven op de tien leraren klachten van leerlingen krijgen over de hygiëne op school. De helft wordt hier ook op aangesproken door de ouders. De meeste klachten gaan over stank en vieze wc-brillen.

Grote boodschap wordt uitgesteld

Tevens blijkt dat ruim de helft van de basisschoolleerlingen liever niet op school naar de wc gaat. Bij de leerlingen in het voortgezet onderwijs geven bijna zes op de tien leerlingen dat aan, zeker als het de grote boodschap betreft.

Ruim zes op de tien ouders vinden dat scholen meer aandacht moeten hebben voor hygiëne en ook dat de overheid hier een grotere rol in zou moeten hebben, bijvoorbeeld met strenger toezicht.

Lees het onderzoeksrapport Juf, de wc is vies!

In het Algemeen Dagblad zegt een woordvoerder van de PO-Raad in reactie op het onderzoek dat de hygiëne op scholen op orde moet zijn, maar ook dat de gemeenten verantwoordelijk is voor renovatie en vervanging van schoolgebouwen.

Oud toilet blijft vies

Vooral in oude gebouwen speelt het probleem: ‘Een toilet van 30 jaar oud krijg je echt niet meer goed schoon, dat moet gewoon vervangen worden. En dat gebeurt dus niet of te weinig’, aldus de woordvoerder van de sectororganisatie.

Bovendien krijgen scholen volgens hem te weinig geld voor de materiële instandhouding. ‘Jaarlijks komen scholen ruim 300 miljoen tekort op dit budget, er moeten dus keuzes gemaakt worden.’

Lees meer…

‘Schoolleiders moeten altijd meer verdienen dan leraren’

Schoolleiders moeten altijd meer blijven verdienen dan leraren. Dat vindt voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS). Deze vakbond roept daarom op tot acties.

Uit een enquête van de AVS blijkt dat de salarissen van schoolleiders en ook die van onderwijsondersteunend personeel zouden moeten worden verhoogd. De enquête stond in het teken van de salarisverhoging die leraren krijgen.

Vooral het feit dat adjunct-directeuren na de salarisverhoging voor leraren nu soms minder dan hen gaan verdienen, roept volgens de AVS veel verontwaardiging op. ‘Het kan niet zo zijn dat een leidinggevende, een adjunct, minder verdient dan een leraar, terwijl zijn verantwoordelijkheid veel groter is’, aldus AVS-voorzitter Van Haren.

Om duidelijk te maken dat dit niet kan, roept de AVS schoolleiders op om op woensdag 12 september actie te gaan voeren. Schoolleiders zouden dan massaal alarm moeten slaan door de jaarlijkse ontruimingsoefening van de school te houden.

Nieuwe estafettestaking leraren

Op 12 september wordt ook actiegevoerd door leraren om hun eis voor meer salarisverhoging bij te zetten. PO Front, waarin de PO-Raad en de onderwijsvakbonden zitten (waaronder de AVS), organiseert dan een nieuwe estafettestaking. Dit keer zouden leraren in Zuid-Holland en Zeeland het werk moeten neerleggen.

‘Examendebacle VMBO Maastricht overviel LVO-bestuur’

‘De examenproblematiek van VMBO Maastricht heeft het College van Bestuur en ook de Centrale Directie van LVO-Maastricht overvallen’, schrijven de omstreden bestuursvoorzitter André Postema van Limburgs Voortgezet Onderwijs en interim-bestuurder Jan Rijkers in een zelfevaluatie.

VMBO Maastricht kwam voor de zomervakantie volop in het nieuws, omdat de Inspectie van het Onderwijs daar alle eindexamens ongeldig had verklaard. Het bleek dat geen enkele leerling had voldaan aan de eisen om examen te mogen doen.

Het examendebacle leidde ertoe dat bestuursvoorzitter André Postema, die ook fractievoorzitter was van de PvdA in de Eerste Kamer, als eindverantwoordelijke zwaar onder vuur kwam te liggen. Hij besloot zijn fractievoorzitterschap in de Senaat op te geven, naar eigen zeggen in het belang van de PvdA, maar ondanks ernstige twijfels over zijn positie bij LVO bleef hij daar bestuursvoorzitter.

Wel moest LVO-bestuurder Marianne Wegberg het veld ruimen en werd naar aanleiding van de chaos en specifiek voor VMBO Maastricht een interim-bestuurder aangesteld.

Geen signalen

In de zelfevaluatie van Postema en Rijkers staat onder andere dit: ‘Er was ons geen enkel signaal bekend dat de docenten, de schoolleiding en de examencommissie zich bij de schoolexamens niet hielden aan het zelf vastgestelde programma van toetsing en afsluiting (PTA) en de regels van het eigen examenreglement.’

Daar voegen Postema en Rijkers aan toe dat ‘op grond van het stelsel van kwaliteitszorg binnen LVO en de schoolspecifieke invulling daarvan’ mocht worden verondersteld ‘dat deze signalen de Centrale Directie en het College van Bestuur wél zouden bereiken’.

Dat is volgens hen dus niet gebeurd, maar als dat wel het geval was geweest, zo staat in de zelfevaluatie, zou het college van bestuur ‘zonder enige twijfel’ hebben ingegrepen.

Lees de zelfevaluatie

‘Geef leraren hoger uurloon vanaf werktijdfactor 0,8’

Als elke deeltijder één dag in de week meer gaat werken, is het lerarentekort opgelost. Daarom zou het uurloon voor leraren met een werktijdfactor van minimaal 0,8 substantieel omhoog moeten. Daarvoor pleit HR-adviseur Willem Duifhuis.

‘Deze prikkel zal een deel van de deeltijdleerkrachten ertoe aanzetten om meer te gaan werken’, schrijft hij in een stuk dat hij aan VOS/ABB heeft toegestuurd. Bovendien zou het onderwijs zo ook aantrekkelijker worden voor meer jongeren, en met name mannen. ‘Die gaan niet alleen voor de passie, maar kijken ook naar de pecunia’, aldus Duifhuis.

Minder kleine deeltijders heeft volgens hem ook andere voordelen, zoals minder overdrachtsmomenten en een kostenbesparing.

Lees het ingezonden stuk

Ook bestuurder Annemie Martens van de Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk basisonderwijs in de omgeving van Helmond wil dat deeltijders meer uren gaan werken. Lees meer…