‘Allochtone leerlingen gebaat bij meer autonomie’

Leraren kunnen probleemgedrag onder leerlingen met een niet-Westerse migratieachtergrond tegengaan door hun meer autonomie te geven. Dat stelt onderzoekster Bettina de Jong in haar proefschrift.

Door deze groep leerlingen meer autonomie te geven, kan worden voorkomen dat zij te afhankelijk worden van hun leraar. ‘Een meer autonomie-ondersteunende stijl van lesgeven zou kunnen voorkomen dat leerlingen internaliserend en externaliserend probleemgedrag ontwikkelen gedurende het schooljaar’, zo staat in het proefschrift.

Ook zouden leraren een rol kunnen hebben in het weerbaar maken van leerlingen tegen negatieve stereotypen. ‘Door zich meer bewust te worden van hun impliciete attitudes ten opzichte van leerlingen kunnen leerkrachten hun reacties ten opzichte van leerlingen aanpassen. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat leerlingen weerbaarder worden tegen negatieve stereotypen (…).’

Lees meer…

Opleidingsniveau ouders bepalender dan etniciteit

Het opleidingsniveau van hun ouders lijkt bepalender voor de toekomstplanning van jongeren met een migratieachtergrond dan hun etnische afkomst. Dat staat in het onderzoeksrapport Gedeelde toekomst – Toekomstoriëntatie van Nederlandse (migranten)jongeren van het Kennisplatform Integratie en Samenleving.

‘Jongeren met hoogopgeleide ouders, zowel degenen met een migratieachtergrond als met een Nederlandse achtergrond, hebben over de hele linie meer vertrouwen in de toekomst dan hun leeftijdgenoten met laagopgeleide ouders’, zo staat in het rapport.

De onderzoekers merken op dat jongeren met een Marokkaanse achtergrond zich van andere jongeren onderscheiden, doordat zij minder overtuigd lijken van hun opleidingskeuze. Zij geven ook aan dat ze meer behoefte hebben aan steun van docenten.

Een ander verschil dat de onderzoekers constateren, is dat jongeren met een Nederlandse achtergrond over het algemeen met meer plezier naar school gaan dan jongeren met een Marokkaanse, Turkse Surinaamse of Antilliaanse achtergrond.

Lees meer…

Leerlingen met migratieachtergrond doen het beter

Leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond doen het beter in het onderwijs. Hun opleidingsniveau stijgt en ze beheersen het Nederlands beter dan hun ouders. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in het rapport Integratie in zicht?.

Bij kinderen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond is de beheersing van de Nederlandse taal volgens het SCP gestaag toegenomen. Daarbij merken de onderzoekers wel op dat Turkse Nederlanders het vaakst moeite hebben met het Nederlands. Minder dan de helft (43 procent) van de ouders met een Turkse achtergrond spreekt vaak of altijd Nederlands met hun kinderen.

Niet-westerse leerlingen zijn beter gaan lezen

In het basisonderwijs lopen niet-westerse kinderen zowel bij begrijpend lezen als rekenen hun achterstand op autochtone Nederlandse leerlingen in, maar er is nog wel verschil. Die achterstandspositie kan volgens het SCP grotendeels worden toegeschreven aan verschillen in het opleidingsniveau van de ouders.

In het voortgezet onderwijs valt op dat leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond nog altijd veel vaker in de lagere vmbo-leerwegen en het praktijkonderwijs zitten. Wel is het aandeel migrantenleerlingen in hogere niveaus van het voortgezet onderwijs in de afgelopen jaren toegenomen. Het SCP ziet dat het voortijdig schoolverlaten in het voortgezet onderwijs bij zowel niet-westerse als autochtone leerlingen afneemt.

Lees het rapport

Leerling met migratieachtergrond blijft achterlopen

In de afgelopen tien jaar zijn de verschillen tussen leerlingen met een Nederlandse achtergrond en die met een niet-westerse migratieachtergrond nauwelijks veranderd. Dat staat in het Jaarrapport Integratie 2016 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Groep 8-leerlingen met een Nederlandse achtergrond halen bij de Centrale Eindtoets gemiddeld nog altijd betere resultaten dan leerlingen met een niet-westerse achtergrond. Daarbij hebben vooral Turkse en Marokkaanse leerlingen moeite met het onderdeel ‘taal’. Dit komt doordat er bij hen thuis vaak geen Nederlands wordt gesproken.

Turkse en Marokkaanse leerlingen op de basisschool scoren gemiddeld ook minder hoog op rekenen en wiskunde dan leerlingen met een Nederlandse achtergrond.

Migratieachtergrond vooral vmbo

De verschillen spelen ook nog steeds in het voortgezet onderwijs. Daar zijn leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond nog altijd oververtegenwoordigd in het vmbo, terwijl havo’s en vwo’s vooral leerlingen met een Nederlandse achtergrond hebben.

Niet meer ‘allochtoon’, maar ‘migratieachtergrond’

De tweedelingen ‘allochtoon’ versus ‘autochtoon’ en ‘westers’ versus ‘niet-westers’ zijn niet meer passend voor hedendaagse vraagstukken van immigratie en integratie. Dat meldt de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Volgens de WRR zijn migranten inmiddels zo verschillend qua herkomstland en migratiemotief, dat ze niet meer onder de overkoepelende termen ‘allochtonen’ of ‘westers’ en ‘niet-westers’ zijn te vangen. De term ‘allochtoon’ (‘van een ander land’) is bovendien onjuist voor de tweede generatie omdat die in Nederland is geboren, meldt de WRR.

Alternatieven voor de woorden ‘allochtoon’ en ‘westers’en ‘niet-westers’ worden gezocht in combinaties van termen, zoals Turkse/Marokkaanse/Arubaanse/Poolse enz. Nederlander. Ook kan de term ‘met migratieachtergrond’ worden gebruikt.

Deze termen geven volgens de WRR meer helderheid. Ze kunnen ook worden gebruikt voor leerlingen van wie de ouders een migratieachtergrond hebben.

Lees meer…

Veel allochtone mbo’ers vinden pabo te moeilijk

Dat het aandeel pabo-studenten met een allochtone achtergrond kleiner wordt, heeft te maken met het feit dat vooral mbo’ers zich laten afschrikken door de hogere toelatingseisen.

‘Vergeleken met de havo en het vwo zijn er meer niet-westerse allochtone studenten in het mbo, waardoor de daling in deze groep relatief groot is. Volgens betrokkenen wordt dit effect mogelijk versterkt door de talige en culturele aard van de vakkennis die als toelatingseis gevraagd wordt’, schrijft minister Jet Bussemaker van OCW in antwoord op vragen van de Groep Kuzu/Öztürk.

Volgens Bussemaker laten niet-westerse allochtone studenten zich relatief snel afschrikken door de nieuwe pabo-toelatingseisen, ‘waardoor zij bij voorbaat geen poging doen om zich voor de pabo te kwalificeren’. Zij baseert zich voor die uitspraak op onderzoeksresultaten van de Inspectie van het Onderwijs.

 

Bussemaker schrikt dat pabo steeds witter wordt

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs is geschrokken van de berichten dat de pabo steeds witter wordt. Er zijn dit schooljaar veel minder allochtone studenten aan een opleiding tot leraar basisonderwijs begonnen dan vorig jaar. Toen waren het er nog 456, nu nog maar 174. 

Strengere eisen
Minister Jet Bussemaker zegt vandaag in een interview op de website van de Algemene Onderwijsbond (AOb) dat ze schrikt van deze cijfers. Ze denkt dat de aangescherpte eisen voor toelating tot de pabo de allochtone jongeren afschrikken. Pabo-studenten moeten tegenwoordig bepaalde eindexamenvakken in hun pakket hebben of anders toelatingstoetsen doen. Bussemaker wil echter geen overhaaste conclusies trekken en de regels niet direct weer versoepelen. ‘Het is de bedoeling dat er door die strengere eisen minder studenten uitvallen in het eerste jaar. Na de zomer weten we pas of dat gelukt is’.

Is het een probleem? 
Op de vraag of ze het een probleem vindt dat er minder allochtonen voor de pabo kiezen, antwoordt Bussemaker volgens de AOb bevestigend. ‘Ja, het is van maatschappelijk belang dat zij ook leraar in het basisonderwijs worden. Ik vind diversiteit sowieso belangrijk. Er zouden bijvoorbeeld ook meer mannen voor de pabo moeten kiezen.’

Pabo minder in trek
De pabo trok dit jaar overigens in het algemeen veel minder studenten: geen 5700 eerstejaars zoals in 2014, maar slechts 3900. Opvallend is daarbij dat allochtonen twee keer zo vaak wegblijven als autochtonen en dat geldt met name voor de mbo’ers onder hen. Dit jaar kwamen er nog maar 49 studenten van het mbo naar de pabo, vorig jaar waren het er nog 258.

Andere studiekeuzes
Waar ze zijn gebleven, wordt ook duidelijk uit de cijfers. De hbo-studie verpleegkundige bijvoorbeeld trok 33 procent meer allochtonen dan vorig jaar.  Ook de ict-opleidingen kregen meer allochtone studenten binnen. Het totale aandeel allochtonen in het hoger beroepsonderwijs is niet veranderd: dat is nog steeds 15 procent. Ze maken alleen andere studiekeuzes.

Lees hier het interview van de AOb met minister Bussemaker 

Lees hier het persbericht van het Hoger Onderwijs Persbureau

Migrantenouders vinden schoolprestaties belangrijkst

Voor veel migrantenouders is het belangrijkste doel in de opvoeding dat hun kinderen goede schoolprestaties behalen. Voor autochtone ouders zijn andere doelen belangrijker, zoals het hebben van een eigen mening. Dat meldt het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in het rapport Opvoeden in niet-westerse migrantengezinnen.

‘Migrantenouders hameren bij hun kinderen op presteren en hard werken, zo blijkt uit kwalitatieve studies naar onderwijsondersteunend gedrag. Voor ouders met een Marokkaanse achtergrond is naast schoolprestaties het geloof ook belangrijk. Dat geldt in iets mindere mate ook voor ouders van Turkse komaf’, aldus het SCP.

In het rapport staat ook dat net als autochtoon-Nederlandse ouders veel migrantenouders zeggen dat ze er bijvoorbeeld op letten dat hun kind volgens vaste regels leeft. ‘En net als autochtone kinderen zeggen de meeste migrantenkinderen zich door hun ouders gesteund te voelen. Daarnaast leggen migrantenouders ook andere accenten in de opvoeding. Zo neemt de autonomie van kinderen een minder centrale plek in.’

Lees meer…

Meer gedragsproblemen bij niet-westerse leerlingen

Kinderen in Nederland van niet-westerse afkomst hebben vanaf het begin van de basisschool meer problemen met het aanpassen van hun gedrag en met relaties met klasgenoten dan kinderen van Nederlandse afkomst. Dit concludeert Bouchra Ftitache van de Vrije Universiteit in Amsterdam op basis van haar promotieonderzoek onder basisschoolkinderen.

Volgens zowel leerkrachten als medeleerlingen vertoonden kinderen van niet-westerse migranten in het onderzoek relatief vaak opstandig gedrag. Ze gedroegen zich ook in mindere mate pro-sociaal en hadden meer vervelende ervaringen met klasgenoten. Ook waren ze vaker het slachtoffer van pesten of agressie. Ftitache vond geen etnische groepsverschillen in de mate van hyperactief gedrag en emotionele problemen.

‘Er was een sterk verband tussen het innemen van een lage sociale positie in de klas en externaliserend gedrag. Dit verband bleek echter sterker te zijn voor kinderen van niet-westerse migranten dan voor kinderen van Nederlandse afkomst’, aldus Ftitache.

Een andere belangrijke bevinding is dat leerkrachten dezelfde beoordelingscriteria toepassen voor het bepalen van de mate en ernst van probleemgedrag voor beide groepen kinderen. Uit het onderzoek blijkt verder dat de verschillen tussen niet-westerse migranten met kinderen van Nederlandse afkomst over de hele basisschoolperiode hetzelfde blijven.

Download het onderzoek Psychosocial and Educational Adjustment of Ethnic Minority Elementary School Children in the Netherlands

Vakbond wil bij gelijke geschiktheid een man

CNV Onderwijs wil een aanpassing van de wet, zodat het in selectieprocedures mogelijk wordt om bij gelijke geschiktheid voorrang te geven aan mannen.

Nu is het mogelijk om bij gelijke geschiktheid een voorkeur te hebben voor vrouwen, allochtonen en gehandicapten. Voor mannen mag dit niet.

CNV Onderwijs wil vooral meer mannen in het basisonderwijs krijgen. Daar is het aandeel mannen in tien jaar afgenomen van 22 naar 15 procent.

Lees meer…

Allochtone leerlingen krijgen hogere cijfers

Dat melden onderzoekers Truus Harms en Lyset Rekers-Mombarg van het GION (Gronings Instituut voor Onderzoek van Onderwijs) in het juninummer van het blad Didaktief.  Zij presenteren hun resultaten donderdag 19 juni op de Onderwijs Research Dagen in Eindhoven. Hun belangrijkste conclusie is dat docenten (ijverige) allochtone leerlingen bewust of onbewust overwaarderen.

Gemiddeld halen scholieren in het voortgezet onderwijs 0,1 punt hoger bij het schoolexamen dan bij het centraal schriftelijk. Bij allochtone leerlingen is dit verschil groter: gemiddeld 0,2 tot 0,3 punt. Dit geldt voor alle schooltypen, maar op havo en vmbo-tl en vmbo-gl is het gat nog groter: 0,6 punt bij Turkse leerlingen en 0,4 punt bij Marokkaanse leerlingen.

De onderzoekers keken ook specifiek naar exacte vakken, moderne talen en economische vakken. Dan blijken de verschillen zelfs op te lopen tot bijna 1 cijferpunt. Docenten blijken zich niet bewust van de grotere verschillen.

IJver

Harms en Rekers-Mombarg keken onder meer naar de gegevens van ruim 15.000 leerlingen uit het landelijke VOCL-’99 schoolloopbaanonderzoek (Voortgezet Onderwijs Cohort Leerlingen) en van landelijke vwo-eindexamencijfers uit 2006, en zij bevroegen docenten.

Op grond daarvan noemen ze enkele verklaringen voor de grotere verschillen. Leerlingen met een relatief groot gat tussen beide examencijfers, bleken ook al lagere scores te halen bij enkele objectieve – landelijk identieke en genormeerde – toetsen in de onderbouw.

Daarnaast vallen deze leerlingen op door hun werkhouding: ze willen goed presteren, zijn sterker gericht op het herhalen en inprenten van de lesstof, en ze besteden meer tijd aan huiswerk. Dit geldt overigens voor allochtone én autochtone leerlingen. Maar allochtone leerlingen zijn ijveriger en ze scoren vaker laag op de objectieve toetsen.

Hun rapportcijfers wijken echter nauwelijks af. Dit bevestigt de indruk dat docenten (ijverige) allochtone leerlingen – bewust of onbewust – overwaarderen. Allochtone leerlingen hebben volgens docenten bovendien meer moeite met het talige karakter van de vragen op het centraal examen.

Opvallend is – volgens de onderzoekers – dat de scholen met weinig extra cijferverschil ‘strenge’ scholen zijn. Ze houden onverkort vast aan een bepaald niveau op het schoolexamen en selecteren leerlingen al in de onderbouw.

Het blad Didaktief is te bestellen via www.didaktief.nl.