‘Flexibele schooltijden te groot risico voor kwaliteit’

Het generiek invoeren van flexibele schooltijden zou te veel risico’s met zich meebrengen voor de kwaliteit van het onderwijs. Daarom besloot minister Arie Slob het experiment met flexibele schooltijden in het basisonderwijs te staken, zo laat hij weten in reactie op vragen uit de Tweede Kamer.

In april werd bekend dat Slob had besloten een punt te zetten achter het experiment met flexibele schooltijden. Dit betekent dat alle scholen die aan het experiment begonnen, zich met ingang van het nieuwe schooljaar weer moeten houden aan de centraal vastgestelde vakanties en de vijfdaagse schoolweek.

Het besluit van Slob leidde tot gefronste wenkbrauwen, ook in de Tweede Kamer, omdat ouders en leerlingen over het algemeen tevreden zijn met flexibele schooltijden. De minister bevestigt dat dit het geval is, maar hij benadrukt dat uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat flexibele schooltijden te veel risico’s met zich meebrengen voor de kwaliteit van het onderwijs.

Het is daarom volgens hem niet verantwoord de bepalingen uit het experiment generiek te wijzigen in de Wet op het primair onderwijs. ‘Hoe mooi dat resultaat ook is, een school blijft een onderwijsinstelling en de onderwijskwaliteit staat voorop’, aldus de minister.

Over het feit dat de scholen die aan het experiment begonnen met ingang van het nieuwe schooljaar zich weer moeten houden aan de regels, merkt Slob op dat deze scholen wisten dat ze meededen aan een experiment dat per definitie tijdelijk was.

Lees meer…

Ontwerpbesluit flexibele onderwijstijd

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft het Ontwerpbesluit experiment flexibele en virtuele onderwijstijd naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.

Het doel van dit experiment in het primair onderwijs is om inzicht te krijgen in de effecten van virtuele en flexibele onderwijstijden op de onderwijskwaliteit en de tevredenheid van de betrokkenen. Het gaat in dit experiment vooral om het beter laten aansluiten van de schooltijden op het werkritme van ouders.

Om dit experiment mogelijk te maken, wordt afgeweken van artikelen 8 en 15 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) met betrekking tot de centraal vastgestelde vakanties, de inrichting van schoolweek en het geven van onderwijs.

De effecten van het experiment zullen na drie jaar worden geƫvalueerd. Op basis daarvan wordt besloten of een wetsvoorstel voorbereid zal worden om de mogelijkheden voor flexibele en virtuele onderwijstijd permanent te maken en sectorbreed in te voeren.

Het is de bedoeling dat het besluit tot het experiment op 1 augustus 2014 van kracht wordt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl