Wat mag wel/niet met geld uit lumpsum?

Hoe strikt moet artikel 148 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) over de lumpsumfinanciering worden uitgelegd? De Helpdesk van VOS/ABB krijgt die vraag geregeld voorgelegd.

Schoolbesturen in het primair onderwijs worstelen nogal eens met de vraag of zij geld uit de lumpsum anders mogen besteden dan strikt genomen in artikel 148 staat vermeld. Vaak hebben die vragen betrekking op onderwijshuisvesting.

Er was al eens onduidelijkheid over geld uit de lumpsum dat werd gebruikt voor leerlingenvervoer. In 2013 maakte de Raad van State een einde aan die onduidelijkheid: lumpsumgeld is niet bedoeld voor het vervoer van leerlingen.

Nieuwbouw
In januari jongstleden heeft de rechtbank Noord-Holland bepaald dat lumpsumgeld ook niet mag worden gebruikt voor nieuwbouw. Deze uitspraak ging over een geschil over een convenant tussen de gemeente Zaanstad en de onderwijsstichting Zaan Primair.

In dat convenant was een bepaling opgenomen voor een financiële bijdrage van het schoolbestuur aan nieuwbouw. De stichting liet echter aan de gemeente weten op basis van de WPO niet tot naleving van dit onderdeel van het convenant te kunnen voldoen.

De rechtbank bevestigt dat de lumpsumfinanciering moet worden besteed aan personele kosten en kosten van materiële instandhouding. Artikel 91 van de WPO bepaalt dat gemeenten zorg dragen voor de voorziening in de huisvesting.

De enige uitzondering op dit uitgangspunt vormen aanvullende uitgaven op het gebied van huisvesting die worden gefinancierd uit reserves die zijn opgebouwd vóór 1 augustus 2006 of uit privévermogen. Daarvan was in de betreffende kwestie geen sprake.

De bepaling uit het convenant is nietig verklaard, omdat die in strijd was met de wet. De gemeente kan nakoming van de bepaling dus niet vorderen.

De conclusie op grond van het voorgaande is dat de bestedingsmogelijkheden zoals genoemd in artikel 148 van de WPO strikt worden uitgelegd. Het aanwenden van lumpumgeld voor nieuwbouw valt daarbuiten.

Verruiming?
Het is mogelijk dat het investeringverbod voor huisvesting minder strikt wordt. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft in december jongstleden laten weten dat hij daar mogelijk toe bereid is als er sprake is van terugverdieneffecten.

Als de PO-Raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hierover afspraken maken, dan is Dekker bereid te onderzoeken wat er wettelijk mogelijk is. Er zou dan in elk geval aan de volgende voorwaarden moeten worden voldaan:

  • Schoolbesturen mogen alleen investeren in zaken die boven de eisen van het Bouwbesluit uitgaan;
  • De investeringen van schoolbesturen moeten beperkt blijven tot investeringen ter voorkoming van onnodige financiële risico’s;
  • Duidelijk moet zijn binnen welke termijn schoolbesturen hun investering terugverdienen.

Het is nog niet duidelijk of en zo ja wanneer de mogelijkheden worden verruimd. Tot die tijd is een strikte uitleg van artikel 148 van de WPO het uitgangspunt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl