Vooral meisjes willen baan in onderwijs

In Nederland willen meisjes het liefst in het onderwijs gaan werken. Jongens kiezen veel liever voor een baan in de ICT-sector. Dat staat in het rapport Dream Jobs? Teenagers’ Career Aspirations and the Future of Work van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Bij de meisjes in de leeftijd van het voortgezet onderwijs staat docent worden op nummer 1. Eén op de tien meisjes (9,3 procent) in Nederland wil later in het onderwijs gaan werken. Bij de jongens is dat met één op de 25 (4,0 procent) veel minder.

Meisjes willen dus het liefst gaan lesgeven. Andere populaire beroepskeuzes zijn dokter, psycholoog, verpleegkundige en advocaat. Bij de jongens staat een baan in de ICT op nummer 1, gevolgd door sporter, software-ontwikkelaar en technicus. Op nummer 5 staat bij jongens een baan in het onderwijs.

Studie- en beroepskeuze op scholen moet beter

Dit staat in een recent advies van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI), het overlegorgaan van werkgevers, werknemers en gemeenten. De RWI wil dat studie- en beroepskeuze meer wordt ingebed in het reguliere onderwijs. ‘Scholen moeten verder kijken dan het laten slagen van hun leerlingen voor het einddiploma. Door de prestaties van hun voormalige leerlingen in het vervolgonderwijs te volgen, kunnen de scholen hun begeleiding bij loopbaanoriëntatie verbeteren”, vindt RWI.

Het gaat om adequate informatie over beroepen en over regionale en sectorale arbeidsmarktkansen. Ook vindt de RWI dat leerlingen bijtijds en intensiever dan tot nu gebeurt, in contact moeten komen met vervolgopleidingen en beroepspraktijk.

Meeloopdagen en snuffelstages
Goede middelen om dit te bereiken zijn volgens de RWI: meeloopdagen in het vervolgonderwijs, leerlingen- en docentenuitwisseling tussen voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en meer snuffelstages voorafgaand aan de studie- of beroepskeuze. Belangrijk is ook dat leerlingen deze ervaringen ook daadwerkelijk gebruiken bij hun keuzes; volgens de RWI is de begeleiding op de scholen daar nog te weinig op gericht. Verder vindt de RWI het belangrijk dat beroepsopleidingen niet meer leerlingen toelaten dan de (regionale) arbeidsmarkt jaarlijks kan plaatsen.

Met zijn advies wil de RWI onderwijs en arbeidsmarkt beter op elkaar afstemmen. Het gaat de RWI om het voorkomen van ongediplomeerde schooluitval, verbetering van de startpositie van gediplomeerden op de arbeidsmarkt en bestrijding van onnodige personeelstekorten.

Werkdruk
De RWI spreekt niet alleen de scholen aan, maar ook de landelijke overheid en de sectororganisaties in het onderwijs. “Het moet de scholen namelijk ook mogelijk gemaakt worden de studie- en beroepskeuze te verbeteren”, aldus de RWI, die zich realiseert dat scholen al te maken hebben met uiteenlopende maatschappelijke problemen en een hoge werkdruk. De partijen binnen de RWI (werkgevers, vakbonden en gemeenten) zien dan ook een taak voor zichzelf om het arbeidsmarktperspectief beter op het netvlies van docenten en leerlingen te krijgen.

Ten slotte pleit de RWI voor een landelijke website of portal voor studie- en beroepskeuze. Daar moet alle informatie over opleidingen, beroepen en arbeidsmarktkansen worden verzameld en beheerd.

Het advies ‘Voor de keuze. Voorstellen voor een betere studie- en beroepskeuzebegeleiding’ van RWI treft u aan in de rechterkolom naast dit artikel.

Bijlagen