Subsidie voor behalen bevoegdheid bewegingsonderwijs

Groepsleerkrachten in het primair onderwijs kunnen 4200 euro subsidie krijgen voor het behalen van de bevoegdheid bewegingsonderwijs.

Sinds 2000 leidt het afronden van de pabo tot een bevoegdheid voor het geven van bewegingsonderwijs aan de groepen 1 en 2. Voor de overige groepen is een aanvullende kwalificatie vereist via de leergang ‘Vakbekwaamheid bewegingsonderwijs’.

Op sommige scholen zijn onvoldoende leerkrachten die aan alle leerlingen bewegingsonderwijs mogen geven. De subsidieregeling moet ertoe bijdragen dat er meer leerkrachten komen die hiertoe bevoegd zijn.

Voor 2019 en 2020 is jaarlijks 3.000.000 euro beschikbaar. Hiermee kunnen jaarlijks zeker 750 leerkrachten een opleiding volgen. Ze kunnen maximaal 3500 euro krijgen voor de studiekosten plus maximaal 700 euro voor studiemiddelen en reiskosten. In totaal gaat het dus om maximaal 4200 euro.

Lees meer…

Bewegingsvaardigheid basisschoolleerlingen afgenomen

De bewegingsvaardigheid van basisschoolleerlingen is de afgelopen tien jaar afgenomen, meldt de Inspectie van het Onderwijs.

Onder regie van de inspectie is vorig schooljaar onderzoek gedaan naar de bewegingsvaardigheid van leerlingen in de eindfase van het basis- en speciaal basisonderwijs. In 2006 werd ook onderzoek gedaan.

Het blijkt dat leerlingen minder goed presteren dan in 2006. Uit het onderzoek komt tevens naar voren dat jongens over het algemeen beter scoren dan meisjes. Een ander onderzoeksresultaat is dat de inzet van een vakleerkracht positief effect heeft op de bewegingsvaardigheid van leerlingen.

Download het onderzoeksrapport

 

Slob wil meer bewegingsonderwijs op basisscholen

Onderwijsminister Arie Slob gaat met de PO-Raad ‘aanvullende acties afspreken’ om ervoor te zorgen dat er op de basisscholen meer bewegingsonderwijs wordt gegeven. Dat laat hij weten in reactie op vragen van Tweede Kamerlid (en sportman) Rudmer Heerema van de VVD.

De vragen van Heerema volgden op het Telegraaf-bericht Kinderen klunziger. Daarin stond dat een kwart van de basisschoolleerlingen in Nederland een onvoldoende scoort op bewegingsvaardigheid.

Slob laat in zijn antwoorden weten dat geen goede zaak te vinden. Daarom gaat hij met de sectororganisatie PO-Raad ‘aanvullende acties afspreken’ om er samen voor te zorgen dat er meer bewegingsonderwijs wordt gegeven. Hij geeft in zijn antwoorden niet aan hoe deze aanvullende acties er wat hem betreft uit kunnen uitzien.

De PO-Raad heeft vorig jaar laten weten dat het te duur is om op alle basisscholen een vakleerkracht gym te hebben.

Lees meer…

Dialoog over toekomst bewegingsonderwijs

De Onderwijsraad organiseert een dialoog over bewegingsonderwijs. De dialoog vindt plaats op donderdag 8 februari in openbare basisschool De Springbok in Den Haag. Dit is een officieel erkende sportieve en gezonde school.

De Onderwijsraad organiseert het debat in samenwerking met de Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving.

Vragen die aan bod komen: Hoe kunnen scholen hun leerlingen stimuleren tot sporten of bewegen? Welke sport- en beweegactiviteiten worden er nu al georganiseerd, met welke instanties vindt samenwerking plaats, en wat zijn knelpunten en succesfactoren?

Deelname is gratis. U kunt zich tot 1 februari aanmelden via onderwijsdialogen@onderwijsraad.nl.

Lees meer…

Overal vakleerkracht bewegingsonderwijs te duur

De verplichte inzet van vakleerkrachten bewegingsonderwijs op de basisscholen is niet te betalen. Dat blijkt uit een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Dekker meldt op basis van een onderzoek van Regioplan en het Mulier Instituut dat de verplichte inzet van vakleerkrachten bewegingsonderwijs ‘afhankelijk van de uitvoeringsvariant waarvoor zou worden gekozen’ 48 tot 204 miljoen euro per jaar kost. Daar is volgens de staatssecretaris nu geen financiële dekking voor.

Het onderzoek volgde op een plan van Tweede Kamerlid en sporter Rudmer Heerema van de VVD. Dekker noemde zijn plan voor de verplichte inzet van vakleerkrachten bewegingsonderwijs eerder al onrealistisch.

Kamer: ‘Verplichte vakdocent gym te duur’

Het VVD-idee om uitsluitend nog vakdocenten gymnastiekles te laten geven in het basisonderwijs is voorlopig van de baan. Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat het schoolbesturen (te) veel geld gaat kosten.

Staatssecretaris Dekker gaat nu uitzoeken hoe hoog de kosten precies zijn als een vakdocent bewegingsonderwijs verplicht wordt gesteld. Eerder had onder anderen de PO-Raad al betoogd dat het ook om inhoudelijke redenen ‘onverstandig’ zou zijn om alleen nog vakleerkrachten aan te stellen.

Kwaliteit gymles
Op dit moment mogen naast vakdocenten ook groepsleerkrachten met een zogenoemde ‘brede bevoegdheid’ bewegingsonderwijs geven in de basisschool. Dit zijn groepsleerkrachten die – met subsidie – en speciale Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs hebben gevolgd, omdat het pabo-diploma sinds 2005 geen bevoegdheid meer geeft voor gymles.

Uit een evaluatie van die leergang blijkt dat deze een positief effect heeft op de kwaliteit van de gymlessen. Bovendien blijkt uit dat onderzoek dat schoolbesturen soms om pedagogische redenen zelfs de voorkeur geven aan zo’n groepsleerkracht met brede bevoegdheid boven een vakdocent. Daarom gaven de PO-Raad, de onderwijsvakbonden en de Vereniging Hogescholen vorige week in een brief aan de Tweede Kamer het advies om de bestaande werkwijze te handhaven en niet mee te gaan met het voorstel van VVD-Kamerlid Rudmer Heerema om de vakdocent verplicht te stellen voor bewegingsonderwijs. Dat plan zou de schoolbesturen ook nog veel geld kosten. Dat vond een meerderheid in de Tweede Kamer deze week ook.

 

‘Alleen vakdocenten gym? Onverstandig’

Het is niet alleen onrealistisch, maar ook onverstandig om uitsluitend nog vakdocenten voor gymnastiek te willen inzetten in het basisonderwijs. Dat zeggen de PO-Raad, de onderwijsvakbonden en de Vereniging Hogescholen in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer, die vandaag debatteert over een VVD-voorstel van die strekking.

Eerder zei VVD-staatssecretaris Sander Dekker al dat het niet haalbaar is om alleen nog vakdocenten gymnastiekles te laten geven op basisscholen. De PO-Raad was daar al eerder tegen om inhoudelijke redenen, en wordt daarin nu gesteund door de vakbonden en de hogescholen.

Zij wijzen er op dat veel groepsleerkrachten de afgelopen jaren juist met subsidie de speciale Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs hebben gedaan. Dit was nodig omdat het pabo-diploma na 2005 geen bevoegdheid meer geeft voor bewegingsonderwijs. Daarvoor moesten de pabo-afgestudeerden nog een extra opleiding volgen. Uit de een evaluatie van de aanvullende leergang blijkt dat deze een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de gymles op basisscholen. Bovendien blijken schoolbesturen soms om pedagogische redenen de voorkeur te geven aan een reguliere beroepskracht met brede bevoegdheid boven een vakdocent, zo melden de partijen in de gezamenlijke brief. Ten slotte wijzen zij erop dat het financieren van een vakleerkracht zeker niet budgetneutraal kan gebeuren, zoals de VVD denkt.

De PO-Raad, vakbonden en hogescholen dringen er daarom op aan de huidige werkwijze door te laten gaan, omdat zij ervan overtuigd zijn dat hiermee de kwaliteit van het bewegingsonderwijs voldoende wordt versterkt.

‘Vakdocenten voor gym niet overal haalbaar’

Het is niet haalbaar dat álle leerlingen van basisscholen bewegingsonderwijs krijgen van bevoegde vakdocenten. Dat stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Dekker heeft de Tweede Kamer een brief geschreven als reactie op de initiatiefnota over bewegingsonderwijs van VVD-Kamerlid Rudmer Heerema, die eerder werkzaam was als docent lichamelijke opvoeding van OSG Willem Blaeu in Alkmaar.

Dekker schrijft dat hij de grondgedachte omarmt dat elk kind goed bewegingsonderwijs verdient, omdat dat cruciaal is voor de motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen. Hij benadrukt ook dat goed bewegingsonderwijs overgewicht bij kinderen kan tegengaan en een bijdrage kan leveren aan een actieve en gezonde leefstijl.

Zoveel mogelijk vakdocenten

Het streven van Heerema dat álle basisschoolleerlingen bewegingsonderwijs krijgen van bevoegde vakdocenten is echter niet haalbaar, schrijft de staatssecretaris. Hij vindt wel dat er een vakleerkracht moet zijn voor ‘zoveel mogelijk’ leerlingen.

Hij noemt basisscholen in krimpgebieden waarvoor ook deze ambitie waarschijnlijk te hoog gegrepen is, omdat deze scholen weinig tot geen ruimte hebben om een vakleerkracht voor bewegingsonderwijs aan te trekken.

Lerarenbeurs bewegingsonderwijs groot succes

De lerarenbeurs bewegingsonderwijs die per 1 juli 2015 is opengesteld, is volgens de PO-Raad een groot succes.

Ruim 950 beurzen zijn inmiddels toegekend en er liggen nog 300 aanvragen. Omdat er nog slechts budget is om 150 beurzen te honoreren, zullen sommige leraren nu buiten de boot vallen. Zij hebben per 1 januari 2016 de mogelijkheid om opnieuw een aanvraag in te dienen.

Lees meer…

Welke school is sportiefste van Nederland?

Scholen voor voortgezet onderwijs kunnen zich aanmelden voor de verkiezing Sportiefste School van Nederland.

Om het jaar wordt de verkiezing gehouden voor respectievelijk basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs. Dit schooljaar is het voortgezet onderwijs aan de beurt.

De verkiezing is een initiatief van Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) in samenwerking met sportkoepel NOC*NSF. De KVLO wil hiermee een kwaliteitsimpuls geven aan bewegingsonderwijs en sport.

Scholen voor voortgezet onderwijs kunnen zich tot 20 februari online aanmelden. De winnaars worden op 7 april bekendgemaakt.

Lees meer…

Extra geld voor meer en beter bewegingsonderwijs

Te weinig geld, onvoldoende bevoegde leraren en een tekort aan accomodaties zijn de belangrijkste belemmeringen om goed en genoeg bewegingsonderwijs te geven. De PO-Raad en het ministerie van OCW zeggen met afspraken uit het bestuursakkoord voor het primair onderwijs deze belemmeringen weg te kunnen nemen. De doelstelling voor 2017 is dat op alle basisscholen minimaal twee uur bewegingsonderwijs per week wordt gegeven.

‘Kwalitatief bewegingsonderwijs is cruciaal voor de motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen’, staat in de inleiding van het Plan van aanpak bewegingsonderwijs, dat staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Er worden verschillende maatregelen getroffen om de kwaliteit van het bewegingsonderwijs te verbeteren én om meer uren te kunnen aanbieden.

Om elke basisschool in staat te stellen minimaal twee uur bewegingsonderwijs per week te laten geven, wordt via de Prestatiebox 5 miljoen euro per jaar uitgetrokken. De scholen moeten zich hierover verantwoorden, zo staat in het plan van aanpak: ‘In Vensters PO laten scholen bij de indicator onderwijstijd en organisatie van het onderwijs zien hoeveel uur bewegingsonderwijs zij verzorgen en of daarbij sprake is van de inzet van een bevoegde leerkracht bewegingsonderwijs.’

Er komt per jaar 3 miljoen euro beschikbaar via de Lerarenbeurs. Dit geld moet ertoe leiden dat er meer bevoegde leerkrachten bewegingsonderwijs komen. ‘Waar mogelijk worden werkloze vakleerkrachten gematcht aan regio’s waar een tekort is aan bevoegde leerkrachten.’ Dit punt wordt meegenomen in de bestuurlijke ronde van het ministerie van OCW langs de wethouders Onderwijs en Sport van de grootste 37 gemeenten (G37).

Verder is afgesproken dat sportkoepel NOC*NSF scholen ondersteunt in de contacten met de (on)georganiseerde sport en dat gemeenten de schoolbesturen ondersteunen bij het realiseren van voldoende accommodaties voor bewegingsonderwijs.

Sporten (niet) gezond: steeds meer blessures

In 2011 moesten 7000 kinderen naar de spoedeisende hulp van een ziekenhuis nadat ze tijdens het bewegingsonderwijs een blessure hadden opgelopen. Het totale aantal sportblessures bij negen- tot twaalfjarigen is in zes jaar tijd met 50 procent toegenomen. Dit meldt Veiligheid.NL.

Het bewegingsonderwijs op de basisscholen staat op de tweede plaats als wordt gekeken naar het aantal sportblessures bij kinderen van 9 tot 12 jaar. Op de eerste plaats staat voetbal met in 2011 8500 sportblessures.

De sterke stijging van het aantal sportblessures komt volgens onderzoek door het VU Medisch Centrum in Amsterdam doordat kinderen minder zijn gaan bewegen, waardoor hun motorische vaardigheden slechter zijn geworden. Dit leidt volgens de onderzoekers tot een grotere kans op ernstig letsel, bijvoorbeeld door een val tijdens het bewegingsonderwijs.

Daarom is het belangrijk, zo stelt Veiligheid.NL, om kinderen te trainen in sportieve basisvaardigheden, zoals motoriek, spierkracht en lenigheid.

In reactie op de onderzoeksresultaten, heeft Johan Cruijff laten weten dat hij samen met een aantal sportcoryfeeën het onderwijs wil helpen om de Nederlandse schooljeugd structureel in beweging te krijgen. Hij zei dat in KRO Brandpunt.

Problemen bewegingsonderwijs nog niet opgelost

De vermindering die Dijksma voorstelt in een brief aan de Tweede Kamer, wil zij bereiken door de modules 3 en 4 te combineren. Daarnaast moeten alle pabo’s module 1 van de leergang als vrijwillig keuzevak opnemen.

VOS/ABB en andere werkgevers- en ook werknemersorganisaties hebben ervoor gepleit om zowel module 1 als 2 aan te bieden in het normale pabo-curriculum.

Probleem blijft
Bij de oplossing die Dijksma nu aandraagt, blijft het probleem voor de startende leerkrachten en de scholen bestaan. De beginnende leerkrachten moeten naast hun nieuwe baan ook nog twee jaar studeren voor hun volledige bevoegdheid gymnastiek.

Afgestudeerden van de pabo mogen alleen maar bewegingsonderwijs geven in de groepen 1 en 2 en dienen met de leergang bewegingsonderwijs te beginnen om ook bevoegd te worden voor de groepen 3 tot en met 8.

Ouderen
Voor de scholen blijft de situatie bestaan dat slechts een beperkt aantal groepleerkrachten bevoegd is voor het vak gymnastiek, zeker nu veel ouderen binnenkort het onderwijs verlaten.

Het inzetten van vakleerkracht gymnastiek is een goede mogelijkheid en oplossing, omdat het vak op die manier op een hoger niveau getild kan worden.

Mbo’ers
Staatssecretaris Dijksma geeft in haar brief ook andere mogelijkheden aan om het probleem op te lossen, onder meer het inzetten van mbo-afgestudeerden (CIOS, ook wel Lobossers genoemd).

VOS/ABB vindt dat moet worden gekozen voor hbo-opgeleide docenten en niet voor onbevoegden, die als onderwijsassistent ingezet dienen te worden. Er hoort dan immers een bevoegde leerkracht naast te staan, waardoor de werkdruk op de school alleen maar verhoogd wordt.

In de rechterkolom staat de brief van Dijksma.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Bijlagen