‘Kabinet mag betalen, maar niet bepalen’

Het kabinet moet zich beperken tot de rol van financier en wetgever en zich niet bemoeien met de inhoud van de cao in het primair onderwijs, stelt directeur Patrick Banis van het kenniscentrum voor arbeidszaken CAOP in Trouw.

Banis reageert op de voorwaarde die onderwijsminister Arie Slob stelt aan het beschikbaar stellen van extra geld voor de lerarensalarissen. Slob heeft herhaaldelijk gesteld dat het extra geld er pas komt als de sociale partners de bovenwettelijke regelingen voor werkloze werknemers in het primair onderwijs ‘normaliseren’.

Nu is het zo dat schoolbesturen in het primair onderwijs aan werklozen een aanvulling op de werkloosheidsuitkering van het UWV moeten betalen. Daardoor is de uitkering hoger en duurt die ook langer dan bij werklozen in andere sectoren. Een dergelijke regeling geldt ook in het voortgezet onderwijs.

De bovenwettelijke regelingen in de CAO PO kosten ongeveer 100 miljoen euro per jaar, zo meldde onderwijsminister Arie Slob in december in antwoorden op Kamervragen van het CDA en D66. Als deze regelingen zouden worden afgeschaft, zou dit bedrag overigens pas na verloop van tijd beschikbaar komen, omdat lopende rechten niet kunnen vervallen, zo staat in de antwoorden van Slob.

Heel gek

Banis noemt deze opstelling van het kabinet ‘heel gek’. Hij vindt dat het kabinet zich in zijn nieuwe ‘decentrale’ rol moet beperken tot financier en wetgever.

‘Het kabinet moet zelf weer gaan onderhandelen aan de cao-tafel of het aan de vakbonden en werkgevers overlaten hoe het geld wordt uitgegeven. Deze contractpartners zijn ook vrij om te kiezen voor wel of geen aanvullende regelingen voor werkloze leraren’, aldus Banis in Trouw.

Lees meer…

Bovenwettelijke regelingen kosten 100 miljoen euro

De bovenwettelijke regelingen voor werkloze leraren in het primair onderwijs kosten dit jaar ongeveer 100 miljoen euro, meldt onderwijsminister Arie Slob.

De minister reageert op een een vraag uit de Tweede Kamer over het eventueel afschaffen van de bovenwettelijke werkloosheidsregelingen.

‘Wanneer deze regelingen volledig zouden worden afgeschaft, vallen de uitgaven in de periode na afschaffing (…) gefaseerd vrij omdat lopende rechten niet kunnen vervallen’, aldus Slob.

Na afschaffing van de bovenwettelijke regelingen zouden de schoolbesturen minder premie gaan betalen aan het Participatiefonds. De minister wijst erop dat de besturen het geld dan aan andere zaken zouden kunnen besteden.