Segregatie ‘confronterende puzzel’ voor vrijescholen

Sociaal-economische segregatie geldt voor vrijescholen sterker dan voor andere scholen, stelt projectleider Inge de Wolf van de Inspectie van het Onderwijs in de publicatie De staat van het vrijeschoolonderwijs.

De Wolf wijst erop dat in de publicatie De staat van het onderwijs van de inspectie staat dat ouders en leerlingen steeds vaker kiezen voor scholen met ‘ons soort mensen’.  Daardoor neemt de sociaal-economische segregatie toe en ontstaan er ‘bubbles van gelijkgestemden’.

‘Voor leerlingen betekent dit dat ze leerlingen uit een ander milieu op school minder vaak tegenkomen. De veranderde keuzepatronen en segregatie gelden voor vrijescholen sterker dan voor veel andere scholen’, aldus De Wolf. Zij noemt daarom de schoolkeuze van ouders en segregatie een ‘confronterende puzzel’ voor vrijescholen.

Ga naar De staat van het vrijeschoolonderwijs

‘Gezeur maakt onderwijs niet beter’

‘Docenten, schoolleiders, ouders, overheidsinstanties, wetenschappers, raden en belangenverenigingen: Alle betrokkenen steunen en kreunen en leggen de verantwoordelijkheid ergens anders neer.’ Dat stelt onderzoeker en geschiedenisdocent Saro Lozano Parra op de opiniepagina van Trouw naar aanleiding van de reacties op het inspectierapport De Staat van het Onderwijs.

‘Je kunt er gif op innemen: onmiddellijk na de publicatie en de eerste nieuwsberichten over het inspectierapport gaat de zeurkraan weer open: bestuurders doen dit fout, er is sprake van curriculumvervuiling door nieuwe vakken die vroeger ook niet nodig waren, scholen zijn niet ambitieus genoeg en de VO-raad vindt het allemaal maar overdreven. Alle betrokken partijen gebruiken het rapport als haakje om aandacht te generen voor de eigen sores’, aldus de promovendus van de Universiteit Utrecht.

De belangrijkste conclusie bestaat volgens hem niet uit de bevonden resultaten van het onderwijsrapport, maar uit ‘de totale impasse’ die erop volgt. ‘Docenten, schoolleiders, ouders, overheidsinstanties, wetenschappers, raden en belangenverenigingen: Alle betrokkenen steunen en kreunen en leggen de verantwoordelijkheid ergens anders neer.’ Hierdoor lijkt volgens hem ‘een actieve, constructieve samenwerking om een gezamenlijke visie te ontwikkelen en fundamentele vragen over ons onderwijs te beantwoorden ver weg’.

Lees het opniestuk

VO-raad over De Staat van het Onderwijs: ‘Eenzijdig’

De VO-raad vindt de conclusie van de Inspectie van het Onderwijs dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt ‘eenzijdig en daarmee onterecht’.

De signalering van de inspectie dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt staat in het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017. Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad zegt dat dit ‘ook met dit rapport in de hand’ niet is vol te houden.

‘Al helemaal niet in een tijd dat er geen euro extra geïnvesteerd wordt in leraren in het vo, er nog steeds verkeerde prikkels in het systeem zitten en de maatschappelijke opdracht van scholen alleen maar complexer wordt’, aldus Rosenmöller.

Het beeld dat de inspectie oproept over het voortgezet onderwijs doet volgens hem ‘geen recht aan de mensen in de scholen’ die, zo benadrukt hij, ‘onder moeilijke omstandigheden en met een bescheiden bekostiging’ goede resultaten boeken.

Lees meer…

PO-Raad: Te veel eisen en te weinig waardering

‘Het jarenlang overvragen en onderwaarderen van het primair onderwijs, de lage bekostiging en een beginnend lerarentekort hebben hun tol geëist.’ Daarmee reageert de PO-Raad op de bevinding van de Inspectie van het Onderwijs dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt.

De signalering van de inspectie dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt staat in het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017. Voor de sectororganisatie is de negatieve ontwikkeling geen groot nieuws, zo blijkt uit de woorden van voorzitter Rina den Besten: ‘Zorgelijk, maar niet heel verrassend.’

Zij ziet het ‘tekort aan bekostiging’ en het ‘groeiend lerarentekort door te lage salarissen’ als oorzaken van de tanende onderwijskwaliteit. Er worden volgens haar ook te veel eisen gesteld: ‘Scholen worstelen met een overladen lesprogramma en hun bordje wordt alsmaar verder vol geschept.’

Den Besten vindt echter ook dat het onderwijs naar zichzelf moet kijken om te zien wat er beter kan. ‘Scherper focus aanbrengen, goed zicht hebben op de eigen kwaliteit, en daarover verantwoording willen afleggen’, aldus de voorzitter van de PO-Raad.

Lees meer…

Ministers over beter onderwijs: schouders eronder!

Verbetering van het onderwijs ligt in handen van ‘ambitieuze leraren, schoolleiders en besturen’, benadrukken de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob in reactie op het inspectierapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017

In het rapport van de Inspectie van Onderwijs staat dat de prestaties van leerlingen onder druk staan en dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt. Daarnaast signaleert de inspectie dat ongelijke kansen dreigen en dat grote schoolverschillen worden versterkt door toenemende sociaal-economische segregatie.

Verandering van binnenuit

Voor Van Engelshoven en Slob zijn de conclusies van de inspectie geen reden om diepgaand in te grijpen in de autonomie van scholen. ‘De verandering zal van binnenuit moeten komen, van ambitieuze leraren, schoolleiders en besturen. Zij staan daarin niet alleen. De inspectie en het ministerie werken met hen samen aan constante verbetering van de kwaliteit van het onderwijs’, zo schrijven ze in hun reactie.

De minister voegen daaraan toe dat het onderwijs niet kan worden verbeterd door de scholen ‘opnieuw te overladen met actieplannen en maatregelen, maar door een combinatie van ruimte, vertrouwen en heldere, gerichte doelen’. Ze gaan de komende tijd verder in gesprek met onder andere de PO-Raad en VO-raad ‘om tot een gerichte samenwerking te komen om de kwaliteit van het onderwijs verder te versterken’.

Samen de schouders eronder

Van Engelshoven en Slob verwachten ‘van iederéén in het onderwijs de intrinsieke motivatie om ambitieus onderwijs te bieden’. Ze beloven dat ook zij de schouders eronder zetten ‘door bestaande initiatieven voort te zetten en nieuwe op te pakken’.

Lees meer…

Staat van het Onderwijs: prestaties onder druk

De Inspectie van het Onderwijs signaleert in het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017 dat de prestaties van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs over een breed spectrum gelijk blijven of afnemen. Ook op andere punten signaleert de inspectie punten van zorg.

De gelijkblijvende of afnemende prestaties doen zich volgens de inspectie voor bij taal, rekenen, wiskunde, cultuureducatie, natuur en techniek, bewegingsonderwijs en burgerschap. Leerlingen in andere landen doen het gemiddeld beter. Daardoor is ons land zijn internationale toppositie kwijtgeraakt.

Het niveau van de diploma’s laat volgens de inspectie alleen in het vmbo en mbo nog een stijgende lijn zien. In het vmbo neemt het aantal diploma’s in de gemengde of theoretische leerweg toe. In andere sectoren ziet de inspectie geen stijging meer. ‘Het niveau van het hoogst behaalde diploma aan het einde van de schoolloopbaan daalt zelfs iets’, zo staat in het rapport.

Een positief punt is de lage jeugdwerkloosheid in Nederland. Met een afgeronde opleiding in het mbo, het hbo of aan de universiteit hebben jongeren relatief snel een baan. Dat geldt onder andere voor jongeren die in het onderwijs willen gaan werken.

Onderwijskansen en segregatie

De voorwaarden voor gelijke kansen lijken iets te verbeteren, meldt de inspectie. ‘Er zijn meer dubbele adviezen en leerlingen klimmen vaker op binnen het voortgezet onderwijs’, zo staat in het rapport. Toch blijft kansenongelijkheid bestaan, want te zien is aan het feit dat vooral leerlingen in het praktijkonderwijs en beroepsgerichte opleidingen laagopgeleide ouders hebben en vwo’ers vooral hoogopgeleide ouders.

Wat de segregatie betreft, signaleert de inspectie dat die vooral groot is in het basisonderwijs. Het gaat hierbij met name om segregatie naar opleidings- en inkomensniveau van de ouders en minder om etnische segregatie. In het rapport staat verder dat scholen met een bijzonder onderwijsconcept en scholen op religieuze basis bijdragen aan segregatie.

Kwaliteitszorg, autonomie en sturing

De inspectie verbindt de gelijkblijvende en deels afnemende prestaties van leerlingen met de maatschappelijke opdracht aan het onderwijs die steeds meer onder druk staat. ‘Ondanks het grote aantal goede scholen (…) lukt het niet de kwaliteit van het onderwijs voor alle leerlingen (…) te verbeteren’, zo staat in het rapport. Er wordt hierbij een verband gelegd met de autonomie van de scholen, die niet altijd zou worden benut.

Ook noemt de inspectie de hoge werkdruk die in het onderwijs wordt ervaren, het gebrek aan gekwalificeerd personeel op sommige scholen, de discussies over onvoldoende verantwoording en toegenomen tegenstellingen. Andere aspecten die mogelijk negatieve invloed hebben, zijn onvoldoende aandacht voor kwaliteitszorg en verschillende opvattingen over wat goede onderwijskwaliteit inhoudt.

De inspectie ziet ook dat doelen en werkwijzen van gemeentelijke, regionale en landelijke samenwerkingsverbanden of netwerken aanzienlijk van elkaar kunnen verschillen. Veel van deze verbanden en netwerken hebben volgens de inspectie maar weinig doorzettingsmacht. Bovendien ontbreekt het meestal aan tegenkracht en aan consensus over verwachte resultaten.

Download De Staat van het Onderwijs 2016-2017

Interviewtjes met deelnemers

Aan het begin van het congres in de DeFabrique in Utrecht waar het rapport werd gepresenteerd, hield de inspectie korte interviewtjes met deelnemers. Onder anderen directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB werd gevraagd wat hem naar het congres bracht.

‘De Staat van het Onderwijs maakt duidelijk waar we staan. De bevindingen van de Inspectie van het Onderwijs zijn niet altijd positief. Dat is best lastig voor de mensen in het veld, want zij werken enorm hard. Het spanningsveld tussen de wetgeving van de overheid ten aanzien van onderwijs en de autonomie van scholen bijvoorbeeld, vind ik een interessant thema’, aldus Teegelbeckers.

Hij voegde daaraan toe dat het niet alleen belangrijk is om pijnpunten te constateren, maar vooral ook om daar wat mee te doen. ‘Ik ben heel benieuwd naar trends die de inspectie vandaag nader toelicht en hoop dat de verdieping die alle bezoekers hier krijgen, helpen om het onderwijs in Nederland voortdurend te verbeteren.’

Lees meer…

Op 11 april congres De Staat van het Onderwijs

Op 11 april is in Utrecht het jaarlijkse congres De Staat van het Onderwijs. Dan publiceert de Inspectie van het Onderwijs het gelijknamige rapport.

De dag begint met de uitreiking van het rapport aan de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob. Daarna volgt het programma met interactieve sessies.

De inschrijving sluit op 2 april of eerder als het maximale aantal deelnemers is bereikt.

Inspectie: burgerschapsonderwijs schiet tekort

Het burgerschapsonderwijs vertoont weinig samenhang en is weinig doelgericht. Bovendien ontbreekt inzicht in wat leerlingen ervan leren. Dit en meer stelt de Inspectie van het Onderwijs in het onderwijsverslag De Staat van het Onderwijs, dat woensdag is overhandigd aan de demissionaire minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De inspectie dringt aan op versterking van de condities voor burgerschapsonderwijs, maar ziet in de huidige situatie ook aanknopingspunten voor verbetering. Zo wordt in het onderwijsverslag samenwerking genoemd in de Alliantie voor Burgerschap. ‘Ook laten veel scholen zien dat burgerschapsonderwijs – anders dan soms wordt gedacht – niet altijd ‘ingewikkeld’ of ‘gevoelig’ voor meningsverschillen over waarden en normen hoeft te zijn’, aldus de inspectie.

De kritische bevindingen van de inspectie steken af tegen de positieve beoordeling van burgerschapsonderwijs door schoolleiders, zoals onlangs bleek uit een peiling van DUO Onderwijsonderzoek. Uit die peiling kwam onder andere naar voren dat een ruime meerderheid van zeven op de tien directeuren in zowel het basis- als voortgezet onderwijs (zeer) tevreden is over de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs bij hen op school.

Rekenen en wiskunde

De Staat van het onderwijs gaat natuurlijk over (veel) meer dan alleen burgerschapsonderwijs. Zo signaleert de inspectie dat vooral bij rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen de prestaties dalen. De sterkste daling is te zien bij de resultaten van basisschoolleerlingen in het natuuronderwijs. Toch presteren Nederlandse kinderen vergeleken met leeftijdgenoten in andere landen nog steeds goed als het gaat om rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen.

Een ander punt dat de inspectie benoemt, is dat er in Nederland in vergelijking met andere landen relatief weinig zwakke en ook relatief weinig excellente leerlingen zijn.

Gelijke kansen

Hoewel in 2016 twee keer zoveel schooladviezen naar boven zijn bijgesteld dan in 2015, neemt de kansenongelijkheid niet af. ‘De kans op onderadvisering voor leerlingen met laagopgeleide ouders (…) is weliswaar sterk gedaald, maar vooral leerlingen met hoogopgeleide ouders profiteren van verschuivingen in 2016’, zo staat in het verslag.

Verder blijkt dat hoog presterende leerlingen met academisch geschoolde ouders vaker in homogene vwo-brugklassen zitten en dito leerlingen zonder academisch geschoolde ouders vaker in een gemengde brugklas. ‘Dit kan gevolgen hebben voor het niveau waarop zij de lesstof krijgen aangeboden’, stelt de inspectie.

De segregatie naar etnische achtergrond vermindert in zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Sociale segregatie in het onderwijs is volgens de inspectie vooral een verschijnsel dat zich voordoet in steden. Op scholen met veel kinderen van ouders met een lage sociaaleconomische status signaleert de inspectie de meeste leerachterstanden.

Professionalisering

Leraren, scholen en schoolbesturen verschillen aanzienlijk van elkaar in tijd en aandacht voor professionalisering. ‘Op sommige scholen lijkt het leraren aan tijd te ontbreken om zich te professionaliseren, terwijl op andere scholen (…) leraren juist intensieve en gerichte professionaliseringsactiviteiten ondernemen’, schrijft de inspectie.

In het verslag staat ook dat professionaliseringsactiviteiten weinig gericht zijn op effectieve aanpakken en maar zelden een relatie hebben met het strategisch beleid van de school. Bovendien blijken de directie en de leraren vaak heel verschillend tegen de ontwikkeling van de school aan te kijken. ‘De onderwijsvisie (…) is niet altijd duidelijk en wordt niet altijd gedeeld. Leraren en schoolleider praten vaak langs elkaar heen (…).’

Passend onderwijs

Het beeld dat er met de invoering van passend onderwijs grote verschuivingen zijn opgetreden, klopt volgens de inspectie niet. ‘Leerlingen met een ondersteuningsbehoefte blijven vaker in het regulier onderwijs en vanuit het speciaal onderwijs gaan er leerlingen naar het regulier onderwijs. Het ging de afgelopen twee jaar om kleine verschuivingen, waardoor er per school geen of nauwelijks leerlingen uit het speciaal onderwijs bij komen’, zo staat in het onderwijsverslag.

Volgens de inspectie zijn er succesvolle interventies geweest om het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit omlaag te brengen. ‘Samenwerkingsverbanden die doorzettingsmacht hebben georganiseerd, lijken er beter in te slagen leerlingen niet langdurig thuis te laten zitten.’

Informatie: André de Jong, 06-30056066, adejong@vosabb.nl