Veel scholieren ervaren hoge prestatiedruk

Ruim driekwart van de 16-jarige scholieren voelt druk om steeds maar goed te moeten presteren op school. Dat meldt het psychologische bureau Dokter Bosman op basis van eigen onderzoek onder ruim 1000 jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar.

Psychiater Michiel Bosman, directeur-eigenaar van Dokter Bosman: ‘Het kan voor pubers erg confronterend zijn als ze niet kunnen voldoen aan de verwachtingspatronen waar ze hun identiteit op baseren. Bij sommigen kan dit tot psychische problemen leiden.’ Uit het onderzoek blijkt dat vooral 16-jarigen last hebben van paniekaanvallen.

Verder geeft meer dan 20 procent van de 17-jarigen aan vaak last te hebben van sombere gevoelens. Meisjes hebben daar vaker last van dan jongens.

Regeldruk verlagen begint in de school

De hoge regeldruk die in het basisonderwijs wordt ervaren, vloeit veelal voort uit afspraken die scholen aan zichzelf opleggen. Daarom is het belangrijk om zelf maatregelen nemen om de interne regeldruk verminderen, staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Hij wijst erop dat scholen hun administratie heel verschillend vormgeven. Het is daarom belangrijk, zo benadrukt Dekker, dat scholen kritisch blijven reflecteren op welke registratie relevant is voor het geven van goed onderwijs. ‘Scholen kunnen op dit gebied nog veel van elkaar leren, bijvoorbeeld hoe zij de administratie efficiënter kunnen inrichten en dubbele administratieve verplichtingen kunnen voorkomen’, zo schrijft hij.

Interne regeldruk en professionele werkcultuur

Volgens hem begint het tegengaan van regeldruk met een goed gesprek op de school zelf. Daarna is het nodig om over regeldruk in gesprek te gaan met het bestuur en met het samenwerkingsverband voor passend onderwijs. Hij benadrukt hierbij het belang van een professionele werkcultuur, waarin leraren en schoolleiders elk hun eigen positie kennen.

Lees meer…

 

Dekker voert druk op samenwerkingsverbanden op

Staatssecretaris Dekker voert de druk op de samenwerkingsverbanden passend onderwijs op. Als ze niet tijdig klaar zijn voor de invoering van passend onderwijs, dreigt hij bewindvoerders aan te stellen die het gaan regelen.

Dit zegt hij vandaag in een interview in NRC Handelsblad. Daarin staat dat de samenwerkingsverbanden volgens Dekker achterlopen met de voorbereidingen voor passend onderwijs, dat per 1 augustus 2014 wordt ingevoerd. De nieuwe samenwerkingsverbanden zouden zich tot nu toe voornamelijk hebben beziggehouden met hun eigen oprichting. Ze zijn daardoor achterop geraakt met de inhoudelijke invulling. Ook worden ouders nog te weinig betrokken, terwijl dat wettelijk is voorgeschreven. ‘Desnoods gaan we bij hen ingrijpen, bijvoorbeeld door een bewindvoerder aan te stellen. Maar dat zal pas laat in het voorjaar zijn’, aldus Dekker in NRC. Een deel van het interview kunt u hier online lezen.

De dreigende taal van de staatssecretaris van onderwijs is overigens niet nieuw. Al eerder, onder meer tijdens de begrotingsdebatten, hekelde hij trage samenwerkingsverbanden. Dat hij dit vandaag herhaalt, geeft aan dat Dekker er nog steeds niet over peinst om de invoering van passend onderwijs uit te stellen. Dat hebben D66 en de SP al wel geopperd.
Zie ook de gerelateerde berichten in de rechterkolom hiernaast.

Druk neemt toe doordat onderwijs meer moet doen

De drukte die leraren ervaren, hangt samen met het feit dat tegenwoordig meer van hen wordt verwacht dan vroeger het geval was. Dat staat in de beleidsreactie van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW op een onderzoek naar beleefde regeldruk onder leraren.

‘Er worden meer en hogere eisen gesteld aan leraren, als gevolg van diverse maatschappelijke veranderingen. Ook de context waarbinnen leraren hun werk moeten doen, is aanmerkelijk complexer geworden’, zo schrijven Bussemaker en Dekker.

Zij melden vervolgens dat ‘enigszins zwart-wit gesteld’ de leraar voorheen ‘de koning in de klas (was) met als enige communicatiemomenten drie keer per jaar een lijstje met cijfers en een of twee ouderavonden; nu wordt een leraar geacht zich te houden aan tal van afspraken en regels. Ook moet hij zich over zijn werkwijze en resultaten verantwoorden, zowel intern als extern, aan ouders en andere externe partijen’.

Deze ontwikkelingen zijn volgens de minister en de staatssecretaris onomkeerbaar en vragen om ‘professionele leraren die op basis van eigen standaarden hun werk kunnen vormgeven’. Dit is volgens hen de reden waarom OCW ‘inzet op verdere professionalisering van leraren en schoolleiders en op verbetering van de opleiding van aankomende leraren’.

In hun beleidsreactie stippen Bussemaker en Dekker een aantal maatregelen aan om de meetbare en merkbare regeldruk op scholen en instellingen terug te dringen. Leraren en docenten zullen daar volgens hen eveneens effecten van merken. Ze noemen het schrappen van de landelijke indicatiestelling voor het (voortgezet) speciaal onderwijs en voor het verkrijgen van een rugzak. Daarnaast wordt gekeken naar mogelijkheden om de regels voor onderwijstijd in het voortgezet onderwijs te verruimen en vereenvoudigen.