Oproep van schooldirecteur: betaal geen rekeningen meer!

Schooldirecteuren moeten overgaan tot acties die de economie raken, zoals rekeningen niet meer betalen. Dat heeft meer effect dan tijdelijk geen vervanging regelen van zieke leraren. De stelt directeur Frank Sessink van openbare basisschool De Schakel in Winterswijk.

Sessink reageert in dit ingezonden stuk op de actie van de schoolleidersvakbonden AVS en CNV Schoolleiders. Die roepen directeuren in het primair onderwijs op een week lang geen vervanging van zieke leraren te regelen. Daarmee willen de vakbonden laten zien dat het werk van directeuren onmisbaar is. De eis van de bonden is dat de werkdruk van directeuren omlaag gaat en hun salarissen omhoog.

Economie raken

De Winterswijkse directeur verwacht niet dat dit veel indruk zal maken. Hij noemt in zijn stuk ‘veel belangrijkere zaken’ waar directeuren zich mee bezighouden, zoals onderwijskundige lijnen uitzetten, een professioneel team leiden en maken van het schoolplan, de schoolgids en het jaarplan. ‘Zij zijn strateeg en leiden hun school naar de toekomst’, aldus Sessink, die hieraan toevoegt dat directeuren vaak ook nog bezig zijn met het verwerken van facturen. Zijn oproep luidt: ‘Stop met al deze zaken!’

Wat volgens hem echt effect zal hebben, is het niet meer betalen van rekeningen. ‘Als alle directeuren in heel Nederland de facturen van bijvoorbeeld een leverancier van schoolmaterialen als Heutink niet meer betalen, moet je eens opletten hoe snel de paniek toeslaat en er actie ondernomen gaat worden. Want ja, dan raakt het de economie en de maatschappij’, aldus Sessink.

Lees het ingezonden stuk

Leerlingen ontdekken fout in Belastingplan

Leerlingen van het openbare Beatrix College in Tilburg hebben een fout in het Belastingplan 2019 ontdekt. Staatssecretaris Menno Snel van Financiën heeft ze bedankt met een taart.

Het Beatrix College meldt dat economiedocent Gert van Vliet enkele tariefvoorbeelden uit het Belastingplan 2019 door 5 vwo-leerlingen liet narekenen. ‘Het bleek dat onze uitkomsten niet overeenkwamen met die uit het schema. Nóg eens berekend, en nóg eens, het klopte echt niet’, aldus Van Vliet.

De leerlingen gaven de fout door aan het ministerie van Financiën. Staatssecretaris Snel reageerde dankbaar door een taart naar school te sturen.

Lees meer…

 

Nederland in wereldtop dankzij excellent onderwijs

Nederland is mede dankzij de hoge kwaliteit van het onderwijs een van de meest concurrerende economieën ter wereld. Dat staat in The Global Competitiveness Report 2015-2016 van het World Economic Forum. 

Nederland staat op de ranglijst van 140 landen op de vijfde plaats, achter Zwitserland, Singapore, de Verenigde Staten en Duitsland. Onder andere Japan, de regio Hongkong en de Scandinavische landen, inclusief het alom om zijn onderwijs bejubelde Finland, scoren minder goed dan Nederland. Buurland België staat op de negentiende plaats.

Nederland is de snelste stijger in de top 10. Vorig jaar stond ons land nog op de achtste plaats. In 2013 was de Nederlandse economie uit de concurrentietop 5 gezakt.

Wat betreft de kwaliteit van het primair en voortgezet onderwijs staat ons land wereldwijd op de derde plaats.

 

Nederland concurreert goed dankzij excellent onderwijs

Een excellent onderwijssysteem is een van de factoren die ervoor zorgen dat Nederland tot de meest concurrerende economieën van de wereld behoort. Dat staat in The Global Competitiveness Report 2014–2015 van het World Economic Forum.

Nederland staat op de achtste plaats op een lijst met 144 landen. Op de ranglijst 2013-2014 stond Nederland ook op nummer 8, het jaar daarvoor op nummer 5. Het feit dat Nederland vorig jaar op de lijst was gezakt, had te maken met een gebrek aan investeringen en innovaties.

In het rapport over 2014-2015 staat dat de sterke concurrentie van Nederland het gevolg is van onder andere een excellent onderwijssysteem. Ook de goede infrastructuur van ons land en de weer toenemende investeringen en innovaties zorgen ervoor dat we tot de top 10 van concurrerende economieën blijven behoren.

Nog meer bezuinigingen voorlopig buiten beeld

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën heeft laten weten dat er dit jaar en in 2015 niet extra bezuinigd hoeft te worden. Hij zei dat dinsdag na de bekendmaking van de jongste economische cijfers van het Centraal Planbureau (CPB).

Tegen het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) zei Dijsselbloem dat de CPB-cijfers laten zien dat Nederland herstelt van de crisis. ‘De groei trekt aan, het begrotingstekort loopt terug en de werkloosheid daalt in 2015. De koopkracht in 2014 en daarna blijft aantrekken.’ De economische groei komt naar verwachting van het CPB dit jaar uit op 0,75 procent en in 2015 op 1,25 procent.

Hij waarschuwde echter ook voor te hooggespannen verwachtingen, omdat ‘we er nog niet zijn’. Zo stijgt dit jaar de werkloosheid nog en zijn er risico’s, zoals de huidige crisis in Oekraïne en de mogelijke negatieve economische gevolgen daarvan op Nederland.

Bovendien blijft er voorlopig sprake van een begrotingstekort, hoewel dat wel onder de Europese maximumgrens van 3 procent zakt. Het CPB verwacht dat het tekort dit jaar daalt tot 2,9 procent en in 2015 tot 2,1 procent.

Buiten schot
Het onderwijs is tot nu toe bij de bezuinigingen redelijk buiten schot gebleven, vergeleken met andere sectoren zoals de zorg en defensie. Dat heeft te maken met het feit dat het onderwijs een essentiële voorwaarde is voor het behoud van de economische kracht van Nederland.

In het zogenoemde Herfstakkoord maakte het kabinet met de constructieve oppositie van D66, ChristenUnie en SGP afspraken over extra geld voor onderwijs. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW maakten maandag in een brief aan de Tweede Kamer bekend hoe het Herfstakkoord is ingevuld.

WRR: Nederland moet onderwijs versterken

Nederland moet zijn onderwijs versterken om ook in de toekomst een welvarend land te blijven. Dat concludeert de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

De WRR voorziet dat de Nederlandse economie in de toekomst internationaal gezien kan verzwakken. Dit hangt samen met de cocurrentiekracht van lagelonenlanden die zich ontwikkelen tot toonaangevende kenniseconomieën. Als Nederland wil blijven meedoen, moet het meer doen dan innoveren. Er is volgens de WRR in een lerende economie een permanent proces nodig ‘van schaven en bijstellen waarbij iedereen betrokken is’.

Het onderwijs heeft hierin een essentiële rol. De WRR merkt op dat het Nederlandse onderwijs altijd goed is geweest, maar ‘inmiddels voorzichtig achteruitgaat’.  Dat heeft onder andere te maken met het gedaalde opleidingsniveau van de gemiddelde leraar in het primair en voortgezet onderwijs. ‘Minder dan de helft van de basisscholen voldoet aan de belangrijkste kwaliteitsnormen, en op middelbare scholen wordt meer dan één op de vijf lessen gegeven door een onbevoegde docent.’ Dit steekt volgens de WRR schril af tegen de situatie in andere West-Europese landen.

De WRR merkt hierbij op dat Nederland nog meer dan omringende landen sterk afhankelijk is van goed onderwijs vanwege zijn heterogene economische structuur. Er moet daarom meer aandacht komen voor onderwijsaanpassingen. Onderdeel daarvan zou volgens de WRR behoren te zijn dat het basis- en voortgezet onderwijs werkt met universitair geschoolde leraren.

Lees het WRR-rapport Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland.

 

Kabinet biedt zicht op meer scholenbouw

Het kabinet heeft via koning Willem-Alexander het onderwijs hoop gegeven op huisvestingsgebied. In de Troonrede zei hij dat investeringen in scholenbouw een oppepper kunnen geven aan de economie.

‘De regering zal – samen met pensioenfondsen, verzekeraars en banken – een Nederlandse investeringsinstelling oprichten. Het doel van deze instelling is grote beleggers te koppelen aan geschikte investeringsprojecten op terreinen als zorg, energie, schoolgebouwen en infrastructuur, om zo de economie te stimuleren’, zo staat in de Troonrede.

Het mag duidelijk zijn dat deze frase aansluit op de oproep die de brancheorganisatie Bouwend Nederland in augustus deed. Voorzitter Maxime Verhagen pleitte toen voor meer renovatie en nieuwbouw van scholen. Die activiteiten zouden de bouwsector uit de crisis kunnen trekken.

Verhagen baseerde zich op onderzoek van het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB), waaruit blijkt dat een schoolgebouw in de praktijk vaak 100 jaar wordt gebruikt. Volgens hem zijn de gebouwen daar niet op ontworpen. Hij wees er in augustus ook op dat uit hetzelfde onderzoek blijkt dat veel onderwijsgebouwen energieslurpers zijn.

Wat Verhagen in augustus zei, was in feite een herhaling van een pleidooi uit 2009 van VOS/ABB. Toen bleek al dat verscheidene gemeenten overwogen scholenbouwplannen naar voren te halen om de negatieve gevolgen van de crisis voor de bouwsector te verzachten en werkgelegenheid te creëren. VOS/ABB riep andere gemeenten toen op dat voorbeeld te volgen.

Het lijkt er op dat dit idee nu eindelijk door het kabinet wordt omarmd.