Terugvordering fusiegeld: OCW wéér teruggefloten

Opnieuw is het ministerie van OCW keihard op de vingers getikt in een zaak over de terugvordering van fusiecompensatie. De minister heeft de rechtszekerheid met voeten getreden, zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Het ministerie eiste bijna een half miljoen euro fusiecompensatie terug van Stichting Delta Onderwijs in Oosterhout. Het ministerie stelde dat het bij een scholenfusie ten onrechte compensatie aan deze stichting had uitgekeerd, omdat er geen leerlingen waren overgegaan naar de fusieschool.

De rechter wijst erop dat het ministerie pas ná de betreffende fusie met de voorwaarde kwam dat ‘een substantieel aantal leerlingen’ moest overgaan naar de fusieschool. Op het moment van de desbetreffende fusie stond dit nergens zo vermeld.

In strijd met rechtszekerheid

De rechter oordeelt dan ook dat het ministerie van OCW in strijd met de rechtszekerheid heeft gehandeld. Dit betekent dat het ministerie de fusiecompensatie niet had mogen terugvorderen en dat de stichting het geld dus mag houden.

Eerder bepaalde rechtbanken elders in het land al dat andere onderwijsstichtingen in vergelijkbare zaken teruggevorderde fusiecompensatie mochten houden. Het gaat inmiddels om vele tonnen die niet aan OCW hoeven te worden terugbetaald.

Meer informatie? Bij VOS/ABB weet adviseur Ronald Bloemers hier alles van: rbloemers@vosabb.nl.

OCW verliest zaken over terugbetalen fusiecompensatie

De Groningse scholengroep OPRON voor openbaar primair onderwijs hoeft eerder toegekende fusiecompensatie niet terug te betalen. Dat geldt ook voor de christelijke onderwijsstichting De Greiden in Friesland. Dat heeft de rechtbank Noord-Nederland beslist.

Het ministerie eiste bijna 6,5 ton terug van OPRON en ruim 3 ton van De Greiden. Deze bedragen waren toegekend als compensatie voor fusies van basisscholen.

Bij die fusies ging uiteindelijk geen enkele leerling over van de scholen die dichtgingen naar de betreffende fusiescholen. Volgens het ministerie was er daardoor geen sprake van samenvoegingen van scholen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (Wpo). Daarom eiste OCW de fusiecompensatie terug.

Nergens in de wet

OPRON en De Greiden verzetten zich daartegen. Zij stelden dat op het moment van de samenvoegingen nergens in de wet stond vermeld dat er bij een fusie leerlingen van de ene naar de andere school moesten overgaan.

De rechtbank Noord-Nederland stelt de schoolbesturen in het gelijk. Op het moment van de fusies konden zij niet weten, zo stelt de rechter, dat OCW hieraan de voorwaarde verbond dat er leerlingen moesten overgaan naar de fusiescholen.

Zie in de rechterkolom ook eerder verschenen berichten over rechtszaken over het terugbetalen van fusiecompensatie.

OCW blijft fusiecompensatie terugvorderen

Het ministerie van OCW gaat door met rechtszaken om fusiecompensatie terug te vorderen. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in reactie op vragen van de SGP.

De SGP wees Slob op een artikel van mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB. Hij legt uit dat  nergens in de wet staat dat er voor toekenning van fusiecompensatie leerlingen moeten overgaan van een van de opgeheven scholen naar de fusieschool. Er kan dus volgens Bloemers geen sprake zijn van terugvordering van toegekende fusiecompensatie op grond van het feit dat er geen leerlingen zijn overgegaan.

Minister Slob stelt in zijn antwoorden dat daar wel degelijk sprake van moet zijn. Hij verwijst naar een toelichting op de wet waarin dat volgens staat. Ook wijst hij op artikel 121 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Op basis van dat artikel is het volgens hem ook zo dat bij een fusie leerlingen van een van de opgeheven scholen moeten zijn overgegaan naar de fusieschool om recht te behouden op fusiecompensatie.

Daarom blijft OCW doorgaan met het terugvorderen van fusiecompensatie in die gevallen waarbij geen leerlingen zijn overgegaan naar de fusieschool. ‘Er is geen reden om nu de terugvorderingen ongedaan te maken’, aldus Slob.

Wisselende uitspraken

In mei gaf de rechtbank Noord-Holland het ministerie van OCW gelijk in een zaak over terugvordering van ruim 3,3 ton fusiecompensatie. Het geld was toegekend aan een schoolbestuur in Noord-Holland voor een fusie waarbij geen leerlingen van de ene naar de andere school waren overgegaan. Volgens OCW was er daardoor geen sprake van samenvoeging. Het ministerie werd dus door de rechtbank in het gelijk gesteld.

Deze uitspraak staat haaks op een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak. De Rechtbank Gelderland bepaalde in maart dat het in strijd is met de rechtszekerheid om de overgang van leerlingen als vereiste te laten gelden bij de toekenning van fusiecompensatie.

In januari was er een vergelijkbare uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Die bepaalde ook dat het ministerie van OCW geen fusiecompensatie kon terugvorderen op basis van het criterium dat er sprake zou moeten zijn van de overgang van leerlingen.

OCW wint zaak over terugvordering fusiecompensatie

Er is geen sprake van een fusie van twee scholen als er geen leerlingen overgaan van de ene naar de andere school. Dat stelt de Rechtbank Noord-Holland in een zaak over de terugvordering van fusiecompensatie.

Het ministerie eiste ruim 3,3 ton terug van een stichting voor openbaar onderwijs. Reden daarvoor was dat bij het samenvoegen twee basisscholen geen leerlingen van de ene naar de andere school waren overgegaan. Volgens OCW was er daardoor geen sprake van samenvoeging.

De onderwijsstichting stelde dat op het moment van het samenvoegen van de twee scholen nergens in de toen geldende wet- en regelgeving stond dat er leerlingen moesten overgaan om voor fusiecompensatie in aanmerking te komen. Die voorwaarde kwam pas daarna.

De rechtbank ging niet in mee in die redenering. ‘De grammaticale uitleg, de wetssystematiek en de teleologische uitleg van de Regeling PO en de WPO’ rechtvaardigen volgens de rechtbank dat er geen sprake is van een samenvoeging van scholen als er geen leerlingen overgaan van de ene naar de andere school. Het doet er volgens de rechtbank niet toe dat dit niet letterlijk in de wet- en regelgeving stond.

In strijd met rechtszekerheid

Deze uitspraak staat haaks op een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak. De Rechtbank Gelderland bepaalde in maart jongstleden dat het in strijd is met de rechtszekerheid om de overgang van leerlingen als vereiste te laten gelden bij de toekenning van fusiecompensatie.

In januari was er een vergelijkbare uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Die bepaalde ook dat het ministerie van OCW geen fusiecompensatie kon terugvorderen op basis van het criterium dat er sprake zou moeten zijn van de overgang van leerlingen.

OCW teruggefloten: geen fusiecompensatie terugvorderen!

Het is in strijd met de rechtszekerheid om de overgang van leerlingen als vereiste te laten gelden bij de toekenning van fusiecompensatie. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland.

Het ministerie van OCW wilde ruim 143.000 euro terugvorderen van een stichting voor nationaal christelijk schoolonderwijs, omdat bij een fusie van twee basisscholen van deze stichting geen leerlingen van de ene naar de andere school waren overgegaan.

Het bestuur van de stichting voerde als tegenargument aan dat uit de Wet op het primair onderwijs nergens blijkt dat bij de samenvoeging van twee scholen sprake moet zijn van de overgang van leerlingen van de ene naar de andere school.

50 procent

Het ministerie stelde evenwel dat uit een toelichting op de wet zou blijken dat er bij samenvoeging sprake moet zijn van de overgang van 50 procent van het aantal leerlingen van de ene naar de andere school.

De rechtbank vindt het echter ‘in strijd met de rechtszekerheid (…) om doorslaggevende betekenis aan deze passage toe te kennen’. De conclusie van de rechtbank is dan ook dat er geen sprake kan zijn van terugvordering van fusiecompensatie.

In januari was er een vergelijkbare uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Die bepaalde ook dat het ministerie van OCW geen fusiecompensatie kon terugvorderen op basis van het criterium dat er sprake zou moeten zijn van de overgang van leerlingen.

Geen waarzeggers!

VOS/ABB is blij met deze uitspraken. Schoolbesturen kunnen nooit van tevoren weten of er bij een samenvoeging leerlingen overgaan van de ene naar de andere school. Niet het bestuur, maar de ouders bepalen immers waar hun kinderen naar school gaan.

Lees meer…

Informatie: Ronald Bloemers, 06-51914694, rbloemers@vosabb.nl

SGP: ‘Stop met terugvordering fusiecompensatie’

De SGP-fractie in de Tweede Kamer heeft het ministerie van OCW gevraagd te stoppen met het terugvorderen van fusiecompensatie bij schoolbesturen.

De fractie kaartte dit onderwerp gisteren aan in de vaste commissie voor OCW, die vergaderde over het wetsvoorstel voor afschaffing van de fusietoets. Daarbij verwezen de SGP-leden naar een artikel van VOS/ABB-jurist mr. Ronald Bloemers in het tijdschrift School en Wet van december 2018.

Bloemers betoogt in dit stuk dat de fusiecompensatieregeling in het primair onderwijs geen stand kan houden. Het gaat om het criterium dat 50 procent van de leerlingen van een op te heffen school moet overgaan naar de nieuwe fusieschool. Dat criterium blijkt onhoudbaar en vindt geen steun in de wetgeving.

‘Terugvordering ongedaan maken’

Ook de SGP ziet nu ‘onoverzienbare risico’s’ in de regeling, die al heeft geleid tot de nodige rechtszaken nadat OCW fusiecompensatie ging terugvorderen op basis van het omstreden criterium. De rechtbank Oost-Brabant stelde OCW op 9 januari in het ongelijk. De SGP vraagt de minister nu om met dergelijke rechtszaken te stoppen en terugvordering ongedaan te maken. ‘Zodat we met een schone lei kunnen beginnen’.

In het VOS/ABB-magazine Naar School! van 12 februari staat een interview met Ronald Bloemers over de afschaffing van de fusietoets en de kansen dit dit oplevert: ‘Eindelijk ruimte voor krimpoplossingen’.

 

OCW mag geen fusiecompensatie terugvorderen

Het kan niet zo zijn dat het ministerie van OCW na een fusie van scholen de spelregels verandert en dan ineens met terugwerkende kracht fusiecompensatie terugvordert. Dat heeft de rechtbank Oost-Brabant bepaald.

OCW vorderde ruim 3,5 ton terug van Stichting GOO. De reden hiervoor was dat bij de samenvoeging in 2014 van de protestants-christelijke Ds. Swildenschool en de rooms-katholieke Michaëlschool in Gemert tot Kindcentrum De Samenstroom geen leerlingen van de eerstgenoemde school naar de fusieschool overgingen. De Inspectie van het Onderwijs oordeelde op basis hiervan dat er in feite geen sprake was van een fusie, waarvoor OCW wel geld beschikbaar had gesteld.

Stichting GOO voerde aan dat ten tijde van de samenvoeging nergens vermeld stond dat er leerlingen naar de fusieschool moesten overgaan. Het vereiste van een substantiële instroom op de fusieschool is pas voor het eerst in april 2015 vermeld. Dat was dus ná het samengaan van de Ds. Swindenschool en de Michaëlschool.

De rechtbank oordeelt dat Stichting GOO op het moment van de fusie inderdaad niet kón weten dat de minister de overgang van een substantieel deel van de leerlingen zou gaan eisen. Daarom mag het ministerie de fusiecompensatie niet terugvorderen.

Lees de uitspraak

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

 

Fusiecompensatieregeling kan geen stand houden!

Politiek en juridisch adviseur mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft een artikel geschreven over de fusiecompensatieregeling in het primair onderwijs. Hij legt daarin uit waarom deze regeling geen stand kan houden.

Bij de wettelijke term ‘scholenfusie of samenvoeging van scholen’ wordt slechts uitgegaan van de aanwezigheid van leerlingen. Er is bepaald dat minimaal 50 procent van de leerlingen van de school die bij een fusie wordt opgeheven, overgaat naar de fusieschool.

Bloemers wijst erop dat ‘deze beperkte definitie geen grondslag in de wet’ vindt. ‘Het is daarbij zeer opmerkelijk te noemen dat juist dat element als essentieel is aangemerkt om al dan niet te spreken over samenvoeging van scholen’, aldus Bloemers.

Lees het artikel Fusiecompensatieregeling kan geen stand houden! uit het tijdschrift School en Wet.

Fusie: jammer maar helaas als leerlingen niet meegaan…

Het is het risico van het schoolbestuur als blijkt dat bij een fusie minder leerlingen meegaan naar de nieuwe school dan verwacht. Dat staat in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van de SGP over het recht op fusiecompensatie.

Tweede Kamerlid Roelof Bisschop van de SGP wilde van Dekker weten in hoeverre het redelijk is om het bevoegd gezag voor het recht op fusiecompensatie af te rekenen op een leerlingenstroom, terwijl het hierop ‘nauwelijks of in ieder geval geen doorslaggevende invloed’ heeft. Deze vraag had met name betrekking op situaties waarin tegen de verwachtingen in geen leerlingen naar de nieuwe school overgingen.

Dekker antwoordt dat hij zich kan voorstellen dat leerlingenstromen anders lopen dan een schoolbestuur verwacht, ‘maar de wet verbindt geen bekostigingsaanspraken aan aannames van een schoolbestuur’. Dit rechtvaardigt volgens hem dat die aannames voor risico van het schoolbestuur komen.

Schoolbesturen gestraft

VOS/ABB vindt het een miskenning van de professionaliteit van schoolbesturen dat zij financieel worden gestraft voor ontwikkelingen die ze niet in de hand hebben. Dat stelt directeur Hans Teegelbeckers in reactie op het standpunt van de staatssecretaris.

Lees de volledige reactie van Teegelbeckers.

Schoolbestuurders zijn geen waarzeggers!

In mei kwam Tweede Kamerlid Roelof Bisschop van de SGP met vragen over de door het onderwijsveld als ongewenst beschouwde fusiecompensatieregeling. Met zijn antwoorden hierop geeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW blijk van onwetendheid over de beleidsbepaling van schoolbesturen. Het lijkt erop dat hij schoolbestuurders ziet als waarzeggers…

Van een schoolbestuur wordt verwacht, en dat is logisch, dat het zijn beleid voert op basis van kenbare gegevens of gefundeerde verwachtingen over de (nabije) toekomst. De regelgeving is daarop toegespitst. Het bestuur dient een meerjarenbeleidsplan te hebben en een daaraan verbonden meerjarenformatieplan. Ook het toezicht op de financiën is zo ingericht dat het bestuur duidelijkheid moet verschaffen over de wijze waarop het de continuïteit van de organisatie waarborgt, zoals middels een continuïteitsparagraaf.

De tegenstelling tussen de hierboven genoemde regels met de antwoorden die de staatssecretaris geeft, zit in het volgende: er wordt als eis voor het verkrijgen van fusiecompensatie gesteld dat een bepaald deel van de leerlingen de fusie volgt. Dat klinkt logisch, maar de realiteit leert dat dit moeilijker te voorspellen is dan de regelgeving nu verlangt.

Schoolkeuze ligt bij ouders

Ouders beslissen vaak in de zomervakantie (waarin de fusie daadwerkelijk plaatsvindt) of hun kind of kinderen meegaan met de fusie of dat ze toch een andere school kiezen. Voorbeelden hiervan zijn er te over. Het besluit tot fusie en alle daaraan gerelateerde stukken, bijvoorbeeld over de formatie en de financiën, dateren van ver voor de zomervakantie. Dan zijn ouders niet zo bezig met hun schoolkeuze, blijkt in de praktijk.

Continuïteit, stabiliteit en voorzienbaarheid in handelen zijn onzeker geworden in een fusieproces. Schoolkeuze ligt niet in handen van het schoolbestuur, maar van de ouders. De staatssecretaris stelt dat juist met de compensatie als stimulans tot samenvoeging een toekomstbestendige school kan worden vormgegeven. In de praktijk blijkt dat besturen die stimulans niet herkennen en de onzekere factor benoemen.

Financiële consequenties

De financiële stimulans is dus niet zeker. Daarom dient het bestuur voor een stabiele beleidsvorming uit te gaan van het negatieve scenario waarin maar weinig of zelfs geen leerlingen de fusie volgen. In dat geval is fuseren namelijk doorgaans duurder dan niet fuseren. Het wordt pas achteraf duidelijk wat de financiële consequenties zijn.

De staatssecretaris veegt daarnaast alle samenvoegingen waarbij weinig of geen leerlingen zijn meegegaan op één hoop. Er gingen in een aantal gevallen geen leerlingen mee en dus waren het volgens hem geen fusies.

Identiteit

De enige eis voor samenvoeging is de overgang van genoeg leerlingen, maar een school is meer dan alleen de leerlingpopulatie. Dat blijkt onder meer uit de wettelijke eisen die gesteld zijn voor de fusie-effectrapportage. Zo is de identiteit van de school ook een belangrijk item. In debatten in de Tweede en vooral ook de Eerste Kamer over de samenwerkingsschool kwam dat goed naar voren. De wetgever en de staatssecretaris waren het daarover eens. De onderbouwing van de regelgeving over de fusiecompensatie is, zo blijkt, op een heel andere grondslag gebaseerd dan de overige fusiewet- en regelgeving.

Uit zijn antwoorden blijkt dat de staatssecretaris de professionaliteit van de schoolbesturen miskent. Een bestuur wordt immers gestraft voor ontwikkelingen die het niet in de hand heeft. In plaats van het onderwijsveld in tijden van leerlingendaling daadwerkelijk een stimulans te bieden, wordt vereist dat bij een samenvoeging het schoolbestuur op voorhand moedwillig grote onzekerheden in het financieel en formatiebeleid inbouwt.

Of ziet Dekker schoolbestuurders als vakkundige waarzeggers die door een glazen bol in de toekomst kunnen kijken?

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Lees ook het bericht Fusie: jammer maar helaas als leerlingen niet meegaan….

Extra voorwaarde: terugvordering fusiecompensatie

De extra voorwaarde dat minstens de helft van de leerlingen van samen te voegen scholen mee moet naar de fusieschool, is gepubliceerd in de Staatscourant. Deze extra voorwaarde kan in krimpgebieden vele tientallen leraren in het basisonderwijs hun baan  kosten, omdat het ministerie van OCW kan overgaan tot terugvordering van fusiecompensatie.

VOS/ABB en collega-organisaties drongen er vorig jaar in een brief aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW op aan de omstreden voorwaarde aan de fusiecompensatie te schrappen. De reden daarvoor was onder andere dat door deze extra voorwaarde de bekostiging afhankelijk wordt gemaakt van de leerlingenstroom waarvoor een bevoegd gezag niet verantwoordelijk is of mag zijn. Ouders bepalen immers waar een kind onderwijs volgt en dat mag niet door een bestuur worden afgedwongen.

De extra voorwaarde vergroot het risico dat fusiecompensatie uitblijft. Dat zal leiden tot minder bereidheid tot samenwerking, terwijl Dekker met de fusiecompensatie juist het tegenovergestelde beoogt.

Terugvordering

Bovendien kan nu een aantal schoolbesturen worden geconfronteerd met terugvordering van fusiecompensatie, omdat ze achteraf niet aan de (extra) voorwaarde voldoen. Het betreft miljoenen euro’s, zo blijkt uit meldingen die bij ons is binnengekomen.

Als de terugvorderingen feit worden, zullen vele tientallen banen in het primair onderwijs verloren gaan. Dit staat haaks op het kabinetsbeleid om het onderwijs ook in krimpgebieden kwalitatief op peil te houden.

Informatie: Ronald Bloemers, 06-51914694, rbloemers@vosabb.nl

Geconfronteerd met terugvordering fusiecompensatie?

Wij willen graag weten of u bent geconfronteerd met een voorgenomen besluit om reeds toegekende fusiecompensatie terug te vorderen. Ook als u een vermoeden hebt dat uw organisatie hiermee zal worden geconfronteerd, kunt u zich melden bij onze politiek en juridisch adviseur Ronald Bloemers, die vervolgens kan kijken welke actie nodig is om deze kwestie aan de orde te stellen bij de politiek.

Het betreft mogelijke terugvorderingen vanwege de voorwaarde die aan de fusiecompensatie is toegevoegd dat minstens de helft van de leerlingen van twee samen te voegen scholen de fusie moeten volgen.

Wij hebben hierover in maart vorig jaar met de profielorganisaties Verus, VGS, LVGS, VBS en ISBO een brief gestuurd aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW. In die brief gaven we aan de extra voorwaarde onacceptabel te vinden. Inmiddels lijkt OCW op grond van de extra voorwaarde fusiecompensatie te willen gaan terugvorderen.

Het betreft miljoenen euro’s, zo blijkt uit een beperkt aantal meldingen dat tot nu toe bij ons is binnengekomen. Als de terugvorderingen feit worden, zullen vele tientallen banen in het primair onderwijs verloren gaan. Dit staat haaks op het kabinetsbeleid om het onderwijs ook in krimpgebieden kwalitatief op peil te houden.

Bent u al of wordt u waarschijnlijk geconfronteerd met een terugvordering? Meld u dan onder vermelding van ‘Terugvordering fusiecompensatie’ bij onze politiek en juridisch adviseur Ronald Bloemers: rbloemers@vosabb.nl.

Extra voorwaarde fusiecompensatie schrappen!

VOS/ABB en collega-organisaties dringen er in een brief aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW op aan een omstreden voorwaarde aan de fusiecompensatie te schrappen. Het gaat om de voorwaarde dat minstens de helft van de leerlingen van twee samen te voegen scholen de fusie moet volgen.

De uitvoering van de fusiecompensatieregeling is onverwachts gebonden aan de extra voorwaarde dat bij een samenvoeging van twee scholen minimaal 50 procent van de leerlingen de fusie moet volgen. VOS/ABB en de andere profielorganisaties, die zijn verenigd in het Profielberaad, vinden dit onaanvaardbaar.

De reden daarvoor is onder andere dat door deze extra voorwaarde de bekostiging afhankelijk wordt gemaakt van de leerlingenstroom waarvoor een bevoegd gezag niet verantwoordelijk is of mag zijn. Ouders bepalen immers waar een kind onderwijs volgt en dat mag niet door een bestuur worden afgedwongen.

De extra voorwaarde vergroot het risico dat fusiecompensatie uitblijft. Dat zal leiden tot minder bereidheid tot samenwerking, terwijl Dekker met de fusiecompensatie juist het tegenovergestelde beoogt. Het Profielberaad dringt er daarom bij de staatssecretaris op aan de extra voorwaarde te schrappen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Met terugwerkende kracht fusiecompensatie

Scholen voor voortgezet onderwijs die vanwege krimp samengaan, krijgen hiervoor met terugwerkende kracht tot 2013 financiële compensatie. Dat heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW bekendgemaakt.

Tot nu toe gingen deze scholen er bij een fusie vaak financieel op achteruit doordat een deel van hun basisbekostiging dan wegviel. Om scholen in krimpgebieden te stimuleren samen te werken, krijgen ze dit verlies de eerste jaren gecompenseerd.

Dekker: ‘In grote delen van ons land neemt het aantal leerlingen op middelbare scholen de komende decennia flink af. Alleen door samen te werken kunnen scholen ook in de toekomst goed onderwijs blijven bieden. Deze nieuwe regeling stimuleert middelbare scholen om bij krimp de handen ineen te slaan.’

In het primair onderwijs bestaat al een vergelijkbare regeling.

Lees meer…

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Toolbox-instrument voor berekening fusiecompensatie

In de online VOS/ABB-Toolbox zit het instrument waarmee besturen in het primair onderwijs kunnen berekenen hoeveel compensatie zij krijgen op grond van de verruimde fusiefaciliteitenregeling. Het instrument zit in de map basisschool.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW kondigde de verruiming aan in mei van dit jaar, tegelijkertijd met een reeks andere maatregelen om negatieve gevolgen van de daling van het aantal leerlingen tegen te gaan.

De compensatie die in het rekeninstrument wordt uitgewerkt, is bedoeld om scholen voor een periode van zes jaar te compenseren voor gemis aan inkomsten door een fusie. Deze verruimde compensatie zal per 1 augustus 2015 ingaan.

De verruiming van de regeling geldt ook voor scholen die eerder zijn gefuseerd. Fusies van op of na 1 augustus 2012 zullen instromen in de nieuwe (tijdelijke) regeling. Daarbij geldt dat er nooit langer dan zes jaar compensatie wordt gegeven. Er vindt dus geen verrekening plaats van de bedragen die voor 1 augustus 2015 zijn ontvangen.

Fuseren na 1 augustus 2019 brengt minder compensatie met zich mee dan in de jaren daarvoor. Fusies die op 1 augustus 2025 nog recht hebben op geld op grond van de tijdelijke samenvoegingsregeling, stromen vanaf die datum terug in de oude regeling die vijf jaar compensatie geeft.

Download het rekeninstrument

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl