Toeloop kennismigranten vraagt om aanpassing onderwijs

Scholen met veel kinderen van hoogopgeleide kennismigranten hebben een probleem: voor deze leerlingen is geen gewichtengeld beschikbaar, terwijl ook zij niet gewoon kunnen instappen in het reguliere onderwijs. Directeur-bestuurder Frans Cornet van Stichting Amstelwijs voor openbaar primair onderwijs in Amstelveen trekt aan de bel. ‘Deze groep leerlingen is niet in beeld bij de politiek.’

‘Ons onderwijssysteem is niet ingericht op deze situatie’, zegt Cornet in het VOS/ABB-magazine Naar School!. ‘We hebben hier te maken met nieuwe doelgroepen, die niet in de wetgeving passen. Met name de groep kennismigranten lijkt nog helemaal niet in beeld te zijn bij de politiek. Vooralsnog redden wij ons met creatieve oplossingen, maar de instroom stijgt momenteel wel erg hard. We hebben echt steun nodig.’

Kinderen kennismigranten vallen overal buiten

Omdat kennismigranten vaak hoger opgeleid zijn, vallen hun kinderen niet in de gewichtenregeling. ‘Ze passen evenmin in onze nieuwkomersklassen, die gericht zijn op vluchtelingenkinderen, voor wie Lowan-gelden beschikbaar zijn. In die nieuwkomersklassen leren de kinderen vooral Nederlands en verder is er veel aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling, omdat vluchtelingenkinderen vaak traumatische ervaringen hebben. Daar passen de kinderen van kennismigranten niet tussen. Dit is een groep die buiten alle regelingen valt’, benadrukt Cornet.

Helft van de lessen in het Engels

Hij dringt niet alleen aan op financiële steun van de overheid, maar vooral ook op aanpassing van de wetgeving. ‘Ik pleit voor toestemming van de Inspectie om (…) de helft van de lessen in het Engels te mogen geven. Het zou ook mooi zijn als de eindtoets basisonderwijs in het Engels beschikbaar komt. Dan kunnen we deze kinderen het onderwijs bieden dat ze nodig hebben’, aldus Cornet in magazine Naar School!.

Lees het artikel Toeloop kennismigranten vraagt om aanpassing onderwijs.

De lokale Amsterdamse krant Het Parool heeft het nieuws uit ons magazine opgepikt. Lees meer…

Slob vordert 32 miljoen euro gewichtengeld terug

Het ministerie van OCW vordert 32 miljoen euro aan gewichtengeld terug. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Slob meldt aan de Kamer dat de terugvordering volgt op controles die in 2014 en 2015 bij zijn uitgevoerd naar aanleiding van ‘fouten die zijn geconstateerd in de administratie van scholen met betrekking tot de huidige gewichtenregeling’.

‘In totaal wordt circa 32 miljoen euro teruggevorderd, omdat de aanpassing van de leerlinggewichten doorwerkt in de bekostiging van de schooljaren 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018’, aldus de minister.

Gewichtenregeling veel te complex

In 2012 constateerde de Inspectie van het Onderwijs dat veel basisscholen fouten maken bij het toekennen van de leerlinggewichten. VOS/ABB benadrukte toen dat dit niet aan de scholen lag, maar aan de complexiteit van de gewichtenregeling.

In 2013 maakte voormalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW bekend dat de scholen verlost zouden worden van de gewichtenregeling. Hij kondigde toen een verdeelmodel aan op basis van databestanden buiten de school.

Dat wordt een systeem op basis van CBS-indicatoren. Dit nieuwe systeem zal echter leiden tot een herverdeling van onderwijsachterstandsgeld. Er zijn scholen die volgens het nieuwe systeem meer geld krijgen, maar ook scholen die het met (veel) minder moeten doen.

Leerlingen de dupe

Het is pijnlijk dat de scholen nu de rekening gepresenteerd krijgen van fouten die het gevolg zijn van een onmogelijke regeling die door de rijksoverheid is ingevoerd. Het toegekende gewichtengeld is al besteed aan goed onderwijs. Het zijn de leerlingen van de betreffende scholen die de dupe worden van de terugvordering.

In de brief kondigt de minister een terugbetalingsregeling aan die ervoor moet zorgen dat ‘de continuïteit van het onderwijs niet in het geding komt’. Er lopen verschillende beroepsprocedures van schoolbesturen tegen terugvorderingen.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Herverdeling achterstandsgeld door nieuwe indicatoren

Een nieuwe regeling met andere indicatoren voor het bepalen van onderwijsachterstanden zal leiden tot een herverdeling van het geld dat daarvoor beschikbaar is. Hoe die herverdeling over de scholen en gemeenten eruit gaat zien, hangt af van nog te maken keuzes van het ministerie van OCW, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil dat onderwijsachterstanden beter in kaart worden gebracht. Daarnaast wil hij door gebruik te maken van centraal geregistreerde data de administratieve lasten van de scholen verminderen. In de huidige regeling stellen scholen zelf het gewicht van de leerlingen vast door bij ouders na te vragen wat het opleidingsniveau is. Dit levert de scholen veel administratie op.

Op verzoek van Dekker heeft het CBS een aantal inidicatoren bepaald op basis waarvan onderwijsachterstanden het beste kunnen worden bepaald. Deze indicatoren kunnen worden bepaald op basis van centraal geregistreerde data:

  • opleidingsniveau van de moeder en de vader;
  • gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op de school;
  • het land van herkomst van de ouders;
  • de verblijfsduur van de moeder in Nederland;
  • of het gezin in de schuldsanering zit.

Het CBS heeft op basis van deze indicatoren een vergelijking gemaakt met de huidige onderwijsachterstandenregeling. Uit de analyses van het CBS blijkt dat er herverdeeleffecten zullen optreden. ‘Er zijn zowel scholen als gemeenten die volgens de nieuwe berekening relatief hoog scoren en in de huidige regeling een relatief lage positie hebben en vice versa’, zo meldt het CBS.

Hoe groot deze effecten precies zijn, kan volgens het CBS pas worden bepaald nadat duidelijk is geworden hoe het ministerie van OCW het onderwijsachterstandenbeleid gaat herzien.

Lees meer…

PO-Raad wil meer geld voor achterstandsleerlingen

Er moet meer geld naar onderwijs aan achterstandsleerlingen. Daarvoor pleit voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad, meldt RTL Nieuws.

Het budget voor onderwijs aan achterstandsleerlingen gaat de komende jaren omlaag. Dat komt doordat het aantal ouders met een laag opleidingsniveau afneemt. In 2011 waren er 186.000 achterstandsleerlingen, vorig jaar waren dat er 134.000 en de komende jaren zal dat aantal verder afnemen.

Meer achterstandsleerlingen

Den Besten zegt bij RTL Nieuws dat het opleidingsniveau van de ouders geen goede graadmeter is. Ze wijst op kinderen uit Midden- en Oost-Europese landen, van wie de ouders niet laag zijn opgeleid. Deze kinderen hebben ook een achterstand, omdat ze vaak nog geen Nederlands spreken als ze hier naar school gaan.

Er zijn volgens Den Besten nog meer bepalende factoren: ‘Het gaat niet alleen om de scholing van ouders. Daar is de wetenschap al lang over uit: het gaat ook om inkomensniveau, etniciteit, welke taal wordt er thuis gesproken, waar groei je op, hoe is jouw wijk? Al die factoren horen bij een goed achterstandenbeleid.’

Dekker brandt zijn vingers niet aan etniciteit

Het opleidingsniveau van de ouders blijft de bepalende factor in de gewichtenregeling. De factor ‘etniciteit’ blijft buiten beschouwing voor het toekennen van achterstandsgeld. Dat blijkt uit een brief die staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De brief van Dekker gaat over de resultaten van het onderzoek naar de gewichtenregeling en de vervolgstappen die op grond van die resultaten nodig zijn.

Het onderzoek laat onder andere zien dat de hoge foutmarge in de praktische uitvoering van de gewichtenregeling komt door de complexiteit van de regeling in combinatie met onvoldoende kennis van de uitvoering van de regeling bij veel basisscholen en in sommige gevallen een gebrekkige leerlingenadministratie. Bovendien hangt de hoge foutmarge samen met het feit dat de basisscholen afhankelijk zijn van de kwaliteit van de informatie die de ouders aan ze geven.

Anders organiseren?
Dekker heeft gekeken of het mogelijk is de gewichtenmiddelen op andere gronden te verdelen en de benodigde informatie niet meer door de scholen maar centraal aan te laten leveren. De beste indicatoren van onderwijsachterstanden zijn het opleidingsniveau van de ouders, hun etniciteit, de taal die kinderen thuis spreken en –in mindere mate– het huishoudinkomen. Alleen etniciteit en huishoudinkomen zijn centraal beschikbaar.

Hoewel de Onderwijsraad in september 2013 adviseerde om achterstandsgelden voor basisscholen weer toe te kennen op basis van het opleidingsniveau van de ouders in combinatie met hun etniciteit, kiest Dekker niet voor herinvoering van die laatste (omstreden) factor. Tot 2006 telde de afkomst van de ouders nog mee, maar toenmalig minister Maria van der Hoeven van OCW maakte daar een einde aan.

Zonder de factor etniciteit is de hoogte van het huishoudinkomen niet voldoende om leer- en ontwikkelachterstanden te kunnen (h)erkennen. Dekker blijft daarom (veiligheidshalve) bij de huidige indicator van opleidingsniveau van de ouders, zonder dat hij gebruikmaakt het (politiek gevoelige) element ‘etniciteit’.

Anders registreren?
Het opleidingsniveau van de ouders kan ook anders worden geregistreerd dan via de school. Mogelijk kunnen de systemen van de jeugdgezondheidszorg daarvoor worden gebruikt. Dit zal nader worden onderzocht. Tevens zal Dekker laten onderzoeken waar er verbetering mogelijk is ten aanzien van de soort gewichten en de verdeling ervan. In de loop van het jaar verwacht hij met de uitkomsten van deze twee onderzoeken te komen.

Daarop vooruitlopend wil de staatssecretaris nu al het systeem verbeteren om het aantal fouten te verminderen. Hij zal de uitvoering vereenvoudigen en de ondersteuning van de basisscholen op dit vlak uitbreiden. Daarnaast zullen de controle en handhaving worden aangescherpt om basisscholen te dwingen tot een zorgvuldige administratie.

Horizontale verantwoording
De Onderwijsraad adviseerde vorig jaar ook dat de basisscholen zich moeten verantwoorden voor hun achterstandenbeleid. Dekker is het daarmee eens. Hij benadrukt dat die verantwoording dient te gebeuren naar het schoolbestuur, de ouders en andere belanghebbenden. Dit kan bijvoorbeeld via Vensters PO.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Onderwijsraad wil etniciteit weer in gewichtenregeling

De Onderwijsraad vindt dat achterstandsgeld voor basisscholen weer moet worden toegekend op basis van het opleidingsniveau van de ouders in combinatie met hun etniciteit. Daarmee adviseert de raad om de gewichtenregeling die toenmalig minister Maria van der Hoeven van OCW in 2006 invoerde, terug te draaien.

Sinds 1985 ontvangen scholen extra geld als zij veel achterstandsleerlingen hebben. Tot 2006 werd dit zogenoemde gewichtengeld toegekend op basis van het opleidingsniveau en de afkomst van de ouders van leerlingen. Omdat relatief weinig achterstandsgeld naar (plattelands)scholen met veel autochtone achterstandsleerlingen ging, schrapte toenmalig minister Van der Hoeven het criterium ‘etniciteit’. Sinds 2006 krijgen scholen het geld alleen op grond van het opleidingsniveau van de ouders.

Uit onderzoek door bureau ITS van de Radboud Universiteit in Nijmegen (2011) blijkt dat de nieuwe gewichtenregeling van Van der Hoeven er nauwelijks toe leidt dat meer achterstandsgeld naar plattelandsscholen gaat. Slechts 1 procent van deze scholen krijgt substantieel meer geld voor hun achterstandsleerlingen. Dat komt onder meer doordat het gemiddelde opleidingsniveau van ouders op het platteland is gestegen.

Hetzelfde onderzoek wijst ook uit dat bijna 10 procent van de basisscholen sinds de beleidsaanpassing beduidend minder geld krijgt. Dit zijn vooral hindoeïstische en islamitische scholen in de grote steden. De leerlingen van deze scholen zijn vrijwel allemaal van allochtone afkomst. Tot 2006 kregen zij daarom het maximale bedrag uit de pot voor onderwijsachterstanden. Omdat een deel van de ouders van deze leerlingen niet laagopgeleid is, krijgen deze scholen sinds invoering van de nieuwe regeling minder geld.

Vooruitgang boeken
De Onderwijsraad adviseert nu om het criterium ‘etniciteit’ weer in de gewichtenregeling op te nemen. ‘Beide indicatoren blijken nog altijd het meest bepalend voor leerachterstanden’, zo meldt de raad in het advies Vooruitgang boeken met achterstandsmiddelen. Daarin staat ook dat in de indicator ‘opleidingsniveau van ouders’ de bovengrens voor extra financiering moet worden opgetrokken tot het niveau van de startkwalificatie.

Voorts adviseert de raad de drempel in de gewichtenregeling zodanig te verlagen, dat scholen met veel autochtone doelgroepleerlingen meer van de beschikbare achterstandsmiddelen kunnen profiteren. Op die manier zou kunnen worden voorkomen dat plattelandsscholen met weinig of geen allochtone leerlingen erop achteruitgaan.

De Onderwijsraad beveelt het kabinet tevens aan om scholen zelf te laten bepalen hoe ze hun achterstandsgeld besteden, maar ze moeten dat wel kunnen verantwoorden: ‘Voor de kwaliteitsverbetering van het onderwijsachterstandenbeleid is het essentieel dat scholen zichtbaar maken wat ze met de toegekende middelen hebben gedaan (en waarom) en daarover in gesprek gaan met interne en externe belanghebbenden’.

Ten slotte adviseert de Onderwijsraad om meer onderzoek te doen naar de effectiviteit van verschillende maatregelen om goed onderwijs te bieden aan doelgroepleerlingen.

Controle toekenning gewichtengeld

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW kondigt een speciale controle aan van de toekenning van gewichten aan leerlingen en de verwerking van deze gegevens in het Basisregister Onderwijs (BRON).

Schoolbesturen die scholen met veel gewichtenleerlingen hebben, worden hiervoor actief benaderd. Besturen waarmee geen contact wordt gezocht, kunnen zich ook opgeven voor de controle wanneer zij één of meer scholen besturen die gewichtengeld ontvangt. Dekker wil er met de controle voor zorgen dat fouten bij het toekennen van gewichten worden hersteld en dat in het vervolg minder fouten worden gemaakt. Voorheen gebeurde controle van de gewichtenadministratie steekproefsgewijs door de Inspectie van het Onderwijs.

Uit de steekproeven bleek dat de foutmarge bij het toekennen van gewichten aan leerlingen met 27% groot is. Als de inspectie constateerde dat een schoolbestuur iets niet goed had gedaan, vorderde het Rijk dat geld onmiddellijk terug. Bij de speciale controle krijgen besturen eerst de kans om hun fouten te herstellen.

Als u vragen hebt over de aangekondigde controle kunt u dit document inzien of contact opnemen met de Helpdesk van VOS/ABB: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl.