In hoger beroep taakstraffen voor examenfraude

Vier verdachten van eindexamenfraude in 2013 op de voormalige islamitische Ibn Ghaldoun-school in Rotterdam zijn in hoger beroep veroordeeld tot taakstraffen. Dat meldt het gerechtshof in Den Haag.

Eén verdachte is vier keer in de kluis van de school geweest. Er werden 27 examens gestolen, gefotografeerd en vervolgens teruggelegd. De foto’ zijn verspreid onder medeleerlingen en leerlingen van andere scholen.

Deze verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 230 uur. Hij kreeg eerder, net als andere betrokkenen, een schadeclaim van het ministerie van OCW. Die claim had te maken met kosten van de extra examens die vanwege de diefstal moesten worden georganiseerd. Inmiddels is deze verdachte begonnen met het afbetalen van zijn aandeel in de door het ministerie geleden schade.

De andere verdachten waren helers. Zij zagen volgens het hof een buitenkans die zij niet konden laten lopen. Bij het bepalen van de hoogte van de straf zegt het hof aansluiting te hebben gezocht bij de straffen die in vergelijkbare gevallen door de rechtbank zijn opgelegd. Het gaat om taakstraffen van 20, 25 en 40 uur.

‘Had fermer gekund’
De Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA) vindt dat de uitspraak in hoger beroep te mild is. ‘Grootste examenfraude ooit, duizenden scholieren in de rats en dan een taakstraf(je)… Had fermer gekund’, zo twittert hij.

Het mag opmerkelijk worden genoemd dat De Jonge dit als wethouder twittert, omdat het in het kader van de scheiding der machten niet gebruikelijk is dat vertegenwoordigers van de bestuurlijke macht kritiek uitoefenen op de rechterlijke macht.

De islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun in Rotterdam ging mede vanwege de examenfraude failliet.

Lees de uitspraak.

CDA-wethouder signaleert misbruik artikel 23

De Rotterdamse CDA-onderwijswethouder Hugo de Jonge waarschuwt voor misbruik van artikel 23. Hij verwijst daarbij naar de omstreden islamitische scholengemeenschap Ibn-Ghaldoun in zijn stad en het initiatief om in Amsterdam weer een islamitische school voor voortgezet onderwijs op te richten.

De protestants-christelijke onderwijswethouder vindt artikel 23, dat over de vrijheid van onderwijs gaat, een groot goed. Hij stelt in een interview met Trouw ook dat het niet uitmaakt of christelijke of islamitische ouders gebruikmaken van die vrijheid. Maar het mag volgens hem niet zo zijn dat het grondwetsartikel uit 1917 wordt misbruikt om slechte scholen op te richten of in stand te houden.

‘Artikel 23 mag geen vrijbrief zijn voor slecht onderwijs, de vrijheid is niet ongeclausuleerd. (…) Op initiatief van het CDA moet een school nu binnen een maand na de bekostiging kunnen bewijzen dat er voldoende gekwalificeerd personeel is, dat de kinderen voldoende les krijgen op school. Dat is een stap in de goede richting’, aldus De Jonge.

Maar hij wil verder: ‘Ik vind dat je die beoordeling moet vervroegen. Er zijn scholen gestart die op voorhand niet levensvatbaar waren. Daar kun je tot op heden weinig aan doen, er is geen kwalitatieve toets voordat de overheid begint met de financiering van de school.’ De Jonge roept staatssecretaris Sander Dekker van OCW in het kader van de modernisering van artikel 23 op met een dergelijk initiatief te komen.