Te laag schooladvies als kind uit arm gezin komt

Het schooladvies van groep 8’ers uit gezinnen met weinig geld wordt vaker naar boven bijgesteld dan dat van leerlingen van wie de ouders een hoog inkomen hebben, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS verdeelde voor het onderzoek naar de verschillen tussen het aantal aangepaste schooladviezen de gezinnen in vijf inkomensgroepen. In de hoogste inkomensgroep werd in het schooljaar 2016-2017 bij 6,2 procent van de groep 8-leerlingen het schooladvies na de eindtoets naar boven bijgesteld, terwijl dat in de laagste inkomensgroep 9,1 procent was.

Het CBS vermeldt dat dit onderzoek slechts aangeeft dat er wat betreft het bijstellen van de schooladviezen verschillen zijn tussen inkomensgroepen, maar dat het niet een verklaring of oorzaak van die verschillen geeft. Er spelen volgens het CBS waarschijnlijk meer factoren een rol dan alleen de hoogte van de gezinsinkomens.

Het schooladvies voor vervolgonderwijs na de basisschool kan naar boven worden bijgesteld op basis van de score op de eindtoets in groep 8. De eindtoets functioneert als een second opinion. Als de score op de eindtoets hoger is dan wat de school adviseert, kan dat advies naar boven worden bijgesteld.

Lees meer…

Toegang tot onderwijs beïnvloedt inkomens(on)gelijkheid

Als het onderwijs voor de burger duurder wordt, kan dit de economische ongelijkheid vergroten. Dat staat in de verkenning Hoe ongelijk is Nederland? van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

De WRR verwijst voor de kosten van het onderwijs voor de burger naar de zogenoemde tertiaire inkomensverdeling door de verzorgingsstaat. In die verdeling wordt de toegang tot publieke voorzieningen zoals het onderwijs meegenomen.

De tertiaire inkomensverdeling is van invloed op de samenleving, zo staat in de WRR-verkenning, omdat de toegang tot het onderwijs zijn weerslag kan hebben op de toekomstige inkomensverdeling. ‘Anders gezegd: een hoger prijskaartje aan (…) het onderwijs kan de inkomensongelijkheid vergroten.’

Toenemende inkomensongelijkheid, zoals de WRR die in Nederland signaleert, kan er vervolgens toe leiden dat er minder wordt geïnvesteerd in menselijk kapitaal, waartoe investeringen in het onderwijs worden gerekend. Dit kan weer leiden tot minder economische groei, wat weer een versterkende negatieve invloed kan hebben op de investeringen in menselijk kapitaal.

De WRR verwijst hierbij naar theorieën van vooraanstaande economen.