Snel internet te duur? Minister moet bijspringen!

D66-Kamerlid Paul van Meenen vindt dat onderwijsminister Arie Slob scholen moet helpen als zij niet genoeg geld hebben voor snel internet.

In de Drentse Veenkoloniën ligt een glasvezelnetwerk voor snel internet, maar scholen zien zich vanwege een subsidiestop en forse prijsstijgingen die daarvan het gevolg zijn genoodzaakt om daar geen gebruik meer van te maken, meldt onder andere het Dagblad van het Noorden (DvhN).

Vorige maand zei minister Slob bij RTV Drenthe dat het aan de scholen zelf is om de kosten voor het glasvezelabonnement te dragen. ‘Dit is een keuze van de school, daar gaan wij als Rijk niet over’, aldus de minister.

‘Snel internet basisbehoefte’

Daar is Van Meenen het niet mee eens, zegt hij in het DvhN. Volgens hem is een snelle internetverbinding voor scholen een basisbehoefte, net zoals meubels en verwarming dat zijn.

‘Het kan niet zo zijn dat een aantal scholen niet op dat netwerk is aangesloten, omdat de prijs te hoog is. Dus we gaan de minister maar eens vragen daar wat aan te doen’, zo citeert de noordelijke krant het D66-Kamerlid.

Lees meer…

School draagt nauwelijks bij aan mediawijsheid

Jongeren zeggen dat school nauwelijks een rol speelt in het bijbrengen van mediawijsheid. Ze doen hun digitale kennis en vaardigheden naar eigen zeggen op in hun vrije tijd en worden daarbij geholpen door hun ouders. Dat meldt Kennisnet in de Monitor Jeugd en Media 2017.

In de monitor staat ook dat leerlingen ‘digitale veelgebruikers’ zijn en dat ze vertrouwen hebben in hun eigen digitale kunnen. Informatie zoeken ze het liefst via internet en niet via de bibliotheek. Maar als het gaat om het maken van aantekeningen en het lezen van lange teksten en boeken, bestaat er een duidelijke voorkeur voor papier. ‘Je zou ze ‘gemengde’ gebruikers kunnen noemen’, aldus Kennisnet.

Verder blijkt dat ruim de helft leerlingen aangeeft beter in Engels te zijn geworden dankzij internet. Twee derde zegt dankzij internet meer te leren dan dat hun ouders vroeger deden, maar het blijkt ook dat veel leerlingen moeite hebben om informatie die ze op internet vinden op waarde te schatten.

Voor de Monitor Jeugd en Media 2017 zijn leerlingen in de leeftijd van 10 tot en met 18 jaar geënquêteerd.

Lees meer…

‘Scholen moeten ouders helpen in digitale wereld’

Scholen moeten ouders helpen hun kinderen veilig wegwijs te maken in de digitale wereld. Dat zegt general manager Martijn van Lom van de Benelux-afdeling van het Russische internetbeveiligingsbedrijf Kaspersky.

Kaspersky liet bureau Qrius onderzoek doen naar de eerste stappen van kinderen in de digitale wereld. Uit het onderzoek komt onder meer naar voren dat ruim de helft van de jonge kinderen in Nederland gemiddeld een uur per dag op het internet zit. Van hen is ruim 70 procent op een of andere manier gebonden aan spelregels van hun ouders.

Ervaringen in digitale wereld

Terwijl 52 procent van de kinderen aangeeft dat ze voldoende uitleg krijgen van hun ouders, zegt 40 procent niet goed te begrijpen hoe het internet werkt en wat het allemaal te bieden heeft. Van de ouders geeft 84 procent aan dat hun kind geen vervelende ervaringen op internet heeft gehad. van de kinderen vertelt 11 procent wel eens iets te hebben meegemaakt dat ze echt vervelend vonden. Dat varieert van een eng filmpje, een pesterij of vreemde mensen die rare dingen vragen om te doen.

Twee op de drie opvoeders melden dat de kans bestaat dat hun kind nare ervaringen opdoet in de digitale wereld. Ouders maken zich vooral zorgen over het moment dat ze zelf geen toezicht meer kunnen houden op het digitale mediagedrag van hun kinderen. Zo ziet 68 procent risico’s als hun kind ouder wordt. Daarbij is hun hoop gevestigd op begeleiding van school.

Hulp van scholen

General manager Van Lom van Kaspersky Lab Benelux: ‘Het is goed dat ouders zich bewust zijn van de internetrisico’s die hun kinderen lopen en dat het merendeel daar adequate maatregelen voor neemt. Tegelijkertijd moeten we ouders beter helpen om hun zorgen te verminderen. Zowel het bedrijfsleven als het onderwijs moet daarvoor de juiste instrumenten aandragen.’

Lees meer…

Cyberaanval: bent u erop voorbereid?

De cyberaanval die vrijdag begon en over de hele wereld tot nu toe 200.000 mensen en bedrijven heeft gedupeerd, maakt opnieuw duidelijk hoe alert we moeten zijn op de gevaren die schuilen in de digitale wereld. 

De cyberaanval begon toevallig in de week waarin de Onderwijsraad in het advies Doordacht digitaal de rijksoverheid opriep de scholen op het vlak van digitalisering meer te ondersteunen. Het gaat hierbij volgens de raad onder meer om internetveiligheid en privacy, een adequate basale infrastructuur en voldoende geld.

Nooit gelopen race

In maart jongstleden adviseerde het Rathenau Instituut op basis van het onderzoek Een nooit gelopen race – Over cyberdreigingen en versterking van weerbaarheid dat er in het onderwijs meer aandacht moet komen voor cybersecurity en de daarvoor benodigde digitale vaardigheden.

Het onderzoek maakte volgens het instituut duidelijk dat Nederland, als een van de meest ICT-intensieve economieën ter wereld, een aantrekkelijk doelwit is voor cybercriminelen, cyberspionnen en andere hackers. Daarom moeten we zorgen voor meer weerbaarheid.

Het Rathenau Instituut vroeg onder meer om aandacht voor ransomware. Dat is kwaadaardige software die digitale systemen op slot kan zetten. De makers van deze software vragen veel geld aan hun slachtoffers om de systemen weer bruikbaar te maken (ransom = losgeld).

Magazine Naar School! over cybersecurity

In het afgelopen septembernummer van ons magazine Naar School! is een artikel over onderwijs en cybersecurity verschenen. In oktober vorig jaar gaf Sjaak Schouteren van onze verzekeringspartner Aon tijdens een bijeenkomst bij ons in Woerden een presentatie over datalekken en cybersecurity.

Henri Damen van Aon vertelde vorig jaar in zijn blog op LinkedIn dat schades als gevolg van bijvoorbeeld digitale hacks vaak niet gedekt zijn door bestaande verzekeringen. Wel bestaan er tegenwoordig speciale cyberverzekeringen.

Wat te doen tegen cyberaanval?

Europol vreest dat de cyberaanval die vrijdag begon, nog niet voorbij is. In de ransomware die werd verspreid, zat volgens een cyberdeskundige een fout. Dat maakte het mogelijk de aanval te stoppen. Maar gevreesd wordt dat maandag, wanneer in bedrijven veel computers weer worden aangezet, de aanval opnieuw voor ellende kan zorgen.

De onbekende criminelen die de aanval uitvoerden, richtten zich met hun ransomware op zwakke plekken in verouderde versies van het besturingssysteem Windows. Het is zaak om de meest recente versie van Windows en ook een bijgewerkt antivirusprogramma te gebruiken. In het algemeen geldt uiteraard het advies om verdachte mailtjes niet te openen en al helemaal niet op links in dergelijke mailtjes te klikken of verdachte bijlagen te openen!

Op de website van het Nationaal Cyber Security Center van het ministerie van Veiligheid en Justitie staat meer informatie.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Sexting: leerlingen naïef en te goed van vertrouwen

Leerling zijn naïef en te goed van vertrouwen, zegt rector Clementine van den Berg van de Koninklijke Scholengemeenschap (KSG) in Apeldoorn naar aanleiding van een geval van sexting op haar school. Onder andere Omroep Gelderland bericht erover.

Sexting is het ongevraagd verspreiden van seksueel getinte foto’s en/of filmpjes via social media. Bij de KSG betreft het jongens en meisjes uit een klas in de onderbouw, zegt rector Van den Berg tegen de regionale zender.  De school werd erover gewaarschuwd door ouders, die aangifte hebben gedaan bij de politie. Het KSG heeft andere ouders vervolgens per brief op de hoogte gesteld van de sextingzaak.

Volgens Van den Berg komt sexting vaak voor. ‘We proberen het te stoppen, maar het is heel erg lastig. Leerlingen schatten de gevolgen van sexting anders in. Ze zijn naïef, te goed van vertrouwen. Daarom hebben we er op school in de lessen veel aandacht voor’, zo citeert Omroep Gelderland haar.

Scholen moeten lesgeven over seks op internet

Kinderen moeten op de basisschool leren hoe ze kunnen omgaan met seks op internet, zodat ze daar weerbaar tegen zijn als ze naar het voortgezet onderwijs gaan. Dat vindt kenniscentrum Rutgers.

Uit een peiling van Rutgers blijkt dat twee op de drie kinderen in de leeftijd van 9 tot 12 jaar op internet worden geconfronteerd met bloot en één op de drie ook met seks, ook als ze daar niet naar op zoek zijn. Tegelijkertijd blijkt dat ruim de helft van de kinderen aangeeft daar op school geen les over te krijgen.

‘Deze kinderen staan op het punt om naar de middelbare school te gaan, waar ze niet alleen in aanraking kunnen komen met seksueel getinte beelden, maar bijvoorbeeld ook met sexting en grooming. Het is belangrijk dat zij al op de basisschool leren hoe ze hiermee kunnen omgaan, zodat ze voorbereid en weerbaar zijn’, zegt directeur Ton Coenen van Rutgers.

Lees meer…

Gratis lespakket over risico’s digitale fraude

De Fraudehelpdesk stelt een gratis lespakket voor basisscholen beschikbaar. Het richt zich op de groepen 5 tot en met 8.

De Fraudehelpdesk wil met het lespakket leerlingen bewust maken van de risico’s van online fraude door internetcriminelen. Dat kan door hun inzicht te geven in het eigen surfgedrag en hen te laten nadenken over de risico’s op het internet.

Het gratis lespakket bestaat uit:

  • Een docentenhandleiding
  • Huiswerkopdracht
  • Werkblad voor leerlingen
  • Blaadje met tips
  • Presentatie voor digibord

Download lespakket

 

Cybersecurity moet meer op netvlies van scholen

In het onderwijs moet meer aandacht komen voor cybersecurity en de daarvoor benodigde digitale vaardigheden. Dat adviseert het Rathenau Instituut op basis van het onderzoek Een nooit gelopen race – Over cyberdreigingen en versterking van weerbaarheid.

Het onderzoek maakt volgens het instituut duidelijk dat Nederland, als een van de meest ICT-intensieve economieën ter wereld, een aantrekkelijk doelwit is voor cybercriminelen, cyberspionnen en andere hackers. Daarom moeten we zorgen voor meer weerbaarheid.

Het Rathenau Instituut vraagt onder meer om aandacht voor ransomware. Dat is kwaadaardige software die digitale systemen op slot kan zetten. De makers van deze software vragen veel geld aan hun slachtoffers om de systemen weer bruikbaar te maken.

Onderwijs en cybersecurity

In het afgelopen septembernummer van ons magazine Naar School! is een artikel over onderwijs en cybersecurity verschenen. In oktober jongstleden gaf Sjaak Schouteren van onze verzekeringspartner Aon tijdens een bijeenkomst bij ons in Woerden een presentatie over datalekken en cybersecurity.

Henri Damen van Aon vertelt in zijn blog op LinkedIn dat schades als gevolg van bijvoorbeeld digitale hacks vaak niet gedekt zijn door bestaande verzekeringen. Wel bestaan er tegenwoordig speciale cyberverzekeringen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Leerling na sexting nauwelijks naar vertrouwenspersoon

Slecht 1,3 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs stapt na het ongewild verspreiden van seksueel getinte foto’s naar de vertrouwenspersoon van de school. Dat meldt Safer Internet Center Nederland.

Volgens onderwijsadviseur Petra Vervoort van De Vertrouwenspersoon weten veel leerlingen niet dat de school een vertrouwenspersoon heeft of ze weten niet wie dat is.

Directeur Bert Jan Peters van internetbedrijf Kliksafe benadrukt dat het helpt om veel te praten over de gevaren van sexting, zoals het verspreiden van seksueel getinte foto’s heet. De school heeft daarin net als de ouders een belangrijke rol.

Lees meer…

‘Veel te weinig subsidie voor goed internet’

Scholen in het primair en voortgezet onderwijs met geen of slecht internet, kunnen maximaal de helft van hun aansluitkosten vergoed krijgen van de overheid.

Er is in totaal 5,5 miljoen euro subsidie beschikbaar, zo staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

De PO-Raad ziet dit de toekenning van de subsidie als ‘erkenning voor de problemen en een eerste goede stap’. Voor een structurele oplossing en toekomstbestendig onderwijs is echter veel meer nodig. De VO-raad spreekt van ‘een doekje voor het bloeden’.

Onlangs presenteerden de PO-Raad en VO-raad samen met andere onderwijsgerelateerde organisaties een manifest voor betere ICT-voorzieningen in het primair en voortgezet onderwijs.

VOS/ABB matcht binnenkort niet meer met Windows XP

De website van VOS/ABB zal per 1 november aanstaande alleen bereikbaar zijn via het beter beveiligde protocol https in plaats van http. Dit betekent dat gebruikers van het verouderde besturingssysteem Windows XP vanaf die datum onze website niet meer kunnen bereiken.

Sinds april 2014 ondersteunt Microsoft Windows XP niet meer. Het Amerikaanse softwarebedrijf is gestopt met het maken van updates. Het verouderde besturingssysteem is niet meer bestand tegen de huidige computervirussen en andere kwaadaardige software.

Uit de webstatistieken blijkt dat bij de circa 190.000 websessies op onze site sinds 1 januari 2016 slechts 400 keer (0,2 procent) gebruik werd gemaakt van Windows XP. Dit is zo weinig, dat het in onze ogen de overstap naar het veiligere https rechtvaardigt.

 

Friese openbare basisschool wint digitale makeover

De Acer Complete Classroom Makeover is gewonnen door openbare basisschool It Bynt in het Friese Winsum. Er deden 108 scholen mee aan deze actie van computerconcern Acer.

Leerkracht Ewoud van der Weide van It Bynt nam deel aan de actie, omdat hij ziet dat onderwijs net als de digitale wereld voortdurend in beweging is. Hij stuurde dit filmpje toe:

Van der Weide: ‘Een prijs als deze komt op een geweldig moment. Vorig schooljaar zijn openbare basisschool De Miedskoalle en christelijke basisschool De Stapstien gefuseerd tot basisschool it Bynt. Op dit moment zijn we druk bezig met het ontwikkelen van het ICT-beleid.’

Dat gebeurt ook voor de andere vier scholen binnen Onderwijsteam 7 van stichting Gearhing voor openbaar primair onderwijs. ‘Je ziet scholen die middelen aanschaffen om te innoveren. Wij willen het andersom aanpakken: waar willen we met ons onderwijs naartoe en welke rol kunnen moderne middelen daarin vervullen?’, aldus Van der Weide.

Hij ziet dat de nadruk steeds meer komt te liggen op de vaardigheden van de 21ste eeuw, zoals het vermogen om kritisch, creatief en probleemoplossend te denken, communiceren en samenwerken en ICT-geletterdheid.

‘Elke dag DDoS-aanval op een school’

Er wordt elke dag wel een school geconfronteerd met een DDoS-aanval. Dit meldt de NOS, die zich voor de berichtgeving baseert op ICT-organisatie SURFnet.

DDoS-aanvallen (distributed denial of service) zijn doelbewuste pogingen om computernetwerk onbruikbaar te maken. Dat gebeurt via verschillende computers die zoveel informatie op een netwerk afsturen dat het overbelast raakt.

Het gevolg kan zijn dat het netwerk heel traag wordt of zelfs helemaal platgaat of dat de website van de aangevallen organisatie niet meer bereikbaar is. Wie een beetje verstand heeft van computers, kan zo een DDoS-aanval uitvoeren.

Volgens hoogleraar Aiko Pras van de Universiteit Twente zijn de daders van DDoS-aanvallen op scholen vaak eigen leerlingen. Het zijn volgens hem vaak jongens vanaf 15 jaar. Ze vallen hun school voor de lol aan. Het is ook mogelijk om met een DDoS-aanval het afnemen van bijvoorbeeld een digitaal tentamen onmogelijk te maken.

Eén op de tien jongeren online over de schreef

Eén op de tien jongeren houdt zich wel eens bezig met cybercrime of -pesten. Dat blijkt uit promotie-onderzoek door Joyce Kerstens aan de Open Universiteit. Kerstens werkt bij de Cybersafety Research Group van de NHL Hogeschool.

Haar onderzoek is gebaseerd op data van 6299 Nederlandse jongeren in de leeftijd van 10 tot 18 jaar. Van de jongeren die zich wel eens bezighouden met cybercrime of -pesten, is een aanzienlijk deel van deze jongeren ook zelf online slachtoffer geweest.

Online risicogedrag, zoals het produceren van seksueel beeldmateriaal (sexting), vindt hoofdzakelijk plaats binnen bestaande sociale relaties en is overwegend een onderdeel van de (seksuele) ontwikkeling van jongeren. Factoren die verband houden met online risico zijn leeftijd, sekse, zelfcontrole en minder geremd gedrag.

Lees meer…

Kinderen doen online weinig aan fact checking

Kinderen willen zich online over het algemeen verantwoordelijk gedragen. Eerlijkheid en privacy van anderen zijn belangrijke uitgangspunten. Maar bij fact checking schiet die verantwoordelijkheid er nog wel eens bij in.

Dit meldt Mediawijzer.net op basis van een onderzoek naar online gedrag waaraan ruim 6000 kinderen tussen 10 en 12 jaar meededen. Het onderzoek werd gehouden in het kader van de Week van de Mediawijsheid.

Het onderzoeksrapport is overhandigd aan de Raad voor Cultuur. Deze raad komt in het najaar van 2016 met een advies voor over mediawijsheid.

Lees meer…

Danny Mekić wil terug naar essentie van onderwijs

‘Voor veel kinderen is school nu de plaats waar je vooral leert waar je níet goed in bent.’ Dat stelt internetexpert en ondernemer Danny Mekić op de website van Kennisnet.

In het kader van Dé Onderwijsdagen pleit Mekić voor een terugkeer naar de essentie van het onderwijs.  ‘Een jongere die openstaat voor de toekomst, wordt verder geholpen door een persoon met meer kennis en ervaring. Dat gegeven verandert niet. De vorm waarin de interactie plaatsvindt kan echter wel veranderen.’ 

Hij vindt dat het onderwijs nu te veel wordt gekenmerkt door een lopende-bandconstructie. ‘Je leert iets, haalt een toets, en mag door naar de volgende les, of je faalt en doet dezelfde les nogmaals.’ Het is volgens hem logischer om leerprocessen bij te brengen en vooral de liefde voor het leren ‘zodat mensen in een steeds veranderende wereld weten hoe ze zich iets eigen kunnen maken’. In dit kader pleit hij ervoor om in het onderwijs meer aandacht te hebben voor persoonlijk leiderschap.

Lees meer…

Advies: ‘Veilig internetten moet in curriculum’

Het onderwijs heeft een geïntegreerde aanpak nodig die ervoor zorgt dat digitale geletterdheid en cyber security onderdeel worden van het curriculum om jongeren de vaardigheden van de toekomst aan te leren. Dat staat in een advies van de Cyber Security Raad aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW en zijn collega Klaas Dijkhoff van Veiligheid en Justitie.

In het advies staat ook dat leerlingen in het primair onderwijs een diploma ‘digitale vaardigheden’ moeten halen. Hiermee kunnen ze laten zien dat ze in staat zijn zich veilig in het digitale domein te begeven.

Ook moet er in het onderwijs aandacht zijn voor wettelijke en morele grenzen op het internet, zodat kinderen leren hoe ver ze mogen gaan en wat de risico’s zijn van het overtreden van deze regels.

Om dit alles mogelijk te maken, moeten leraren worden geprofessionaliseerd op het gebied van digitale geletterdheid en cyber security. De Cyber Security Raad ziet hier een belangrijke taak voor ICT’ers. Zij kunnen onderwijs verzorgen en leraren coachen.

Geen goed idee
De Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) vindt ‘een verplicht digitaal vaardigheidsbewijs voor kinderen’ geen goed idee. ‘Het is wel belangrijk dat er op school in het curriculum veel aandacht wordt besteed aan het veilig omgaan met internet’, zegt AVS-voorzitter Petra van Haren.

Eerder zei vicevoorzitter Simone Walvisch van de PO-Raad naar aanleiding van een ander advies dat verplicht programmeren geen verplicht vak moet worden op school. Haar reactie volgde op een advies van Kennisnet en ECP – Platform voor de InformatieSamenleving.

Online contacten maken jongeren offline socialer

Jongeren die veel tijd besteden aan online sociale contacten participeren meer in de samenleving. Dat concludeert mediaonderzoeker Marjon Schols, meldt de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Voor haar promotieonderzoek naar de invloed van internet op jongeren en sociale cohesie ondervroeg Schols duizenden jongeren. Ze wilde weten hoe internetgebruik door jongeren samenhangt met onder andere de relatie met hun ouders en vrienden en hun participatie in de samenleving.

Het onderzoek laat zien dat jongeren niet alleen sterk met internet, maar daardoor ook met hun sociale netwerk verbonden zijn. Ook participeren ze meer in de samenleving. Hoe meer jongeren participeren in online sociale activiteiten als Facebook, hoe meer ze offline worden opgenomen in vriendengroepen.

Online sociale activiteiten blijken vooral bij te dragen aan een betere maatschappelijke ‘insluiting’ van jongeren van niet-Westerse origine.

Lees meer…

Traag internet? Valt wel mee, vindt Dekker

De meeste scholen kunnen op dit moment toe met de internetsnelheden die de markt biedt. Dat stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen van de ChristenUnie.

Tweede Kamerlid Arie Slob had vragen gesteld naar aanleiding van een bericht van de NOS waarin staat dat met name scholen in plattelandsgebieden te traag internet hebben. De trage verbindingen zouden het geven goed onderwijs bemoeilijken.

Dekker erkent dat het voor scholen van belang is ‘dat zij voldoende snel en betaalbaar internet kunnen krijgen, passend bij de door hen gewenste inzet van technologie bij het leren’. Hij wijst erop dat glasvezel niet altijd de enige oplossing is. ‘Ook kabeltechnologie kan geavanceerd genoeg zijn om te voorzien in de behoefte van scholen. Daarnaast zijn in delen van Nederland steeds hogere snelheden mogelijk over het telefoonnetwerk.’

In zijn antwoorden gaat Dekker ook in op lokale breedbandinitiatieven van particulieren, instellingen en ondernemers die gebaat zijn bij de aanleg van snel internet. ‘Een school is één van die partijen. Het is niet realistisch te veronderstellen dat een school alleen op moet draaien voor de aanleg van snel internet in het betreffende landelijke gebied.’

De staatssecretaris wijst op het platform Samensnelinternet.nl, dat wordt ondersteund door het ministerie van Economische Zaken.

Dekker wil snel internet voor alle scholen

Voor alle scholen overal in Nederland moet snel internet beschikbaar zijn. Dat is de inzet van staatssecretaris Sander Dekker van OCW. Hij wil hiervoor met de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en met het ministerie van Economische Zaken een gezamenlijke aanpak creëren.

De staatssecretaris benoemt zijn inzet in zijn antwoorden op vragen van SGP-Tweede Kamerlid Roelof Bisschop en zijn ChristenUnie-collega Joël Voordewind over het trage internet waarmee een deel van de scholen, met name op het platteland, nog moet werken.

Volgens Dekker valt dat probleem wel mee. Hij baseert zich daarbij op het onderzoek binnen het Doorbraakproject Onderwijs en ICT naar de benodigde bandbreedtes voor scholen. ‘Op basis van de voorlopige onderzoeksresultaten is mijn indruk dat veel scholen op dit moment toekunnen met de internetsnelheden die de markt biedt’, aldus Dekker.

Met het onderzoek wordt ook gewerkt aan het inzicht in het aantal scholen dat nu nog geen toegang heeft tot snel internet, schrijft Dekker. ‘Binnen het Doorbraakproject Onderwijs en ICT streven we ernaar dat iedere school in 2017 in staat is om de voor hem best werkende oplossing te realiseren.’

De staatssecretaris schrijft ook dat hij samen met de PO-Raad, de VO-raad en het ministerie van Economische Zaken wil bekijken ‘of er een gezamenlijke aanpak te creëren is die alle scholen van snel internet kan voorzien, onafhankelijk van de locatie van de school’. Er zou dan een vaste prijs per leerling per jaar voor alle scholen moeten gaan gelden.

Kinderen willen veilig kunnen internetten

Veilig internet, bescherming tegen schadelijk materiaal en goed geregelde privacy. Dat vinden kinderen het meest belangrijk wanneer het gaat om hun online activiteiten. Dat blijkt uit onderzoek van Mediawijzer.net.

Uit het onderzoek blijkt dat kinderen vinden dat scholen een belangrijke taak hebben als het gaat om veilig internet. School is volgens hen de plek waar ze willen leren om veilig te internetten, zichzelf online te presenteren en met cyberpesten om te gaan. Ouders zien het mediawijs maken van hun kinderen juist als iets wat ook thuis moet gebeuren.

In totaal ruim 20.000 ouders en kinderen uit groep 7 en 8 van de basisschool deden mee aan het onderzoek.

Lees meer…

Bussemaker wil dat jongeren ingrijpen bij geweld

Minister Jet Bussemaker van OCW roept jongeren op in te grijpen als zij getuige zijn van geweld. Directe aanleiding voor haar oproep is een geweldsincident waarvan een leerlinge van de openbare scholengemeenschap Thorbecke Voortgezet Onderwijs in Rotterdam slachtoffer is geworden.

Volgens de minister is het vooral belangrijk dat jongeren aangifte doen als zij zijn mishandeld. ‘Daar begint het mee. We moet er met elkaar voor zorgen dat dit niet normaal wordt’, zo citeert de NOS haar. Ze vindt ook dat jongeren voor elkaar moeten opkomen. ‘Ga er de volgende keer tussen staan in plaats van filmpjes te maken, die je op GeenStijl plaatst. Kijk niet weg, maar treed op.’

Volgens de minister kunnen de scholen de aanpak van geweld tussen jongeren niet alleen aanpakken. ‘We moeten dit met elkaar doen. Scholen, ouders en jongeren onderling’, aldus Bussemaker.

De oproep van de minister volgt op verschillende filmpjes van geweld op internet. Op een van de filmpjes is te zien hoe een 15-jarig leerlinge van de openbare scholengemeenschap Thorbecke VO in Rotterdam hard wordt geschopt. De dader, een 15-jarige jongen, is opgepakt.

Hoewel de filmpjes op internet (gemakkelijk) zijn te vinden, doet VOS/ABB niet mee aan de verspreiding van dit soort materiaal. Vandaar dat in dit bericht niet naar dergelijke filmpjes wordt gelinkt.

Jongeren vooral met smartphone online

De smartphone is onder scholieren verreweg het meest gebruikte apparaat voor mobiel internet buitenshuis. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2013 hadden bijna alle jongeren in Nederland thuis internettoegang. Daarnaast internetten veel jongeren van 12 tot 18 jaar ook buitenshuis, waarbij ze vooral een smartphone op zak hebben en veel minder vaak een tablet of laptop.

Jongeren gebruiken het internet vooral voor gamen, het bekijken van filmpjes of het luisteren naar muziek. Daarnaast is ongeveer 90 procent van hen veel actief op sociale netwerken, zoals Facebook.

Lees meer…

Wat zijn belangrijkste ICT-trends in onderwijs?

De belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van digitale technologie die volgens Kennisnet de komende vijf jaar impact gaan hebben op het onderwijs zijn gebundeld in het online Trendrapport 2014/2015, technologiekompas voor het onderwijs.

Het trendrapport gaat over technologieën die volgens Kennisnet voor het Nederlandse onderwijs het meest relevant zijn. Er is gekeken naar meerdere actuele onderwijsvraagstukken, verwachte effectieve impact op het onderwijs en de levensfase van de technologie.

Kennisnet zegt met het rapport het onderwijs te willen ondersteunen bij het denkproces over de keuze voor technologieën. Het gaat bijvoorbeeld over de keuze tussen laptops en tablets, internetverbindingen, de cloud en strategische overwegingen die voor onderwijsbestuurders van belang zijn.

Reacties, voorbeelden en aanvullingen uit het onderwijs zijn welkom op Twitter via @KN_innovatie, #kntrendrapport of per e-mail via innovatie@kennisnet.nl. Er komt dit voorjaar een gedrukte versie van het trendrapport waarin voorbeelden en aanvullingen uit het onderwijs zijn verwerkt.

Lees meer…