OCW vindt tegengaan van segregatie totaal irrelevant

Het tegengaan van segregatie in het onderwijs is voor het ministerie van OCW totaal geen issue meer. Het gaat staatssecretaris Sander Dekker om verbetering van de onderwijskwaliteit. Dat blijkt uit antwoorden van hem op Kamervragen van de SP.

De Tweede Kamerleden Jasper van Dijk en Sadet Karabulut hadden de staatssecretaris vragen gesteld naar aanleiding van een onderzoek van instituut FORUM voor multiculturele vraagstukken. Daaruit kwam naar voren dat als schoolbesturen zich actief inzetten om segregatie tegen te gaan, de lokale politiek, de media en de ouders het thema oppakken.

Pilots
Uit het onderzoek bleek ook dat de segregatie de afgelopen jaren wat minder is geworden. Dat zou te danken aan gerichte pilots in 12 grote gemeenten, waaronder Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Aan die pilot deden in totaal 315 basisscholen mee. Op tweederde van die scholen nam de segregatie af.

Op de vraag van de SP’ers of de volgens hen succesvolle pilots moeten worden voortgezet, antwoordt Dekker dat de gemeenten daar zelf over mogen beslissen. Hij wijst ook op een eerder onderzoek dat Regioplan in 2012 uitvoerde en waaruit blijkt ‘dat de resultaten van maatregelen die lokaal zijn genomen maar zeer gering zijn’.

Gemeenteraad
De staatssecretaris beaamt dat het wettelijk verplicht is dat gemeenten en schoolbesturen met elkaar in gesprek gaan over het tegengaan van segregatie in het onderwijs. In gemeenten waarin het college van B&W die wettelijke taak niet op zich neemt, zo benadrukt Dekker, dient de gemeenteraad ervoor te zorgen dat het college dit toch doet.

Voorts meldt hij dat het ministerie van OCW regelmatig met de PO-Raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) spreekt over het steunen van lokale initiatieven om segregatie tegen te gaan. De staatssecretaris ziet echter verder op dit terrein geen taak voor hem en zijn ministerie weggelegd. Uit de antwoorden van Dekker blijkt dat het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs voor hem de absolute prioriteit heeft.

Van Bijsterveldt
De reactie van de staatssecretaris sluit aan op de beleidswijziging die in 2011 door voormalig minister Marja van Bijsterveldt van OCW werd ingezet. Zij schoof de verantwoordelijkheid voor het al of niet mengen van leerlingenpopulaties door naar de gemeenten.

In het juninummer van magazine School!, dat op 26 juni verschijnt, komt het onderwerp segregatie aan bod. Het artikel gaat over de situatie in Tilburg.

Aan het woord komt Marius Liebregts van de Stichting Opmaat voor openbaar primair onderwijs in onder andere Tilburg. Hij vindt het niet erg dat het tegengaan van segregatie van de politieke agenda is: ‘Beschouw de leerlingenpopulatie van scholen liever als een gegeven en houd je bezig met dingen waar je wél invloed op hebt.’

Politiek wil weten of extra onderwijsgeld goed terechtkomt

Tweede Kamerlid Japser van Dijk van de SP heeft het Meldpunt Onderwijsgeld gelanceerd. Leraren en ander onderwijspersoneel kunnen daarop melden waar volgens hen in hun organisatie het extra geld voor het onderwijs naartoe gaat. In Rotterdam zijn twijfels gerezen over de manier waarop het openbaar onderwijs in die stad het extra onderwijsgeld besteedt.

Volgens Van Dijk weet niemand waar het extra geld voor het onderwijs aan wordt besteed. ‘Vorig jaar heeft het kabinet 650 miljoen euro overgemaakt aan de scholen. Hartstikke mooi, maar het ministerie weigert na te gaan wat onderwijsbestuurders met het geld doen. Het is één grote black box.’

Het Kamerlid vreest dat het extra geld niet wordt ingezet voor extra leraren, maar dat het wordt ‘verspild aan dure vastgoedprojecten of bureaucratie’. Meldingen kunnen worden gemaild naar onderwijsgeld@sp.nl.

Vragen over BOOR
D66 en Leefbaar Rotterdam in de Rotterdamse gemeenteraad zijn ook bang dat extra onderwijsgeld van het kabinet niet goed terechtkomt. D66-raadslid Jos Verveen en Anton Molenaar van Leefbaar Rotterdam hebben daar onlangs vragen over gesteld aan het college van B&W naar aanleiding van de situatie bij het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam, dat al lange tijd financiële problemen heeft.

‘Als gemeenteraad bereiken ons verschillende signalen over de manier waarop de meevaller vanuit het Rijk binnen BOOR wordt besteed. Dat roept de vraag op of de extra middelen, zoals de bedoeling was, zijn gebruikt ter verbetering van de kwaliteit van het onderwijs of dat de extra gelden zijn of worden gebruikt om de financiële positie van stichting BOOR versneld te versterken of dat de extra gelden (deels) zijn gebruikt om overheadkosten te financieren of tegenvallers af te dekken’, zo schrijven Verveen en Molenaar.

Ze willen ‘een meerjarig gespecificeerd overzicht tot welke begrotingswijziging of wijziging van de realisatie van de begroting de extra middelen hebben geleid of zullen leiden op begrotingspostniveau’.

Besturen gaan over inzet professionaliseringsgeld

‘Zeker voor wat de prestatiebox betreft liggen er bestuurlijke afspraken dat het geld ook echt ingezet wordt voor de doelen die we hebben afgesproken in de bestuursakkoorden uit 2011-2012.’ Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen over de invoering van passend onderwijs.

SP-Kamerlid Jasper van Dijk had Kamervragen gesteld naar aanleiding van een bericht van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Daarin stond dat de scholen nog niet klaar zijn voor de invoering van passend onderwijs per 1 augustus 2014.

Een van de vragen had betrekking op de inzet van de professionaliseringsgelden. Hierop antwoordt Dekker dat schoolbesturen verantwoordelijk voor de inzet van dat geld. ‘Dit budget is voor een deel ondergebracht in de lumpsum, en daarbinnen weer voor een deel in de prestatiebox van de schoolbesturen en wordt verantwoord in het jaarverslag en de bijbehorende jaarrekening van de schoolbesturen’, aldus de staatssecretaris.

Hij wijst erop dat de controle zowel op het niveau van de jaarrekening als op dat van het personeel zelf ligt. ‘Het personeel heeft via de medezeggenschapsraad een adviesbevoegdheid op de vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid en kan in die zin ook controleren of het geld wordt uitgegeven waarvoor het bestemd is.’

Klassengrootte
Van Dijk had ook een vraag gesteld over de klassengrootte in het reguliere onderwijs die als gevolg van de invoering van passend onderwijs zou toenemen. Dekker relativeert die angst: ‘Als samenwerkingsverbanden ervoor kiezen op termijn minder naar het speciaal onderwijs te verwijzen, ontstaat er meer ruimte voor extra ondersteuning in het regulier onderwijs. Bijvoorbeeld voor extra handen in de klas, het inrichten van speciale arrangementen of het kleiner maken van klassen.’

Het is volgens de staatssecretaris een misvatting dat er ten gevolge van passend onderwijs per klas drie tot vier extra leerlingen bij komen. ‘Zelfs in het theoretische geval dat alle leerlingen uit het speciaal onderwijs teruggeplaatst zouden worden naar het regulier onderwijs, hetgeen in de praktijk geenszins het geval zal zijn, verandert de klassengrootte hiermee heel beperkt.’

‘Heel beperkt’ wordt door Dekker gekwantificeerd: ‘Wanneer de bestaande 70.000 plekken in het speciaal onderwijs niet meer zouden bestaan, betekent dit dat er in het basisonderwijs per school gemiddeld vier leerlingen bij komen op een gemiddelde van 213 leerlingen per school. In het voortgezet onderwijs gaat het om gemiddeld 28 leerlingen per vestiging op een gemiddelde van 700 leerlingen per vestiging.’

In dit theoretische geval zou de klassengrootte volgens hem zelfs naar beneden kunnen gaan, ‘omdat de middelen van het speciaal onderwijs dan ook in het regulier onderwijs ingezet zouden worden. Die middelen zouden dan kunnen worden ingezet voor kleinere klassen.’

SP op de bres voor maatschappelijke stage

De maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs kan gemakkelijk in stand blijven. Dat zegt SP-Kamerlid Jasper van Dijk. De maatschappelijke stage is een van de onderwerpen die dinsdag in de Tweede Kamer aan bod komen in een debat over de onderwijsbegroting.

Van Dijk noemt het op de website van de SP ‘oliedom’ dat de regering de maatschappelijke stage wil ‘afschaffen’. Met dat laatste woord schiet Van Dijk met politieke retoriek bezijden de waarheid, want de maatschappelijke stage als zodanig wordt niet afgeschaft. Wel wil het kabinet de financiering ervan beëindigen en de maatschappelijke stage vanaf het schooljaar 2014-2015 geen verplichte eindexameneis meer laten zijn. Scholen mogen de maatschappelijke stage wel blijven aanbieden.

Het voornemen van het kabinet getuigt volgens Van Dijk van ‘zwabberbeleid’. Hij vindt het ook ‘doodzonde’, omdat de maatschappelijke stage volgens hem ‘een belangrijke aanvulling op het onderwijs is, die bijdraagt aan sociale betrokkenheid en persoonlijke ontwikkeling’ van leerlingen.

Geld is er!
Met de afschaffing van de financiering van de maatschappelijk stage wil het kabinet 75 miljoen euro bezuinigen. De SP’er stelt dat de financiering gemakkelijk kan blijven bestaan, desnoods deels, omdat in het zogenoemde herfstakkoord 500 miljoen euro extra voor onderwijs beschikbaar is gekomen. ‘We houden een mooie voorziening in stand en voorkomen kapitaalvernietiging omdat de stage na twee jaar alweer wordt afgeschaft’, aldus Van Dijk.

De maatschappelijk stage was een initiatief van het CDA, dat voortvloeide uit de normen-en-waardendiscussie die was losgemaakt onder voormalig CDA-premier Jan Peter Balkenende. Oud-minister Marja van Bijsterveldt, ook van het CDA, was degene die de maatschappelijke stage in het schooljaar 2011-2012 invoerde.

Meer steun
Niet alleen de SP en het CDA willen dat de financiering van de maatschappelijke stage blijft bestaan, ook bij de ChristenUnie en de SGP alsmede bij de regeringsfractie PvdA klinken dergelijke pleidooien. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil de financiering eigenlijk ook behouden, want hij schrijft in een toelichting op de beëindiging van de financiering dat er iets waardevols wordt wegbezuinigd.

In oktober kwam uit een peiling van de Besturenraad naar voren dat een overgrote meerderheid van de schoolleiders in het christelijke voortgezet onderwijs de maatschappelijke stage wil behouden.