Betekent ‘leerlingen uitsluiten’ iets heel anders?

ParnasSys heeft met ‘Wil je een leerling uitsluiten? Dat kan!’ nooit willen suggereren dat scholen leerlingen kunnen uitsluiten. Dat is de strekking van antwoorden op Kamervragen van onderwijsminister Arie Slob.

De zinsnede stond in een brochure over Schoolkassa, een administratiesysteem waarmee scholen kunnen bijhouden welke ouders de vrijwillige ouderbijdrage of bijvoorbeeld het geld voor een schoolreisje hebben betaald. Als er niet is betaald, kan in het systeem direct worden aangegeven dat een leerling wordt uitgesloten.

Ouders uitsluiten

Dat betekent volgens Slob, die navraag heeft laten doen bij ParnasSys, echter niet dat leerlingen van wie de ouders niet hebben betaald worden uitgesloten van extra schoolactiviteiten. De zinsnede was volgens hem bedoeld om aan te geven dat ouders kunnen worden uitgesloten van het ontvangen van een betaalverzoek, bijvoorbeeld als ze al contant op school hebben betaald.

Aanmaningen uitsluiten

In een reactie liet algemeen directeur Dirk Jan Timmer van Topicus (het moederbedrijf van ParnasSys) aan VOS/ABB al eerder weten dat er sprake is van ‘verwarring over woordgebruik’.  Er had in de brochure moeten staan dat scholen door gebruik te maken van het systeem aanmaningen en niet leerlingen kunnen uitsluiten. Hij voegde daar met nadruk aan toe dat ParnasSys kansengelijkheid heel belangrijk vindt.

Lees meer…

Slob: Alle leerlingen evenveel recht op bijles

Alle kinderen moeten hetzelfde recht hebben op bijles en examentraining als dat door de school wordt georganiseerd. Dit benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

Hij reageert in een brief aan de Tweede Kamer op een wetsvoorstel van SP’er Peter Kwint en Lisa Westerveld van GroenLinks. De brief hoort bij het onderzoeksrapport Aanvullend en particulier onderwijs dat de minister naar de Kamer heeft gestuurd.

De kern van het wetsvoorstel is dat scholen in het licht van kansengelijkheid kinderen niet meer mogen uitsluiten van extra activiteiten als de vrijwillige ouderbijdrage niet is betaald. Kwint en Westerveld noemen in dit kader het sinterklaasfeest, het kerstdiner en schoolreisjes, maar nadrukkelijk ook bijles en examentraining. Slob meldt nu dat hij het het ‘volmondig’ met hen eens is.

Lees meer…

Ouders trekken portemonnee voor bijlessen

Uit het onderzoek naar aanvullend en particulier onderwijs blijkt onder andere dat bijna één op de vier leerlingen in groep 8 een vorm van aanvullend onderwijs krijgt. In het voortgezet onderwijs is dat bijna één op de drie. Een deel van het aanvullend onderwijs wordt door de ouders betaald. Soms weet de school dat, maar soms ook niet.

Bedrijven die bijles, huiswerkbegeleiding en/of toets- en examentraining geven, hebben hun omzet de afgelopen jaren fors zien stijgen. In 2015 bedroeg de omzet 48,5 miljoen euro, in 2017 was dat 69,2 miljoen euro. Het is niet duidelijk of deze bedragen betrekking hebben op slechts reguliere aanbieders die belasting betalen of dat ook het geld is meegerekend dat ouders betalen voor bijlessen op de zwarte markt.

Het aandeel leerlingen dat aanvullend onderwijs krijgt, is volgens de onderzoekers de afgelopen jaren min of meer gelijk gebleven.

Lees meer…

Nooit leerlingen uitsluiten

De PO-Raad stelt in een reactie dat aanvullend onderwijs niet nodig zou moeten zijn ‘om kinderen de best mogelijke kansen te geven om zich te ontwikkelen’. Leerlingen mogen volgens de sectororganisatie voor goed onderwijs ‘niet afhankelijk mogen zijn van betaalde alternatieven’, omdat daardoor kansenongelijkheid ontstaat.

Volgens de PO-Raad mag geen enkel kind worden uitgesloten van extra activiteiten die door de school worden georganiseerd. ‘Ook al betalen hun ouders hiervoor de vrijwillige ouderbijdrage niet’, zo voegt de sectororganisatie daaraan toe. ‘Dat geldt ook voor bijvoorbeeld extra ondersteuning voor leerlingen die de lesstof moeilijk vinden en voor extra lessen voor kinderen die meer uitdaging nodig hebben.’

Lees meer…

VO-raad heeft zorgen

De VO-raad heeft ‘zorgen over de negatieve effecten van aanvullend onderwijs op kansengelijkheid en pleit voor extra investeringen zodat scholen dit kunnen tegengaan’. Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad noemt het ‘ongewenst’ dat aanvullend onderwijs ‘sluipenderwijs tot norm worden verheven’.

Hij roept het kabinet op om scholen meer geld te geven om aanvullend onderwijs kosteloos binnen de schoolmuren te organiseren. Verder vindt Rosenmöller dat scholen ‘zeer terughoudend’ moeten zijn ‘met het promoten van het aanbod van commerciële aanbieders’.

Lees meer…

Ouders moeten blijven meebetalen

Vorig jaar zei Rosenmöller in Trouw dat het nodig is dat ouders blijven meebetalen aan extra’s en maatwerk in het onderwijs. Als voorbeelden noemde hij tweetalig onderwijs, technasia en sportscholen. De VO-raad meldde toen dat uitsluiting op basis van de ouderbijdrage ‘ongewenst’ was.

Directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB zei vorig jaar klip en klaar dat uitsluiting van leerlingen onder alle omstandigheden onbestaanbaar is, dus ook als de vrijwillige ouderbijdrage niet is betaald.

Lees meer…

 

Inkomensverschillen benadrukken belang kansengelijkheid

De huidige inkomensverschillen tussen mensen met en mensen zonder migratieachtergrond benadrukken het belang van kansengelijkheid in het onderwijs. Dat staat in een brief van minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer. 

De brief die Koolmees mede namens onderwijsminister Arie Slob heeft opgesteld, volgt op de publicatie van het rapport Inkomensongelijkheid naar migratieachtergrond van het Centraal Planbureau (CPB). Dat rapport laat zien dat er forse en hardnekkige inkomensachterstanden zijn bij mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Die achterstanden blijven over generaties heen bestaan.

Het CPB-onderzoek bevestigt volgens Koolmees ‘het belang van de inzet van het kabinet om de kansenongelijkheid te bestrijden in het onderwijs en op de arbeidsmarkt’. Wat het onderwijs betreft, merkt hij op dat het kabinet op verschillende punten inzet op kansengelijkheid:

    • Vroeg- en voorschoolse educatie (VVE);
    • Voorkomen van voortijdig schoolverlaten;
    • Beter mogelijk maken van doorstromen;
    • Gelijke kansen bij het zoeken naar stages;
    • Bevorderen van studiekeuzes die leiden tot grotere arbeidsmarktkansen.

Gelijke Kansen Alliantie

Minister Koolmees noemt ook de Gelijke Kansen Alliantie. Daarover staat een interessant artikel in het najaarsnummer van magazine Naar School! van VOS/ABB.

Lees het artikel ‘Gelijke kansen dankzij oog voor verschillen’

 

Experimenten nodig gericht op tegengaan segregatie

Het landelijk Kenniscentrum Gemengde Scholen (KGS) dringt aan op experimenten met toelatingsbeleid die zich richten op tegengaan van segregatie.

Het KGS komt met dit dringende advies in het rapport over een quickscan van het toelatingsbeleid in het primair en voortgezet onderwijs. Het ministerie van OCW had opdracht gegeven tot het onderzoek.

Er kwam onder andere uit naar voren dat het niet mogelijk is stevige uitspraken te doen over de effecten van het toelatingsbeleid van scholen op segregatie en kansengelijkheid. Dat komt volgens het KGS doordat het tegengaan van segregatie en gemengde scholen meestal geen expliciet doelen meer zijn.

‘Om dergelijke uitspraken wel te kunnen doen is niet alleen nader onderzoek nodig, maar zijn ook experimenten gewenst met toelatingsbeleid waarin desegregatie expliciet als doel wordt gesteld en prioriteit krijgt’, zo staat in het rapport.

Lees meer…

Bestaan van hokjesscholen staat haaks op gelijke kansen

‘We willen in Nederland gelijke kansen voor alle kinderen. Daar hoort onderwijs bij dat voor alle leerlingen toegankelijk en betaalbaar is. Het is hoog tijd om dat eindelijk eens goed te regelen.’ Dat benadrukken directeur Hans Teegelbeckers en politiek adviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB in Het Financieele Dagblad.

In het huidige duale bestel hebben bijzondere scholen nog steeds de mogelijkheid om met de Grondwet in de hand leerlingen en leerlingen te weigeren of weg te sturen. Die mogelijkheid wordt geboden door artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Dit grondwetsartikel dateert uit 1917.

‘Nederland was toen een sterk verzuild land. Christelijke kinderen gingen niet alleen naar de christelijke school, maar aten ook brood van de christelijke bakker en dronken melk van de christelijke melkboer. Deze strikte maatschappelijke indeling ligt (gelukkig) achter ons, alleen in het onderwijs bestaat die nog steeds.’

Hokjesscholen

Teegelbeckers en Bloemers spreken van ‘hokjesscholen’ die nog overal in Nederland zijn. ‘Kinderen leven en leren daar met leeftijdgenoten uit wat hun ouders als de ‘eigen groep’ beschouwen, en niet met anderen uit de diverse samenleving van nu.’ Ze wijzen ook op ‘financiële drempels die sommige scholen door middel van een hoge ouderbijdrage opwerpen om alleen ‘hun soort mensen’ binnen te halen’.

‘Het resultaat is dat kinderen geen gelijke kansen krijgen, terwijl we in dit land juist (zeggen te) willen dat ze die wel krijgen’, benadrukken Teegelbeckers en Bloemers. ‘Laten we daarom algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid bij wet regelen. En laten we dan meteen ook een einde maken aan de hoge ouderbijdragen die sommige scholen vragen. Want Nederlandse kinderen moeten samen naar school.’

Lees het hele opiniestuk

In hoeverre bevordert uw school kansengelijkheid?

VOS/ABB-stagiaire Lianne Baars heeft een checklist opgesteld, waarmee basisscholen kunnen zien in hoeverre zij kansengelijkheid bevorderen.

Door een reeks vragen te beantwoorden op de website kansenongelijkheid.nl, kunt u bepalen in hoeverre uw basisschool gelijke kansen biedt. Bij de checklist zit achtergrondinformatie waarmee u verder aan de slag kunt om kansengelijkheid te bevorderen.

De checklist is nadrukkelijk niet bedoeld om scholen te beoordelen of te rangschikken, maar een instrument voor zelfevaluatie.

Lianne Baars studeert onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Voor haar stage bij VOS/ABB deed zij onderzoek naar kansengelijkheid in het basisonderwijs.

Ga naar de checklist

Minister houdt vast aan ‘eerst schooladvies, dan eindtoets’

Onderwijsminister Arie Slob houdt vast aan de huidige volgorde van ‘eerst schooladvies, dan eindtoets’. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

‘Mijn voorstel is om de huidige inrichting, waarin de eindtoets wordt afgenomen na het schooladvies en geldt als tweede objectief gegeven voor plaatsing in het vo, te behouden’, zo staat in zijn brief.

Hij voegt daaraan toe dat hij vertrouwen heeft in het professionele oordeel van de leerkracht. ‘Daarnaast is het positief dat het belang van de eindtoets niet verder toeneemt. Hierdoor neemt ook de druk op de eindtoets, voor leerlingen, ouders en scholen niet verder toe’, aldus Slob.

De minister meldt verder dat hij gehoor geeft ‘aan de roep van scholen om beleidsvast te zijn’. Uit verschillende onderzoeken kwam naar voren dat leraren willen vasthouden aan de huidige volgorde ‘eerst schooladvies, dan eindtoets’.

Aanpassingen

De volgorde blijft dus hetzelfde, stelt Slob voor, maar hij wil wel een aantal dingen aanpassen. Zo wil hij de afname van de eindtoets vervroegen naar de eerste helft van maart, waardoor deze direct na het schooladvies plaatsvindt. Dit kan volgens hem extra toetstraining voorkomen.

Een ander punt dat Slob noemt, is dat hij een periode wil vastleggen waarbinnen de schooladvisering moet plaatsvinden, namelijk tussen 1 februari en 1 maart. ‘Zo wordt voorkomen dat basisscholen nog eerder in het schooljaar de schooladviezen gaan afgeven en de selectie daardoor nog verder naar voren schuift’, zo staat in de brief.

Ook wil de minister één landelijk moment vastleggen waarop basisscholen de definitieve adviezen gereed moeten hebben. ‘Op dat moment schrijven alle leerlingen zich tegelijkertijd in met het definitieve advies op de vo-school.’

Kansengelijkheid

Met zijn besluit gaat de minister in tegen een advies van het Centraal Planbureau. Het CPB adviseerde onlangs de afname van de eindtoets weer vóór het schooladvies te laten plaatsvinden. Volgens het CPB kunnen de scholen dan hun advies op zoveel mogelijk informatie baseren. Bovendien kunnen ze dan ‘lagere verwachtingen die leraren (onbewust) kunnen hebben van bepaalde groepen leerlingen’ corrigeren.

Het planbureau wees er in zijn advies op dat relatief veel kinderen van ouders met lagere inkomens lagere schooladviezen krijgen dan het toetsadvies uitwijst. Bovendien wordt hun schooladvies minder vaak bijgesteld. ‘De eindtoets meenemen in het schooladvies kan zodoende bijdragen aan kansengelijkheid’, aldus het CPB.

Ook in de Tweede Kamer klonk in februari de wens om terug te keren naar de volgorde ‘eerst eindtoets, dan schooladvies’, zoals die tot 2014 was. De politiek koos destijds voor omkering van die volgorde, omdat de eindtoets werd gezien als een momentopname die geen goed beeld zou geven van wat een leerling kent en kan.

De school zou daar een veel beter zicht op hebben, omdat de verschillende leraren de ontwikkeling van de leerling al jaren zien. Minister Slob gaat hierin mee en wil de volgorde dus niet weer omdraaien.

Het zomernummer van magazine Naar School! van VOS/ABB besteedt aandacht aan de eindtoets in het artikel Eindtoets weer verplaatsen. Goed idee?.

Slob kan weinig met onderzoek achterstandsscholen

Onderwijsminister Arie Slob zegt weinig te kunnen met de resultaten van een recent onderzoek naar problematiek op basisscholen in achterstandswijken. 

Uit het onderzoek kwam naar voren dat van de leerkrachten van basisscholen in achterstandswijken 93 procent vaak kinderen signaleert met problemen op school. In reguliere wijken is dat volgens de onderzoekers 59 procent. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Stichting Kinderpostzegels Nederland, de ABN AMRO Foundation en het Jeugdeducatiefonds.

In het onderzoeksrapport staat ook dat leerkrachten van basisscholen in achterstandswijken sterk het gevoel hebben dat kinderen geen gelijke kansen hebben. ‘Dat komt doordat ouders met kinderen in achterstandswijken vaker te maken hebben met een complexe thuissituatie. Dit heeft zijn weerslag op hun ontwikkeling, gedrag en kansen voor de toekomst’, zo meldden de opdrachtgevers van het onderzoek. Zij noemden de onderzoeksresultaten ‘ronduit zorgelijk’.

Volgens directeur Hans Spekman van het Jeugdeducatiefonds zijn gelijke kansen in het onderwijs ver te zoeken. ‘Het moet echt anders’, aldus de voormalige PvdA-voorzitter.

Cijfers niet te verifiëren

In antwoord van Kamervragen van Spekmans partijgenoot Kisten van den Hul zegt Slob nu dat hij weinig met het onderzoek kan. De cijfers die in het onderzoek worden genoemd, zijn volgens hem niet te verifiëren. Bovendien kende het onderzoek maar weinig respondenten en stond hun persoonlijke beleving centraal.

Slob merkt ook op dat respondenten zelf aangaven of hun school in een achterstandswijk staat. ‘Ik verwacht dus dat de bevindingen uit het onderzoek niet één-op-één toepasbaar zijn op alle scholen in deze wijken. Dit neemt niet weg dat ik (…) het signaal herken dat deze problematiek op sommige scholen speelt.’

Lees meer…

Gelijke kansen: Amsterdam wil meer brede brugklassen

De gemeente Amsterdam wil meer scholen met brede brugklassen, het liefst van meer jaren. De gedachte hierachter is dat alle kinderen recht hebben op gelijke kansen.

In brede brugklassen zitten kinderen van verschillende niveaus bij elkaar. ‘Dat is  leerzaam voor alle kinderen. Bovendien hebben ze langer de tijd om zich te ontwikkelen voordat hun onderwijsniveau vaststaat’, zo meldt de gemeente Amsterdam.

Amsterdam wil ook dat scholen binnen- en buitenschoolse ontwikkelingen beter op elkaar laten aansluiten. Er zouden ‘familiescholen’ moeten komen ‘die het hele gezin ondersteuning bieden’.

De hoofdstad trekt 11,4 miljoen euro uit voor dit soort maatregelen.

Lees meer…

Gelijke kansen in onderwijs? Wishful thinking!

‘Gelijke kansen in het onderwijs is een mythe, en het is moreel dubieus te blijven doen alsof dat niet zo is’. Dat schrijven hoogleraar Michael Merry en onderzoeker Geert Driessen op de opiniepagina van de Volkskrant.

De kenmerken van ongelijkheid zijn volgens hen al heel lang bekend. Ze noemen onder andere grote verschillen in onderwijskwaliteit tussen scholen, het lerarentekort (waarvan vooral scholen in achterstandswijken de dupe zijn) en kinderen die geen passend onderwijs krijgen.

Artikel 23 = segregatie

Merry en Driessen noemen ook artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs als oorzaak van kansenongelijkheid. Dat zorgt volgens hen voor ‘veel schoolsegregatie, vooral qua sociale klasse en migratieachtergrond’.

De meeste verontrustende ongelijkheden zijn volgens hen echter gesitueerd buiten de school: voorlezen, samen naar de bieb, huiswerkondersteuning, carrière-advies, buitenlandse excursies en bezoek aan musea. Ook noemen ze sociale netwerken die ervoor zorgen dat het ene kind beter onderwijs krijgt dan het andere.

Het streven naar gelijke kansen in het onderwijs is volgens hen daarom wishful thinking.

Lees meer…

VOS/ABB komt met checklist kansengelijkheid

VOS/ABB komt binnenkort met een speciale checklist, waarmee basisscholen kunnen zien in hoeverre zij kansengelijkheid bevorderen.

Stagiair Lianne Baars heeft de conceptversie van de checklist klaar. De puntjes worden nog op de i gezet, waarna de definitieve versie online beschikbaar komt.

Door een reeks vragen te beantwoorden, kunnen scholen straks bepalen in hoeverre zij hun leerlingen gelijke kansen bieden. Het is niet een checklist om scholen te beoordelen of te rangschikken, maar nadrukkelijk een instrument voor zelfevaluatie. Bij de checklist zit achtergrondinformatie die scholen kunnen gebruiken om verder aan de slag te gaan met het bevorderen van kansengelijkheid.

Baars studeert onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Voor haar stage bij VOS/ABB deed zij onderzoek naar kansengelijkheid in het basisonderwijs. Zij is tijdens haar stage begeleid door senior beleidsmedewerker Marleen Lammers.

Goed gesprek met Slob over actuele ontwikkelingen

Senior beleidsmedewerker Marleen Lammers van VOS/ABB en collega’s van de andere profielorganisaties hebben woensdag een goed gesprek gehad met minister Arie Slob over actuele ontwikkelingen in het onderwijs. Het ging onder andere over artikel 23 van de Grondwet.

Artikel 23 over de vrijheid van onderwijs staan midden in de schijnwerpers. Directe aanleiding daarvoor is de ophef rond het omstreden islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Deze school zou artikel 23 gebruiken om onderwijs mogelijk te maken dat tegen democratisch burgerschap zou ingaan.

In de politiek gaan steeds meer stemmen op om dit artikel uit 1917 te moderniseren. Nog voor het zomerreces zal er in de Tweede Kamer een debat over worden gevoerd.

Burgerschap

In het gesprek met Slob kwamen ook andere actuele ontwikkelingen aan bod. Zo ging het over wetsvoorstel van de minister voor burgerschapsonderwijs. De Ministerraad stemde eind vorig in met dit voorstel. Het ligt nu ter advisering bij de Raad van State. Naar verwachting komt die er binnenkort mee naar buiten.

Kansengelijkheid kwam ook aan bod, net als de gevolgen van demografische krimp op het onderwijs, het lerarentekort, het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen, het belang van transparante publieke verantwoording en de aandacht in het onderwijs voor mensen- en kinderrechten. Wat dat laatste betreft: Lammers bracht de mede door VOS/ABB ontwikkelde toolbox Mensenrechten op School onder de aandacht.

Vaker gesprekken

Slob gaf te kennen er veel waarde aan te hechten om met VOS/ABB en de andere profielorganisaties op regelmatige basis de actuele ontwikkelingen in het onderwijs door te nemen.

 

 

 

 

Landelijke conferentie ‘Kansrijk van school naar werk’

Op 19 juni is in Bussum de landelijke conferentie ‘Kansrijk van school naar werk’. Deze conferentie is met name interessant voor mensen die in het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs of het (v)mbo werken.

De conferentie staat in het teken van het onderwijs aan en de arbeidstoeleiding van jongeren die waarschijnlijk geen startkwalificatie halen. Meer specifiek gaat de conferentie over het belang van goede samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en (leer)bedrijven.

Deelname kost 259 euro per persoon. U kunt zich online inschrijven.

Lees meer…

‘Meer focus nodig op gelijke kansen in onderwijs’

Van de leerkrachten van basisscholen in achterstandswijken signaleert 93 procent vaak kinderen met problemen op school, terwijl dit in reguliere wijken 59 procent is. Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van de Stichting Kinderpostzegels Nederland, de ABN AMRO Foundation en het Jeugdeducatiefonds.

Het onderzoek wijst uit dat leerkrachten van basisscholen in achterstandswijken sterk het gevoel hebben dat kinderen geen gelijke kansen hebben. ‘Dat komt doordat ouders met kinderen in achterstandswijken vaker te maken hebben met een complexe thuissituatie. Dit heeft zijn weerslag op hun ontwikkeling, gedrag en kansen voor de toekomst’, zo melden de opdrachtgevers van het onderzoek. Zij noemen de onderzoeksresultaten ‘ronduit zorgelijk’.

Volgens directeur Hans Spekman van het Jeugdeducatiefonds zijn gelijke kansen in het onderwijs ver te zoeken. ‘Het moet echt anders’, aldus de voormalige PvdA-voorzitter.

Lees meer…

‘Geef brede scholengemeenschappen meer geld’

‘Er moet meer lef komen om te kiezen voor extra geld voor brede scholen, en andere scholen minder te geven’, zegt directeur-bestuurder Maryse Knook van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer in interview met Trouw.

Deze school voor voortgezet onderwijs in Amsterdam-Zuidoost heeft tweejarige brede brugklassen met leerlingen van vmbo tot en met vwo. ‘Door iedereen bij elkaar te zetten en samen te laten werken, zien kinderen dat vwo’ers ook niet overal een antwoord op hebben en dat vmbo’ers in bepaalde dingen heel handig zijn’, aldus Knook.

Volgens haar draagt de tweejarige brugklas bij aan het zelfvertrouwen van de leerlingen. Bovendien stijgen volgens haar in brede brugklassen veel leerlingen uit boven het schooladvies dat ze in groep 8 hebben gekregen.

Triest en schrijnend

Ze noemt het triest dat in Amsterdam veel ouders niet kiezen voor brede scholengemeenschappen, maar voor een havo-vwo of gymnasium. ‘Het Ingenieur Lely Lyceum heeft zijn vmbo-kader afgestoten en meer ingezet op het gymnasium. Nu krijgt het veel meer aanmeldingen. Dat is schrijnend.’

Knook pleit ervoor om brede scholengemeenschappen meer geld te geven en andere scholen voor voortgezet onderwijs minder. ‘Dan kan er echt iets veranderen.’

Lees het hele interview

Inspectie slaat alarm over toenemende segregatie

De segregatie in het onderwijs is een almaar groeiend probleem. Dat signaleert de Inspectie van het Onderwijs. ‘We zien (…) dat groepen leerlingen elkaar steeds minder tegenkomen’, zo staat in het rapport De Staat van het Onderwijs 2019.

De inspectie waarschuwt ervoor dat het probleem van de segregatie steeds groter wordt als we er niets tegen ondernemen. Het probleem speelt volgens de inspectie onder andere in de steden. Het zorgt ervoor dat de kansenongelijkheid toeneemt.

In het rapport wordt segregatie in verband gebracht met versnippering van het aanbod. Hierbij noemt de inspectie de opkomst van profielscholen met een specifiek onderwijsaanbod, waarvoor ouders soms veel geld moeten betalen. Voorbeelden zijn technasia, cultuurprofielscholen en mediawijsheidscholen.

Artikel 23 en burgerschap

Deze segregatie komt bovenop de traditionele denominatieve scheidslijnen die het gevolg zijn van artikel 23 in de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. Deze scheidslijnen lopen tussen het openbaar onderwijs dat van en voor iedereen is en de verschillende vormen van bijzonder onderwijs, zoals protestants-christelijk, rooms-katholiek en islamitisch onderwijs. Vorig jaar liet de inspectie al zien dat deze scheidslijnen een segregerend effect kunnen hebben.

De inspectie roept in verband met de toenemende segregatie en kansenongelijkheid op tot een gerichte en gezamenlijke aanpak voor alle sectoren. Zo benadrukt de inspectie dat alle scholen hun leerlingen moeten ‘voorbereiden op deelname in de samenleving’.

Wat dit betreft is de inspectie positief over de trend dat burgerschapsonderwijs en persoonsvorming steeds meer aandacht krijgen. ‘Scholen die extra in burgerschap investeren, lijken over de tijd betere uitkomsten te behalen’, zo staat in het rapport. Maar de inspectie signaleert ook dat de meeste scholen weinig of geen inzicht hebben in de resultaten van hun burgerschapsonderwijs.

Download De Staat van het Onderwijs 2019

Dertig deelnemers pilot pro/vmbo-onderbouwklassen

Het ministerie van OCW heeft een lijst gepubliceerd met daarop dertig scholencombinaties die meedoen aan de de pilot pro/vmbo-onderbouwklassen 2019.

Het doel van de pilot is om kansengelijkheid te bevorderen met onderwijs op maat op het snijvlak praktijkonderwijs en vmbo. In de gemengde onderbouwklassen wordt gewerkt aan de kerndoelen van de onderbouw van het vmbo.

Leerlingen worden in twee of drie jaar voorbereid op de bovenbouw van het vmbo. Als ze dit niveau aankunnen, stromen ze door naar het vmbo. Leerlingen die het niet lukt om door te stromen, blijven in het praktijkonderwijs.

Ga naar de lijst

 

Nóóit leerlingen uitsluiten als ouders niet betalen

‘Een leerling moet het onderwijs krijgen dat het best bij hem of haar past, ongeacht de financiële situatie van de ouders’, benadrukken de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

De minister melden in een brief over kansengelijkheid dat zij tegen de uitzondering zijn die de VO-raad wil voor tweetalig onderwijs, topsportprogramma’s en het technasium. Ze hameren erop dat de ouderbijdrage ook voor deze vormen van onderwijs altijd vrijwillig is. Het is voor hen onacceptabel dat leerlingen hiervan worden uitgesloten als hun ouders niet betalen.

Daarom gaan de ministers (indien nodig bij wet) regelen dat leerlingen nooit mogen worden uitgesloten van onderwijs vanwege het niet betalen van een bijdrage.

Lees meer…

Schoolreizen en excursies

Ook GroenLinks en SP willen regelen dat alle kinderen moeten kunnen meedoen, ook als ouders niet betalen. ‘Juist in het onderwijs moeten alle leerlingen een gelijke kans krijgen. Scholen hebben hier een belangrijke rol in’, benadrukt Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks.

SP-Kamerlid Peter Kwint wil een einde maken aan de ‘schrijnende verhalen (…) over kinderen die niet mee mogen naar de speeltuin of de kerstviering’. Volgens hem zijn er nog steeds scholen die ‘vertikken om het goede te doen’.

GroenLinks en SP komen met een initiatiefwetsvoorstel.

Lees meer…

Leerlingen uitsluiten? Onbestaanbaar!

De ontwikkelingen passen bij het standpunt van VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers. Hij noemde het afgelopen november in een commentaar op deze website onbestaanbaar om leerlingen uit te sluiten. ‘Elk kind telt mee, ook als de ouderbijdrage niet is betaald!’, aldus Teegelbeckers.

Lees het commentaar

Politiek wil terug naar ‘eerst eindtoets, dan schooladvies’

Als het aan de coalitiepartijen VVD, D66 en CDA ligt, gaan we weer terug naar de situatie dat het advies voor vervolgonderwijs volgt na de eindtoets in groep 8. Ook de ChristenUnie voelt hier wel voor. Onder andere het Algemeen Dagblad schrijf erover.

Sinds 2014 is het zo dat de eindtoets wordt afgenomen na het advies van de basisschool. De toets is zo een second opinion. Als een groep 8-leerling op de eindtoets hoger scoort dan het advies, moet de school dat heroverwegen. Het kan dan naar boven worden bijgesteld. Andersom geldt dit niet: als de leerling de toets slechter heeft gemaakt dan verwacht, kan het advies niet naar beneden worden bijgesteld.

De politiek heeft destijds gekozen voor deze opzet, omdat de eindtoets werd gezien als een momentopname die geen goed beeld zou geven van wat een leerling in groep 8 kent en kan. De school zou daar een veel beter zicht op hebben, omdat de verschillende leraren de ontwikkeling van de leerling al jaren zien.

Kansengelijkheid

De wens van de politiek is om het nu weer om te draaien, omdat de huidige werkwijze kansengelijkheid in de weg zou zitten. De krant citeert daarover onder anderen D66-Kamerlid Paul van Meenen, die in 2013 een van de drijvende krachten was achter de nieuwe werkwijze waarin de eindtoets als second opinion wordt ingezet.

Hij stelt nu dat in de praktijk alleen mondige, hoogopgeleide ouders gebruikmaken van de mogelijkheid om het schooladvies naar boven te laten bijstellen. ‘Kinderen waarbij de ouders er niet bovenop zitten, hebben er niks aan’, aldus Van Meenen.

Rotterdam zet in op kansengelijkheid

De gemeente Rotterdam trekt de komende jaren bijna een half miljard euro uit voor kansengelijkheid. ‘De ambitie is om alle Rotterdamse kinderen de beste onderwijskansen te geven. Daarom is gelijke kansen voor elk talent voor mij de kapstok van het Rotterdamse onderwijsbeleid’, zegt onderwijswethouder Said Kasmi (D66).

Rotterdam zet onder andere in op burgerschapsonderwijs, omdat dit bijdraagt aan de kennis over democratie, de vorming van waarden en normen en integratie. ‘Ingewikkelde thema’s moeten in elke klas kunnen worden besproken. Het gaat dan bijvoorbeeld over kennis van democratie, respect voor de mening van iemand anders of spanningen in de samenleving’, zo staat op de website van de gemeente.

Andere punten die de gemeente Rotterdam belangrijk vindt, zijn een betere overgang van de ene naar de andere schoolsoort, een sterk, gevarieerd en aantrekkelijk aanbod aan scholen in de buurt, de aanpak van het lerarentekort en het verkleinen van de kwaliteitsverschillen tussen scholen.

Lees meer…

‘Ouders en scholen moeten af van hokjesdenken’

‘Keuzevrijheid van ouders en scholen is te veel op een voetstuk gehesen.’ Dat stellen Laura de Adelhart Toorop en Gijsbert Werner in een ingezonden stuk in NRC over kansengelijkheid in het voortgezet onderwijs. In 2015 zaten zij in de Nationale Denktank over een toekomstbestendig onderwijsstelsel.

De Adelhart Toorop en Werner signaleren een ‘verborgen stelselwijziging’ in het voortgezet onderwijs. ‘Bijna een kwart van de brede brugklassen (…) is de afgelopen jaren verdwenen. Steeds meer scholen kiezen ervoor om categoraal te worden, en nog maar één onderwijstype aan te bieden (…). Scholengemeenschappen die op papier ‘breed’ zijn, bieden verschillende niveaus steeds vaker op aparte, ‘nauwe’ locaties aan.’

Doorgeschoten hokjesdenken

De voorkeuren van scholen en ouders voor categoraal onderwijs hebben volgens hen sterke negatieve consequenties. ‘Door dit doorgeschoten hokjesdenken verwaarloost ons onderwijs zijn maatschappelijke taak om bij te dragen aan kansengelijkheid onder leerlingen en aan sociale samenhang. Keuzevrijheid van ouders en scholen is te veel op een voetstuk gehesen. Laatbloeiers en kinderen uit achterstandswijken zijn hier de dupe van. En als leerlingen uit verschillende milieus niet meer met elkaar in contact komen, leren zij minder goed omgaan met verschillen’, aldus De Adelhart Toorop en Werner.

Zij pleiten in hun stuk  voor een ‘brede-brugklasbonus’, een financiële prikkel van de overheid om brede brugklassen te stimuleren en aantrekkelijk te maken voor leerlingen en hun ouders.

Lees meer…

Met kansengelijkheid kloof tussen kinderen dichten

‘Het is erg belangrijk dat kinderen zekerheid wordt geboden, zodat ze in een stabiele omgeving kunnen opgroeien. Daarvoor het van belang dat elk kind gelijke kansen heeft.’ Dat benadrukt minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mede namens onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen.

Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks had vragen gesteld over de conclusie van Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer dat er in Nederland een grote kloof is tussen gelukkige en kwetsbare kinderen.

De Jonge benadrukt in reactie hierop dat het kabinet wil dat alle kinderen kunnen meedoen, ook als hun ouders weinig geld hebben. Hij noemt dat ‘van essentieel belang (…) voor hun ontwikkeling en toekomstige participatie in de samenleving, op school en later op de arbeidsmarkt’.

Voorschool en tegengaan onderwijsachterstanden

De minister van VWS noemt verschillende maatregelen van het kabinet die het bieden van gelijke kansen moeten bevorderen. Zo doet het kabinet volgens hem veel voor kansengelijkheid in het onderwijs. Als voorbeelden hiervan noemt hij de extra investering van 170 miljoen euro in voorschoolse educatie. De Jonge noemt ook de 286 miljoen euro voor het tegengaan van onderwijsachterstanden.

‘Het kabinet activeert daarnaast via de Gelijke Kansen Alliantie lokale en regionale partners om ervaringen te delen en nieuwe kennis op te bouwen om de kansengelijkheid in het onderwijs te bevorderen’, aldus De Jonge mede namens Slob.

Lees meer…

Onderwijsraad luidt noodklok over segregatie

De differentiatie in het Nederlandse onderwijsstelsel is doorgeschoten. Daardoor neemt de segregatie toe: leerlingen met verschillende sociale achtergronden ontmoeten elkaar steeds minder. De Onderwijsraad is daar zeer bezorgd over, zo blijkt uit de Stand van educatief Nederland 2018.

De raad vindt dat er ‘een fundamentele bezinning’ nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel. Niet alleen omdat jongeren uit verschillende sociale groepen elkaar niet meer vanzelfsprekend tegenkomen in het onderwijs, maar ook omdat plaatsing in het voortgezet onderwijs steeds bepalender wordt voor het eindniveau van jongeren. Bovendien heeft permanente educatie geen formele plek in het onderwijsstelsel.

Omgaan met verschillen

De school is volgens de Onderwijsraad ‘bij uitstek de plaats waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen, door te oefenen in het omgaan met conflicten en het respect bijbrengen voor andersdenkenden’. Doordat de differentiatie van het stelsel is doorgeschoten, komt hier nog maar weinig van terecht.

De sterke differentiatie is ook gaan knellen, zo stelt de raad, ‘omdat de scheidingen tussen schoolsoorten en leerwegen strikter zijn geworden en het aantal brede brugklassen is afgenomen’. Daardoor bepaalt de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs steeds meer het verdere verloop van hun schoolloopbaan. Dat is bijvoorbeeld nadelig voor laatbloeiers, die hierdoor minder kansen krijgen.

De Onderwijsraad komt met de volgende suggesties om het stelsel aan te passen:

  • Verminder differentiatie waar nuttig en mogelijk
  • Verbind schoolsoorten en opleidingen
  • Stimuleer beroepsgericht onderwijs op havo en vwo
  • Verminder en verbeter selectie
  • Geef permanente educatie een structurele plek in het onderwijsstelsel

Lees meer…

‘Leerrecht en algemene toegankelijkheid in artikel 23’

PvdA-leider Lodewijk Asscher wil artikel 23 van de Grondwet aanpassen. Hij pleit ervoor in het artikel over de vrijheid van onderwijs op te nemen dat elk kind recht heeft op onderwijs en gelijke kansen. Ook wil hij algemene toegankelijkheid regelen, zodat het bijzonder onderwijs geen leerlingen meer kan weigeren.

VOS/ABB heeft op verzoek van de PvdA meegedacht over de wijze waarop het meer dan 100 jaar oude grondwetsartikel 23 beter kan aansluiten bij de realiteit van de 21e eeuw. Daarbij spelen in het kader van kansengelijkheid leerrecht en algemene toegankelijkheid een essentiële rol.

Elke leerling welkom

Nu is het nog zo dat bijvoorbeeld een christelijke school met de Grondwet in de hand leerlingen mag weigeren als die niet bij de godsdienstige uitgangspunten van de school zouden passen. Als het aan Asscher ligt, verdwijnt die mogelijkheid uit artikel 23.

Hij wil alle scholen wettelijk verplichten elke leerling te accepteren, ook als het kind of diens ouders een andere levensovertuiging huldigen dan de school. Wel mag worden verwacht dat alle leerlingen en hun ouders de grondslag van de school respecteren.

In het openbaar onderwijs is het per definitie altijd al zo dat elke leerling welkom is. Openbaar onderwijs is immers van en voor iedereen. Met algemene toegankelijkheid zou dit ook gaan gelden voor het – eveneens door de overheid bekostigde – bijzonder onderwijs.

Kansengelijkheid

Daarnaast wil Asscher in de Grondwet opnemen dat elk kind in Nederland leerrecht krijgt en dat het onderwijs voor ouders kosteloos is. Algemene toegankelijkheid, leerrecht en kosteloos onderwijs zijn volgens Asscher nodig voor kansengelijkheid.

Nu is het nog zo dat sommige bijzondere scholen zeer hoge vrijwillige ouderbijdragen vragen. Geen enkele school die zo’n hoge bijdrage vraagt, zal erkennen dat dit middel wordt ingezet om leerlingen van ouders met een lage sociaal-economische status te weren. De realiteit is echter dat met hoge bijdragen dit effect wel degelijk wordt bereikt.

Asscher wil in artikel 23 van de Grondwet handhaven dat ouders met geld van de overheid een school op religieuze grondslag mogen stichten. Het moet volgens hem wel moeilijker worden voor bijvoorbeeld orthodox-christelijke en islamitische scholen om geen aandacht te schenken aan onderwerpen die bij bepaalde doelgroepen gevoelig kunnen liggen, zoals seksuele diversiteit en de Holocaust.

Kwestie van lange adem

Algemene toegankelijkheid is een thema waar de PvdA al lange tijd aan werkt. Toenmalig PvdA-Tweede Kamerlid en huidig SER-voorzitter Mariëtte Hamer kwam in 2005 met een voorstel voor algemene acceptatieplicht. Toen de PvdA echter samen met het CDA en de ChristenUnie in het kabinet-Balkenende plaatsnam, verdween het onder druk van de christelijke coalitiedwang in de la.

In 2010, toen de sociaal-democratische deelname aan het kabinet werd beëindigd, kwam Hamer opnieuw met het voorstel. De liberale VVD liet later dat jaar weten het voorstel niet te zullen steunen, waardoor er geen meerderheid in de Tweede Kamer voor was. Die weigering had te maken met het feit dat de VVD ging regeren met het CDA. Er was dus wederom sprake van christelijke coalitiedwang.

Slob ‘hogelijk verbaasd’

Voormalig PvdA-Kamerlid Loes Ypma, die later korte tijd voorzitter was van de christelijke profielorganisatie Verus, probeerde het in 2014 opnieuw om algemene acceptatieplicht in de wet vast te leggen. De huidige onderwijsminister Arie Slob die toen namens de ChristenUnie in de Tweede Kamer zat, reageerde ‘hogelijk verbaasd’.

Slob zei dat het PvdA-plan voor algemene toegankelijkheid een oplossing zou zijn voor een niet bestaand probleem, omdat er nauwelijks scholen zouden zijn die leerlingen weigeren. Hij benadrukte dat als er scholen zijn die misbruik maken van de vrijheid van onderwijs, de rechter hen op de vingers kan tikken.

Lees het plan van de PvdA

Lees ook het Algemeen Dagblad dat uitgebreid bericht over het plan van Asscher.

Kansengelijkheid: eindtoets eerder afnemen

De huidige eindtoets in groep 8 heeft een negatieve invloed op kansengelijkheid, stelt de PO-Raad. De raad pleit ervoor de eindtoets eerder in het jaar af te nemen.

Sinds vier jaar is de eindtoets een second opinion bij het schooladvies voor het voortgezet onderwijs. Als een leerling op de toets hoger scoort dan het schooladvies, moet de school het advies heroverwegen en eventueel naar boven bijstellen.

Mondige ouders en leraren met vooroordelen

De PO-Raad signaleert dat niet alle kinderen op dezelfde manier van dit systeem profiteren. ‘Of een advies naar boven wordt bijgesteld, is soms mede afhankelijk van de mondigheid van ouders’, aldus de sectororganisatie. Bovendien kunnen, zo stelt de PO-Raad, bij het bepalen van het schooladvies vooroordelen van leraren meespelen. ‘Dit bij elkaar werkt kansenongelijkheid in de hand.’

De raad wil daarom dat de regels worden aangepast. ‘Door de toets eerder in het jaar af te nemen, wordt deze onderdeel van het schooladvies. Zoals een röntgenfoto een arts helpt een diagnose te stellen, zo wordt de eindtoets een objectief oordeel dat het professionele oordeel van de school kan staven.’

Het advies van de school moet volgens de sectororganisatie wel leidend blijven.

Lees meer…