Dertig deelnemers pilot pro/vmbo-onderbouwklassen

Het ministerie van OCW heeft een lijst gepubliceerd met daarop dertig scholencombinaties die meedoen aan de de pilot pro/vmbo-onderbouwklassen 2019.

Het doel van de pilot is om kansengelijkheid te bevorderen met onderwijs op maat op het snijvlak praktijkonderwijs en vmbo. In de gemengde onderbouwklassen wordt gewerkt aan de kerndoelen van de onderbouw van het vmbo.

Leerlingen worden in twee of drie jaar voorbereid op de bovenbouw van het vmbo. Als ze dit niveau aankunnen, stromen ze door naar het vmbo. Leerlingen die het niet lukt om door te stromen, blijven in het praktijkonderwijs.

Ga naar de lijst

 

Nóóit leerlingen uitsluiten als ouders niet betalen

‘Een leerling moet het onderwijs krijgen dat het best bij hem of haar past, ongeacht de financiële situatie van de ouders’, benadrukken de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

De minister melden in een brief over kansengelijkheid dat zij tegen de uitzondering zijn die de VO-raad wil voor tweetalig onderwijs, topsportprogramma’s en het technasium. Ze hameren erop dat de ouderbijdrage ook voor deze vormen van onderwijs altijd vrijwillig is. Het is voor hen onacceptabel dat leerlingen hiervan worden uitgesloten als hun ouders niet betalen.

Daarom gaan de ministers (indien nodig bij wet) regelen dat leerlingen nooit mogen worden uitgesloten van onderwijs vanwege het niet betalen van een bijdrage.

Lees meer…

Schoolreizen en excursies

Ook GroenLinks en SP willen regelen dat alle kinderen moeten kunnen meedoen, ook als ouders niet betalen. ‘Juist in het onderwijs moeten alle leerlingen een gelijke kans krijgen. Scholen hebben hier een belangrijke rol in’, benadrukt Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks.

SP-Kamerlid Peter Kwint wil een einde maken aan de ‘schrijnende verhalen (…) over kinderen die niet mee mogen naar de speeltuin of de kerstviering’. Volgens hem zijn er nog steeds scholen die ‘vertikken om het goede te doen’.

GroenLinks en SP komen met een initiatiefwetsvoorstel.

Lees meer…

Leerlingen uitsluiten? Onbestaanbaar!

De ontwikkelingen passen bij het standpunt van VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers. Hij noemde het afgelopen november in een commentaar op deze website onbestaanbaar om leerlingen uit te sluiten. ‘Elk kind telt mee, ook als de ouderbijdrage niet is betaald!’, aldus Teegelbeckers.

Lees het commentaar

Politiek wil terug naar ‘eerst eindtoets, dan schooladvies’

Als het aan de coalitiepartijen VVD, D66 en CDA ligt, gaan we weer terug naar de situatie dat het advies voor vervolgonderwijs volgt na de eindtoets in groep 8. Ook de ChristenUnie voelt hier wel voor. Onder andere het Algemeen Dagblad schrijf erover.

Sinds 2014 is het zo dat de eindtoets wordt afgenomen na het advies van de basisschool. De toets is zo een second opinion. Als een groep 8-leerling op de eindtoets hoger scoort dan het advies, moet de school dat heroverwegen. Het kan dan naar boven worden bijgesteld. Andersom geldt dit niet: als de leerling de toets slechter heeft gemaakt dan verwacht, kan het advies niet naar beneden worden bijgesteld.

De politiek heeft destijds gekozen voor deze opzet, omdat de eindtoets werd gezien als een momentopname die geen goed beeld zou geven van wat een leerling in groep 8 kent en kan. De school zou daar een veel beter zicht op hebben, omdat de verschillende leraren de ontwikkeling van de leerling al jaren zien.

Kansengelijkheid

De wens van de politiek is om het nu weer om te draaien, omdat de huidige werkwijze kansengelijkheid in de weg zou zitten. De krant citeert daarover onder anderen D66-Kamerlid Paul van Meenen, die in 2013 een van de drijvende krachten was achter de nieuwe werkwijze waarin de eindtoets als second opinion wordt ingezet.

Hij stelt nu dat in de praktijk alleen mondige, hoogopgeleide ouders gebruikmaken van de mogelijkheid om het schooladvies naar boven te laten bijstellen. ‘Kinderen waarbij de ouders er niet bovenop zitten, hebben er niks aan’, aldus Van Meenen.

Rotterdam zet in op kansengelijkheid

De gemeente Rotterdam trekt de komende jaren bijna een half miljard euro uit voor kansengelijkheid. ‘De ambitie is om alle Rotterdamse kinderen de beste onderwijskansen te geven. Daarom is gelijke kansen voor elk talent voor mij de kapstok van het Rotterdamse onderwijsbeleid’, zegt onderwijswethouder Said Kasmi (D66).

Rotterdam zet onder andere in op burgerschapsonderwijs, omdat dit bijdraagt aan de kennis over democratie, de vorming van waarden en normen en integratie. ‘Ingewikkelde thema’s moeten in elke klas kunnen worden besproken. Het gaat dan bijvoorbeeld over kennis van democratie, respect voor de mening van iemand anders of spanningen in de samenleving’, zo staat op de website van de gemeente.

Andere punten die de gemeente Rotterdam belangrijk vindt, zijn een betere overgang van de ene naar de andere schoolsoort, een sterk, gevarieerd en aantrekkelijk aanbod aan scholen in de buurt, de aanpak van het lerarentekort en het verkleinen van de kwaliteitsverschillen tussen scholen.

Lees meer…

‘Ouders en scholen moeten af van hokjesdenken’

‘Keuzevrijheid van ouders en scholen is te veel op een voetstuk gehesen.’ Dat stellen Laura de Adelhart Toorop en Gijsbert Werner in een ingezonden stuk in NRC over kansengelijkheid in het voortgezet onderwijs. In 2015 zaten zij in de Nationale Denktank over een toekomstbestendig onderwijsstelsel.

De Adelhart Toorop en Werner signaleren een ‘verborgen stelselwijziging’ in het voortgezet onderwijs. ‘Bijna een kwart van de brede brugklassen (…) is de afgelopen jaren verdwenen. Steeds meer scholen kiezen ervoor om categoraal te worden, en nog maar één onderwijstype aan te bieden (…). Scholengemeenschappen die op papier ‘breed’ zijn, bieden verschillende niveaus steeds vaker op aparte, ‘nauwe’ locaties aan.’

Doorgeschoten hokjesdenken

De voorkeuren van scholen en ouders voor categoraal onderwijs hebben volgens hen sterke negatieve consequenties. ‘Door dit doorgeschoten hokjesdenken verwaarloost ons onderwijs zijn maatschappelijke taak om bij te dragen aan kansengelijkheid onder leerlingen en aan sociale samenhang. Keuzevrijheid van ouders en scholen is te veel op een voetstuk gehesen. Laatbloeiers en kinderen uit achterstandswijken zijn hier de dupe van. En als leerlingen uit verschillende milieus niet meer met elkaar in contact komen, leren zij minder goed omgaan met verschillen’, aldus De Adelhart Toorop en Werner.

Zij pleiten in hun stuk  voor een ‘brede-brugklasbonus’, een financiële prikkel van de overheid om brede brugklassen te stimuleren en aantrekkelijk te maken voor leerlingen en hun ouders.

Lees meer…

Met kansengelijkheid kloof tussen kinderen dichten

‘Het is erg belangrijk dat kinderen zekerheid wordt geboden, zodat ze in een stabiele omgeving kunnen opgroeien. Daarvoor het van belang dat elk kind gelijke kansen heeft.’ Dat benadrukt minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mede namens onderwijsminister Arie Slob in reactie op Kamervragen.

Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks had vragen gesteld over de conclusie van Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer dat er in Nederland een grote kloof is tussen gelukkige en kwetsbare kinderen.

De Jonge benadrukt in reactie hierop dat het kabinet wil dat alle kinderen kunnen meedoen, ook als hun ouders weinig geld hebben. Hij noemt dat ‘van essentieel belang (…) voor hun ontwikkeling en toekomstige participatie in de samenleving, op school en later op de arbeidsmarkt’.

Voorschool en tegengaan onderwijsachterstanden

De minister van VWS noemt verschillende maatregelen van het kabinet die het bieden van gelijke kansen moeten bevorderen. Zo doet het kabinet volgens hem veel voor kansengelijkheid in het onderwijs. Als voorbeelden hiervan noemt hij de extra investering van 170 miljoen euro in voorschoolse educatie. De Jonge noemt ook de 286 miljoen euro voor het tegengaan van onderwijsachterstanden.

‘Het kabinet activeert daarnaast via de Gelijke Kansen Alliantie lokale en regionale partners om ervaringen te delen en nieuwe kennis op te bouwen om de kansengelijkheid in het onderwijs te bevorderen’, aldus De Jonge mede namens Slob.

Lees meer…

Onderwijsraad luidt noodklok over segregatie

De differentiatie in het Nederlandse onderwijsstelsel is doorgeschoten. Daardoor neemt de segregatie toe: leerlingen met verschillende sociale achtergronden ontmoeten elkaar steeds minder. De Onderwijsraad is daar zeer bezorgd over, zo blijkt uit de Stand van educatief Nederland 2018.

De raad vindt dat er ‘een fundamentele bezinning’ nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel. Niet alleen omdat jongeren uit verschillende sociale groepen elkaar niet meer vanzelfsprekend tegenkomen in het onderwijs, maar ook omdat plaatsing in het voortgezet onderwijs steeds bepalender wordt voor het eindniveau van jongeren. Bovendien heeft permanente educatie geen formele plek in het onderwijsstelsel.

Omgaan met verschillen

De school is volgens de Onderwijsraad ‘bij uitstek de plaats waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen, door te oefenen in het omgaan met conflicten en het respect bijbrengen voor andersdenkenden’. Doordat de differentiatie van het stelsel is doorgeschoten, komt hier nog maar weinig van terecht.

De sterke differentiatie is ook gaan knellen, zo stelt de raad, ‘omdat de scheidingen tussen schoolsoorten en leerwegen strikter zijn geworden en het aantal brede brugklassen is afgenomen’. Daardoor bepaalt de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs steeds meer het verdere verloop van hun schoolloopbaan. Dat is bijvoorbeeld nadelig voor laatbloeiers, die hierdoor minder kansen krijgen.

De Onderwijsraad komt met de volgende suggesties om het stelsel aan te passen:

  • Verminder differentiatie waar nuttig en mogelijk
  • Verbind schoolsoorten en opleidingen
  • Stimuleer beroepsgericht onderwijs op havo en vwo
  • Verminder en verbeter selectie
  • Geef permanente educatie een structurele plek in het onderwijsstelsel

Lees meer…

‘Leerrecht en algemene toegankelijkheid in artikel 23’

PvdA-leider Lodewijk Asscher wil artikel 23 van de Grondwet aanpassen. Hij pleit ervoor in het artikel over de vrijheid van onderwijs op te nemen dat elk kind recht heeft op onderwijs en gelijke kansen. Ook wil hij algemene toegankelijkheid regelen, zodat het bijzonder onderwijs geen leerlingen meer kan weigeren.

VOS/ABB heeft op verzoek van de PvdA meegedacht over de wijze waarop het meer dan 100 jaar oude grondwetsartikel 23 beter kan aansluiten bij de realiteit van de 21e eeuw. Daarbij spelen in het kader van kansengelijkheid leerrecht en algemene toegankelijkheid een essentiële rol.

Elke leerling welkom

Nu is het nog zo dat bijvoorbeeld een christelijke school met de Grondwet in de hand leerlingen mag weigeren als die niet bij de godsdienstige uitgangspunten van de school zouden passen. Als het aan Asscher ligt, verdwijnt die mogelijkheid uit artikel 23.

Hij wil alle scholen wettelijk verplichten elke leerling te accepteren, ook als het kind of diens ouders een andere levensovertuiging huldigen dan de school. Wel mag worden verwacht dat alle leerlingen en hun ouders de grondslag van de school respecteren.

In het openbaar onderwijs is het per definitie altijd al zo dat elke leerling welkom is. Openbaar onderwijs is immers van en voor iedereen. Met algemene toegankelijkheid zou dit ook gaan gelden voor het – eveneens door de overheid bekostigde – bijzonder onderwijs.

Kansengelijkheid

Daarnaast wil Asscher in de Grondwet opnemen dat elk kind in Nederland leerrecht krijgt en dat het onderwijs voor ouders kosteloos is. Algemene toegankelijkheid, leerrecht en kosteloos onderwijs zijn volgens Asscher nodig voor kansengelijkheid.

Nu is het nog zo dat sommige bijzondere scholen zeer hoge vrijwillige ouderbijdragen vragen. Geen enkele school die zo’n hoge bijdrage vraagt, zal erkennen dat dit middel wordt ingezet om leerlingen van ouders met een lage sociaal-economische status te weren. De realiteit is echter dat met hoge bijdragen dit effect wel degelijk wordt bereikt.

Asscher wil in artikel 23 van de Grondwet handhaven dat ouders met geld van de overheid een school op religieuze grondslag mogen stichten. Het moet volgens hem wel moeilijker worden voor bijvoorbeeld orthodox-christelijke en islamitische scholen om geen aandacht te schenken aan onderwerpen die bij bepaalde doelgroepen gevoelig kunnen liggen, zoals seksuele diversiteit en de Holocaust.

Kwestie van lange adem

Algemene toegankelijkheid is een thema waar de PvdA al lange tijd aan werkt. Toenmalig PvdA-Tweede Kamerlid en huidig SER-voorzitter Mariëtte Hamer kwam in 2005 met een voorstel voor algemene acceptatieplicht. Toen de PvdA echter samen met het CDA en de ChristenUnie in het kabinet-Balkenende plaatsnam, verdween het onder druk van de christelijke coalitiedwang in de la.

In 2010, toen de sociaal-democratische deelname aan het kabinet werd beëindigd, kwam Hamer opnieuw met het voorstel. De liberale VVD liet later dat jaar weten het voorstel niet te zullen steunen, waardoor er geen meerderheid in de Tweede Kamer voor was. Die weigering had te maken met het feit dat de VVD ging regeren met het CDA. Er was dus wederom sprake van christelijke coalitiedwang.

Slob ‘hogelijk verbaasd’

Voormalig PvdA-Kamerlid Loes Ypma, die later korte tijd voorzitter was van de christelijke profielorganisatie Verus, probeerde het in 2014 opnieuw om algemene acceptatieplicht in de wet vast te leggen. De huidige onderwijsminister Arie Slob die toen namens de ChristenUnie in de Tweede Kamer zat, reageerde ‘hogelijk verbaasd’.

Slob zei dat het PvdA-plan voor algemene toegankelijkheid een oplossing zou zijn voor een niet bestaand probleem, omdat er nauwelijks scholen zouden zijn die leerlingen weigeren. Hij benadrukte dat als er scholen zijn die misbruik maken van de vrijheid van onderwijs, de rechter hen op de vingers kan tikken.

Lees het plan van de PvdA

Lees ook het Algemeen Dagblad dat uitgebreid bericht over het plan van Asscher.

Kansengelijkheid: eindtoets eerder afnemen

De huidige eindtoets in groep 8 heeft een negatieve invloed op kansengelijkheid, stelt de PO-Raad. De raad pleit ervoor de eindtoets eerder in het jaar af te nemen.

Sinds vier jaar is de eindtoets een second opinion bij het schooladvies voor het voortgezet onderwijs. Als een leerling op de toets hoger scoort dan het schooladvies, moet de school het advies heroverwegen en eventueel naar boven bijstellen.

Mondige ouders en leraren met vooroordelen

De PO-Raad signaleert dat niet alle kinderen op dezelfde manier van dit systeem profiteren. ‘Of een advies naar boven wordt bijgesteld, is soms mede afhankelijk van de mondigheid van ouders’, aldus de sectororganisatie. Bovendien kunnen, zo stelt de PO-Raad, bij het bepalen van het schooladvies vooroordelen van leraren meespelen. ‘Dit bij elkaar werkt kansenongelijkheid in de hand.’

De raad wil daarom dat de regels worden aangepast. ‘Door de toets eerder in het jaar af te nemen, wordt deze onderdeel van het schooladvies. Zoals een röntgenfoto een arts helpt een diagnose te stellen, zo wordt de eindtoets een objectief oordeel dat het professionele oordeel van de school kan staven.’

Het advies van de school moet volgens de sectororganisatie wel leidend blijven.

Lees meer…

OCW kraakt UNICEF-rapport over ongelijke kansen

Het ministerie van OCW zegt in het Algemeen Dagblad dat UNICEF ‘de plank misslaat’ in een rapport over ongelijke kansen in het onderwijs. Het kinderfonds van de Verenigde Naties trekt aan de bel over de situatie in Nederland, maar volgens het ministerie valt het hier allemaal wel mee.

UNICEF stelt in het rapport An Unfair Start: Inequality in Children’s Education in Rich Countries dat Nederland een van de rijke landen is waar de schoolprestaties van kinderen lijden onder omstandigheden waar zij geen invloed op hebben, zoals de plaats waar ze geboren zijn en het opleidingsniveau van hun ouders.

Een oorzaak van de kansenongelijkheid in Nederland is volgens UNICEF het op jonge leeftijd uitsplitsen van leerlingen in verschillende onderwijssoorten op basis van hun schoolprestaties. Van de onderzochte landen heeft Nederland met 12 jaar een van de vroegste selectiemomenten voor het voortgezet onderwijs.

Ongelijke kansen, segregatie en subgroepen

Eerdere onderzoeken wijzen ook op het probleem dat Unicef signaleert. Zo stelde de Inspectie van het Onderwijs in De staat van het onderwijs 2016-2017 dat kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs een groot probleem is. Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waarschuwde ervoor, in een interview met de Volkskrant, dat kansenongelijkheid  tot gevolg heeft dat er subgroepen ontstaan, onder andere in scholen.

Volgens het ministerie van OCW valt het allemaal wel mee, zo blijkt uit een reactie van een woordvoerder van het ministerie in het AD. ‘Kansengelijkheid gaat over verschillende prestaties van leerlingen gerelateerd aan het inkomen en de opleiding van de ouder. Nederland doet het wat dát betreft internationaal gezien juist goed’, zo citeert de krant de woordvoerder van OCW. UNICEF zou met het rapport ‘de plank misslaan’.

Lees meer…

Op 14 november houdt VOS/ABB een lagerhuisdebat over kansen(on)gelijkheid in het onderwijs. Meer informatie…

Kleine brede scholengemeenschappen extra hard geraakt

Kleine brede scholengemeenschappen in regio’s met demografische krimp worden extra hard geraakt door de herverdeeleffecten van de voorgestelde vereenvouding van de bekostiging van het voortgezet onderwijs. Dat erkent onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

De minister schrijft in zijn brief dat alle scholen in het voorstel eenzelfde vaste voet krijgen en alle dezelfde type leerlingen hetzelfde bekostigingsbedrag. Dit betekent volgens hem dat de herverdeeleffecten het hardst aankomen bij brede scholengemeenschappen.

Bij kleine brede scholengemeenschappen in met name krimpregio’s komt dat effect extra hard aan, zo legt Slob uit. Dat komt doordat de vaste lasten per leerling daar relatief hoog zijn.

Kansengelijkheid

De bevindingen van de minister staan haaks op wat de Tweede Kamer wil. Die geeft expliciet aan dat de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet een stimulans moet bevatten voor de vorming van brede scholengemeenschappen, omdat die een positieve bijdrage leveren aan kansengelijkheid.

Dit belangrijke aandachtspunt werd door VOS/ABB onder de aandacht bracht van de politiek. ‘Het lijkt erop dat de wettenmakers ten aanzien van het voorstel vergeten zijn een ‘kansengelijkheidscheck’ uit te voeren’, zo staat in de bijdrage van Ronald Bloemers van VOS/ABB.

Het feit dat juist brede scholengemeenschappen hard worden geraakt door de herverdeeleffecten van de vereenvoudighing van de bekostiging, vindt VOS/ABB een ongewenste uitwerking. ‘In het belang van de aanpak van kansenongelijkheid dient dit wetsvoorstel daarop te worden aangepast’, zo staat in de bijdrage van Bloemers.

Wetsvoorstel botst met kansengelijkheid

Het wetsvoorstel ‘Meer ruimte voor nieuwe scholen’, dat onderwijsminister Arie Slob naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, brengt het risico met zich mee dat kansengelijkheid verder weg komt te liggen. Dat botst met het ideaal dat alle kinderen in het onderwijs dezelfde kansen verdienen.

Invoering van deze wet zou de segregatie in het onderwijs vergroten, terwijl de Inspectie van het Onderwijs in het rapport De staat van het onderwijs al duidelijk stelt dat dit een groot probleem is. Voormalig hoofddemograaf Jan Latten van het CBS waarschuwde er onlangs nog voor, in een interview met de Volkskrant, dat door toenemende segregatie subgroepen ontstaan, onder andere in scholen.

Het wetsvoorstel gaat mede op advies van de Onderwijsraad uit van richtingvrij plannen. Het wordt gebracht met de slogan ‘meer vrijheid van onderwijs’. Dat klinkt misschien mooi, maar straks kan in principe iedereen zijn eigen school zo inrichten, dat toelating afhankelijk wordt van de voorwaarden van de oprichters.

Er kunnen dan als het ware 1001 zuilen en dus een totaal versplinterd onderwijsveld ontstaan, waar algemene toegankelijkheid en kansengelijkheid ver te zoeken zijn. Dan is het dus niet meer ‘samen’, ‘met elkaar’ en ‘van en voor de samenleving’, zoals dat past bij de kernwaarden van het openbaar onderwijs, maar ‘apart’, ‘met onszelf’ en nadrukkelijk ‘niet voor de ander’.

Als we werk willen maken van kansengelijkheid en segregatie willen aanpakken, te beginnen in het onderwijs, dan past het niet om dit met een nieuwe wet tegen te werken.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Jeroen Dijsselbloem legt nadruk op kansengelijkheid

Jeroen Dijsselbloem geeft het onderwijs vier nieuwe adviezen, zo vertelt hij in een gesprek met NRC. Hij benadrukt het belang van kansengelijkheid.

Het is ruim tien jaar geleden dat het rapport verscheen van de parlementaire commissie onder leiding van toen nog PvdA-Tweede Kamerlid Jeroen Dijsselbloem. De commissie had onderzoek gedaan naar onderwijsvernieuwingen die in de 20 jaar daarvoor waren ingevoerd, zoals de basisvorming, het studiehuis en het vmbo.

Aanleiding voor het onderzoek was de aanhoudende kritiek op deze vernieuwingen en de wijze waarop ze werden ingevoerd. De conclusie van de parlementaire commissie was dat de vernieuwingen van bovenaf waren ingevoerd, zonder voldoende rekening te houden met draagvlak in het onderwijs zelf.

Vier nieuwe adviezen

Dijsselbloem laat ruim tien jaar na dato zijn licht schijnen over het advies van de commissie die naar hem werd genoemd en kijkt naar hoe het onderwijs er nu voorstaat. Hij geeft in NRC vier vervolgadviezen:

  1. De overheid moet beter letten op de kwaliteit van het onderwijs en het onderwijsstelsel bewaken. Dat moet ‘compleet en samenhangend’ zijn. Kansengelijkheid kan worden bevorderd door brede scholengemeenschappen, brede brugklassen, latere selectie en soepele doorstroom.
  2. Het onderwijs moet leerlingen blijven toetsen. Doordat toetsen worden afgeschaft en de Cito-toets minder bepalend is, gaat de lat omlaag. Bovendien lopen vooral leerlingen met een migratieachtergrond het risico dat zij vanwege vooroordelen van leraren minder kansen krijgen nu objectieve toetsen terrein verliezen.
  3. Pas op voor onderwijsgoeroes, want hun ideeën zijn vaak buitengewoon zwak onderbouwd. Vernieuwingen moeten zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, net zoals dat het geval is buiten het onderwijs.
  4. Verhoog de lat. Dat kan door voortdurend te investeren in leraren en methoden.

Lees meer…

Kamer benadrukt belang brede scholengemeenschappen

De vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet moet een stimulans bevatten voor de vorming van brede scholengemeenschappen, omdat die een positieve bijdrage leveren aan kansengelijkheid. Dit belangrijke aandachtspunt, dat VOS/ABB onder de aandacht bracht van de politiek, is woensdag expliciet benoemd in een debat in de Tweede Kamer.

In een bijdrage van VOS/ABB, die was bedoeld voor het debat in de Tweede Kamer over de vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs, staat dat de positie en het nut van brede scholengemeenschappen en brede brugklassen specifieke aandacht vereisen.

‘Het lijkt erop dat de wettenmakers ten aanzien van het voorstel vergeten zijn een ‘kansengelijkheidscheck’ uit te voeren’, zo staat in de bijdrage. De voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging kan er onder andere toe leiden dat brede scholengemeenschappen met verschillende stromingen op één locatie er financieel fors op achteruitgaan.

‘Dit vindt VOS/ABB een ongewenste uitwerking, juist met het oog op het nut van brede scholengemeenschappen, brede brugklassen en latere keuzemomenten. In het belang van de aanpak van kansenongelijkheid dient dit wetsvoorstel daarop te worden aangepast’, zo staat in de bijdrage.

Lees de bijdrage van VOS/ABB

Onderwijsminister Arie Slob heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging van het voortgezet onderwijs. De minister heeft ook Kamervragen beantwoord over de gevolgen van voorgestelde vereenvoudiging van de bekostiging op met name vo-scholen in krimpregio’s.

Kabinet zet in op goed onderwijs voor iedereen

Het kabinet investeert in ‘goed toegankelijk onderwijs voor iedereen’, omdat dat ‘cruciaal is voor de toekomst van de Nederlandse kennissamenleving’. Dat staat in de begrotingsstukken van het ministerie van OCW, die op Prinsjesdag zijn gepubliceerd.

Het kabinet schrijft in de begrotingsstukken dat de samenleving veel verwacht van het onderwijs, maar ook dat het beseft dat scholen niet alle maatschappelijke problemen kunnen oplossen. De primaire taak van het onderwijs is, aldus het kabinet, ‘kinderen en jongeren tot bloei te laten komen en voor te bereiden op de verantwoordelijkheden die ze in de toekomst zullen dragen’.

Daarbij hoort nadrukkelijk ‘goed toegankelijk onderwijs (…) waarin ieder kind tot zijn recht komt en zijn gaven en talenten kan ontwikkelen’. Daarom zegt het kabinet in te zetten ‘op gelijke onderwijskansen’, waarbij het vijf punten noemt:

  • Vroeg- en voorschoolse educatie: het aantal uren voorschoolse educatie aan kinderen die risico lopen op onderwijsachterstanden kan worden uitgebreid van 10 naar 16 uur per week en de kwaliteit kan worden verhoogd door inzet van hbo’ers.
  • Onderwijsachterstandenbeleid: het budget voor onderwijsachterstanden wordt ‘beter over het land’ verdeeld. Er gaat minder onderwijsachterstandengeld naar de grote gemeenten en meer naar kleine gemeenten.
  • Talentontwikkeling: in 2019 komt er in het kader van passend onderwijs subsidie voor onderwijs aan hoogbegaafde kinderen.
  • Kansengelijkheid: het aantal lokale allianties om kansengelijkheid te bevorderen wordt uitgebreid. Hierin zitten onder andere schoolbesturen.
  • Curriculumherziening primair en voortgezet onderwijs: in 2019 wordt de ontwikkelfase afgerond, gevolgd door politieke besluitvorming.

Het kabinet meldt verder dat het extra investeert in de versoepeling van de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs. Daarbij worden de doorgaande leerlijn en de zogenoemde 10-14-scholen genoemd, voor kinderen van 10 tot en met 14 jaar.

Over passend onderwijs merkt het kabinet op, dat het eigenaarschap daarvan moet worden ‘gevoeld door leraren en scholen’ en dat het geld hiervoor ‘echt in de klas’ terecht moet komen. Ouders krijgen ondersteuning in het gesprek met scholen, er komt onafhankelijk toezicht op de samenwerkingsverbanden en de combinatie van onderwijs en (zware) zorg wordt gemakkelijker.

Leraren

Goede en sterke leraren zijn onmisbaar voor goed onderwijs en dat is ‘de reden dat dit kabinet zoveel in hen investeert’, zo staat in de begroting. Het kabinet noemt in dit kader ook ‘het harde werk van dienstbare bestuurders, schoolleiders,  onderwijsondersteuners en conciërges’.

Het lerarentekort is, zo staat in de stukken, ‘een grote uitdaging’ die al tot veel actie heeft geleid om het tegen te gaan. ‘Dat doen we samen met werkgevers, vakbonden, lerarenopleidingen, gemeenten, transfercentra en vele anderen.’ Als voorbeelden van acties die al worden ondernomen, noemt het kabinet het verhogen van de in-, door- en uitstroom van de lerarenopleidingen, het bevorderen van zij-instroom, het behouden van leraren en het activeren van stille reserve.

Ook worden ‘het verbeteren van de beloning en het carrièreperspectief’ genoemd, waarbij het kabinet ingaat op de salarisverhoging in het primair onderwijs en het geld voor de verlaging van de werkdruk in het onderwijs. ‘Daardoor wordt het beroep van leraar aantrekkelijker’, aldus het kabinet.

Ga naar de OCW-begroting 2019

Later deze week komt VOS/ABB met een grondige analyse van de cijfers in het OCW-begroting 2019. Deze analyse wordt gemaakt door onze financieel experts Ronald Bloemers en Ron van der Raaij.

‘School als gemeenschap bevordert kansengelijkheid’

Rector Alwin Hietbrink van het openbare Barlaeus Gymnasium in Amsterdam pleit voor een herwaardering van de school als gemeenschap. Hij verbindt zijn pleidooi aan kansengelijkheid.

Individueel maatwerk in het onderwijs schiet volgens hem door, waardoor de school als gemeenschap buiten beeld raakt. ‘Door de grote nadruk op persoonlijke ontwikkeling dreigen we het onderwijs als verbindingspunt van gemeenschapsvorming uit het oog te verliezen’, aldus Hietbrink op de opiniepagina van de Volkskrant.

De individualisering van het onderwijs heeft verstrekkende gevolgen, schrijft de Amsterdamse rector. Daarbij verwijst hij naar Frankrijk, waar decentralisering van het onderwijs in de jaren 80 van de vorige eeuw vooral voor kansarme leerlingen negatieve gevolgen had.

Daarom is volgens Hietbrink de school als gemeenschap toe aan een herwaardering. ‘Wat ons bindt is belangrijk en het verzorgen van een gemeenschappelijke basis voor al onze kinderen kan een belangrijke bijdrage leveren aan grotere kansengelijkheid.’

De gemeenschap is volgens hem niet alleen nodig om eenheid te vinden, maar ook om verschil te maken. ‘Je kunt je dus afvragen of gepersonaliseerd leren wel bijdraagt aan persoonsvorming. Want wie je bent, word je pas samen met anderen.’

Lees meer…

VOS/ABB houdt op 14 november een lagerhuisdebat over kansengelijkheid. Geïnteresseerd? Lees meer over ons initiatief

Gelijke kansen voor alle kinderen

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad wil af van de schotten tussen primair en voortgezet onderwijs. Want alle kinderen verdienen volgens haar gelijke kansen. Laten we dan ook een einde maken aan het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs!

Kansengelijkheid, dat wil iedereen die hart heeft voor kinderen en goed onderwijs. Het past niet in onze samenleving dat het ene kind meer kansen krijgen dan het andere. Met het weghalen van de schotten tussen het primair en voortgezet onderwijs wordt de doorgaande leerlijn bevorderd en kan volgens Den Besten ook de vroege selectie van leerlingen worden tegengaan, wat goed is voor de kansengelijkheid.

Zij pleitte hiervoor op een bijeenkomst over de invlechting van het (voortgezet) speciaal onderwijs in het reguliere onderwijs. Uiteindelijk moeten wat haar betreft de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) worden samengevoegd tot één wet op het funderend onderwijs. Dat is voor haar de stip op de horizon, zo liet ze op die bijeenkomst weten.

Artikel 23

Het is mooi dat de voorzitter van de PO-Raad hiervoor pleit, maar ik mis in haar pleidooi een bespiegeling op het huidige onderwijsbestel dat is gebaseerd op artikel 23 van de Grondwet. Dat houdt nog steeds het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs in stand. We leven niet meer in de verzuilde 20e eeuw, vrijwel iedereen is het erover eens dat kinderen met en van elkaar moeten leren op basis van diversiteit en wederzijds respect, en tóch plaatsen we ze als het op de scholen aankomt nog steeds in denominatieve hokjes.

Als we met zijn allen écht willen dat kinderen gelijke kansen krijgen, is het niet genoeg om alleen de schotten tussen primair en voortgezet onderwijs weg te halen. Dan moeten ook de schotten tussen de openbare, christelijke, islamitische en alle andersoortige scholen weg. Daarvoor hebben VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) het toekomstconcept School! ontwikkeld. In de toekomst kijken scholen niet meer of een kind christelijk, islamitisch of wat dan ook is, maar kijken zij op basis van diversiteit en gelijkwaardigheid naar de optimale kansen voor alle leerlingen, ongeacht hun afkomst.

Als u meer wilt weten over ons concept School!, downloadt u de School!Gids.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Recept tegen segregatie en kansenongelijkheid

De segregatie en kansenongelijkheid nemen toe, signaleert de Inspectie van het Onderwijs. Daarom is het zo belangrijk om boven de denominaties uit te stijgen en daarmee de verzuiling achter ons te laten. Daarvoor hebben wij het concept School! ontwikkeld.

In het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017 signaleert de inspectie ontwikkelingen die de kansenongelijkheid verder kunnen verscherpen. Het onderwijs vertoont namelijk toenemende sociale en economische segregatie. Vooral hoger opgeleide ouders scheiden zich af.

‘Dat gebeurt via de schoolkeuze: door te kiezen voor scholen met specifieke onderwijsconcepten, scholen waar alleen leerlingen met een vergelijkbare achtergrond op zitten of voor privaat onderwijs’, zo staat in het rapport.

De inspectie signaleert ook dat segregatie en kansenongelijkheid toenemen doordat ouders kiezen voor kleine religieuze scholen. De conclusie is dat in vergelijking met andere landen het Nederlandse onderwijs sterk is gesegregeerd.

Verzuiling achter ons laten

Dat kunnen we veranderen door eindelijk eens de verzuiling in het onderwijs achter ons te laten. VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) hebben daartoe het concept School! ontwikkeld. Hiermee stijgt het onderwijs boven de denominaties uit.

Er zijn dan geen openbare, protestants-christelijke, rooms-katholieke, islamitische of wat voor scholen dan ook, maar scholen die van en voor iedereen zijn en waar gelijkwaardigheid en wederzijds respect centraal staan.

Onderwijs volgens het concept School! is het recept voor een in alle opzichten gezonde samenleving, waarin we mensen niet meer beoordelen op hun achtergrond, levensbeschouwing, maatschappelijke status of hun portemonnee, maar waarderen om wie ze zijn en wat ze kunnen

Wilt u meer over ons concept School! lezen? Download de School!Gids

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB

Peutervoorziening moet kansengelijkheid bevorderen

Er moet één peutervoorziening komen voor alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar om kansengelijkheid te bevorderen. Dat vinden de PO-Raad, de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK), de Brancheorganisatie Kinderopvang, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Sociaal Werk Nederland, meldt Trouw. In een opiniestuk in die krant lichten voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad en haar collega Sharon Gesthuizen van de BMK het plan toe.

Zij vinden het niet goed dat peuters met verschillende sociaal-economische achtergronden van elkaar gescheiden worden:  ‘Sommige peuters gaan naar de kinderopvang in de buurt, andere peuters naar een voorschool een buurt verderop. En sommige peuters gaan helemaal nergens naartoe’, zo schrijven zij. De voordelen van één peutervoorziening is volgens hen onder meer dat kinderen van jongs af aan samen opgroeien.

Advies peutervoorziening

Het plan voor één peutervoorziening borduurt voort op het advies Tijd om door te pakken in de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang van de Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang. In dat advies staat dat alle peuters samen moeten kunnen opgroeien en zich ook samen moeten kunnen ontwikkelen.

Lees meer…

Veel minder kansen voor kinderen uit arme gezinnen

Kinderen uit bijstandsgezinnen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben veel minder kans om hun school succesvol en zonder vertraging te doorlopen dan kinderen uit gezinnen van hoogopgeleide ouders met veel geld, meldt de Rekenkamer Metropool Amsterdam (RMA).

De constatering van de RMA staat in het kader van de bezuiniging op de Scholierenvergoeding van de gemeente Amsterdam. Die vergoeding voor gezinnen met weinig geld blijkt positief effect te hebben op schoolprestaties. De RMA adviseert daarom deze gemeentelijke bezuiniging in de hoofdstad terug te draaien.

Daarbij verwijst de RMA naar de Sociaal-Economische Raad (SER), die in het advies Opgroeien zonder armoede het belang benadrukt van goede voorzieningen voor kinderen uit arme gezinnen. Die zouden volgens de SER dezelfde kansen moeten hebben als leeftijdgenoten van wie de ouders meer/veel geld hebben.

Lees meer…

Albert Heijn geeft gratis examentraining

Albert Heijn organiseert in de vier grote steden examentrainingen voor scholieren die vakkenvuller of caissière zijn, meldt NRC Handelsblad.

Sinds april organiseert de supermarktketen tweewekelijks examenklassen voor de 8000 vakkenvullers en caissières die eindexamen doen. De ouders hoeven hier niet voor te betalen. Ook is er gratis online examenbegeleiding. Albert Heijn wil zijn jonge werknemers hiermee een goede start geven op de arbeidsmarkt, schrijft NRC.

De VO-raad is er blij mee, meldt de krant. ‘Mooi voor kinderen die geen rijke ouders hebben’, reageert een woordvoerder van de sectororganisatie.

Lees meer…

Albert Heijn en gelijke kansen

Particuliere bijlessen waarvoor ouders wel moeten betalen, worden de laatste tijd in verband gebracht met kansenongelijkheid. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW zeiden in januari in reactie op Kamervragen van GroenLinks dat het funderend onderwijs de verantwoordelijkheid heeft om alle leerlingen onderwijs en begeleiding van hoge kwaliteit aan te bieden.

De minister en de staatssecretaris zeiden echter ook dat ouders de vrijheid hebben om ervoor te kiezen buitenschoolse begeleiding in te schakelen. ‘Er heeft en zal altijd een particuliere markt voor bijlessen en huiswerkbegeleiding bestaan’, aldus Bussemaker en Dekker.

Lees meer…

 

Inspectie kijkt met trots terug op 2016

Inspecteur-generaal Monique Vogelenzang van de Inspectie van het Onderwijs kijkt met trots terug op 2016. Dat meldt ze in haar voorwoord in Jaarbeeld 2016. Effectief toezicht voor beter onderwijs.

‘Aan de ene kant vernieuwden we ons toezicht, draaiden we pilots, evalueerden we, stelden we een nieuw onderzoekskader vast, gingen we proefdraaien en boden we onze mensen een stevig scholingstraject aan. Tegelijkertijd voerden we onze toezichttaak uit, deden we instellingsonderzoek en themaonderzoek en maakten we onder meer de Staat van het Onderwijs. We gaven, kortom, invulling aan effectief toezicht voor beter onderwijs, aan onze missie’, aldus Vogelenzang.

Inspectie over kansenongelijkheid

Het rapport De Staat van het Onderwijs 2014/2015 dat in 2016 werd uitgebracht, had volgens Vogelenzang grote impact. In dit rapport stond de groeiende kansenongelijkheid in het onderwijs centraal. ‘Onze boodschap over kansenongelijkheid resoneert nog steeds. En dat niet alleen, op allerlei plekken zijn er initiatieven om de kansenongelijkheid te bespreken en te bestrijden. Initiatieven waar wij zo nodig graag onze bijdrage aan leveren.’

In het Jaarbeeld 2016 staat dat de inspectie in het verslagjaar circa 2950 onderzoeken uitvoerde en besturen, scholen en opleidingen bezocht. ‘We rapporteerden ook over een aantal actuele thema’s, altijd met het oogmerk om perspectief op kwaliteitsverbetering te bieden. Daarbij kozen we vaker dan voorheen voor de dialoog met de betrokkenen over de uitkomsten in plaats van dat we alleen een rapport uitbrachten’, aldus de inspecteur-generaal.

Lees meer…

Inspectie: burgerschapsonderwijs schiet tekort

Het burgerschapsonderwijs vertoont weinig samenhang en is weinig doelgericht. Bovendien ontbreekt inzicht in wat leerlingen ervan leren. Dit en meer stelt de Inspectie van het Onderwijs in het onderwijsverslag De Staat van het Onderwijs, dat woensdag is overhandigd aan de demissionaire minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

De inspectie dringt aan op versterking van de condities voor burgerschapsonderwijs, maar ziet in de huidige situatie ook aanknopingspunten voor verbetering. Zo wordt in het onderwijsverslag samenwerking genoemd in de Alliantie voor Burgerschap. ‘Ook laten veel scholen zien dat burgerschapsonderwijs – anders dan soms wordt gedacht – niet altijd ‘ingewikkeld’ of ‘gevoelig’ voor meningsverschillen over waarden en normen hoeft te zijn’, aldus de inspectie.

De kritische bevindingen van de inspectie steken af tegen de positieve beoordeling van burgerschapsonderwijs door schoolleiders, zoals onlangs bleek uit een peiling van DUO Onderwijsonderzoek. Uit die peiling kwam onder andere naar voren dat een ruime meerderheid van zeven op de tien directeuren in zowel het basis- als voortgezet onderwijs (zeer) tevreden is over de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs bij hen op school.

Rekenen en wiskunde

De Staat van het onderwijs gaat natuurlijk over (veel) meer dan alleen burgerschapsonderwijs. Zo signaleert de inspectie dat vooral bij rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen de prestaties dalen. De sterkste daling is te zien bij de resultaten van basisschoolleerlingen in het natuuronderwijs. Toch presteren Nederlandse kinderen vergeleken met leeftijdgenoten in andere landen nog steeds goed als het gaat om rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen.

Een ander punt dat de inspectie benoemt, is dat er in Nederland in vergelijking met andere landen relatief weinig zwakke en ook relatief weinig excellente leerlingen zijn.

Gelijke kansen

Hoewel in 2016 twee keer zoveel schooladviezen naar boven zijn bijgesteld dan in 2015, neemt de kansenongelijkheid niet af. ‘De kans op onderadvisering voor leerlingen met laagopgeleide ouders (…) is weliswaar sterk gedaald, maar vooral leerlingen met hoogopgeleide ouders profiteren van verschuivingen in 2016’, zo staat in het verslag.

Verder blijkt dat hoog presterende leerlingen met academisch geschoolde ouders vaker in homogene vwo-brugklassen zitten en dito leerlingen zonder academisch geschoolde ouders vaker in een gemengde brugklas. ‘Dit kan gevolgen hebben voor het niveau waarop zij de lesstof krijgen aangeboden’, stelt de inspectie.

De segregatie naar etnische achtergrond vermindert in zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Sociale segregatie in het onderwijs is volgens de inspectie vooral een verschijnsel dat zich voordoet in steden. Op scholen met veel kinderen van ouders met een lage sociaaleconomische status signaleert de inspectie de meeste leerachterstanden.

Professionalisering

Leraren, scholen en schoolbesturen verschillen aanzienlijk van elkaar in tijd en aandacht voor professionalisering. ‘Op sommige scholen lijkt het leraren aan tijd te ontbreken om zich te professionaliseren, terwijl op andere scholen (…) leraren juist intensieve en gerichte professionaliseringsactiviteiten ondernemen’, schrijft de inspectie.

In het verslag staat ook dat professionaliseringsactiviteiten weinig gericht zijn op effectieve aanpakken en maar zelden een relatie hebben met het strategisch beleid van de school. Bovendien blijken de directie en de leraren vaak heel verschillend tegen de ontwikkeling van de school aan te kijken. ‘De onderwijsvisie (…) is niet altijd duidelijk en wordt niet altijd gedeeld. Leraren en schoolleider praten vaak langs elkaar heen (…).’

Passend onderwijs

Het beeld dat er met de invoering van passend onderwijs grote verschuivingen zijn opgetreden, klopt volgens de inspectie niet. ‘Leerlingen met een ondersteuningsbehoefte blijven vaker in het regulier onderwijs en vanuit het speciaal onderwijs gaan er leerlingen naar het regulier onderwijs. Het ging de afgelopen twee jaar om kleine verschuivingen, waardoor er per school geen of nauwelijks leerlingen uit het speciaal onderwijs bij komen’, zo staat in het onderwijsverslag.

Volgens de inspectie zijn er succesvolle interventies geweest om het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit omlaag te brengen. ‘Samenwerkingsverbanden die doorzettingsmacht hebben georganiseerd, lijken er beter in te slagen leerlingen niet langdurig thuis te laten zitten.’

Informatie: André de Jong, 06-30056066, adejong@vosabb.nl

Nijmegen zet in op gelijke kansen

Nijmegen wil als Nationale Onderwijsstad 2017-2018 inzetten op gelijke kansen voor alle kinderen.

‘Het thema ‘gelijke kansen’ past Nijmegen als een jas,’ aldus onderwijswethouder Renske Helmer-Englebert (SP). ‘Met de innovatieagenda en een intensieve samenwerking tussen opvang, onderwijs en werk is Nijmegen altijd bezig kinderen, leerlingen en studenten een optimaal ontwikkelklimaat te bieden.’

Met ingang van 1 oktober aanstaande draagt Nijmegen een jaar lang de titel van Nationale Onderwijsstad. Deze titel wordt elk schooljaar aan een andere stad verleend. Op dit moment is Rotterdam Nationale Onderwijsstad, in het schooljaar 2015-2016 was het Dordrecht.

Lees meer…

Veel meer geld nodig voor gelijke kansen

In een brandbrief van onder andere de PO-Raad staat dat er veel meer geld moet naar het onderwijsachterstandenbeleid en voor- en vroegschoolse educatie (vve). De brief, die is gericht aan de Tweede Kamer, staat in het teken van gelijke kansen voor alle kinderen.

In de brandbrief slaan de afzenders alarm over een door het kabinet aangekondigde bezuiniging van 65 miljoen euro in 2018 op het budget voor schoolbesturen en gemeenten voor onderwijsachterstandenbeleid. Ook trekken ze aan de bel over een voorgestelde herverdeling van het beschikbare geld. Door die herverdeling zouden met name grote gemeenten minder geld krijgen, terwijl kleinere gemeenten meer zouden krijgen.

De brandbrief gaat tevens in op een recent rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daaruit blijkt volgens de afzenders dat er een verdubbeling van het budget nodig is, omdat het aantal kinderen met een groot risico op achterstand meer dan twee keer zo groot zou zijn als waar het kabinet van uitgaat.

‘Wij willen alles op alles zetten om voor alle kinderen een goede start mogelijk te maken. Maar het kabinet dreigt af te breken wat in de voorscholen en het primair onderwijs is opgebouwd’, aldus de afzender van de brandbrief.

Download de brandbrief die mede is ondertekend door de VO-raad, belangenorganisatie Ouder & Onderwijs, de schoolleidersvakbond AVS, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en andere gemeentelijke organisaties en organisaties in de kinderopvang.