Da Vinci College Lammenschans: geen enkel probleem

In tegenstelling tot ROC Leiden heeft het Da Vinci College Lammenschans dat in een andere toren van hetzelfde gebouw is gevestigd, geen enkel probleem. Deze openbare vmbo-school draait dus gewoon door.

ROC Leiden moet op last van de minister van Onderwijs stoppen vanwege grote financiële problemen, die zijn ontstaan door ‘onverantwoorde vastgoedtransacties in het verleden’. De onderwijstaken van het ROC worden overgenomen door het ID College.

De problemen bij ROC Leiden, waar ruim 9000 studenten leskregen, zijn ontstaan door de nieuwbouw van prestigieuze gebouwen. Daarvoor ging het ROC in zee met investeringsmaatschappij Green Real Estate. Inmiddels blijken de afspraken onbetaalbaar.

‘Geen enkele invloed’
Een van de gebouwen van het ROC staat bij het Leidse station Lammenschans en in datzelfde gebouw is ook de vmbo-school Da Vinci College gevestigd. Het schoolbestuur, de Leonardo da Vinci Scholengroep, benadrukt dat de vmbo-school geen deel uitmaakt van de vastgoedconstructies.  ‘De financiële problemen van de buren hebben geen enkele invloed op het voortbestaan van het Da Vinci College of de bedrijfsvoering van de school of scholengroep’, aldus een persbericht.

De 900 leerlingen van de vmbo-school kunnen dus gewoon in hun toren blijven. Het Da Vinci College meldt bovendien ‘zeer content’ te zijn met het moderne en eigentijdse gebouw als onderwijsvoorziening. Het pand past bij het onderwijsconcept.

De vmbo-school werkt al enige tijd op onderwijskundig gebied samen met het ID College. ‘Samen met het ID College worden doorlopende leerlijnen ontwikkeld om de doorstroom vanuit vmbo naar mbo te bevorderen’, aldus Hans Freitag, bestuurder van de Stichting Scholengroep Leonardo da Vinci Leiden.

Expertisecentrum
Overigens ziet minister Bussemaker in deze affaire met het ROC Leiden aanleiding om te onderzoeken of er een landelijk expertisecentrum moet komen waar onderwijsinstellingen hun nieuwbouwplannen kunnen laten toetsen door onafhankelijke experts. Dat schrijft ze in een brief aan de Tweede Kamer.