Tweede Kamer omarmt motie tegen kleutertoets

De Tweede Kamer heeft dinsdag de motie tegen de kleutertoets aangenomen. Ook werd de motie aangenomen om de gemiddelde cito-score per school niet te gebruiken als kwaliteitsindicator voor basisscholen. Bovendien vindt de Kamer dat het kabinet er niet naar moet streven om de gemiddelde cito-score te verhogen van 535 naar 537.

De motie tegen de landelijk genormeerde kleutertoets was ingediend door het CDA-Tweede Kamerlid Michel Rog. Mede-indienaars waren de ChristenUnie, de SP, GroenLinks en de SGP. Met steun van de regeringsfractie PvdA tijdens de stemmingen in de Kamer bleek de motie van het CDA het te halen. Rog  twitterde direct nadat zijn motie was aangenomen, dat hij blij is dat ‘kleuters weer mogen kleuteren’.

Jesse Klaver van GroenLinks had met steun van het CDA, de SP, de SGP en de ChristenUnie de motie ingediend om de gemiddelde cito-score per school niet te gebruiken als kwaliteitsindicator voor basisscholen. VOS/ABB is blij dat deze motie is aangenomen, omdat – zoals de indieners stellen – de Cito-toets bedoeld is als advies aan de individuele groep 8-leerling voor vervolgonderwijs.

Paul van Meenen van D66 en Loes Ypma van de PvdA hadden samen de motie ingediend om af te zien van het streven de gemiddelde cito-score te verhogen van 535 naar 537. Ook deze motie kreeg voldoende steun. VOS/ABB had in haar politieke lobby er bij de Kamer op aangedrongen om dit streven van het kabinet tegen te houden. Het is dan ook een goede zaak dat deze motie is aangenomen.

De motie van Paul van Meenen van D66 en Jasper van Dijk van de SP om medezeggenschapsorganen in het onderwijs instemmingsrecht te geven op hoofdlijnen van de begroting heeft het niet gehaald. De indieners wilden hiermee vooral leraren meer zeggenschap geven over begrotingsaspecten, waar de schoolbesturen zeggenschap over hebben.

De motie van Joël Voordewind van de ChristenUnie voor het behoud van de kleinescholentoeslag kon evenmin rekenen op voldoende steun in de Tweede Kamer. Deze motie was mede ingediend door de christelijke partijen CDA en SGP. Met name de christelijke partijen in de Tweede Kamer verzetten zich tegen het plan van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de kleinescholentoeslag om te zetten in een soort bonus voor kleine scholen die over de denominaties heen met elkaar samenwerken.

Een motie die het ook niet heeft gehaald, is die van Jasper van Dijk van de SP om 30 miljoen euro per jaar te behouden voor de maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs. Deze motie werd mede ingediend door het CDA, de partij die aan de wieg stond van deze stages. Het kabinet schaft de maatschappelijke stages niet af, maar wil er met ingang van het volgende schooljaar (2014/2015) geen aanvullende financiering meer voor beschikbaar stellen.

Lees meer over de moties en de stemmingen.

Pleidooi voor behoud maatschappelijke stages

Een ruime meerderheid van de schoolleiders in het christelijk voortgezet onderwijs vindt dat de overheid de financiering van de maatschappelijke stage moet handhaven. Dat blijkt uit een peiling van de Besturenraad.

De maatschappelijke stage voor leerlingen in het voortgezet onderwijs is sinds het schooljaar 2011/2012 verplicht. Het was het geesteskind van voormalig CDA-minister Marja van Bijsterveldt. De instelling van de verplichte maatschappelijke stages maakte deel uit van het normen-en-waardenbeleid onder de christendemocratische oud-premier Jan-Peter Balkenende.

VVD-staatssecretaris Sander Dekker van OCW wil deze verplichting met ingang van het schooljaar 2014/2015 weer intrekken. Dekker is niet tegen de maatschappelijke stage, maar in het licht van de overheidsbezuinigingen wil hij de stages niet meer verplicht stellen. Scholen kunnen maatschappelijke stages blijven organiseren, maar ze krijgen er vanaf 2014/2015 van de overheid geen geld meer voor.

De Besturenrad meldt op basis van een peiling onder 124 schoolleiders dat dit in het christelijk voortgezet onderwijs wordt ervaren als ‘zwabberbeleid’. Van de respondenten vindt 72 procent dat scholen verplicht moeten blijven een maatschappelijke stage aan te bieden. Hoewel de organisatie van de stages volgens hen veel inspanning vergt, hechten ze er erg veel waarde aan. Leerlingen leren iets voor een ander te doen zonder er iets voor terug te krijgen. Ze vinden zo de weg naar vrijwilligerswerk en ontwikkelen maatschappelijke betrokkenheid, is de gedachte.

Als de financiering van structureel 55 miljoen euro en de verplichting wegvallen, blijkt dat 32 procent van de gepeilde christelijke vo-scholen geen maatschappelijke stages meer zal aanbieden.  Andere christelijke scholen voor voortgezet onderwijs zouden met de maatschappelijke stages doorgaan, maar dan in afgeslankte vorm.

Petitie maatschappelijke stage, Rutte wil praten

Vier scholieren hebben mede namens een groep van betrokken organisaties aan de Vaste Kamercommissie voor OCW een petitie aangeboden voor behoud van de maatschappelijke stage. Tijdens de algemene politieke beschouwingen heeft premier Mark Rutte gezegd dat hierover te praten valt.

Een van de scholieren die de petitie aanbood, is vwo-leerling Delphine Holbecq van het Sint-Gregorius College in Utrecht. Zij liep vorig jaar stage bij een verzorgingstehuis voor ouderen. ‘Ik vond het heel leuk om in contact te komen met deze mensen. Ze vertelden mij veel over hoe het er vroeger in hun jeugd aan toe ging. Over de vakken op hun school en over hun hobby’s’, zo schrijft ze op het 1V-Jongerenpanel.

‘Ik denk zeker dat de stage ook andere kinderen in contact heeft gebracht met leeftijdsgroepen met wie ze normaal weinig of geen contact hebben. Zo krijg je meer begrip voor elkaar, en dat is belangrijk in een maatschappij waar mensen steeds meer alleen nog maar aan zichzelf denken.’

De Utrechtse vwo-leerling benadrukt dat haar stage haar ook werkervaring heeft gegeven. ‘Ik denk zeker dat het kan helpen om je talenten te ontwikkelen. Bijvoorbeeld organiseren of goed leren luisteren. Ikzelf ben niet echt spontaan, maar mijn stage heeft mij geleerd om sneller initiatief te nemen in contacten leggen.’

Bezuiniging
De petitie die de scholieren mede namens een groep organisaties in de Tweede Kamer hebben aangeboden, is gericht tegen het wetsvoorstel waarin staat dat de maatschappelijke stage vanaf 1 augustus 2014 geen verplichte eindexameneis meer is. De stage wordt in feite niet afgeschaft, maar de scholen krijgen er geen geld meer voor.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW verpakte deze bezuinigingsmaatregel met de positieve uitspraak dat ‘scholen meer vrijheid krijgen om hun onderwijsprogramma in te richten’. De extra middelen die scholen tijdelijk kregen voor de invoering van de maatschappelijke stage worden stopgezet nu de verplichting vervalt.

Er is nog wel een overgangsmaatregel: de verplichting vervalt per 1 augustus 2014, de extra bekostiging stopt per 1 augustus 2015, zo staat in het wetsvoorstel.

Alsnog behouden?
Premier Rutte zei tijdens de algemene politieke beschouwingen open te staan voor een gesprek over het eventuele behoud van de maatschappelijke stage. CDA-fractieleider Sybrand van Haersma Buma had het onderwerp aangekaart.

De invoering van de maatschappelijke stage in het schooljaar 2007-2008, onder het vierde kabinet-Balkenende, was vooral een initiatief van het CDA.

Maatschappelijke stage jaar eerder afgeschaft

De maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs is vanaf 1 augustus 2014 geen verplichte eindexameneis meer. Dat meldt het ministerie van OCW.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW verpakt deze maatregel met de positieve uitspraak dat ‘scholen meer vrijheid krijgen om hun onderwijsprogramma in te richten’. De extra middelen die scholen tijdelijk kregen voor de invoering van de maatschappelijke stage worden stopgezet nu de verplichting vervalt. Er is nog wel een overgangsmaatregel: de verplichting vervalt per 1 augustus 2014, de extra bekostiging stopt per 1 augustus 2015.

Opgaan, blinken en verzinken
De verplichte maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd in het schooljaar 2011-2012. Elke leerling moet sindsdien minstens 30 uur stage lopen.

De maatschappelijke stage was een uitdrukkelijke wens van toenmalig coalitiegenoot CDA. Voormalig onderwijsminister Marja van Bijsterveldt was er dolenthousiast over. De gedachte van het CDA was dat leerlingen hierdoor vertrouwd zouden raken met de maatschappelijke waarden en normen, zoals die door oud-premier Jan Peter Balkenende van het CDA in de markt waren gezet.

Van de VVD, die tot 2012 met het CDA in de regering zat, hoefde het allemaal niet zo nodig. VVD-onderwijswoordvoerder Ton Elias zei dat het nu eenmaal onderdeel was van het regeerakkoord.

In het VVD/PvdA-regeerakkoord van het tweede kabinet-Rutte werd aangekondigd dat de verplichte maatschappelijke stage in het schooljaar 2015-2016 zou verdwijnen. Dat wordt nu dus een jaar eerder, zo was eerder al te lezen in dit wetsvoorstel.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl