Onderwijstijd: wat komt er in het wetsvoorstel?

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW schetst in een brief aan de Tweede Kamer de contouren van het wetsvoorstel voor modernisering van de onderwijstijd in het voortgezet onderwijs. Hij zal het wetsvoorstel naar verwachting medio volgend jaar indienen.

De brief is een uitwerking van de afspraken over onderwijstijd in het Nationaal Onderwijsakkoord. Daarin staat dat de urennorm wordt gemoderniseerd.

In de brief noemt Dekker vijf punten:

  1. De minimale urennorm wordt 1000 uur en wordt niet meer per leerjaar geregeld maar per opleiding. Ook vervalt het onderscheid in maatwerk en reguliere onderwijstijd.
  2. De minimale dagennorm wordt 189 dagen. De dagen waarop er geen onderwijs hoeft te worden verzorgd, worden niet meer bij wet vastgelegd.
  3. De kwaliteitscriteria in de huidige Wet op de onderwijstijd blijven gehandhaafd.
  4. De beoordeling van wat goede onderwijstijd is en welke activiteiten daaronder kunnen vallen, blijft belegd bij de professionals en de medezeggenschap.
  5. Het beoordelingskader van de Inspectie van het Onderwijs voor de toetsing van activiteiten buiten de reguliere lessen blijft gehandhaafd.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wil Dekker af van 1040 uur?

Is de brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW over de minimale onderwijstijd een politiek pressiemiddel of stuurt hij ermee aan op het loslaten van de omstreden 1040-urennorm?

In de Wet onderwijstijd, die door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen, staat dat de minimale onderwijstijd in de onderbouw van het voortgezet onderwijs 1040 klokuren per jaar is. Daarbij geldt dat de school 60 uur aan maatwerkactiviteiten mag meetellen. Hiertoe rekent OCW extra taallessen, mentoruren of bijlessen die niet alle leerlingen hoeven te volgen. De wet treedt op 1 augustus in werking, dus is het logisch dat de staatssecretaris aangeeft dat per die datum de norm van 1040 uur van kracht zal zijn.

In de gesprekken over het Nationaal Onderwijsakkoord leek echter te worden aangestuurd op 1000 klokuren. Nu die gesprekken nog geen resultaat hebben opgeleverd en bovendien sinds eind juni stilliggen, blijft de norm voor de onderbouw in elk geval in het schooljaar 2013-2014 op 1040 uur liggen.

Dat de gesprekken over het Nationaal Onderwijsakkoord stilliggen, heeft te maken met de extra structurele bezuiniging van 6 miljard euro die het kabinet vanaf 2014 wil doorvoeren. Onderdeel van die bezuiniging is de nullijn voor het onderwijspersoneel. Dit was voor de Stichting van het Onderwijs, waarin werkgevers en werknemers verenigd zijn, reden om de gesprekken met het kabinet stop te zetten.

Prompt volgt de brief van staatssecretaris Dekker, waarin hij stelt dat de 1040-urennnorm in het nieuwe schooljaar geldt, terwijl het voortgezet onderwijs uitging van 1000 uur. Daarmee hebben de scholen in hun begroting rekening gehouden. De sector heeft al herhaaldelijk kenbaar gemaakt dat 1040 uur budgettair niet gaat lukken, temeer daar OCW met allerlei stille bezuinigingen het de scholen steeds moeilijker maakt om de eindjes aan elkaar te knopen.

De brief kan worden gezien als een politiek pressiemiddel: wie niet meer wil praten over het Nationaal Onderwijsakkoord, moet op de blaren zitten. Of ligt het genuanceerder? In de brief staat immers ook dat de ambitie om ‘de kostbare onderwijstijd zo effectief mogelijk te benutten’ wordt ondersteund door de aangenomen motie van D66 in de Tweede Kamer ‘om de urennorm van 1040 uur te herzien op een wijze die maximale ruimte biedt aan maatwerk voor leerlingen’. Daar kan het voortgezet onderwijs mee uit de voeten!

Daarbij komt dat de Inspectie van het Onderwijs al heeft aangekondigd niet sec naar de urennorm te zullen kijken. Het gaat de inspectie – terecht – om de onderwijskwaliteit die een school biedt. Als daar aanleiding toe is, kan de inspectie ook kijken naar het aantal uren onderwijs dat door een school is gerealiseerd. De consequentie daarvan kan zijn dat de school een boete krijgt en rijkssubsidie moet terugbetalen.

Ik ga ervan uit dat de brief van de staatssecretaris niet meer en niet minder is dan een technische mededeling, gebaseerd op een wet die nu eenmaal per 1 augustus in werking treedt. Ik hoop dat hij zo verstandig is om de scholen die ook met minder dan 1040 klokuren per jaar goede onderwijskwaliteit leveren niet het vuur na aan de schenen te leggen. Goed onderwijs is immers te waardevol voor een politiek steekspel.

In het nieuwe schooljaar 1000 of 1040 uur?

De Helpdesk van VOS/ABB krijgt veel vragen over de Wet onderwijstijd die op 1 augustus in werking treedt. In het voortgezet onderwijs ging men ervan uit dat de norm van 1000 lesuren per jaar zou gaan gelden, en niet de norm van 1040 uren zoals staatssecretaris Sander Dekker van OCW nu schrijft.

De VO-raad meldt dat de vo-scholen ‘volledig verrast’ zijn door de brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW, waarin staat dat met ingang van het nieuwe schooljaar de minimale urennorm van 1040 geldt. De scholen hebben hun begroting en roosters voor het nieuwe schooljaar al gebaseerd op 1000 lesuren, stelt de sectororganisatie.

In het Algemeen Dagblad zegt voorzitter Sjoerd Slagter van de VO-raad dat de scholen zich na de zomervakantie zullen houden aan de 1000 lesuren per jaar, en dus niet aan de wettelijk vastgelegde 1040 uren. ‘We hebben een compromis met de overheid gesloten over 1000 uur. Die kunnen we leveren. Daar willen we ons ook graag aan houden. Maar nu komt er ineens – midden in de zomervakantie – een brief van Dekker dat we na de vakantie gehouden zijn aan die 1040 urennorm. Verbazingwekkend.’

Vastgelegd in wet
De Helpdesk van VOS/ABB constateert dat de wetgeving over de minimale onderwijstijd in het voortgezet onderwijs gericht is op inwerkingtreding per 1 augustus. In die zin is het dus logisch dat de staatssecretaris aangeeft dat er per die datum gehandeld dient te worden naar de wet.

De verwarring over de minimale onderwijstijd heeft te maken een aangenomen motie van D66, die aanstuurde op 1000 lesuren. Daarnaast kan één en ander worden afgeleid uit gesprekken tussen de VO-raad en het ministerie van OCW. Feit is echter dat de Wet onderwijstijd, waarin wordt gesproken over 1040 uur, door zowel de Tweede als Eerste Kamer is aangenomen. Daarmee is de norm van 1040 lesuren wettelijk vastgelegd.

Opmerkelijk is dat de Inspectie van het Onderwijs eerder al heeft aangekondigd niet sec op de norm van 1040 uren te zullen handhaven. De inspectie kijkt in zijn algemeenheid naar de onderwijskwaliteit. Als daar aanleiding toe is, kan de inspectie daarnaast kijken naar de onderwijstijd, doch slechts in samenhang met het geconstateerde kwaliteitsniveau.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl