Lerarenvakbond weer in actie voor kleinere klassen

De vakbond Leraren In Actie voert opnieuw een handtekeningenactie tegen grote klassen in het voortgezet onderwijs. Dat deed LIA in 2013 ook al.

De actie in 2013 leidde volgens LIA weliswaar tot veel media-aandacht, maar niet tot het gewenste resultaat. ‘Helaas wilde een meerderheid van de Tweede Kamer de omvang van het probleem niet echt zien. Sinds die tijd staat het woord ‘plofklas’ in de Dikke Van Dale, maar de politiek begrijpt het nog niet’, zo staat op de website van LIA.

Lees meer…

Nieuw initiatief voor maximumaantal kinderen per klas

SP en D66 willen bij wet vastleggen dat klassen in het basisonderwijs maximaal 29 leerlingen mogen hebben. Het gemiddelde zou in de loop van de tijd omlaag moeten naar 23. De socialisten en liberaal-democraten komen in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017 met een gezamenlijke initiatiefwet die dit moet regelen.

Het is al eerder geprobeerd om het maximum te verbinden aan klassen in het basisonderwijs, onder andere door door SP-Kamerlid Tjitske Siderius. Ook was er het burgerinitiatief Stop de overvolle klassen van de vakbond Leraren in Actie.

Deze initiatieven strandden in de Tweede Kamer. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW liet in april van dit jaar in de Kamer weten dat hij geen maximumgrens aan het aantal leerlingen per klas zal stellen.

Omvang klas niet van bovenaf bepalen

Dekker wees er toen op dat de grootte van de klas niet per definitie invloed heeft op de kwaliteit van het onderwijs. Hij noemde die veronderstelling ‘een karikatuur’ en benadrukte dat de politiek in Den Haag niet van bovenaf met een maximumnorm moet komen. Een meerderheid in de Tweede Kamer steunde hem op dit punt.

PvdA-Tweede Kamerlid Loes Ypma zei dat ze klassen met meer dan 30 leerlingen ‘moeilijk uit te leggen’ vindt, maar ze zei ook dat als scholen daar een goede reden voor hebben ze voor grote klassen mogen kiezen. Karin Straus van de VVD zei dat het beter is om te investeren in de kwaliteit van leraren dan in kleine klassen. D66’er Paul van Meenen merkte op dat het bij het bestrijden van ‘plofklassen’ niet alleen gaat om extra geld, maar ook om minder regels en betere medezeggenschap voor ouders en leraren.

De PO-Raad noemde het burgerinitiatief ‘sympathiek’, maar zei ook het een taak van scholen te vinden en niet van de overheid om te besluiten over de grootte van klassen. ‘Groepsgrootte is immers maatwerk op schoolniveau’, aldus de sectororganisatie. VOS/ABB is het hiermee eens.

Ook AOb wil geen wettelijk maximum

De Algemene Onderwijsbond (AOb) liet weten weliswaar voor kleinere klassen te zijn, maar wilde ook geen maximum, dat bij de vorige poging op 23 was gesteld. ‘Als we 23 als maximum zouden eisen en leerling 24 meldt zich, dan moet een school de groep dus gaan splitsen, bijvoorbeeld tot twee keer twaalf. Met het risico dat een school financieel in de problemen komt. Dat moeten we niet willen’, aldus AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen.

Ondanks alle bezwaren uit het onderwijs zelf en uit de politiek, onderneemt de SP nu met steun van D66 opnieuw een poging om bij wet vast te leggen dat er in het basisonderwijs een maximumaantal leerlingen per klas moet worden ingevoerd.

Internetconsultatie wetsvoorstel tegen ‘monsterklassen’

Tot 12 februari kunt u online uw mening geven over het initiatiefwetsvoorstel van de SP voor kleinere klassen in het basisonderwijs.

Dit voorstel is afkomstig van SP-Kamerlid Tjitske Siderius. Zij wil dat de definitie van de leraar-leerlingratio wordt gewijzigd. In de door haar voorgestelde definitie telt het aantal leerlingen per (voltijds)leerkracht. Ander personeel, zoals klassenassistenten, directeuren en interne begeleiders, zouden niet meer onder deze definitie mogen vallen. Siderius stelt de leraar-leerlingratio op maximaal 29. Op termijn zou dat gemiddeld 23 op school- of locatieniveau moeten zijn.

Verder wil zij scholen verplichten om gegevens over groepsgrootte en de leraar-leerlingratio jaarlijks te verantwoorden aan de Inspectie van het Onderwijs. De gemiddelde leraar-leerlingratio wordt wat haar betreft als bekostigingsvoorwaarde opgenomen in de Wet op het primair onderwijs (WPO).

Het doel van het initiatiefwetsvoorstel van de SP is het verkleinen van de klassen in het basisonderwijs. Dat zou beter zijn voor de leerlingen, de werkdruk omlaag kunnen brengen en de kwaliteit van het onderwijs kunnen verbeteren.

Nu heeft één op elf klassen in het basisonderwijs 30 of meer leerlingen. Zulke klassen worden vanwege hun omvang wel ‘monsterklassen’ of ‘plofklassen’ genoemd.

Ga naar de internetconsultatie

SP maakt klassen groter
In 2012 meldde het Centraal Planbureau (CPB) in zijn doorrekening van de verkiezingsprogramma’s dat de SP met een toen door die partij voorgestelde bezuiniging van 1 miljard euro op de lumpsumfinanciering de klassen groter zou maken. Tegelijkertijd stond toen in het SP-verkiezingsprogramma dat er een maximale klassengrootte moest komen.

De OESO meldde in datzelfde jaar dat niet zozeer klassengrootte, maar de kwaliteit van de docent het onderwijssucces bepaalt. Vorig jaar benadrukte staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen de SP over de klassengrootte in het voortgezet onderwijs dat een kleine klas als groot kan worden ervaren en andersom. Het gaat volgens Dekker vooral om de didactische invulling van de les, de pedagogisch-didactische vaardigheden van de docent en de mate waarin de leerlingen geconcentreerd en gemotiveerd zijn.