Dekker: 150 miljoen uit NOA levert duizenden banen op

De 150 miljoen euro uit het Nationaal Onderwijsakkoord voor het aantrekken en behouden van jonge leraren heeft in het primair en voortgezet onderwijs in totaal circa 4400 extra fte opgeleverd. Dat staat in een brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer.

Het bedrag van 150 miljoen euro is eind 2013 na expliciete goedkeuring door de Tweede Kamer aan de lumpsum van de schoolbesturen toegevoegd. ‘Hierdoor, en vanwege het feit dat scholen het grootste deel van hun reguliere budget inzetten voor personele kosten, is in de verantwoording niet traceerbaar welke specifieke uitgaven samenhangen met deze extra middelen’, aldus Dekker.

Op verzoek van hem hebben de PO-Raad en de VO-raad een deel van hun leden gevraagd hoe zij het extra geld hebben ingezet. ‘Uit het onderzoek van de VO-raad blijkt dat een groot deel van de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs de middelen uit het NOA en Begrotingsafspraken 2014 (deels) heeft ingezet voor het aannemen en behouden van bijna 1800 fte aan jonge docenten. De PO-Raad concludeert dat de incidentele middelen hebben geleid tot ruim 2600 meer fte. Hiervan kon overigens niet bepaald worden welk deel aan jonge leerkrachten ten goede is gekomen’, schrijft de staatssecretaris.

Tweede Kamer keert zich tegen eigen lumpsumbesluit

De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen die indruist tegen het principe van de lumpsumbekostiging: staatssecretaris Sander Dekker van OCW moet van de Kamer per schoolbestuur laten zien hoeveel banen er voor jonge docenten bij zijn gekomen met het extra geld dat het kabinet daarvoor beschikbaar heeft gesteld.

De motie kwam van SP’er Jasper van Dijk en werd medeondertekend door Loes Ypma van de PvdA. Zij keerde zich onlangs ook al tegen het principe van de lumpsumbekostiging. Ypma wilde van Dekker weten of de bekostigingssystematiek van het basisonderwijs zodanig kon worden aangepast ‘dat de personele bekostiging over meerdere jaren gelijk zou zijn aan de feitelijke kosten’. Dit zou dus een terugkeer naar de declaratiebekostiging betekenen. De staatssecretaris liet weten hier niets voor te voelen.

Niet geoormerkt
Bij de door de PvdA medeondertekende motie van de SP, die dinsdag werd aangenomen, gaat het om het extra budget van 150 miljoen euro uit het Nationaal Onderwijsakkoord voor banen voor jonge leraren. Doordat dit geld is toegevoegd aan de lumpsumbekostiging van de scholen, is het niet geoormerkt, hoewel in het akkoord wel was afgesproken dat het in principe bedoeld was voor banen voor jonge leraren.

Dekker moest zich voor de zomer al hierover in de Tweede Kamer verantwoorden, ook op aandringen van Loes Ypma van de PvdA. Hij zei toen ervan uit te gaan dat schoolbesturen het extra geld voor banen voor jonge leraren daar daadwerkelijk voor inzetten. Bovendien benadrukte Dekker toen dat schoolbesturen zelf kunnen bepalen hoe zij hun middelen inzetten.

‘Dat is het gevolg van de keuze voor de lumpsumsystematiek die we met elkaar hebben gemaakt. Ik ben geen voorstander van het oormerken van dergelijke middelen. Uw Kamer heeft er ook nadrukkelijk mee ingestemd om deze middelen in te zetten via de lumpsum, zodat het niet leidt tot nieuwe administratieve lasten’, aldus Dekker.

Tegen eigen besluit
De Tweede Kamer laat nu met de aangenomen motie zien terug te komen op het eigen besluit om het extra budget van 150 miljoen euro uit het Nationaal Onderwijsakkoord toe te voegen aan de lumpsumbekostiging van de scholen.

De motie van de SP staat in het teken van het centraliserende streven van die partij om een einde te maken aan de lumpsumbekostiging, omdat die ‘alleen maar tot frustratie van leraren en ouders’ zou leiden. In de ogen van de SP verdwijnt geld voor onderwijs ‘maar al te vaak in bureaucratie en management’

‘De SP wil dan ook dat de lumpsum wordt opgeknipt en dat leraren rechtstreeks door het ministerie worden betaald. Daarmee weet je zeker dat het geld in de klas terechtkomt en niet bij managers’, denkt SP’er Jasper van Dijk.

P&O-netwerk regio Noord verzet naar 4 december

De bijeenkomst van het P&O-netwerk in de regio Noord is verzet van dinsdag 28 oktober naar donderdag 4 december. Dit heeft te maken met het feit dat de nieuwe CAO PO nog steeds niet volledig is uitgewerkt. Naar verwachting zullen de teksten in november beschikbaar komen. De locatie van de netwerkbijeenkomst blijft brede school De Drait in Drachten. 

Op de bijeenkomsten van de P&O-netwerken van VOS/ABB komen altijd actuele ontwikkelingen aan bod. U kunt uiteraard zelf ideeën aanleveren. De inhoud van het programma staat nu nog niet vast.

De bijeenkomsten is van 10 tot 16 uur en worden gehouden in brede school De Drait in Drachten. De lunch is inbegrepen.

Aanmelden (geldt ook voor de vaste netwerkdeelnemers) kan online via welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Netwerk P&O Noord’.

Vermeld in uw mail duidelijk uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer. Als u een bepaald onderwerp aan bod wilt laten komen, kunt u dat ook in uw mail vermelden.

Voor VOS/ABB-leden is deelname gratis (niet-leden betalen 150 euro per persoon (btw-vrij)).

Dit netwerk voor het primair onderwijs wordt geleid door senior beleidsmedewerker Silvia Schouten en juriste Céline Adriaansen van de Helpdesk van VOS/ABB. 

Informatie: Silvia Schouten, 06-22939653, sschouten@vosabb.nl

‘Toezeggingen snel vastleggen in regelingen!’

Het kabinet heeft bekendgemaakt waar het geld uit het Herfstakkoord aan wordt besteed. Maar komt dat geld er wel? Dat is helaas nog niet met 100 procent zekerheid te zeggen. Adviseur mr. Ronald Bloemers van de Helpdesk van VOS/ABB roept het ministerie van OCW op om voor het primair onderwijs snel met regelingen te komen om de toezeggingen van het kabinet vast te leggen.

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW hebben maandag de brief aan de Tweede Kamer gepubliceerd waarin staat wat de gelden uit het Herfstakkoord gaan betekenen voor het onderwijs. ‘Hoeveel geld er precies voor welke sector zal zijn, is nog onderwerp van gesprek’, aldus Bloemers. Maar wat volgens hem nog belangrijker is: ‘Is er, nu de brief is gepubliceerd, 100 procent zekerheid dat de gelden er daadwerkelijk komen? Nee, helaas niet.’

‘Vorige week berichtte het ministerie van OCW al dat in de eerdaags te publiceren Regeling bekostiging personeel PO 2014-2015 vooralsnog geen rekening zal worden gehouden met de gelden uit het Nationaal Onderwijsakkoord en het Herfstakkoord. Bloemers verwijst naar de volgende tekst van het ministerie van OCW:

‘Ook in het Begrotingsakkoord dat eind vorig jaar is overeengekomen tussen het kabinet en de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP zijn nieuwe investeringen vanaf 2015 in het vooruitzicht gesteld voor het primair onderwijs. Deze middelen zijn nog niet verwerkt in de regeling, omdat er eerst afspraken moeten worden gemaakt over modernisering van de arbeidsvoorwaarden en er een sectorakkoord moet worden gesloten, voordat het extra geld beschikbaar komt.’

In hun brief van maandag stellen Bussemaker en Dekker expliciet dat de ‘invulling (…) onder voorbehoud (is) van de integrale financiële afweging die in het voorjaar plaatsvindt’. De gestelde invullingen zijn dus vooralsnog toezeggingen van het ministerie van OCW aan het veld. Bloemers: ‘Schoolbestuurders mogen er dus nog niet mee gaan rekenen, want met de toezeggingen zijn de gelden er nog niet!’

Zolang niet in een regeling is vervat dat de gelden er daadwerkelijk komen, en ook niet duidelijk is wanneer dat gebeurt, is er dus nog geen antwoord op de vraag of het geld er echt zal komen. ‘Schoolbesturen in het primair onderwijs moeten voor 1 mei aanstaande hun bestuursformatieplannen gereed hebben. Daar kun je slechts gelden in meenemen waarvan je zeker weet dat je erover kunt beschikken. Extra banen worden niet gecreëerd met toezeggingen die nog niet verwerkt zijn in zekerheden.’

Het verdient de voorkeur, zo drukt Bloemers het voorzichtig uit, dat het ministerie van OCW de toezeggingen tijdig omzet in regelingen, zodat de schoolbesturen in het primair onderwijs daadwerkelijk hun formatie kunnen inrichten op basis van de toegezegde gelden. ‘Zolang er geen zekerheid is, groeit de onrust doordat er in de herfst wellicht een nieuw akkoord komt met een verlegging van de geldstroom. Misschien gaan de gelden dan wel naar een ander departement. De politiek kent in die zin geen verrassingen.’

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Miljoenen naar voren gehaald voor jonge leraren

Om jonge leraren te behouden voor het primair en voortgezet onderwijs, wordt in totaal 150 miljoen euro uit het onderwijsbudget voor de komende jaren naar voren gehaald. Deze maatregel komt voort uit het Nationaal Onderwijsakkoord.

De komende jaren treden er zoveel oudere leraren uit het onderwijs, dat er ondanks de krimp van het aantal leerlingen een gat in het personeelsbestand ontstaat. Daarom is het nodig om jonge leraren, die gezien de krimp op korte termijn geen werk meer zouden hebben, voor het onderwijs te behouden.

Jonge leraren binden aan het onderwijs is goedkoper dan hen te ontslaan. Als voor dat laatste zou worden gekozen, wordt het onderwijs geconfronteerd met hogere premies voor het Participatiefonds in verband met stijgende werkloosheidsuitgaven. Bovendien is de kans groot dat jonge leraren die worden ontslagen, elders werk vinden. Daardoor zouden ze voor het onderwijs verloren gaan, terwijl ze daar over enkele jaren weer hard nodig zijn.

Daarom is bepaald dat er een zogenoemde kasschuif plaatsvindt. De 150 miljoen euro die naar voren wordt gehaald, komt uit de begrotingen voor 2016 en 2017. Het primair onderwijs krijgt 85 miljoen euro (52,85 euro per leerling). De resterende 65 miljoen gaat naar het voortgezet onderwijs (69,35 euro per leerling).

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Onderwijsakkoord: Rosenmöller haalt AOb erbij

Paul Rosenmöller ziet het als zijn taak om verbindingen te leggen tussen werkgevers en werknemers in het voortgezet onderwijs. Hij zegt dat in een interview met het VO Magazine, het digitale blad van de VO-raad. De oud-vakbondsman en voormalig fractieleider van GroenLinks in de Tweede Kamer volgt daar als voorzitter Sjoerd Slagter op.

In het kader van het Nationaal Onderwijsakkoord, dat niet door de Algemene Onderwijsbond (AOb) is ondertekend, benadrukt Rosenmöller dat het leggen van verbindingen tussen werkgevers en werknemers essentieel is.

‘Dat is echt een van de dingen waaraan ik veel aandacht wil besteden. Verbinding is een centraal woord voor mij. En wat mensen me tijdens schoolbezoeken vertellen -niet alleen bestuurders, ook leraren– is dat de verhou­dingen in het onderwijs soms wel een beetje in beton gegoten lijken.’

Hij noemt het ‘onbestaanbaar’ dat de AOb als grote vakbond geen ondertekenaar is van de lopende cao. ‘Natuurlijk heeft elke bond die keuze, daar gaat het niet om, maar ik zou in zo’n geval toch willen kijken hoe ik zo’n vakorganisatie aan boord kan krijgen. Wat is voor de AOb van belang om weer te kunnen aansluiten?’ Het gesprek van Rosenmöller met de AOb is volgens het VO Magazine al geagendeerd.

CNV-leden steunen Nationaal Onderwijsakkoord

De leden van CNV Onderwijs zijn akkoord gegaan met het Nationaal Onderwijsakkoord. In het primair onderwijs stemde 92 procent voor, terwijl in het voortgezet onderwijs 81 procent zijn steun uitsprak. 

Terwijl de meeste leden van CNV Onderwijs voor het akkoord zijn, staat de handtekening van de Algemene Onderwijsbond (AOb) er niet onder. De AOb liep als grootste onderwijsvakbond uit onvrede over de ingezette koers weg uit de onderhandelingen.

Hoewel de overgrote meerderheid van de leden van CNV Onderwijs het akkoord steunt, plaatst een aantal van hen ook kritische kanttekeningen. Die betreffen vooral de seniorenregeling. De Bapo wordt afgeschaft en nieuwe afspraken moeten nog worden uitonderhandeld. Kritische CNV-leden dringen aan op een fatsoenlijke regeling.

Voorzitter Helen van den Berg van CNV Onderwijs is blij met de steun voor het onderwijsakkoord, zo meldt ze op de website van haar organisatie: ‘Het is mooi dat een zeer grote meerderheid het akkoord steunt. Onze kaderleden hebben goed aangevoeld wat op de werkvloer leeft en dat heeft mij enorm geholpen.’

PO-Raad ook akkoord
Het algemeen bestuur van de PO-Raad heeft ook ingestemd met het Nationaal Onderwijsakkoord. De afspraken geven het primair onderwijs vooral iets meer financiële ruimte, constateert de PO-Raad. Leraren gaan vanaf 2015 jaarlijks weer meer verdienen.

De sectororganisatie merkt verder op dat het primair en voortgezet onderwijs samen 150 miljoen euro krijgen voor behoud van werkgelegenheid. De PO-Raad vindt het ook positief dat er aandacht is voor de aantrekkelijkheid van het onderwijsvak, de werkdruk van leerkrachten en de versterking van de bestuurlijke kwaliteit.

De komende tijd werkt de PO-Raad aan een sectoraal bestuursakkoord met het ministerie van OCW en aan een nieuwe cao met de vakorganisaties. Daarin zullen de afspraken van het Nationaal Onderwijsakkoord worden uitgewerkt.

Weinig vertrouwen in Nationaal Onderwijsakkoord

Schooldirecteuren en leraren hebben maar weinig vertrouwen in het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA). Dat meldt DUO Onderwijsonderzoek, dat onder mensen uit het basis- en voortgezet onderwijs een opiniepeiling heeft uitgevoerd.

DUO Onderwijsonderzoek meldt dat in het basisonderwijs 18 procent van de directeuren en leraren het NOA geloofwaardig acht. In het voortgezet onderwijs is met 10 procent het vertrouwen nog geringer. Bijna niemand gelooft dat de werkdruk zal afnemen.

Als het gaat om het vertrouwen in het tweede kabinet-Rutte, wordt in het funderend onderwijs een daling geconstateerd. Nog maar iets meer dan de helft van de directeuren en leraren in het basisonderwijs heeft vertrouwen in het kabinet. In het voortgezet onderwijs is dat nog maar iets meer dan eenderde. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW doen het onder schooldirecteuren en leraren ook slecht.

Het enige lichtpuntje uit de opiniepeiling is voor D66. De partij, die zich altijd al als dè onderwijspartij profileert, wint onder schooldirecteuren en leraren aan populariteit.

Minister Bussemaker jaagt woedende AOb op de kast

Het Nationaal Onderwijsakkoord is bedoeld om werkgevers en werknemers zover te krijgen dat ze doen wat in het regeerakkoord staat. Dat zegt minister Jet Bussemaker van OCW in de Volkskrant.

De minister voegt daaraan toe: ‘Anders kan ik stoer roepen: oudere leraren moeten gewoon doorwerken. Maar dan gaat het gewoon niet gebeuren, want dat is iets waar de schoolbestuurders en en vakbonden samen over gaan.’ De uitspraken van Bussemaker zijn koren op de molen van de Algemene Onderwijsbond (AOb), die uit de onderhandelingen is weggelopen en het akkoord niet heeft ondertekend.

‘Het is goed dat Bussemaker dit toegeeft, maar typerend dat ze ermee heeft gewacht tot de handtekeningen onder het akkoord staan. Behalve die van de AOb en de Abvakabo dan,’ zegt AOb-voorzitter Walter Dresscher in reactie op het interview in de Volkskrant.

‘De decentralisatie van de cao-onderhandelingen wordt door het kabinet kennelijk als probleem ervaren en dat is nu met chantage omzeild. Terwijl het onderwijspersoneel nooit om decentralisatie heeft gevraagd. Het was een politieke wens om de cao-onderhandelingen in het onderwijs weg te halen bij het ministerie en ons te laten praten met de diverse opgetuigde werkgeversclubs. Die zullen wel blij zijn met dit interview: feitelijk zet de minister ze weg als stromannetjes voor het departement’, aldus Dresscher.

Onderwijsakkoord over moreel kompas bestuurders

Schoolbestuurders moeten altijd voor ogen houden dat hun werk gericht is op zo goed mogelijk onderwijs. Daarvoor is het nodig dat er voldoende tegenspraak is, onder anderen van leraren. Dit en andere zaken staan in het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA), dat donderdagochtend in het openbare Lyceum Ypenburg in Den Haag is gepresenteerd.

In het NOA staat dat iedereen die in het onderwijs werkt ‘zich bewust is van de grote maatschappelijke betekenis die het onderwijs heeft’. Dit vergt volgens de opstellers van het akkoord een ‘moreel kompas’, dat altijd moet zijn gericht op het realiseren van zo goed mogelijk onderwijs.

Tegenspraak
Vooral bestuurders moeten hier hun verantwoordelijkheid nemen, zo staat in het NOA, ‘door te zorgen voor een stevige participatie van de onderwijsgevenden zelf en door te zorgen voor het organiseren van voldoende tegenspraak’. Dat is nodig ‘om de kwaliteit van beleid, besluiten en beslissingen te vergroten’. Niet alleen leraren, ook ouders, leerlingen en andere stakeholders moeten hierbij worden betrokken. Daartoe moeten de medezeggenschapsorganen beter in positie worden gebracht.

Zonder dat dit expliciet in het NOA wordt vermeld, hebben bovenstaande doelstellingen natuurlijk te maken met de affaire rond het falende bestuur van de gevallen onderwijskolos Amarantis en de chaos bij het openbaar onderwijs in Rotterdam. Het schortte in beide gevallen ernstig aan medezeggenschap. De bestuurders regeerden in feite alleen, zonder dat zij zich iets aantrokken van wat er in de organisatie leefde.

Governance en toezicht
Het is volgens de opstellers van het akkoord nodig om de governancecodes in de onderwijssectoren goed tegen het licht te houden. Het zwaartepunt van het toezicht dient te liggen bij betere checks and balances. Bij de versterking van de bestuurskracht wordt uitgegaan van de brief hierover die minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in april naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.

Andere belangrijke punten uit het NOA:

  • Bij goed onderwijs gaat het niet alleen om kennisoverdracht, maar ook om culturele ontplooiing, diversiteit, verdraagzaamheid, morele volwassenwording, zingeving en identiteitsvorming. Om dit waar te maken, zijn verbinding en samenwerking cruciaal.
  • Het primair en voortgezet onderwijs krijgen elk een professioneel statuut, waarmee zeggenschap van teams wettelijk wordt verankerd. Als voorbeeld hiervoor kan het al bestaande professioneel statuut van het middelbaar beroepsonderwijs dienen.
  • De werkdruk die door veel leraren wordt ervaren, moet omlaag. Een van de maatregelen is dat de minimale onderwijstijd in het voortgezet onderwijs eenduidig op 1000 uur komt te liggen, met uitzondering van het examenjaar. De schotten tussen de leerjaren verdwijnen, zodat vo-scholen flexibel met de urennorm kunnen omgaan.
  • De kwaliteit van de leraren moet omhoog. Er komt geld om leraren continu te laten werken aan hun verdere professionalisering. In 2017 moeten in het voortgezet onderwijs alle leraren bevoegd zijn voor het vak dat zij geven. Alleen als het niet anders kan, bijvoorbeeld bij lesuitval, kunnen scholen on- of onderbevoegde leraren voor de klas zetten.
  • De nullijn verdwijnt mogelijk al in 2014. Daar komt 34 miljoen euro voor beschikbaar, mits de afspraken van het NOA voor 1 juni 2014 zijn opgenomen in de respectievelijke cao’s. In 2015 zal het kabinet de loonbijstelling voor het onderwijs weer conform het referentiemodel volledig uitkeren. Dan wordt de nullijn dus in elk geval beëindigd.
  • Er komt geld beschikbaar om vooral jonge leraren aan het werk te houden. In 2014 kan daar 150 miljoen euro aan worden besteed.
  • De regeldruk in het onderwijs moet omlaag. Het gaat hier administratieve lasten die voortkomen uit onder andere wet- en regelgeving, cao’s en het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Onderwijsakkoord: in 2014 tóch einde nullijn

De nullijn voor onderwijspersoneel wordt toch al in 2014 beëindigd. Dat is afgesproken in het Nationaal Onderwijsakkoord, dat donderdag wordt gepubliceerd. In de onderwijsbegroting die op Prinsjesdag bekend werd, staat nog dat de nullijn pas in 2015 wordt beëindigd.

CNV Onderwijs meldt op basis van het Nationaal Onderwijsakkoord dat personeel in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs er in 2014 salaris bij krijgt. Vanaf 2015 zou het hele onderwijs van de nullijn af zijn.

In de onderwijsbegroting voor 2014 en de jaren daarna staat echter dat de nullijn in 2014 gehandhaafd blijft, maar dat er mogelijkheden zijn om die te beëindigen. Er kan loonruimte worden vrijgespeeld door bijvoorbeeld het versoberen van secundaire arbeidsvoorwaarden. Het jaar daarna wordt de nullijn beëindigd, zo staat in de begroting: ‘Het kabinet (zal) in 2015 de loonbijstelling wel uitkeren, in lijn met de normale referentiesystematiek.’

Einde Bapo
In het Nationaal Onderwijsakkoord staat volgens CNV Onderwijs ook dat er een nieuwe seniorenregeling komt in combinatie met een overgangsregeling voor de huidige Bapo-regeling. Daarover moeten in de komende cao-onderhandelingen afspraken worden gemaakt. Pas wanneer die afspraken er zijn, verdwijnt de huidige Bapo-regeling.

Een andere belangrijke afspraak is dat in het voortgezet onderwijs de minimale onderwijstijd in de onderbouw van 1040 uur wordt vervangen door een eenduidige onderwijstijdnorm van 1000 uur, met uitzondering van het examenjaar. De gedachte is hierachter is dat het afschaffen van de schotten per schooljaar tot meer flexibiliteit en minder werkdruk leidt.

689 miljoen
Andere afspraken uit het Nationaal Onderwijsakkoord waren al min of meer bekend. Zo moeten er 3000 extra banen voor jonge leraren komen. Ook komt er meer tijd en geld voor scholing van personeel. Nu het akkoord er is, zegt het kabinet 689 miljoen euro in het onderwijs te investeren. Dit klinkt mooier dan het is: het geld is voor een groot deel een verschuiving van onderwijsbudgetten.

Het Nationaal Onderwijsakkoord wordt donderdag 19 september gepresenteerd. VOS/ABB zal de volledige tekst dan zo snel mogelijk online zetten.

Hoe nationaal is het onderwijsakkoord?

Mooi, er ligt een Nationaal Onderwijsakkoord. Oké, het is nog een principeakkoord, dat moet worden voorgelegd aan de leden van de werkgevers- en werknemersorganisaties, maar toch: mooi dat er nu eindelijk handtekeningen zijn gezet. Maar wat is er nationaal aan, als de Algemene Onderwijsbond (AOb) als grootste werknemersorganisatie het niet steunt?

Het handhaven van de nullijn in het onderwijs was voor de zomervakantie voor de AOb reden om weg te lopen van de onderhandelingstafel. Later besloot de Stichting van het Onderwijs, waarin de werkgevers en werknemers zijn verenigd, dat ook te doen. Om dezelfde reden, nadat het kabinet de noodzaak van de nullijn had bevestigd. Dat volgde op de bekendmaking door minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën dat er in 2014 voor een bedrag van in totaal 6 miljard euro moet worden bezuinigd op de overheidsuitgaven.

Het bevreemdde mij dat na de zomervakantie vanuit de VO-raad het signaal kwam dat er wel weer te praten viel, terwijl er geen tekenen leken te zijn dat het kabinet de nullijn zou loslaten. Zoals de vlag er nu voorhangt, is het nog maar zeer de vraag of het personeel er toch geld bij krijgt. Voorlopig zijn de berichten hierover slechts gebaseerd op wat ‘goed ingewijden’ melden. Het is nog helemaal niet bekend of en zo ja wanneer wie er hoeveel bij zou kunnen krijgen. Pas op Prinsjesdag kunnen we hier meer informatie over verwachten. Dat is veel te laat!

Afgezien hiervan is het volgens mij niet goed dat de onderhandelende partijen verdeeld zijn geraakt. De AOb heeft als grootste onderwijsbond van Nederland het principeakkoord (nog) niet ondertekend, terwijl CNV Onderwijs en de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad dat wel hebben gedaan. Al deze organisaties zitten in de Stichting van het Onderwijs, die zich als een eenheid tegenover het kabinet sterk zou moeten maken voor goed onderwijs en met één mond zou moeten spreken.

De gang van zaken rond het Nationaal Onderwijsakkoord komt daarom op mij over als een sterk staaltje van verdeel-en-heers-tactiek van minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW, met als vette worst die zij voorhielden investeringen in het onderwijs die kunnen oplopen tot bijna 700 miljoen euro.

Nationaal Onderwijsakkoord rond, maar zonder AOb

Het langverwachte Nationaal Onderwijsakkoord is ondertekend. Alle partijen zijn er verheugd over dat er een principeakkoord is bereikt, dat aan de respectievelijke leden zal worden voorgelegd. De handtekening van de Algemene Onderwijsbond (AOb) staat er echter niet onder. De AOb had zich van de onderhandelingstafel teruggetrokken, omdat de grootste onderwijsbond zich niet kon vinden in het handhaven van de nullijn.

‘Overleg met @SanderDekker en @jetbussemaker bij @MinOCW. Laatste puntjes op de i voor het #NatOnderwijsAkkoord’, zo twitterde voorzitter Helen van den Berg afgelopen vrijdag. Een dag daarvoor zei minister Jet Bussemaker van OCW tegen het ANP dat zij met de onderhandelingspartijen ‘heel dicht bij’ een akkoord was. Op maandag is het langverwachte akkoord dan eindelijk ondertekend.

Opmerkelijk is dat de nullijn voor onderwijspersoneel voor het vijfde jaar op rij waarschijnlijk gehandhaafd blijft. Er zijn echter berichten dat de nullijn vanaf 2014 ‘gefaseerd wordt afgebouwd’. Wat er precies gaat gebeuren, wordt waarschijnlijk pas na Prinsjesdag duidelijk.

Het bevroren blijven van de salarissen was voor de AOb voor de zomervakantie reden om uit het overleg te stappen. Later besloot ook de Stichting van het Onderwijs, waarin onder andere de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad vertegenwoordigd zijn, niet meer met het kabinet te praten.

Dat besluit volgde op de bekendmaking door minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën dat er in 2014 voor 6 miljard euro extra moet worden bezuinigd om aan de begrotingseisen van Brussel te kunnen voldoen. Daarmee werd volgens het kabinet de noodzaak van de nullijn bevestigd. Persbureau Novum meldde vorige week dat de VO-raad toch wel weer om de tafel wilde.

In het nu ondertekende principeakkoord staan de volgende afspraken:

  • Er komt een impuls voor de werkgelegenheid in het primair en voortgezet onderwijs, waardoor in 2014 3000 jonge leraren extra een baan kunnen krijgen of behouden;
  • Er komen tijd en geld voor de nascholing van leraren;
  • Het lerarenregister wordt wettelijk verankerd;
  • In 2017 moet gewaarborgd zijn dat iedere onderwijsgevende gekwalificeerd en bevoegd is;
  • De positie van de leraar wordt versterkt, onder andere door een professioneel statuut in het primair en voortgezet onderwijs, waarmee de zeggenschap van onderwijsteams wettelijk wordt geregeld;
  • De werkdruk en de administratieve verplichtingen voor leraren worden verminderd;
  • Er komt een onderzoek naar de administratieve rompslomp in het onderwijs;
  • De invulling van de onderwijstijd in het voortgezet onderwijs wordt flexibeler;
  • De secundaire arbeidsvoorwaarden worden gewijzigd: de BAPO wordt vervangen door een seniorenregeling die bij de huidige tijd past.

Het bereiken van een akkoord was voor het kabinet voorwaarde om, zoals eerder afgesproken, extra in het onderwijs te investeren. De beloofde investeringen van het kabinet lopen op tot een bedrag van 689 miljoen euro.

De AOb meldt vooralsnog geen aanleiding te zien om het akkoord te ondertekenen. Eerst moet de inhoud ervan helemaal duidelijk worden, vindt de grootste onderwijsbond van Nederland. AOb-voorzitter Walter Dresscher stelt dat het kabinet alleen maar met onderwijsgeld schuift en niet met diepte-investeringen komt.

Gesprekken over Nationaal Onderwijsakkoord gestopt

De onderhandelende partijen in de Stichting van het Onderwijs praten niet meer met het kabinet over het afsluiten van een Nationaal Onderwijsakkoord.

De partijen, waaronder de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad, zeggen het te betreuren het dat het kabinet geen perspectief kan bieden op de loonontwikkeling van onderwijspersoneel.

Het gaat hier om de nullijn, die voor de zorgsector van tafel is, maar voor het onderwijs gehandhaafd blijft. Dit werd bekend toen minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën zijn brief over de 6 miljard euro aan extra bezuinigingen naar buiten bracht.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) was al van de onderhandelingstafel weggelopen. Nu hebben alle onderhandelende partijen in de Stichting van het Onderwijs dat dus gedaan.

Als het kabinet in augustus met betere voorstellen komt, staat de Stichting van het Onderwijs open voor het hervatten van de onderhandelingen.