Grote herverdeling van budget leerplusarrangement

Scholen voor voortgezet onderwijs moeten er rekening mee houden dat het geld voor het tegengaan van onderwijsachterstanden (leerplusarrangement) op een heel andere manier wordt verdeeld. Dat blijkt uit een brief van onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek gedaan naar een andere systematiek voor de verdeling van het geld uit het leerplusarrangement. Nu wordt nog gekeken naar het aandeel leerlingen per school dat woont in armoedeprobleemcumulatiegebieden (apc-gebieden). Dat zijn viercijferige postcodegebieden waar het gemiddelde inkomen laag is en waar veel mensen met een niet-westerse migratieachtergrond wonen.

Doordat in de indicator ‘niet-westerse migratieachtergrond’ bepalend is, krijgen scholen in steden met veel niet-westerse allochtonen (bijvoorbeeld Turken en Marokkanen) gemiddeld meer onderwijsachterstandengeld dan scholen in niet-stedelijke gebieden met maar weinig bewoners met een niet-westerse migratieachtergrond.

Slob: ‘Aanzienlijke herverdelingseffecten’

In het primair onderwijs wordt nu al gewerkt met een nieuwe door het CBS ontwikkelde indicator. Die brengt volgens de minister ‘de doelgroep beter in kaart’, waardoor ‘de middelen daar terechtkomen waar ze het hardst nodig zijn’.

Slob wil nu ook dat er een dergelijke indicator komt voor het voortgezet onderwijs. Dat gaat niet van vandaag op morgen, relativeert hij, maar de nieuwe indicator zal leiden tot ‘aanzienlijke herverdelingseffecten’. Hij verwacht zelfs dat de herverdeling meer impact zal hebben op het voortgezet onderwijs dan eerder op het primair onderwijs.

Lees meer…