Wil Dekker af van 1040 uur?

Is de brief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW over de minimale onderwijstijd een politiek pressiemiddel of stuurt hij ermee aan op het loslaten van de omstreden 1040-urennorm?

In de Wet onderwijstijd, die door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen, staat dat de minimale onderwijstijd in de onderbouw van het voortgezet onderwijs 1040 klokuren per jaar is. Daarbij geldt dat de school 60 uur aan maatwerkactiviteiten mag meetellen. Hiertoe rekent OCW extra taallessen, mentoruren of bijlessen die niet alle leerlingen hoeven te volgen. De wet treedt op 1 augustus in werking, dus is het logisch dat de staatssecretaris aangeeft dat per die datum de norm van 1040 uur van kracht zal zijn.

In de gesprekken over het Nationaal Onderwijsakkoord leek echter te worden aangestuurd op 1000 klokuren. Nu die gesprekken nog geen resultaat hebben opgeleverd en bovendien sinds eind juni stilliggen, blijft de norm voor de onderbouw in elk geval in het schooljaar 2013-2014 op 1040 uur liggen.

Dat de gesprekken over het Nationaal Onderwijsakkoord stilliggen, heeft te maken met de extra structurele bezuiniging van 6 miljard euro die het kabinet vanaf 2014 wil doorvoeren. Onderdeel van die bezuiniging is de nullijn voor het onderwijspersoneel. Dit was voor de Stichting van het Onderwijs, waarin werkgevers en werknemers verenigd zijn, reden om de gesprekken met het kabinet stop te zetten.

Prompt volgt de brief van staatssecretaris Dekker, waarin hij stelt dat de 1040-urennnorm in het nieuwe schooljaar geldt, terwijl het voortgezet onderwijs uitging van 1000 uur. Daarmee hebben de scholen in hun begroting rekening gehouden. De sector heeft al herhaaldelijk kenbaar gemaakt dat 1040 uur budgettair niet gaat lukken, temeer daar OCW met allerlei stille bezuinigingen het de scholen steeds moeilijker maakt om de eindjes aan elkaar te knopen.

De brief kan worden gezien als een politiek pressiemiddel: wie niet meer wil praten over het Nationaal Onderwijsakkoord, moet op de blaren zitten. Of ligt het genuanceerder? In de brief staat immers ook dat de ambitie om ‘de kostbare onderwijstijd zo effectief mogelijk te benutten’ wordt ondersteund door de aangenomen motie van D66 in de Tweede Kamer ‘om de urennorm van 1040 uur te herzien op een wijze die maximale ruimte biedt aan maatwerk voor leerlingen’. Daar kan het voortgezet onderwijs mee uit de voeten!

Daarbij komt dat de Inspectie van het Onderwijs al heeft aangekondigd niet sec naar de urennorm te zullen kijken. Het gaat de inspectie – terecht – om de onderwijskwaliteit die een school biedt. Als daar aanleiding toe is, kan de inspectie ook kijken naar het aantal uren onderwijs dat door een school is gerealiseerd. De consequentie daarvan kan zijn dat de school een boete krijgt en rijkssubsidie moet terugbetalen.

Ik ga ervan uit dat de brief van de staatssecretaris niet meer en niet minder is dan een technische mededeling, gebaseerd op een wet die nu eenmaal per 1 augustus in werking treedt. Ik hoop dat hij zo verstandig is om de scholen die ook met minder dan 1040 klokuren per jaar goede onderwijskwaliteit leveren niet het vuur na aan de schenen te leggen. Goed onderwijs is immers te waardevol voor een politiek steekspel.