Nederlandse voortgezet onderwijs presteert goed

Nederland is een consistent hoog presterend land, dat met het voortgezet onderwijs heel goed in staat is om sociaal-economische ongelijkheden te corrigeren. Dat blijkt uit het Programme for International Student Assessment 2015 (PISA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), waarvan de samenvatting naar de Tweede Kamer is gestuurd.

In de aanbiedingsbrief bij de samenvatting meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW dat in Nederland in vergelijking met het OESO-gemiddelde weinig 15-jarige leerlingen de laagste en veel leerlingen de hoogste scores halen.

‘Opvallend is wel dat de percentages laag presterende leerlingen in heel Europa stijgen, ook in Nederland’, aldus Dekker. Dat lijkt volgens hem het belang van het onlangs ingezette kabinetsbeleid rond kansengelijkheid te onderstrepen.

Download de samenvatting PISA 2015

Aandeel vrouwen in Nederlandse onderwijs is niet zo groot

Het aandeel vrouwelijke leraren is in Nederlandse lager dan in veel andere landen. Dat blijkt uit de Teaching and Learning International Survey (TALIS) 2013, een grootschalig internationaal onderzoek dat is uitgevoerd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

In Nederland is 54,6 procent van de leraren vrouw, meldt de OESO. Alleen in Japan en Mexico is dat percentage lager (respectievelijk 39,0 en 53,8 procent). In 29 andere onderzochte landen is het aandeel vrouwelijke docenten (aanmerkelijk) hoger. Letland scoort met 88,7 procent het hoogst, gevolgd door Estland met 84,5 procent en Slowakije met 81,9 procent.

Met de gemiddelde leeftijd van de leraren staat Nederland met 43,2 jaar in de middenmoot. Het gemiddelde in de onderzochte landen is 42,9 jaar. Het aandeel leraren met een opleiding op hbo- of universitair niveau is in Nederland met 95,2 procent hoog. In Italië is dat dat met 80,5 procent het laagst, in  Australië met 99,9 procent het hoogst.

Nederland valt op als het gaat om het aandeel leraren dat fulltime werkt. Dat aandeel is met 43,4 procent laag. Alleen in Mexico en Brazilië is het aandeel fulltimers nog lager (respectievelijk 40,4 en 40,3 procent). In landen als Zuid-Korea, Abu Dhabi en Maleisië werken bijna alle docenten voltijds.

In tegenstelling tot het beeld dat in de media overheerst, scoort Nederland gemiddeld als het gaat om het aandeel leraren met een vast arbeidscontract (84 procent). Abu Dhabi scoort met 50 procent het laagst. Ook in landen als Chili en Roemenië (62,9 respectievelijk 69,5 procent) hebben relatief weinig leraren een vaste baan. Maleisië, Frankrijk en Denemarken zijn wat dit betreft paradijzen: daar hebben bijna alle docenten een vast arbeidscontract.

Het aantal leerlingen per klas ligt met 25,4 leerlingen in Nederland iets boven het internationale gemiddelde van 24,1 leerlingen. Vlaanderen heeft met gemiddeld 17,1 leerlingen de kleinste klassen, op de voet gevolgd door Estland en Letland. De landen met gemiddeld de meeste leerlingen per klas zijn Singapore (35,5), Mexico (33,0) en Zuid-Korea (32,4).