Petitie tegen overvolle klassen 45.000 keer ondertekend

De petitie van de vakbond Leraren In Actie tegen overvolle klassen in het primair en voortgezet onderwijs is 45.000 keer ondertekend.

De petitie is maandagmiddag aangeboden aan de Tweede Kamer. Dat gebeurde in een glazen klaslokaal dat hiervoor speciaal was neergezet op Het Plein bij de Tweede Kamer.

Leerlingen uit Den Haag kregen in dit speciale lokaal les van Amerika-deskundige Willem Post en de Kamerleden Peter Kwint (SP) en Paul van Meenen (D66).

Lees meer…

Genoeg handtekeningen voor kleinere klassen

Leraren In Actie (LIA) heeft dinsdagmiddag in de Tweede Kamer bijna 47.000 handtekeningen aangeboden van mensen die net als deze onderwijsbond willen dat de klassen kleiner worden.

Met de bijna 47.000 handtekeningen voldoet LIA ruimschoots aan het minimumaantal van 40.000 handtekeningen voor een zogenoemde burgerinitiatief. Dit betekent dat de Tweede Kamer het initiatief voor kleinere klassen in behandeling moet nemen.

LIA wil dat er maatregelen worden genomen om de klassen kleiner te maken. Dit moet volgens de organisatie gebeuren door het maximumaantal leerlingen per klas in het reguliere onderwijs met ingang van het schooljaar 2014-2015 terug te brengen naar 28. Vervolgens wil LIA dit in drie jaar afbouwen naar maximaal 24.

Staatssecretaris Sander Dekker heeft de Tweede Kamer laten weten dat hij niets ziet in  een maximumaantal leerlingen per klas. Er komt wat hem betreft overigens ook niet een minimumaantal. Hij laat het aan de scholen zelf over hoe groot de klassen zijn.

Dekker telt minder grote klassen dan AOb

De klassen zijn volgens staatssecretaris Sander Dekker van OCW kleiner dan de Algemene Onderwijsbond (AOb) suggereert.

De AOb meldt op basis van een enquête dat een op de vijf leerkrachten op grote scholen een groep heeft van meer dan 30 leerlingen. Dekker zegt dat maar één op de veertien groepen meer dan 30 leerlingen heeft. De gemiddelde klas telt volgens gegevens van het ministerie van OCW 23,3 leerlingen.

Nog grotere verschillen zitten er tussen de cijfers als het gaat om groepen met meer dan 28 leerlingen op scholen met 200 tot 500 kinderen. Volgens de AOb heeft 40 procent van de groepen meer dan 28 leerlingen. OCW komt hier uit op 17 procent.

De verschillen zijn mogelijk te verklaren uit het feit dat Dekker een representatieve steekproef heeft genomen uit alle scholen, terwijl de AOb zich baseert op wat leraren melden. Het is goed mogelijk dat vooral leraren met veel leerlingen op de enquête hebben gereageerd.

Dekker laat aan de Tweede Kamer weten geen aanleiding te zien om een bovengrens van het aantal leerlingen per klas in te stellen. Er komt ook geen ondergrens. Hij wil het aan de scholen zelf overlaten hoe groot de klassen zijn.

Negatieve effecten van kleinere klassen

Onderwijswethouder René Peters (CDA) van de gemeente Oss waarschuwt voor onbedoelde negatieve gevolgen van kleinere klassen. Hij reageert in zijn blog op de actie Stop de overvolle klassen van de vakbond Leraren In Actie (LIA).

Peters stelt dat met een maximumaantal leerlingen per klas van 24, zoals LIA wil, de toekomst van bijvoorbeeld gymnasiumklassen onzeker kan worden. Zijn waarschuwing heeft te maken met de financieringssystematiek van het onderwijs, die is gebaseerd op een bedrag per leerling.

Kleine klassen, zoals van een gymnasiumafdeling, zijn mogelijk doordat op andere afdelingen grotere klassen worden gevormd. Dat geldt ook voor vakken die weinig leerlingen kiezen, zoals wiskunde D.

Het probleem van te volle klassen kan volgens Peters alleen worden opgelost worden als de overheid substantieel meer geld gaat investeren in het onderwijs. Hij denkt niet dat dat gaat gebeuren.