Praktijklokalen stuk veiliger geworden

Vmbo-scholen zijn op de goede weg om de veiligheid in praktijklokalen te verbeteren, maar nog altijd voldoet 13 procent niet aan alle veiligheidseisen. Dat blijkt uit antwoorden van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op Kamervragen van de SP.

De Tweede Kamerleden Tjitske Siderius en Paul Ulenbelt van de SP wilden opheldering van minister Asscher naar aanleiding van een bericht in de Stentor over een ongeluk in een praktijklokaal van het Greijdanus College in Zwolle. Een 12-jarige leerling liep daar blijvend oogletsel op doordat hij geen veiligheidsbril droeg.

Asscher antwoordt dat de Inspectie SZW concludeert dat de scholen op de goede weg zijn bij het verbeteren van de veiligheid. ‘Het handhavingspercentage is van 64% in 2013 gedaald naar 13% in 2014′, aldus Asscher. Dit betekent dat één op de zeven vmbo’s de veiligheid nog niet (volledig) op orde heeft.

Het aantal ongelukken is de afgelopen jaren afgenomen, zo blijkt uit de antwoorden van Asscher. In de periode 1998–2009 waren er in het onderwijs onder docenten, andere medewerkers en leerlingen in totaal 162 slachtoffers van ongevallen met machines of gevaarlijke stoffen. In 2012 en 2013 waren dergelijke ongevallen er niet. In 2014 werden er twee gemeld.

In de periode 2010-2014 zijn in het voortgezet onderwijs 39 boetes opgelegd die te maken hebben met een onveilige situatie, waarvan zes boetes het vmbo raakten.

Katern Veiligheid en Arbobeleid
Voor leden van VOS/ABB is in het besloten ledengedeelte het katern Veiligheid en Arbobeleid opgenomen. Dit praktische en zeer informatieve katern gaat over de voorschriften voor een veilige en gezonde omgeving voor personeel en leerlingen.

Het betreft een online herziening van het katern dat VOS/ABB in 2006 in druk uitgaf.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 09.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Praktijklokalen moeten veiliger

In negen van de tien scholen wordt in de praktijklokalen volgens de Arbeidsinspectie onveilig gewerkt. Vooral in de praktijklokalen metaalbewerking, houtbewerking en voertuigentechniek gaat het mis. Regelmatig trof de Arbeidsinspectie bijvoorbeeld boor-, slijp- en zaagmachines aan die niet waren afgeschermd. Sommige machines bleken door de leveranciers zo te zijn geleverd. 

In natuur- en scheikundelokalen en laboratoria kwamen overtredingen voor met gevaarlijke chemicaliën. Hier ontbrak bijvoorbeeld een lekbak of waren de stoffen niet juist opgeslagen. Bij onjuiste opslag kunnen verschillende stoffen samen leiden tot bijvoorbeeld brand. Ook houtstof, dat vrijkomt bij houtbewerking, is een gevaarlijke stof. De Arbeidsinspectie constateert dat veel scholen niet bekend zijn met het explosiegevaar bij de afzuiging van houtstof. Dit kan met zuurstof een explosief mengsel vormen.

De Arbeidsinspectie vindt het extra belangrijk dat deze risico’s worden aangepakt omdat het gaat om leerlingen op een leeftijd waar ongelukken door onervarenheid of onoplettendheid op de loer liggen. Leerlingen zijn bovendien de toekomstige werknemers. Het is van belang dat veilig en gezond werken in de opleiding goed wordt aangeleerd.

Daarom gaan werkgevers en werknemers afspraken maken over veilig en gezond werken. Zij zullen deze waar nodig aanvullen met maatregelen voor de beveiliging van machines en gevaarlijke stoffen. Ook worden de resultaten van de inspecties besproken in de bijeenkomsten die de sectororganisaties in 2009 houden.