Training om radicalisering te herkennen niet verplicht

Het ministerie van OCW blijft scholen wijzen op de mogelijkheid trainingen te volgen om radicalisering onder leerlingen beter te herkennen. Deze trainingen worden echter niet verplicht, meldt onderwijsminister Arie Slob.

‘Een specifieke training kan uiteraard helpen om het radicaliseringsproces tijdig te onderkennen en hier adequaat op te reageren’, aldus Slob in reactie op Kamervragen van de VVD. De Kamerleden Bente Becker en Rudmer Heerema hadden aan de bel getrokken bij de minister, nadat onder andere de NOS had gemeld dat maar heel weinig leraren een dergelijke training hebben gevolgd.

De minister vindt dat het aantal leraren dat een training heeft gevolgd om radicalisering beter te herkennen te wensen overlaat, maar hij is niet van plan om deze trainingen te verplichten. ‘Wel zullen we waar mogelijk scholen attenderen op de mogelijkheid’, aldus Slob.

Lees meer…

Steun bij aanpak van salafisten

Gemeenten en scholen krijgen steun bij de aanpak van grensoverschrijdend gedrag door salafistische organisaties, om te voorkomen dat kinderen worden geïsoleerd van onze samenleving. Daar is een handreiking voor ontwikkeld.

Dit schrijft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer. Salafistische organisaties worden in kaart gebracht en lokale overheden en onderwijsinstellingen worden geholpen met een handreiking, waarmee beoordeeld kan worden of het gedrag van een religieuze organisatie grensoverschrijdend is. In het Normatief Kader problematisch gedrag, dat is gepubliceerd als bijlage bij de brief, staan voorbeelden van gedragingen en daarbij passende voorbeelden van maatregelen en acties.

De minister zegt in zijn brief de zorgen van de Tweede Kamer over de opkomst van het salafistisch gedachtegoed in ons land te delen. ‘Voor intolerantie moeten we intolerant zijn’. Tegelijkertijd wil het kabinet geen religie verbieden of treden in de persoonlijke geloofsopvatting van mensen, omdat individuele vrijheid de basis is van onze rechtsstaat. Maar tegen haatzaaien en ronselen voor de gewapende strijd wordt streng opgetreden. Organisaties die zich niet aan de wet houden, kunnen verboden worden. ‘Maar ook bij gedrag dat niet onwettig maar wél onwenselijk is, zijn er middelen om op te treden’, aldus Asscher in zijn brief aan de Tweede Kamer.

Hij noemt als voorbeeld de situatie waarbij een omstreden prediker door een salafistische organisatie wordt uitgenodigd om te spreken. Als het een EU-ingezetene betreft, kan een visum niet geweigerd worden, maar een gemeente kan wel degelijk in actie komen, de conferentie verbieden of de politie inzetten.