15 jaar cel voor fatale steekpartij op schoolplein

De man die in mei vorig jaar op het plein van een Rotterdamse basisschool een vrouw heeft doodgestoken, is veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf.

Het Openbaar Ministerie was uitgegaan van moord en had 20 jaar gevangenisstraf geëist. De rechter kwam tot een lagere straf, omdat hij moord niet bewezen achtte. De man is in plaats daarvan veroordeeld op grond van doodslag.

De veroordeelde had in de rooms-katholieke Augustinusschool in Rotterdam-West ruzie met zijn ex. Een vrouw die tussenbeide kwam, werd door hem neergestoken en overleed aan de verwonding. Zij was moeder van een 10-jarige leerling van de school.

De rechter nam het de verdachte extra kwalijk dat hij geen enkele spijt had betuigd. Verder telde in zijn nadeel mee dat de steekpartij op een schoolplein was.

Rechter bepaalt: risicoleerling (7) weer naar school

De kort geding-rechter heeft bepaald dat een inmiddels 7-jarige risicoleerling naar de Johannesschool in Hillegom mag. Ouders van andere leerlingen van deze school hadden in kort geding geëist dat de jongen niet zou worden toegelaten, maar de rechter heeft deze eis afgewezen.

De rechter heeft meegewogen dat de leerling volgens deskundigen die hem hebben behandeld, geen groter risico vormt voor grensoverschrijdend seksueel gedrag dan willekeurig welk ander kind. De deskundigen geven verder aan dat er geen reden is om dit kind op een school voor speciaal onderwijs te plaatsen. Bovendien heeft de Johannesschool een veiligheidsplan opgesteld dat voorziet in continu toezicht op de jongen.

Afgelopen zomer is dit kind verwijderd van een andere school van de (katholieke) Sophia Stichting, juist vanwege grensoverschrijdend seksueel gedrag. Sindsdien krijgt hij thuisonderwijs. Terugplaatsing op dezelfde school stuitte op zeer veel verzet. Reden waarom de Sophia Stichting een andere school zocht om de jongen op te nemen. De Johannesschool heeft een veiligheidsplan gemaakt om de jongen onder toezicht weer te leren werken in een klassensituatie en te leren omgaan met andere kinderen. Een groep ouders van die andere kinderen uit groep 3 maakte hier bezwaar tegen en spande een kort geding aan tegen het schoolbestuur. Door de uitspraak in het kort geding wordt de plaatsing van de jongen nu toch definitief.

Informatie: Helpdesk VOS/ABB, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur,  

 

Rechter: school mocht leerling met ‘rugzakje’ weigeren

De school had aangegeven dat de leerling niet op haar plaats is in het reguliere onderwijs, en ook dat het personeel van de school niet voldoende kennis en mogelijkheden heeft om een kind met gedragsmoeilijkheden te kunnen begeleiden. De rechter achtte die motivatie voldoende, ook al wilde hij wel meer schriftelijke documentatie.

Het ging om een 14-jarig meisje, dat een indicatie heeft voor Leerling Gebonden Financiering (het ‘rugzakje’) vanwege de diagnose PDD-NOS. Het laatste jaar heeft ze thuisonderwijs gehad. Haar moeder wilde nu graag dat ze naar de enige vo-school in haar omgeving ging, een openbare school voor vmbo- en lwoo-onderwijs. Maar de school wilde haar niet toelaten.

Volgens de school is uit de beschikbare stukken gebleken dat het kind een forse leerachterstand heeft en een onderbroken leerweg. Het meisje zou daarom minstens een  ‘drempeltest’ moeten doen, maar volgens de moeder is haar dochter niet in staat zo’n test te maken.

De school heeft vervolgens op diverse manieren geprobeerd gegevens over het meisje te verzamelen, onder meer door gesprekken met de Indicatiecommissie en de speciale basisschool waar ze op heeft gezeten. De rechter vond dat de school op deze manier voldoende heeft gemotiveerd waarom er – ondanks het ‘rugzakje’ – zodanige twijfels bestaan aan de mogelijkheden van dit meisje, dat ze in redelijkheid geweigerd kon worden. Het verzoek om een voorlopige voorziening (onmiddellijke toelating) werd afgewezen. De school is in deze zaak bijgestaan door advocaat Jan Schutter van VOS/ABB.