OCW wint zaak over terugvordering fusiecompensatie

Er is geen sprake van een fusie van twee scholen als er geen leerlingen overgaan van de ene naar de andere school. Dat stelt de Rechtbank Noord-Holland in een zaak over de terugvordering van fusiecompensatie.

Het ministerie eiste ruim 3,3 ton terug van een stichting voor openbaar onderwijs. Reden daarvoor was dat bij het samenvoegen twee basisscholen geen leerlingen van de ene naar de andere school waren overgegaan. Volgens OCW was er daardoor geen sprake van samenvoeging.

De onderwijsstichting stelde dat op het moment van het samenvoegen van de twee scholen nergens in de toen geldende wet- en regelgeving stond dat er leerlingen moesten overgaan om voor fusiecompensatie in aanmerking te komen. Die voorwaarde kwam pas daarna.

De rechtbank ging niet in mee in die redenering. ‘De grammaticale uitleg, de wetssystematiek en de teleologische uitleg van de Regeling PO en de WPO’ rechtvaardigen volgens de rechtbank dat er geen sprake is van een samenvoeging van scholen als er geen leerlingen overgaan van de ene naar de andere school. Het doet er volgens de rechtbank niet toe dat dit niet letterlijk in de wet- en regelgeving stond.

In strijd met rechtszekerheid

Deze uitspraak staat haaks op een eerdere uitspraak in een vergelijkbare zaak. De Rechtbank Gelderland bepaalde in maart jongstleden dat het in strijd is met de rechtszekerheid om de overgang van leerlingen als vereiste te laten gelden bij de toekenning van fusiecompensatie.

In januari was er een vergelijkbare uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Die bepaalde ook dat het ministerie van OCW geen fusiecompensatie kon terugvorderen op basis van het criterium dat er sprake zou moeten zijn van de overgang van leerlingen.

Turks op basisschool kan niet worden verplicht

Het is niet verplicht allochtone kinderen op de basisschool les te geven in hun moedertaal. Dat heeft de rechtbank Den Haag beslist in een procedure die een aantal Turkse belangenorganisaties had aangespannen tegen de Staat.

De belangenorganisaties vinden dat de Staat in strijd handelt met verschillende internationale verdragen en Europese wetgeving door het onderwijs van allochtone talen niet te ondersteunen. De rechtbank ging daar niet in mee, omdat de Nederlandse wetgever een bepaalde mate van beleidsvrijheid heeft. In ons land hadden gemeenten tot 2004 de mogelijkheid onderwijs van allochtone talen aan te bieden. Vanaf 2004 is de overheid daarmee gestopt.

De rechtbank oordeelt dat uit de verdragsbepalingen waarop de belangenorganisaties zich beroepen, niet een recht volgt op onderwijs van de allochtone moedertaal. Ook kunnen de organisaties niet rechtstreeks een beroep doen op deze verdragsbepalingen om dit onderwijs af te dwingen in Nederland.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl