Vrees dat kabinet weer gaat bezuinigen op onderwijs

De Stichting van het Onderwijs dringt er bij het kabinet en de Tweede Kamer op aan niet weer te gaan bezuinigen.

In de Stichting van het Onderwijs zitten onder andere de PO-Raad, VO-raad en de onderwijsvakbonden. Zij benadrukken in een brief aan het kabinet en de Tweede Kamer dat het onderwijs voor verschillende uitdagingen staat, die investeringen vereisen.

In de brief staat ook dat de doelmatigheidskorting van tafel moet. Minister Wopke Hoekstra van Financiën heeft herhaaldelijk gezegd dat hij aan deze korting vasthoudt. Hij blijft benadrukken ‘alle maatregelen van het Regeerakkoord samen als één pakket’  te zien en dat doelmatiger onderwijs daar onderdeel van is.

Lees de brief

Senaat steunt motie tegen doelmatigheidskorting

De Eerste Kamer heeft een motie aangenomen tegen de doelmatigheidskorting in het onderwijs.

In de aangenomen motie van Eerste Kamerlid André Postema (PvdA), die tevens bestuursvoorzitter is van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO), staat dat de doelmatigheidskorting, die oploopt tot 183 miljoen euro, moet worden verzacht of het liefst helemaal geschrapt. De motie kreeg steun van regeringsfractie D66 en de fracties van de oppositiepartijen SGP, PvdA, GroenLinks, PvdD, 50PLUS, OSF en SP.

In de aangenomen motie staat dat het kabinet uiterlijk in de Voorjaarsnota moet laten weten wat er gaat gebeuren met de korting, die wordt gezien als een bezuiniging.

De Stichting van het Onderwijs had over de korting aan de bel getrokken. Voorzitter Paul Rosenmöller, die tevens voorzitter is van de VO-raad, noemt het goed nieuws dat de Eerste Kamer de motie heeft aangenomen, omdat het volgens hem essentieel is dat er ‘niet bespaard, maar geïnvesteerd wordt in onderwijs’.

Lees meer…

‘Ambities nieuwe kabinet schieten tekort’

De Stichting van het Onderwijs vindt dat het kabinet meer moet doen om het lerarentekort, de hoge werkdruk in het onderwijs en kansenongelijkheid aan te pakken.

Voorzitter Paul Rosenmöller van de Stichting van het Onderwijs wijst erop dat het lerarentekort niet in het regeerakkoord wordt genoemd. Desondanks gaat hij ervan uit dat het nieuwe kabinet het hoog op de agenda heeft staan.

‘Binnen de stichting zien we de voorgestelde maatregelen voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden en het tegengaan van werkdruk in het primair onderwijs als eerste stap om de tekorten aan te pakken. We spreken met de nieuwe bewindslieden graag verder over aanvullend beleid’, aldus Rosenmöller.

Kabinet moet investeren, niet bezuinigen

Vicevoorzitter Liesbeth Verheggen van de Stichting van het Onderwijs benoemt de zogenoemde doelmatigheidskorting die het onderwijs boven het hoofd hangt. Dat is volgens haar een ander woord voor wat normaal gesproken een bezuiniging heet. ‘Dat rijmt niet met de ambities van het kabinet om te investeren in de kenniseconomie, de kwaliteit en de toegankelijkheid van ons onderwijs’, benadrukt zij.

De Stichting van het Onderwijs mist verder een duidelijke visie van het nieuwe kabinet op de aanpak van kansenongelijkheid in het onderwijs.

Lees meer…

 

Sociale partners pleiten voor kansengelijkheid

De sociale partners verenigd in de Stichting van het Onderwijs hebben voor een volgend kabinet een zespuntenplan gepresenteerd. Daarin staat onder andere dat kinderen vanaf twee jaar ontwikkelrecht moeten krijgen. Ook wordt gepleit voor gemengde schooladviezen en brede en meerjarige brugklassen.

In het plan wordt benadrukt dat het bieden van gelijke kansen erom vraagt om op jonge leeftijd met onderwijs te beginnen: ‘Kinderen leren het meest in de eerste jaren van hun leven. Hoe eerder je investeert, hoe meer leerwinst later en hoe meer achterstanden kunnen worden voorkomen en ingehaald.’

Laatbloeiers en zwakke milieus

Met gemengde schooladviezen, brede brugklassen en langere brugklasperiodes moet selectie op 12-jarige leeftijd worden tegengegaan. Die selectie zoals die nu is, leidt volgens de Stichting van het Onderwijs toe dat met name laatbloeiers en leerlingen uit zwakkere milieus op een voor hen te laag niveau terechtkomen.

Tevens wordt erop aangedrongen om het voortgezet onderwijs meer te verbinden met het middelbaar en hoger beroepsonderwijs en de universiteit.

Leraren

In het zespuntenplan wordt ook gepleit voor een verdere professionalisering van leraren en schoolleiders en voor investeringen in het imago van het onderwijs als werkgever. Hier komen kwesties aan bod als loon, werkdruk, de autonomie van de leraar en strategisch personeelsbeleid in het kader van het toenemende lerarentekort.

Een ander punt is dat scholen en lerarenopleidingen meer met elkaar moeten gaan samenwerken. De wetgeving zou daarop moeten worden aangepast.

Governance en sturing

Op het gebied van governance wordt in het zespuntenplan gepleit voor ‘een brede verantwoordingsmethodiek, zonder te veel focus op meetbare output en rendement’. De Stichting van het Onderwijs roept een volgend kabinet op tot terughoudendheid met nieuwe regulering en vertrouwen in de onderwijssector.

In de Stichting van het Onderwijs zitten de sociale partners, waaronder de sectororganisatie PO-Raad en VO-raad en de vakbonden.

Download zespuntenplan

Rond de presentatie van het zespuntenplan was een onderwijsdebat georganiseerd.

Download verslag onderwijsdebat

Nationaal Onderwijsakkoord rond, maar zonder AOb

Het langverwachte Nationaal Onderwijsakkoord is ondertekend. Alle partijen zijn er verheugd over dat er een principeakkoord is bereikt, dat aan de respectievelijke leden zal worden voorgelegd. De handtekening van de Algemene Onderwijsbond (AOb) staat er echter niet onder. De AOb had zich van de onderhandelingstafel teruggetrokken, omdat de grootste onderwijsbond zich niet kon vinden in het handhaven van de nullijn.

‘Overleg met @SanderDekker en @jetbussemaker bij @MinOCW. Laatste puntjes op de i voor het #NatOnderwijsAkkoord’, zo twitterde voorzitter Helen van den Berg afgelopen vrijdag. Een dag daarvoor zei minister Jet Bussemaker van OCW tegen het ANP dat zij met de onderhandelingspartijen ‘heel dicht bij’ een akkoord was. Op maandag is het langverwachte akkoord dan eindelijk ondertekend.

Opmerkelijk is dat de nullijn voor onderwijspersoneel voor het vijfde jaar op rij waarschijnlijk gehandhaafd blijft. Er zijn echter berichten dat de nullijn vanaf 2014 ‘gefaseerd wordt afgebouwd’. Wat er precies gaat gebeuren, wordt waarschijnlijk pas na Prinsjesdag duidelijk.

Het bevroren blijven van de salarissen was voor de AOb voor de zomervakantie reden om uit het overleg te stappen. Later besloot ook de Stichting van het Onderwijs, waarin onder andere de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad vertegenwoordigd zijn, niet meer met het kabinet te praten.

Dat besluit volgde op de bekendmaking door minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën dat er in 2014 voor 6 miljard euro extra moet worden bezuinigd om aan de begrotingseisen van Brussel te kunnen voldoen. Daarmee werd volgens het kabinet de noodzaak van de nullijn bevestigd. Persbureau Novum meldde vorige week dat de VO-raad toch wel weer om de tafel wilde.

In het nu ondertekende principeakkoord staan de volgende afspraken:

  • Er komt een impuls voor de werkgelegenheid in het primair en voortgezet onderwijs, waardoor in 2014 3000 jonge leraren extra een baan kunnen krijgen of behouden;
  • Er komen tijd en geld voor de nascholing van leraren;
  • Het lerarenregister wordt wettelijk verankerd;
  • In 2017 moet gewaarborgd zijn dat iedere onderwijsgevende gekwalificeerd en bevoegd is;
  • De positie van de leraar wordt versterkt, onder andere door een professioneel statuut in het primair en voortgezet onderwijs, waarmee de zeggenschap van onderwijsteams wettelijk wordt geregeld;
  • De werkdruk en de administratieve verplichtingen voor leraren worden verminderd;
  • Er komt een onderzoek naar de administratieve rompslomp in het onderwijs;
  • De invulling van de onderwijstijd in het voortgezet onderwijs wordt flexibeler;
  • De secundaire arbeidsvoorwaarden worden gewijzigd: de BAPO wordt vervangen door een seniorenregeling die bij de huidige tijd past.

Het bereiken van een akkoord was voor het kabinet voorwaarde om, zoals eerder afgesproken, extra in het onderwijs te investeren. De beloofde investeringen van het kabinet lopen op tot een bedrag van 689 miljoen euro.

De AOb meldt vooralsnog geen aanleiding te zien om het akkoord te ondertekenen. Eerst moet de inhoud ervan helemaal duidelijk worden, vindt de grootste onderwijsbond van Nederland. AOb-voorzitter Walter Dresscher stelt dat het kabinet alleen maar met onderwijsgeld schuift en niet met diepte-investeringen komt.

Gesprekken over Nationaal Onderwijsakkoord gestopt

De onderhandelende partijen in de Stichting van het Onderwijs praten niet meer met het kabinet over het afsluiten van een Nationaal Onderwijsakkoord.

De partijen, waaronder de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad, zeggen het te betreuren het dat het kabinet geen perspectief kan bieden op de loonontwikkeling van onderwijspersoneel.

Het gaat hier om de nullijn, die voor de zorgsector van tafel is, maar voor het onderwijs gehandhaafd blijft. Dit werd bekend toen minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën zijn brief over de 6 miljard euro aan extra bezuinigingen naar buiten bracht.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) was al van de onderhandelingstafel weggelopen. Nu hebben alle onderhandelende partijen in de Stichting van het Onderwijs dat dus gedaan.

Als het kabinet in augustus met betere voorstellen komt, staat de Stichting van het Onderwijs open voor het hervatten van de onderhandelingen.

Oproep aan kabinet: geen nieuwe bezuinigingen!

De Stichting van het Onderwijs roept het kabinet op om in zijn zoektocht naar verdere bezuinigingen het onderwijs daarbuiten te houden. Als er wel wordt bezuinigd, lijkt het Nationaal Onderwijsakkoord erg ver weg.

Het kabinet heeft de Stichting van het Onderwijs uitgenodigd om te komen tot een Nationaal Onderwijsakkoord. Daarin willen de regering en het onderwijs afspraken maken voor een koersvast toekomstgericht onderwijsbeleid. Dat vereist blijvende investeringen.

Voorzitter Jan van Zijl van de Stichting van het Onderwijs: ‘In het regeerakkoord is geld vrijgemaakt voor de intensivering van onderwijs en onderzoek. Dat is nodig om de ambitie van het kabinet waar te maken om tot de top vijf van wereldeconomieën te horen en de aansluiting bij economisch herstel niet te verliezen. Goed onderwijs is de motor van economische groei en biedt de basis voor individueel en collectief welzijn. Geen enkele onderwijssector mag erop achteruitgaan. Gebeurt dat wel, dan valt de ambitie niet waar te maken.’

Voor een gesprek met het kabinet wil de Stichting van het Onderwijs eerst de onderhandelingen over het sociaal akkoord met minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid afwachten. Die onderhandelingen lijken af te koersen op handhaving van de nullijn voor het onderwijspersoneel. De Stichting van het Onderwijs dringt aan op moderne arbeidsvoorwaarden en een beloning die in de pas loopt met die in de private sector. Dat is volgens de stichting een voorwaarde voor het aantrekken en vasthouden van het beste personeel.

In de Stichting van het Onderwijs zijn de sociale partners uit het onderwijs verenigd.