Tweetalig onderwijs groeit hardst op havo

Tweetalig onderwijs (tto) wordt vooral gegeven op vwo-scholen, maar havo en vmbo zijn bezig aan een inhaalslag. Met name op de havo groeit het aantal tto-leerlingen hard. Dit blijkt uit het rapport Tweetalig onderwijs in het voortgezet onderwijs van het Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in het onderwijs.

Uit het rapport blijkt dit schooljaar 119 scholen voor voortgezet onderwijs  tto aanbieden, voornamelijk op het vwo (120 afdelingen), maar ook op de havo (63 afdelingen) en het vmbo (31 afdelingen). De scholen zijn verspreid over het hele land.

Groei tweetalig onderwijs op havo en vmbo

De groei van het aantal tto-leerlingen ten opzichte van vorig schooljaar was het sterkst op de havo met 28,9 procent, gevolgd door het vmbo met 9,9 procent. Op het vwo was de groei veel minder (4,4 procent). In totaal volgen dit jaar 36.254 leerlingen tweetalig onderwijs. Van hen zit 76,9 procent op het vwo, 14,4 procent op de havo en 8,7 procent op het vmbo.

Opmerkelijk is dat het aantal scholen dat tto aanbiedt, niet is gegroeid. Dat het aantal tto-leerlingen toch is toegenomen, komt doordat scholen vaak starten met tto op het vwo en daarna het aanbod uitbreiden naar de havo en het vmbo.

Nuffic concludeert verder dat tto-leerlingen er meer vertrouwen in hebben dat ze het vervolgonderwijs aankunnen. De meerderheid van de tto-leerlingen verwacht naar het buitenland te gaan tijdens hun vervolgstudie.

Nog plaatsen vrij voor pilot tweetalig basisonderwijs

Er zijn nog acht plekken beschikbaar voor scholen die in schooljaar 2015-2016 willen meedoen aan de pilot tweetalig primair onderwijs (tto).

Deze scholen geven 30 tot 50 procent van hun lessen in het Engels. Scholen die willen deelnemen aan de pilot, kunnen zich uiterlijk 18 juli aanmelden.

Op 28 mei is er in Utrecht een informatiebijeenkomst over de pilot.

Lees meer…

In nummer 1 van de huidige jaargang van magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs staat een artikel over de openbare Violenschool in Hilversum, die meedoet aan de pilot tto.

Aan oostgrens meer tweetalig onderwijs gericht op Duits

Scholen in het grensgebied met Duitsland moeten worden ondersteund voor het aanbieden van tweetalig onderwijs gericht op Duits. Dat stelt het van oorsprong Roermondse SP-Tweede Kamerlid Paulus Jansen.

Jansen benadrukt dat tweetaligheid voor mensen in de grensgebieden met Duitsland de kansen op werk vergroot. Hij wil daarom dat basisscholen daar gaan experimenteren met onderwijs in Nederlands en Duits.

Staatssecretaris Sander Dekker is ook voorstander van tweetalig onderwijs. Hij heeft toegezegd met scholen in de grensstreek en met de Duitse onderwijsautoriteiten te gaan praten over wat er mogelijk is.

Beste naober
Verschillende scholen in het primair en voortgezet onderwijs langs de oostgrens hebben al contacten met scholen in Duitsland. Een voorbeeld daarvan is openbare basisschool Kotten in het gelijknamige buurtschap bij Winterswijk.

Obs Kotten werd in 2013 door de gemeente Winterswijk uitgeroepen tot ‘beste naober’, omdat deze school samenwerkt met de Von Galen Grundschule in het naburige Oeding en de Nünning Realschule in de stad Borken.

Over de samenwerking van obs Kotten met scholen in Duitsland stond in juli 2013 een artikel in magazine School!.

Tweetalige basisschool ‘ongewenst experiment’

Het geld dat wordt uitgetrokken om docenten in het Engels te kunnen laten geven, kan beter besteed worden. Dat vindt auteur en oud-hoogleraar Nederlands als tweede taal René Appel.

Appel reageert in de Volkskrant op de proef met tweetalig onderwijs in Nederlands en Engels in twaalf basisscholen. Hij ziet in de nadruk op Engels ‘een reële dreiging voor het Nederlands als cultuurtaal’. Bovendien zet hij vraagtekens bij het experiment, omdat de resultaten van eerdere vergelijkbare initiatieven in het buitenland niet onverdeeld positief zouden zijn geweest.

Een ander kritiekpunt van Appel is dat er ‘wordt gestart met een experiment voor tweetalige scholen terwijl er voortdurend klachten zijn over het peil van het onderwijs in het algemeen’. Dat zou voor een groot deel te wijten zijn aan het niveau van de leerkrachten, schrijft Appel. ‘In plaats van daar iets aan te doen, verlegt de staatssecretaris de aandacht naar iets anders: de tweetalige school, vooralsnog vooral een hip, eigentijds experiment, dat uiteraard geld gaat kosten.’