Miljoenen voor behoud kleinschalige beroepsopleidingen

Er komt structureel 75 miljoen euro extra beschikbaar voor kleinschalige specialistische beroepsopleidingen. Met deze en andere maatregelen wil minister Jet Bussemaker van OCW deze vakopleidingen in stand houden, omdat de baankansen voor deze studenten vaak goed zijn.

Het gaat om de opleidingen voor ambachtelijke beroepen als pianostemmer, schoenmaker, prothesemaker, restauratiemedewerker of hoefsmid. In deze sectoren slaan krimp en vergrijzing toe, en onbekendheid met deze beroepen zorgt voor teruglopende aantallen werknemers en studenten. Bussemaker wil er met haar maatregelen voor zorgen dat de ambachtsopleidingen niet helemaal verdwijnen zolang er vraag blijft vanuit de arbeidsmarkt.

Cross-overs
Behalve geld komen er mogelijkheden om de opleidingen op nieuwe innovatieve manieren aan te bieden. Dat kan bijvoorbeeld door het maken van cross-overs, combinaties van opleidingen. Binnen de opleiding tot hoefsmid worden bijvoorbeeld clusters gemaakt met studenten van andere opleidingen zoals ‘paardenhouderij’. Zo kan er enige massa worden gecreëerd om bepaalde vakken doelmatiger aan te bieden.

Aanpak versnippering
Specialistische opleidingen die erg versnipperd zijn kunnen via de introductie van de samenwerkingsschool gezamenlijk programma’s aanbieden.  Bussemaker noemt als voorbeeld de opleiding voor restauratiemedewerker, die wordt aangeboden aan 40 instellingen voor ongeveer 400 studenten in totaal. Minder locaties is mogelijk als er ook een ov-kaart komt voor mbo-studenten jonger dan 18 jaar, zodat er voor hen minder belemmeringen zijn om wat verder te reizen voor de studie.

Bekostiging opgehoogd
Met de structurele impuls van 75 miljoen euro heeft de minister onder meer de bekostiging opgehoogd van opleidingen voor natuursteenbewerker, pianotechniek, schoenhersteller, leestenmaker, glazenier, restaurateur en worstmaker. Daardoor wordt het mogelijk om deze kostbare mbo-opleidingen financieel solide aan te bieden.

Meer informatie in de brief die Bussemaker aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, en in het rapport ‘Oog voor ambacht’.