Leerkrachten vrijgesproken van dood door schuld

De rechtbank in Utrecht heeft twee leerkrachten vrijgesproken van de basisschool waar het verdronken Syrische meisje Salam op zat. Drie zwemleraren van het zwembad in Rhenen waar het ongeluk gebeurde, zijn wel veroordeeld voor dood door schuld.

Salam kon niet zwemmen en had samen met een klasgenootje les in het ondiepe bad. Aan het einde van het schoolzwemmen mochten alle kinderen vrij zwemmen. Daarna gingen de leerkrachten van de school en kinderen naar de kleedkamer.

De rechtbank stelt dat ook vanaf dat moment er steeds iemand aanwezig is geweest bij het diepe bad. Dit sluit uit dat Salam vanuit de kleedkamers is teruggelopen naar het diepe bad. Zij is tijdens of direct aansluitend op het vrij zwemmen verdronken.

Verantwoordelijkheid bij zwmeleraren

Volgens de rechtbank lag de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het schoolzwemmen primair bij de zwemleraren. ‘Door een gebrek aan waakzaamheid en een gebrek aan communicatie zijn zij in meerdere opzichten tekortgeschoten in het toezicht. De dood van Salam was een ongeluk, maar wel een ongeluk dat voorkomen had kunnen worden als minder op ervaring en routine was gevaren en beter was gecommuniceerd tussen alle toezichthouders’, zo meldt de rechtbank.

Omdat de zwemleraren er na de ontdekking van Salam in het diepe bad alles aan hebben gedaan om haar nog te redden, zij het ongeluk als traumatisch ervaren en zij de rest van hun leven met zich meedragen dat er tijdens hun toezicht een meisje is verdronken, heeft de rechtbank hun taakstraffen van 60 uur op. Er waren taakstraffen van 120 uur geëist.

Leerkrachten vrijgesproken

De leerkrachten van de school zijn vrijgesproken, hoewel de rechtbank oordeelt dat zij wel een fout hebben gemaakt door onvoldoende zicht te houden op Salam. Dit betekent volgens de rechtbank echter niet dat er bij hen in strafrechtelijke zin sprake is van schuld.

‘De leerkrachten waren niet op de hoogte van de protocollen, waarin staat dat zij samen met de zwemleraren verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de zwemmende leerlingen’, zo stelt de rechtbank, die het de school aanrekent dat de leerkrachten hiervan niet op de hoogte waren. ‘De leerkrachten grepen terug op wat zij in de praktijk gewend waren: tijdens het zwemmen nemen de zwemleraren de verantwoordelijkheid over. Zij wisten niet beter dan dat zij een ondersteunende rol hadden’, aldus de rechtbank.

DOWNLOAD DE UITSPRAAK

Moslimmeisjes moeten gemengd zwemmen

Ouders kunnen niet weigeren om hun kinderen mee te laten doen aan gemengd zwemmen, zo oordeelt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Het hof oordeelde over een kwestie in Zwitserland, waar islamitische ouders weigerden om hun dochters mee te laten doen aan gemengd schoolzwemmen. Zij stelden dat hun geloof het niet toestaat dat meisjes met jongens zwemmen.

In het oordeel van het hof staat dat de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst in deze zaak weliswaar speelt, maar dat de taak van de school om te zorgen voor goed onderwijs en sociale integratie zwaarder weegt.

De dochters van de islamitische ouders die bezwaar maakten, zijn nog niet in de puberteit. In Zwitserland geldt bij wet dat gemengd zwemmen wel kan worden geweigerd als kinderen in de puberteit zijn.