Geen nieuwe grote stelseldiscussies, maar heldere doelen, kansengelijkheid en stabiel beleid. Dat is waar het volgens VOS/ABB om moet draaien bij de sturing en het toezicht in het funderend onderwijs.
In aanloop naar het commissiedebat over sturing en toezicht in het funderend onderwijs pleiten wij voor een duidelijke koers voor de lange termijn. Het onderwijs is niet gebaat bij nieuwe grote stelseldiscussies, maar bij het vasthouden aan een heldere koers en het maken van keuzes die daarbij passen.
Voor VOS/ABB staan drie punten centraal.
- Bepaal eerst waar we met het onderwijs naartoe willen.
Formuleer heldere en gedragen langetermijndoelen, bepaal hoe we de voortgang meten en maak vervolgens de keuzes die nodig zijn om die doelen te bereiken. Zorg dat die doelen goed aansluiten bij het onderwijsbestel zoals het bedoeld is. - Borg toegankelijkheid en kansengelijkheid.
Iedere leerling moet dichtbij genoeg toegang hebben tot een school waar die welkom is en waar hij zich goed kan voelen. Alle leerlingen moeten een eerlijke kans krijgen om zich te ontwikkelen en een passend diploma te behalen. De kernwaarden gelijkwaardigheid, vrijheid en ontmoeting zijn daarbij leidend. - Rust scholen en andere betrokkenen toe om die doelen te bereiken.
Maak beleid zoals het stelsel bedoeld is. Minder kortlopende interventies en subsidies, meer stabiel beleid en passende randvoorwaarden. Dat vraagt, in lijn met het Rapport Koersen op kwaliteit en kansengelijkheid, om zicht op prestaties, passende prikkels en voldoende toegeruste actoren.
Scherpe keuzes zijn nodig
Een koers voor de lange termijn betekent niet dat we scherpe keuzes uit de weg moeten gaan. Juist een heldere visie maakt het mogelijk om die keuzes te maken en beleid, bekostiging en verantwoordelijkheden daar consequent op in te richten.
De komende periode moeten er scherpe keuzes worden gemaakt om ervoor te zorgen dat de sturing op het onderwijs effect heeft. Heldere doelstellingen, gebaseerd op de bedoeling van het onderwijsbestel, helpen daarbij. De overheid moet deze doelen stellen en het onderwijsveld vervolgens faciliteren en de ruimte geven om ze te realiseren.
De signalen uit het onderwijsveld zijn op dit punt relatief eenduidig. Het is tijd dat het kabinet doorpakt en komt tot een juist sturingsplan op basis van de vier randvoorwaarden voor effectieve sturing.
Lees onze volledige inbreng voor het commissiedebat over sturing en toezicht in het funderend onderwijs: