Verus en VOS/ABB als kennispartners in gesprek met Kamerleden over vrijheid van onderwijs

Hoe verhouden overheid en onderwijs zich tot elkaar binnen artikel 23? In de praktijk loopt die verhouding langs een vast onderscheid: de overheid stelt vast wát van het onderwijs verwacht mag worden, scholen bepalen zelf hóe zij daaraan invulling geven. Dat onderscheid lichtten VOS/ABB en Verus toe tijdens een kennisbijeenkomst die op woensdag 9 september voor de vaste Kamercommissie OCW werd georganiseerd.

De bijeenkomst maakte deel uit van het introductieprogramma voor nieuwe Kamerleden en dat is met opzet. Vraagstukken als toegankelijkheid, onderwijskwaliteit en sturing raken vrijwel allemaal aan de grondwettelijke verhouding die artikel 23 vastlegt. Wie die verhouding niet kent (de herkomst, de jarenlang opgebouwde jurisprudentie, de balans tussen vrijheid en publieke verantwoordelijkheid) loopt het risico op kortetermijnoplossingen te kiezen die het stelsel op langere termijn ondermijnen.

Hoogleraren Onderwijsrecht Pieter Huisman (Tilburg University) en Stefan Philipsen (Radboud Universiteit, ook raadslid bij de Onderwijsraad) verzorgden samen met de profielorganisaties die verdieping: herkomst, bedoeling en ontwikkeling van artikel 23, de spanningen rond sturing van het onderwijs en de verhouding tot het internationaal recht kwamen als thema’s aan bod. Vervolgens gingen de Kamerleden van JA21, SGP, CDA, PRO, VVD, D66, FVD en DENK aan twee tafels in gesprek met bestuurders en deskundigen uit openbaar en bijzonder onderwijs. Zij spraken over toegang en aanbod, en over de verhouding tussen overheidssturing op kwaliteit en de eigen identiteit van scholen.

Toegang en de garantiefunctie

Aan de tafel over toegang en aanbod lichtte VOS/ABB de garantiefunctie van het openbaar onderwijs toe: de grondwettelijke opdracht aan de overheid om te zorgen voor voldoende openbaar onderwijs, ook bij het stichten van nieuwe scholen. Eveline Driest, voorzitter College van Bestuur bij Sophia Scholen, nam eveneens deel aan het gesprek. Artikel 23 gaat volgens VOS/ABB niet alleen over vrijheid van onderwijs, maar ook over verantwoordelijkheid. De Grondwet draagt de overheid op te zorgen voor voldoende openbaar onderwijs. Die garantiefunctie moet daarom worden meegewogen bij het stichten, in stand houden en opheffen van scholen.

Sturing op kwaliteit en identiteit

Aan de tafel over kwaliteitssturing en identiteit verzorgde Verus de introductie. Inge Vaatstra, voorzitter van het college van bestuur van Aurora Onderwijsgroep, nam vanuit haar bestuurlijke praktijk in het openbaar onderwijs deel aan het gesprek. Centraal stond hoe het wat/hoe-onderscheid in de praktijk uitwerkt: de overheid stelt vast wát iedere leerling aan publieke kwaliteit mag verwachten en legt dat vast in heldere, toetsbare normen; zij bepaalt niet hóe scholen daaraan invulling geven. Dat is de professionele en pedagogische verantwoordelijkheid van scholen zelf, voortvloeiend uit de vrijheid van richting en inrichting die artikel 23 waarborgt.

“Het is mooi om te zien hoe Verus en VOS/ABB hierin samen optrekken. De kennisdeling tussen ons, de hoogleraren en de Kamerleden helpt om het gesprek over artikel 23 te verdiepen en de betekenis van vrijheid en verantwoordelijkheid in de praktijk scherp te houden,” aldus Inge Vaatstra en Eveline Driest.

Waardering pluriformiteit

Mark Buck en Frank de Wit vertegenwoordigen in het onderwijsveld verschillende tradities, maar trekken op dit dossier vaker gezamenlijk op — zoals eerder al bleek uit hun gezamenlijke oproep aan politici om de verschillen in een pluriforme samenleving te waarderen. Voor de Kamerleden is de bijeenkomst de opmaat naar het commissiedebat over stichting, sturing en toezicht in het funderend onderwijs, op 14 oktober — het moment waarop het onderscheid tussen wat en hoe opnieuw op tafel komt.

Deel dit bericht: