Betere verantwoording? Alles staat al online!

Met verbazing heb ik de brief van de ministers van OCW aan de Tweede Kamer gelezen over de maatregelen die ze willen nemen om schoolbesturen betere verantwoording te laten afleggen.

De afgelopen tijd heb ik bijna 100 schoolbestuurders gesproken, onder andere over de manier waarop zij verantwoording afleggen. Uit die gesprekken bleek dat ze allemaal hun jaarverslagen met uitgebreide financiële verantwoording online zetten. Zo kan iedereen die dat wil, zien waaraan het onderwijsgeld is besteed.

De praktijk leert echter dat maar weinig mensen de moeite nemen om de jaarverslagen te lezen, terwijl daar toch echt veel relevante informatie in staat. Dat is jammer. Je gaat als schoolbestuurders serieus om met verantwoording, maar dat heeft niet zo veel effect als jaarverslagen grotendeels ongelezen blijven. Dat laatste ligt niet aan de schoolbesturen, maar zij krijgen er nu wel de schuld van.

Moeizame gesprekken

Mijn ervaring is dat schoolbestuurders ook altijd openstaan voor vragen. Maar als over verantwoording wordt gesproken met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad of met de raad van toezicht, dan komt het nogal eens voor dat die gesprekken moeizaam verlopen. Dat heeft mede te maken met het feit dat de materie ingewikkeld kan zijn. Het is dan ook een goede zaak dat de Onderwijsraad het kabinet adviseert de bekostiging van het onderwijs te vereenvoudigen.

De maatregelen die de ministers aankondigen in hun brief aan de Tweede Kamer, zijn volgens mij echter weinig productief. Ten eerste storten de bewindslieden hun ideeën uit over de schoolbesturen zonder dat ze er met hen over hebben gesproken. Ten tweede zullen de voorgestelde maatregelen ertoe leiden dat er extra bestuurlijke druk ontstaat. Die zal extra personele inzet vereisen, zonder dat daarvoor geld beschikbaar wordt gesteld. Ik noem als voorbeeld de benchmarks die het ministerie van OCW wil opleggen, waarvoor schoolbesturen hun verantwoordingsgegevens moeten invullen. Dat leidt tot dubbel werk, want al die gegevens staan al in de online jaarverslagen!

Toereikende bekostiging

De Onderwijsraad heeft meer adviezen aan OCW gegeven. Zoals over de toereikendheid van de bekostiging en dat dit goed moet worden gemonitord. Op dat punt zie ik van de ministers van OCW weinig eigen initiatief, omdat de toereikendheid van de bekostiging niet goed te monitoren zou zijn. Verschillende onderzoeken hebben echter laten zien dat dit wel degelijk mogelijk is, dus mag van de ministers worden verwacht dat ze daarmee aan de slag gaan.

Ik noem als voorbeeld het structurele tekort van 350 miljoen euro op de materiële instandhouding, alleen al in het basisonderwijs. Let wel: dat zijn omgerekend ruim 5200 voltijdbanen. Door dit structurele tekort kunnen nu dus duizenden leraren niet voor de klas staan – als die er al zouden zijn. De ministers weten natuurlijk ook wel dat schoolbesturen ook geld moeten besteden aan bijvoorbeeld energie en onderhoud. Goed onderwijs wordt immers erg lastig in een koud schoolgebouw waarvan het dak is weggewaaid. Ook het klimaatakkoord zal aanvullende eisen gaan stellen aan de schoolgebouwen, met aanvankelijk extra kosten als resultaat.

Wederzijds vertrouwen

Kan verantwoording beter? Jazeker, en mijn ervaring is dat de schoolbesturen die ik geregeld bezoek dat ook willen en zich daarvoor inzetten. VOS/ABB ondersteunt ze daar graag bij. Goede verantwoording is echter een kwestie van wederzijds vertrouwen. Niet apart, maar samen maken we het onderwijs beter. De brief van de ministers laat zien dat ze op school niet hebben geleerd dat samenwerken iets anders is dan maatregelen opleggen en de ander de schuld geven.

Mr. Ronald Bloemers, VOS/ABB

Zo ingewikkeld is het niet?

Terug naar de declaratiebekostiging en alle problemen in het onderwijs zijn opgelost. Dat was kort gezegd de karikaturale boodschap die leraar, leraaropleider en AOb-columnist Ton van Haperen kritiekloos in Nieuwsuur mocht etaleren.

De altijd wat nukkige Van Haperen was aan het begin van het nieuwe schooljaar door Nieuwsuur uitgenodigd om te komen praten over de constatering dat nog altijd een deel van de leraren onbevoegd voor de klas staat. De komende jaren zal dat aantal niet afnemen, zo is de verwachting. Er worden vanwege de pensioengolf groeiende personeelstekorten in het onderwijs verwacht.

Schoolbesturen doen niets?

De boodschap die van Haperen in Nieuwsuur gaf, zonder dat presentator Joost Karhof maar één kritische vraag stelde, was aantoonbaar onjuist. Volgens de columnist, die zich leraar economie mag noemen, is het extra geld dat beschikbaar is gesteld om het tekort aan bevoegde leraren aan te pakken alleen maar naar de scholen gegaan zonder dat die er iets mee hebben ondernomen.

Schoolbesturen hebben wel degelijk actie ondernomen om op verschillende manieren personeelstekorten aan te pakken en werkgelegenheid zeker te stellen. Denk aan de transfercentra in verschillende krimpregio’s. Deze initiatieven maken het voor leraren en scholen mogelijk om zo goed mogelijk onderwijs te verzorgen.

Denk ook aan de lerarenbeurzen, waarmee docenten in staat worden gesteld om zich verder te professionaliseren. Daar wordt gelukkig veel gebruik van gemaakt. Maar daar heeft Van Haperen het natuurlijk niet over.

Nog nóóit loonsverhoging?

Hij verklaarde in Nieuwsuur ook doodleuk dat er nog nóóit geld is besteed aan loonsverhogingen. Het mag duidelijk zijn dat ook die uitspraak pertinent onjuist is. De nieuwe cao’s in het primair en voortgezet onderwijs voorzien immers in loonsverhogingen.

Het tekort aan bevoegde leraren kan volgens Van Haperen maar op één manier worden opgelost: nationaliseer het onderwijsbeleid. Leraren voeden kinderen op tot burgers van Nederland en dat is volgens hem dus ‘een nationale kwestie’ die thuishoort bij de minister van OCW. Dit betekent volgens de columnist dat de bekostiging van het onderwijs weer op de oude manier moet, namelijk op basis van declaraties in plaats van het huidige lumpsumbudget.

Karikaturaal betoog!

Als de declaratiebekostiging weer wordt ingevoerd, verdwijnt volgens Van Haperen het lerarentekort als sneeuw voor de zon. De overheid staat dan immers financieel garant. ‘Het is echt waar, dat is geen sprookje, zo ingewikkeld is het niet’, zo sloot Van Haperen zijn karikaturale betoog af…

Ronald Bloemers, adviseur VOS/ABB

School!… of toch niet?

Eindelijk was daar de kaderbrief van staatssecretaris Sander Dekker van OCW over richtingvrije planning. Hij maakt daarin duidelijke statements over een modernisering van artikel 23 van de Grondwet.

Het is duidelijk dat wat Dekker betreft de verzuiling nu echt voorbij is. Het funderend onderwijs is nog de enige sector waar de verzuiling nog hardnekkig standhoudt in de wettelijke verschillen tussen openbare en bijzondere scholen. De uitwerking van de verzuiling in de onderwijswetten werkt schoolbesturen in de praktijk tegen. Het is mooi dat de staatssecretaris dit nu zwart op wit erkent en met oplossingen komt.

VOS/ABB heeft richtingvrije planning altijd gezien als een langzame opmaat naar het toekomstconcept School!, dat boven de denominaties uitstijgt. Dit zien we terug in de kaderbrief. In de afbakening kiest hij zelfs voor het loslaten van het begrip ‘richtingvrije planning’. Dekker kiest voor de vorm waarin gesproken wordt over een school als enkelvoudig begrip zonder verwarrende voorzetsels die een richting zouden moeten duiden, maar doorgaans geen functie meer kennen. Bij de bestrijding van de krimp zitten die voorzetsels in de weg. De staatssecretaris komt daarmee dichter bij School!.

Dekker neemt niet het duale bestel als uitgangspunt. Hij gaat juist in op de punten waarop het onderwijsveld tegemoet kan worden gekomen in het scheppen van ruimte, zonder uit te gaan van het verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs. Als voorbeeld noemt hij nog wel exemplarisch de casus in het Noord-Limburgse dorp Maasbree, waar ouders al twee decennia strijden voor een openbare school. De scenario’s die de staatssecretaris noemt, geven duidelijke invulling aan de ruimte om een school op te richten. Hij wil die vrijheid niet meer beperken tot de geloofszuilen.

De staatssecretaris geeft drie scenario’s die kunnen worden omschreven als richtingvrij licht tot zwaar, waarbij zijn uiteindelijke keuze valt op het zware scenario. Dit betreft een scenario waarin de bestaande systematiek bijna volledig wordt losgelaten. Iedereen kan op elk moment op elke plaats een nieuwe school beginnen. Slechts verlaagde opheffingsnormen blijven bestaan. Dit vernieuwende stelsel wordt mede gedragen via een vereenvoudigde bekostiging zonder tal van verschillende elementen, maar voornamelijk één bedrag met leerling met een vaste voet per vestiging.

Dit scenario gaat heel ver en zal tot opschudding leiden. Daarbij komt het volledig tegemoet aan alle punten waar het onderwijsveld mee worstelt, zoals de stichtingsproblematiek, ruimte voor innovatieve impulsen en ook regelluwheid. Het is wel een startdocument op basis waarvan de kwaliteit en groei moeten worden aangetoond en gewaarborgd.

Voor het voortgezet onderwijs zal er weinig veranderen, maar er zal wellicht wel duidelijker de ruimte zijn om scholen sterker neer te zetten. In plaats van één school te stichten op vijf bijzondere richtingen en de belangstellingspercentages bij elkaar op te tellen, zoals wel vaker wordt gesticht, zal er een gedegen startdocument dienen te worden verworven en zal er gelijk een duidelijk kwalitatief alternatief tegenover het bestaande aanbod moeten worden neergezet.

Stichten zal dan niet het laveren zijn tussen de mazen in de wet, maar het aantonen van een kwalitatief alternatief aanbod. Wanneer we de kwaliteit zien van de bij VOS/ABB aangesloten scholen voor voortgezet onderwijs, zien wij op dit punt alleen maar kansen. Kansen voor het bestaande aanbod en kansen voor nieuwe toetreders die een school wensen neer te zetten waarin het openbare gedachtegoed kan worden uitgedragen, zonder specifiek openbaar te zijn.

Ik vraag mij wel af hoe in dit licht het openbaar onderwijs wordt gezien. Zorgt de invoering hiervan slechts voor een vrije invulling van de scholen in het bijzonder onderwijs? Dat lijkt te worden gesuggereerd. Daarmee wordt één kant van het duale bestel zodanig opgeschud dat ons concept School! in beeld komt. Echter, door de instandhouding van het duale bestel, blijft er een rare kronkel bestaan: wat doen we met het openbaar onderwijs?

Met name voor gemeenten zal dit een belangrijk punt zijn, vanuit hun grondwettelijke taak om te voorzien in een genoegzaam aantal openbare scholen. Juist in de aanpak van krimp is het onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs een vervelende beer op de weg. De op zich lovenswaardige veranderingen die de staatssecretaris heeft aangekondigd ten spijt, vrees ik bij het in stand houden van het duale onderscheid dat het openbaar onderwijs met al zijn prachtige scholen het onderspit zal delven. Een visie van de staatssecretaris daarop mis ik.

Ook mis ik een visie op de toepassing van de toegankelijkheid tot de bijzondere school. Worden al die nieuwe scholen algemeen toegankelijk? Of wordt met dit nieuwe stelsel een wildgroei aan kleine aparte scholen gecreëerd met een geheel specifieke kijk op het leven? Schooltjes waar slechts ‘ons soort mensen’ wordt toegelaten? Dat lijkt mij onwenselijk.

VOS/ABB en het openbaar onderwijs staan voor een open pluriforme samenleving waarin iedereen van en met elkaar kan leren. Juist ook in de school! Dat is voor ons de belangrijkste waarborg waarvoor we graag een nadere visie of uitwerking zien van de staatssecretaris. Dat moet een uitwerking zijn die uitgaat van goed onderwijs aan álle kinderen!

Ronald Bloemers, beleidsadviseur VOS/ABB