Ook het onderwijs ontkomt niet aan de bezuinigingen die het kabinet de afgelopen maand aankondigde. Dat blijkt uit de Voorjaarsnota 2023 die minister Kaag van Financiën op 28 april naar de Tweede Kamer stuurde.

Het is nog even afwachten op de concrete uitwerking van de aangekondigde investeringen en bezuinigingen. De begroting gaat eerst nog naar de Tweede Kamer en daarna wordt er meer duidelijk. Toch valt er nu al het een en ander over te zeggen.

Schoolmaaltijden en huisvesting

Eerst het goede nieuws. In 2023 stelt het kabinet eenmalig 100 miljoen euro beschikbaar voor het leveren van schoolmaaltijden. Daarnaast wordt de komende jaren structureel 10,2 miljoen euro vrijgemaakt voor de programmatische aanpak van onderwijshuisvesting in het funderend onderwijs. Er is overigens op basis van het IBO Onderwijshuisvesting jaarlijks minimaal 730 miljoen euro extra nodig.

Tegenover deze twee extra investeringen staan echter een paar forse bezuinigingen. In de eerste plaats lijkt de loon- en prijsbijstelling niet volledig te worden uitgekeerd. In de Voorjaarsnota staat dat het primair en voortgezet onderwijs 500 miljoen euro en structureel 59 miljoen euro voor hun rekening nemen. Wat dat concreet inhoudt, wordt niet duidelijk uit de nota. Maar het betekent in ieder geval een bezuiniging op deze indexeringen.

Loonsverhogingen

De loonbijstelling kan een risico zijn, omdat er mogelijk veel minder kan worden afgesproken voor een nieuwe cao. Ronald Bloemers, senior beleidsadviseur van VOS/ABB, rekent voor: ‘Vanuit de CPB-cijfers bedraagt de indexatie van de personele bekostiging ongeveer 5,2 procent. Het kabinet keert niet alles uit en cao-partijen hebben in de huidige cao al 1,6 procent gebruikt, dus zal het loonbod niet meer dan 3,5 procent kunnen bedragen. Omdat het kabinet niet alles kan uitkeren, zal dit meer richting de 3 procent liggen. En dat met een inflatie van meer dan 5 procent.’

Materiële bekostigingen

Voor het voortgezet onderwijs is ook de prijsbijstelling van belang. Daar moet nog bekend worden wat de indexatie van de materiële component van de bekostiging is. Dat is vaker onderwerp van bezuiniging en dat zal wellicht ook nu het geval zijn. Met de aangekondigde bezuinigingen is het niet onlogisch dat deze prijsbijstelling niet of deels wordt uitgekeerd.

In het primair onderwijs speelt dat niet, omdat daar wettelijk is vastgelegd dat de materiële kant wordt geïndexeerd volgens een vastgestelde rekenmethode. 

Energiekosten

Een tweede onderwerp van bezuinigingen is de compensatie op energiekosten. Daarvoor komt niet 400 miljoen euro structureel per jaar beschikbaar, maar 140 miljoen euro in 2023 en in de jaren erna structureel 175 miljoen euro. Ook wordt dit bedrag niet geïndexeerd. Bloemers: ‘Dat is nogal een verschil. De energiekosten waren voor 2022 al niet dekkend vanuit de materiële bekostiging. Dat is door de flinke prijsstijgingen vorig jaar alleen maar erger geworden en de compensatie wordt ook nog uitgekleed.’

Doorstroom en zij-instroom

Een derde punt waarop wordt bezuinigd, zijn de subsidies op doorstroom en zij-instroom. De hoogte van deze bezuiniging is niet duidelijk. Bloemers: ‘Ook deze bezuiniging is vreemd, want juist de zij-instroom gaat goed en is een wenselijk positief punt om het lerarentekort tegen te gaan. Een rare keuze om hierop te beknibbelen.’

Concrete uitwerking

VOS/ABB is benieuwd hoe de concrete uitwerking van deze bezuinigingen eruit gaat zien. Bloemers: ‘Onze leden kijken met grote ogen naar wat zich nu ontvouwt, na jaren van veel extra gratis geld – dat in een enkel geval zelfs verloot werd. Deze bezuinigingen raken onder andere de basis van bekostiging en dat is wel verontrustend.’

Informatie: Ronald Bloemers, 06 51 91 46 94, rbloemers@vosabb.nl

Deel dit bericht: