‘Gezeur maakt onderwijs niet beter’

‘Docenten, schoolleiders, ouders, overheidsinstanties, wetenschappers, raden en belangenverenigingen: Alle betrokkenen steunen en kreunen en leggen de verantwoordelijkheid ergens anders neer.’ Dat stelt onderzoeker en geschiedenisdocent Saro Lozano Parra op de opiniepagina van Trouw naar aanleiding van de reacties op het inspectierapport De Staat van het Onderwijs.

‘Je kunt er gif op innemen: onmiddellijk na de publicatie en de eerste nieuwsberichten over het inspectierapport gaat de zeurkraan weer open: bestuurders doen dit fout, er is sprake van curriculumvervuiling door nieuwe vakken die vroeger ook niet nodig waren, scholen zijn niet ambitieus genoeg en de VO-raad vindt het allemaal maar overdreven. Alle betrokken partijen gebruiken het rapport als haakje om aandacht te generen voor de eigen sores’, aldus de promovendus van de Universiteit Utrecht.

De belangrijkste conclusie bestaat volgens hem niet uit de bevonden resultaten van het onderwijsrapport, maar uit ‘de totale impasse’ die erop volgt. ‘Docenten, schoolleiders, ouders, overheidsinstanties, wetenschappers, raden en belangenverenigingen: Alle betrokkenen steunen en kreunen en leggen de verantwoordelijkheid ergens anders neer.’ Hierdoor lijkt volgens hem ‘een actieve, constructieve samenwerking om een gezamenlijke visie te ontwikkelen en fundamentele vragen over ons onderwijs te beantwoorden ver weg’.

Lees het opniestuk

Slob verdedigt predicaat ‘Excellente school’

Onderwijsminister Arie Slob is het niet eens met de kritiek van onder andere de VO-raad en de schoolleidersvakbond AVS op het predicaat ‘Excellente school’ van de Inspectie van het Onderwijs. Dat meldt hij in reactie op Kamervragen.

Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad stelde vorige maand in het tv-programma Kassa dat het predicaat ‘Excellente school’ een vertekend beeld geeft en verwarring schept. Het suggereert volgens hem ten onrechte dat het onderwijs op scholen met het label beter is dan op scholen die dit label niet hebben.

Ook voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) uitte in Kassa kritiek op het predicaat: ‘Ik denk dat de inspectie vooral zijn rol als inspectie moet pakken. Waarderen of een school voldoet aan de basiskwaliteit, aan de wetgeving en alle andere predicaten moet de inspectie vooral aan de sector overlaten’, aldus Van Haren.

Onderwijskwaliteit over de volle breedte

Slob verwerpt de kritiek, zo laat hij weten in antwoord op vragen van Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks. ‘Het is belangrijk dat scholen die het predicaat hebben, op hun website duidelijke informatie verstrekken over wat dit predicaat betekent, namelijk dat de school over de volle breedte goede onderwijskwaliteit biedt en daarnaast uitblinkt op één of meer specifieke punten’, aldus de minister.

Hij wijst erop dat het verwerven van het predicaat een vrijwillige keuze van de school is en dat scholen daarbij vooral aandacht en tijd besteden ‘aan het expliciet maken en aanscherpen van hun eigen ontwikkeling en de ambities om hun onderwijs verder te verbeteren’. De scholen ervaren dat volgen hem ‘als een investering in de kwaliteit van hun onderwijs’.

Lees meer…

Inspectie is zicht kwijt door ‘wildgroei’ aan toetsen

‘De Inspectie van het Onderwijs waarschuwt dat het moeilijk wordt om het landelijke niveau van leerlingen vast te stellen op basis van de eindtoetsen nu er een wildgroei aan toetsen is ontstaan’, meldt de Telegraaf.

De krant citeert woordvoerder Jan-Willem Swane van de inspectie: ‘De toetsen zijn niet met elkaar te vergelijken. Dat maakt het onmogelijk om een landelijk beeld te krijgen van hoe leerlingen presteren. En als je dat niet weet, weet je ook niet of leerlingen beter leren lezen of schrijven dan voorgaande jaren.’

‘Andere toets om resultaat op te hogen’

Swane merkt volgens de Telegraaf ook op dat de scholen die lagere resultaten op de Centrale Eindtoets van het Cito behalen, vaak uitwijken naar een alternatieve toets. Directeur Peter Hulsen van de belangenorganisatie Ouders & Ouders vindt dat een slechte ontwikkeling. ‘Dat kan natuurlijk niet. Dat scholen selectief gaan winkelen om zo de resultaten van de school op te hogen. Uit elke toets zou hetzelfde advies moeten komen’, aldus Hulsen.

Scholen kunnen dit schooljaar kiezen uit zes verschillende eindtoetsen:

 

VO-raad over De Staat van het Onderwijs: ‘Eenzijdig’

De VO-raad vindt de conclusie van de Inspectie van het Onderwijs dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt ‘eenzijdig en daarmee onterecht’.

De signalering van de inspectie dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt staat in het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017. Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad zegt dat dit ‘ook met dit rapport in de hand’ niet is vol te houden.

‘Al helemaal niet in een tijd dat er geen euro extra geïnvesteerd wordt in leraren in het vo, er nog steeds verkeerde prikkels in het systeem zitten en de maatschappelijke opdracht van scholen alleen maar complexer wordt’, aldus Rosenmöller.

Het beeld dat de inspectie oproept over het voortgezet onderwijs doet volgens hem ‘geen recht aan de mensen in de scholen’ die, zo benadrukt hij, ‘onder moeilijke omstandigheden en met een bescheiden bekostiging’ goede resultaten boeken.

Lees meer…

PO-Raad: Te veel eisen en te weinig waardering

‘Het jarenlang overvragen en onderwaarderen van het primair onderwijs, de lage bekostiging en een beginnend lerarentekort hebben hun tol geëist.’ Daarmee reageert de PO-Raad op de bevinding van de Inspectie van het Onderwijs dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt.

De signalering van de inspectie dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt staat in het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017. Voor de sectororganisatie is de negatieve ontwikkeling geen groot nieuws, zo blijkt uit de woorden van voorzitter Rina den Besten: ‘Zorgelijk, maar niet heel verrassend.’

Zij ziet het ‘tekort aan bekostiging’ en het ‘groeiend lerarentekort door te lage salarissen’ als oorzaken van de tanende onderwijskwaliteit. Er worden volgens haar ook te veel eisen gesteld: ‘Scholen worstelen met een overladen lesprogramma en hun bordje wordt alsmaar verder vol geschept.’

Den Besten vindt echter ook dat het onderwijs naar zichzelf moet kijken om te zien wat er beter kan. ‘Scherper focus aanbrengen, goed zicht hebben op de eigen kwaliteit, en daarover verantwoording willen afleggen’, aldus de voorzitter van de PO-Raad.

Lees meer…

Ministers over beter onderwijs: schouders eronder!

Verbetering van het onderwijs ligt in handen van ‘ambitieuze leraren, schoolleiders en besturen’, benadrukken de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob in reactie op het inspectierapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017

In het rapport van de Inspectie van Onderwijs staat dat de prestaties van leerlingen onder druk staan en dat de kwaliteit van het onderwijs afglijdt. Daarnaast signaleert de inspectie dat ongelijke kansen dreigen en dat grote schoolverschillen worden versterkt door toenemende sociaal-economische segregatie.

Verandering van binnenuit

Voor Van Engelshoven en Slob zijn de conclusies van de inspectie geen reden om diepgaand in te grijpen in de autonomie van scholen. ‘De verandering zal van binnenuit moeten komen, van ambitieuze leraren, schoolleiders en besturen. Zij staan daarin niet alleen. De inspectie en het ministerie werken met hen samen aan constante verbetering van de kwaliteit van het onderwijs’, zo schrijven ze in hun reactie.

De minister voegen daaraan toe dat het onderwijs niet kan worden verbeterd door de scholen ‘opnieuw te overladen met actieplannen en maatregelen, maar door een combinatie van ruimte, vertrouwen en heldere, gerichte doelen’. Ze gaan de komende tijd verder in gesprek met onder andere de PO-Raad en VO-raad ‘om tot een gerichte samenwerking te komen om de kwaliteit van het onderwijs verder te versterken’.

Samen de schouders eronder

Van Engelshoven en Slob verwachten ‘van iederéén in het onderwijs de intrinsieke motivatie om ambitieus onderwijs te bieden’. Ze beloven dat ook zij de schouders eronder zetten ‘door bestaande initiatieven voort te zetten en nieuwe op te pakken’.

Lees meer…

Staat van het Onderwijs: prestaties onder druk

De Inspectie van het Onderwijs signaleert in het rapport De Staat van het Onderwijs 2016-2017 dat de prestaties van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs over een breed spectrum gelijk blijven of afnemen. Ook op andere punten signaleert de inspectie punten van zorg.

De gelijkblijvende of afnemende prestaties doen zich volgens de inspectie voor bij taal, rekenen, wiskunde, cultuureducatie, natuur en techniek, bewegingsonderwijs en burgerschap. Leerlingen in andere landen doen het gemiddeld beter. Daardoor is ons land zijn internationale toppositie kwijtgeraakt.

Het niveau van de diploma’s laat volgens de inspectie alleen in het vmbo en mbo nog een stijgende lijn zien. In het vmbo neemt het aantal diploma’s in de gemengde of theoretische leerweg toe. In andere sectoren ziet de inspectie geen stijging meer. ‘Het niveau van het hoogst behaalde diploma aan het einde van de schoolloopbaan daalt zelfs iets’, zo staat in het rapport.

Een positief punt is de lage jeugdwerkloosheid in Nederland. Met een afgeronde opleiding in het mbo, het hbo of aan de universiteit hebben jongeren relatief snel een baan. Dat geldt onder andere voor jongeren die in het onderwijs willen gaan werken.

Onderwijskansen en segregatie

De voorwaarden voor gelijke kansen lijken iets te verbeteren, meldt de inspectie. ‘Er zijn meer dubbele adviezen en leerlingen klimmen vaker op binnen het voortgezet onderwijs’, zo staat in het rapport. Toch blijft kansenongelijkheid bestaan, want te zien is aan het feit dat vooral leerlingen in het praktijkonderwijs en beroepsgerichte opleidingen laagopgeleide ouders hebben en vwo’ers vooral hoogopgeleide ouders.

Wat de segregatie betreft, signaleert de inspectie dat die vooral groot is in het basisonderwijs. Het gaat hierbij met name om segregatie naar opleidings- en inkomensniveau van de ouders en minder om etnische segregatie. In het rapport staat verder dat scholen met een bijzonder onderwijsconcept en scholen op religieuze basis bijdragen aan segregatie.

Kwaliteitszorg, autonomie en sturing

De inspectie verbindt de gelijkblijvende en deels afnemende prestaties van leerlingen met de maatschappelijke opdracht aan het onderwijs die steeds meer onder druk staat. ‘Ondanks het grote aantal goede scholen (…) lukt het niet de kwaliteit van het onderwijs voor alle leerlingen (…) te verbeteren’, zo staat in het rapport. Er wordt hierbij een verband gelegd met de autonomie van de scholen, die niet altijd zou worden benut.

Ook noemt de inspectie de hoge werkdruk die in het onderwijs wordt ervaren, het gebrek aan gekwalificeerd personeel op sommige scholen, de discussies over onvoldoende verantwoording en toegenomen tegenstellingen. Andere aspecten die mogelijk negatieve invloed hebben, zijn onvoldoende aandacht voor kwaliteitszorg en verschillende opvattingen over wat goede onderwijskwaliteit inhoudt.

De inspectie ziet ook dat doelen en werkwijzen van gemeentelijke, regionale en landelijke samenwerkingsverbanden of netwerken aanzienlijk van elkaar kunnen verschillen. Veel van deze verbanden en netwerken hebben volgens de inspectie maar weinig doorzettingsmacht. Bovendien ontbreekt het meestal aan tegenkracht en aan consensus over verwachte resultaten.

Download De Staat van het Onderwijs 2016-2017

Interviewtjes met deelnemers

Aan het begin van het congres in de DeFabrique in Utrecht waar het rapport werd gepresenteerd, hield de inspectie korte interviewtjes met deelnemers. Onder anderen directeur Hans Teegelbeckers van VOS/ABB werd gevraagd wat hem naar het congres bracht.

‘De Staat van het Onderwijs maakt duidelijk waar we staan. De bevindingen van de Inspectie van het Onderwijs zijn niet altijd positief. Dat is best lastig voor de mensen in het veld, want zij werken enorm hard. Het spanningsveld tussen de wetgeving van de overheid ten aanzien van onderwijs en de autonomie van scholen bijvoorbeeld, vind ik een interessant thema’, aldus Teegelbeckers.

Hij voegde daaraan toe dat het niet alleen belangrijk is om pijnpunten te constateren, maar vooral ook om daar wat mee te doen. ‘Ik ben heel benieuwd naar trends die de inspectie vandaag nader toelicht en hoop dat de verdieping die alle bezoekers hier krijgen, helpen om het onderwijs in Nederland voortdurend te verbeteren.’

Lees meer…

Examencontracten onaanvaardbaar en onwettig

Examencontracten zijn onaanvaardbaar en onwettig, benadrukken de onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

De minister reageren op signalen uit Tweede Kamer dat leerlingen in het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) en het mbo examencontracten voorgelegd krijgen op basis waarvan ze bij tegenvallende schoolexamenresultaten uitgesloten kunnen worden van deelname aan het centraal examen.

In 2016 liet toenmalig staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer weten dat examencontracten in het voortgezet onderwijs onaanvaardbaar en illegaal zijn. Dit geldt ook voor het vavo en het mbo, benadrukken Van Engelshoven en Slob.

Lees meer…

Deze week meer info over uitbreiding Regelluwe scholen

Schoolbesturen krijgen vanaf deze week informatie over de aanmeldprocedure voor de uitbreiding van het experiment Regelluwe scholen, zo staat in een brief van onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.

In januari kondigde Slob aan dat het experiment Regelluwe scholen in het primair en voortgezet onderwijs zou worden uitgebreid met een ‘beperkt aantal’ scholen. Uit de brief die Slob nu naar de Kamer heeft gestuurd, blijkt dat het experiment wordt uitgebreid met maximaal 48 scholen.

Loslaten van regels

Van nieuwe scholen zal worden gevraagd zich aan te sluiten bij een aantal deelexperimenten die nu al lopen binnen het experiment. Dit om meer informatie te krijgen over de effecten van het loslaten van bepaalde regels.

Voorwaarde om in aanmerking te kunnen komen voor deelname, is dat het onderwijs op de school van aantoonbaar goede kwaliteit is. Ook scholen die niet het predicaat ‘excellent’ hebben, komen in aanmerking.

Loting

Bij de selectie zal mede worden gekeken naar de spreiding van de scholen over het land. Bij meer dan 48 nieuwe aanmeldingen, zal worden geloot.

Over de informatieverstrekking voor deelname aan het experiment meldt Slob dat die begint in week 15 ‘zodat nieuwe scholen nog voor de zomer uitsluitsel kunnen krijgen’. Week 15 is de week van 9 tot 16 april.

Lees meer…

Slob wil ‘stelselmonitor’ burgerschapsonderwijs

Onderwijsminister Arie Slob wil structureel in kaart gaan brengen wat er in het primair en voortgezet onderwijs rond burgerschapsonderwijs gebeurt, meldt de VO-raad.

Op de website van de sectororganisatie staat dat Slob voorstelt met een ‘stelselmonitor’ te komen. Hij opperde dat tijdens een debat over de uitkomsten van de International Civic and Citizenship Education Study (ICCS). Dat is een internationaal vergelijkend onderzoek naar burgerschapscompetenties van leerlingen in het voortgezet onderwijs.

Uit dat onderzoek blijkt dat de burgerschapscompetenties van Nederlandse leerlingen achterblijven bij die van leerlingen in vergelijkbare landen. Ook is er hier minder maatschappelijke en politieke betrokkenheid en zijn scholieren minder positief over basiswaarden, zoals gelijke rechten voor verschillende etnische groepen.

Meer aandacht voor burgerschapsonderwijs

In het debat gaf Slob aan dat deze uitkomsten serieus genomen moeten worden en dat ze onderstrepen dat extra aandacht nodig is voor burgerschapsonderwijs.

Lees meer…

Regiostakingen: geen actieve controle op onderwijstijd

De Inspectie van het Onderwijs zal niet actief nagaan of de wettelijke onderwijstijd door de komende regionale estafettestakingen in het primair onderwijs in het geding is. Daarmee stelt de inspectie zich hetzelfde op als tijdens de eerdere stakingen.

‘De lijn van de inspectie is niet veranderd’, zo laat een woordvoerder desgevraagd aan VOS/ABB weten naar aanleiding van deze eerdere tweets van de inspectie:

De inspectie wijst erop dat gedurende acht schooljaren basisschoolleerlingen ten minste 7520 uren onderwijs moeten krijgen: in de eerste vier schooljaren ten minste 3520 uren en in de laatste vier schooljaren ten minste 3760 uren. ‘De verloren uren door een korte staking zal de gemiddelde school prima kunnen invullen op andere momenten gedurende de schooljaren’, zo herhaalt de woordvoerder de inhoud van bovenstaande tweets uit november vorig jaar.

Hij voegt hieraan toe dat als de inspectie signalen krijgt dat scholen te weinig onderwijstijd hebben geprogrammeerd, dat wordt nagerekend. ‘Mochten er inderdaad te weinig uren geprogrammeerd staan, dan vragen we de school hoe de gemiste tijd gecompenseerd gaat worden. Als we reden hebben om aan te nemen dat dat niet goed komt, geven we een schriftelijke herstelopdracht.’

Lees meer over onderwijstijd

Slob zet druk op verantwoording schoolbesturen

Onderwijsminister Arie Slob gaat schoolbesturen verplichten om in hun jaarverslagen over specifieke onderwerpen verantwoording af te leggen. Dat meldt hij in een brief aan de Tweede Kamer over de evaluatie van de sectorakkoorden in het primair en voortgezet onderwijs.

‘Het is belangrijk dat schoolbesturen de besteding van de sectorgelden helder verantwoorden, zodat voor alle belanghebbenden duidelijk is op welke wijze de besteding van de financiële middelen bijdraagt aan het realiseren van de doelen uit de sectorakkoorden’, zo schrijft Slob. Hij constateert dat het op dit punt niet goed gaat.

Daarom gaat hij de komende jaren gebruikmaken van zijn bevoegdheid, zoals die is vastgelegd in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, om schoolbesturen te verplichten over specifieke onderwerpen verantwoording af te leggen.

Daarop vooruitlopend wil hij samen met schoolbesturen ervaringen opdoen ‘over de wijze waarop deze verantwoordingseisen voor het bestuursverslag in de praktijk het beste kunnen worden vormgegeven’. Daarom komt er een pilot met de PO-Raad en VO-raad om ‘de verantwoording in de bestuursverslagen over prioritaire thema’s te verbeteren’.

Lees meer…

‘Volwassen sector bewaakt eigen kwaliteit’

‘We moeten als sector laten zien dat we volwassen zijn en onze eigen kwaliteit bewaken’, zegt bestuurder Marten Elkerbout van Openbaar Onderwijs Spaarnesant in Haarlem op de website van de PO-Raad.

Elkerbout zegt in een artikel over zelfevaluatie dat er bij Spaarnesant ‘veel op de rit’ moest worden gezet toen hij daar 2,5 jaar geleden begon. ‘Ik vond dit een mooi moment om te kijken of we op de goede weg zijn’, aldus de bestuurder.

Hij betrok vertegenwoordigers uit alle lagen van de organisatie bij de zelfevaluatie om zoveel mogelijk informatie op te halen. ‘Met elkaar kunnen mensen een heel compleet beeld geven.’

Lees meer…

Vernieuwde onderzoekskader toetsen en examens

Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven heeft mede namens haar collega Arie Slob het vernieuwde Onderzoekskader College voor Toetsen en Examens naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het vernieuwde kader omvat het jaarlijkse risicogerichte toezicht op de kwaliteit van het functioneren van het College voor Toetsen en Examens (CvTE), de naleving van de wettelijke taken en een driejaarlijks onderzoek naar de kwaliteitsborging van examens en het examenproces door het CvTE.

De Inspectie van het Onderwijs gaat in het onderzoekskader na of het CvTE conform zijn eigen kwaliteitsprocedures werkt en of het college daarmee de kwaliteit, het niveau en de afname van centrale toetsen en examens borgt.

Wijzigingen verantwoording samenwerkingsverbanden

Samenwerkingsverbanden (swv’s) voor passend onderwijs krijgen te maken met wijzigingen in hun verantwoording.

Het ministerie van OCW heeft hierover een brief gestuurd, waarin drie punten centraal staan:

  1. Aanpassingen in de jaarrekening en de taxonomie en XBRL;
  2. Notitie ‘Uitgangspunten en monitoring verantwoording door en binnen samenwerkingsverbanden passend onderwijs’;
  3. Aanpassing continuïteitsparagraaf.

In de brief wordt hier uitgebreid op ingegaan.

Download de brief

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Staking: inspectie controleert niet op onderwijstijd

De Inspectie van het Onderwijs zal niet actief nagaan of de wettelijke onderwijstijd door een staking in het geding is.

Dat meldt de inspectie op Twitter naar aanleiding van de mogelijke staking in het primair onderwijs op 12 december. De inspectie voegt eraan toe dat scholen in het algemeen ruim voldoende onderwijstijd hebben geprogrammeerd, zodat verloren uren door een korte staking prima opgevangen kunnen worden.

Meer informatie over onderwijstijd

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Sectorraden somber over lerarenregister

De PO-Raad, VO-raad en MBO Raad maken zich zorgen over hoe het lerarenregister vorm krijgt. De sectorraden willen hierover in gesprek met de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

In een brief van de sectorraden aan de ministers staat dat het lerarenregister vooral ‘een technisch-bureaucratische exercitie’ dreigt te worden ‘die ver afstaat van de leraren in de klas en van de praktijk binnen scholen’.

Er is volgens de sectorraden op dit moment onvoldoende draagvlak voor het lerarenregister, waardoor schoolbesturen in een vacuüm opereren. ‘Ze moeten van alles, zonder dat het register wordt gedragen door het merendeel van hun leraren’, zo staat in de brief, waarin de raden aangeven dat het lerarenregister in elk geval op onderdelen moet worden heroverwogen. Implementatie ervan onder de huidige omstandigheden is volgens hen onmogelijk.

Onderwijsraad over lerarenregister

Ze verwijzen in hun brief aan de ministers naar een recent rapport van de Onderwijsraad, waarin onder meer staat dat de het lerarenregister meer moet aansluiten bij de bestaande praktijk van bekwaamheidsonderhoud. De Onderwijsraad vindt ook dat de basis van het lerarenregister op orde moet worden gebracht, omdat de wettelijke bekwaamheidseisen nog ‘onvoldoende richtinggevend’ zijn.

Een ander advies van de Onderwijs is om wel door te gaan met het lerarenregister, omdat dat goed zou zijn voor de kwaliteit van het onderwijs.

Meer professionele ruimte dan veel scholen denken

Scholen hebben meer professionele ruimte dan ze vaak denken. Dat blijkt volgens de Inspectie van het Onderwijs en het ministerie van OCW uit de handreiking Ruimte in regels.

De handreiking is bedoeld om scholen te helpen. In de uitgave staat waarover scholen zich op basis van de wet moet kunnen verantwoorden en hoeveel professionele ruimte er is om daar als school zelf vorm aan te geven.

Professionele ruimte benutten

In de publicatie wordt gerefereerd aan een uitspraak van plaatsvervangend inspecteur generaal Arnold Jonk. Hij zei in februari 2015 in het CNV Schooljournaal dat scholen alleen dingen moeten registreren waar ze wat aan hebben en alleen plannen moeten maken die ze ook echt gaan gebruiken.

Download Ruimte in regels

 

In het eerstvolgende nummer van magazine Naar School! van VOS/ABB, dat op 28 november verschijnt, komt een interview met voormalig directeur en huidig schoolbestuurder Gérard Zeegers. Hij heeft het boek Veranderend toezicht geschreven. Zeegers zegt onder meer dat scholen niet alles hoeven vast te leggen, als ze maar in een professioneel gesprek met de inspecteur kunnen aantonen hoe ze het onderwijs vormgeven en hoe ze hun leerlingen volgen. De eerste reacties van scholen op het nieuwe toezicht zijn positief.

Doorstroom vmbo-havo verschilt sterk per school

Bij de ene school stroomt driekwart van de vmbo-leerlingen door naar havo, terwijl bij de andere school die doorstroom nul is. Dat blijkt uit een analyse van de NOS, die zich baseert op informatie van de website Scholen op de kaart. Minister Arie Slob zegt in reactie dat verreweg de meeste scholen zich houden aan de doorstroomcode.

De NOS meldt dat gemiddeld 16 procent van de vmbo’ers die de theoretische of de gemengde leerweg doen, doorstroomt naar havo. Ruim 80 procent gaat mbo doen. De rest volgt na het vmbo al dan niet tijdelijk geen onderwijs.

Recht op doorstroom

Het bericht van de NOS staat in het kader van het doorstroomrecht voor vmbo’ers. Vanaf het schooljaar 2019-2020 mogen scholen geen cijfereisen meer stellen. Wel moeten vmbo’ers dan minstens zeven vakken hebben gevolgd om te mogen doorstromen naar havo.

Minister Arie Slob laat in reactie op vragen van Tweede Kamerlid Michel Rog van het CDA weten dat 84 procent van de scholen zich aan de doorstroomcode houdt. Scholen die aanvullende eisen stellen, worden daar volgens de minister op aangesproken.

In het nummer van het VOS/ABB-magazine Naar School! dat in december 2016 is verschenen, staat een artikel over de doorstroom van mavo naar havo.

Van mavo naar havo: het lukt alleen met extra inzet

 

Onderwijsraad: Lerarenregister moet eenvoudiger

Het lerarenregister zoals dat nu wordt vormgegeven, schiet zijn doel voorbij. Dat stelt de Onderwijsraad.

‘Het lerarenregister dreigt vooral een technisch-bureaucratische exercitie te worden, die ver afstaat van de leraren in de klas en van de praktijk binnen scholen’, schrijft de Onderwijsraad, die eraan toevoegt dat het oorspronkelijke doel van het register voorop moet blijven staan, namelijk ‘een garantie dat leraren bekwaam zijn en blijven’.

Voorzitter Henriëtte Maassen van den Brink van de Onderwijsraad zegt dat ‘het optuigen van ingewikkelde structuren en besluitvormingsprocedures met commissies en mandaten’ ertoe zal leiden dat ‘het lerarenregister in onvruchtbare aarde’ belandt.

De Onderwijsraad blijft voorstander van het lerarenregister, omdat dat goed zou zijn voor de kwaliteit van het onderwijs en de status van het beroep van leraar, maar het zou dus eenvoudiger moeten worden uitgewerkt.

Lees meer…

Uitgebreide analyse van regeerakkoord

Mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft een uitgebreide analyse gemaakt van het regeerakkoord van het volgende kabinet onder leiding van premier Mark Rutte.

In de analyse is niet alleen aandacht voor de extra investeringen in het primair onderwijs, die al volop in de media aan bod komen, maar juist ook voor veel andere zaken. Hierbij kunt u denken aan de fusietoets die voor het primair en voortgezet onderwijs wordt afgeschaft, het wetsvoorstel voor richtingvrije scholenplanning dat wordt doorgezet en de wettelijke verankering van de burgerschapsopdracht.

In het regeerakkoord staat nog (veel) meer, bijvoorbeeld dat de diagnostische toets wordt afgeschaft, dat de huidige rekentoets wordt vervangen door een alternatief en dat er geld wordt vrijgemaakt voor een dekkend aanbod van techniekonderwijs in het vmbo.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de analyse downloaden.

Inspectie gaat niet over kwaliteit examens

Het behoort niet tot de taak van de Inspectie van het Onderwijs om een inhoudelijk oordeel te vellen over de inhoud en kwaliteit van de centrale examens in het voortgezet onderwijs. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW benadrukt dat hij dat zo wil houden.

Dekker laat dit weten in antwoord op vragen van Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul van de PvdA. Zij had de vragen gesteld naar aanleiding van de kwaliteit van het centrale vwo-examen Frans, waarover in het afgelopen schooljaar veel gedoe was.

De staatssecretaris stelt dat het College voor Toetsen en Examens (CvTE) de signalen die over dit examen binnenkwamen, op correcte wijze heeft afgehandeld. ‘Het CvTE heeft gehandeld conform de lijn die geldt voor docentbetrokkenheid bij de totstandkoming en normering van examens’, aldus Dekker.

Hij benadrukt dat de verdeling van verantwoordelijkheden tussen het CvTE en de inspectie niet wordt gewijzigd: ‘Tijdens het algemeen overleg op 24 juni 2015 heb ik aangegeven dat ik wil vasthouden aan deze verdeling’. De kwestie rond het vwo-examen Frans brengt daar voor hem geen verandering in.

Deel uw ervaringen met vernieuwde toezicht inspectie

Bent u schoolbestuurder? Zodra u ervaringen hebt met het vernieuwde toezicht van de Inspectie van het Onderwijs, willen wij dat graag van u horen!

Het vernieuwde toezicht is officieel met ingang van het nieuwe schooljaar per 1 augustus jongstleden van kracht en geldt voor alle scholen en besturen in zowel het primair als voortgezet onderwijs. Doel van de vernieuwing is scholen extra te stimuleren hun onderwijs te verbeteren. Er ligt daarbij meer nadruk op de beoordeling van de kwaliteitszorg door het bestuur.

De inspectie geeft voortaan een voldoende als het onderwijs aan de wettelijke eisen voldoet, maar een school die invulling geeft aan hogere ambities krijgt de waardering ‘goed’. Alle scholen worden minstens één keer in de vier jaar bezocht. Scholen die risico’s vertonen, krijgen vaker bezoek. In het voortgezet onderwijs toetst de inspectie specifiek op sociale veiligheid.

In onderstaande video geeft de inspectie uitleg over het vernieuwde toezicht:

Op de website van de Inspectie van het Onderwijs staat meer informatie.

Wat zijn uw ervaringen?

Wij willen op basis van uw ervaringen kijken of het inspectietoezicht naar tevredenheid functioneert en of het op bepaalde punten kan worden geoptimaliseerd. Wij zullen daarover in gesprek gaan met de inspectie en eventueel ook met de Tweede Kamer.

U kunt uw ervaringen delen met mr. Ronald Bloemers via rbloemers@vosabb.nl.

Nieuwe toezicht inspectie en bekwaamheidseisen

Het onderwijs heeft in het nieuwe schooljaar te maken met een nieuwe vorm van inspectietoezicht en met nieuwe bekwaamheidseisen voor leraren.

Het vernieuwde toezicht van de Inspectie van het Onderwijs is ingegaan op 1 augustus 2017 en geldt voor alle scholen en besturen in zowel het primair als voortgezet onderwijs. Doel van de vernieuwing is scholen meer te stimuleren hun onderwijs te verbeteren. Er ligt daarbij meer nadruk op de beoordeling van de kwaliteitszorg door het bestuur.

De inspectie geeft voortaan een voldoende als het onderwijs aan de wettelijke eisen voldoet, maar een school die ook invulling geeft aan hogere ambities krijgt de waardering ‘goed’. Alle scholen worden minstens één keer in de vier jaar bezocht. Scholen die risico’s vertonen, krijgen vaker bezoek. In het voortgezet onderwijs toetst de inspectie specifiek op sociale veiligheid.

In onderstaande video geeft de inspectie uitleg over het vernieuwde toezicht:

Op de website van de Inspectie van het Onderwijs staat meer informatie.

Lerarenregister

Ook de nieuwe Wet beroep leraar en lerarenregister is van kracht vanaf 1 augustus 2017. Daarin is vastgelegd aan welke bekwaamheidseisen leraren in het primair en voortgezet onderwijs moeten voldoen.

Leraren moeten zich registreren in het nieuwe Lerarenregister. Daarin kunnen zij aantonen dat zij hun bekwaamheid onderhouden.

In 2011 lanceerde de Onderwijscoöperatie het vrijwillige Lerarenregister. De website registerleraar vermeldt dat 82.500 leraren zich hiervoor hebben aangemeld, van wie er 46.500 zich hebben geregistreerd en hun portfolio bijhouden. Deze leraren kunnen hun opgebouwde portfolio meenemen naar het nieuwe verplichte register.

Meer informatie

In het februari 2017 verscheen in ons magazine Naar School! een artikel over het Lerarenregister en de positieve ervaringen hiermee op het openbare Rembrandt College in Veenendaal.

 

Lumpsum omhoog en vertrouw schoolbesturen!

Schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs hebben behoefte aan een verhoging van de lumpsum en aan vertrouwen van de overheid op basis van verantwoording en transparantie over eigen keuzes, besteding van middelen en bereikte doelen.

Dit komt uit een ledenraadpleging in het kader van een advies dat de Onderwijsraad opstelt over sturing op onderwijskwaliteit via bekostiging(svoorwaarden). VOS/ABB levert op basis van gesprekken met leden input voor dit nog op te stellen advies.

Download input voor advies Onderwijsraad