Slob positief over voortgang sectorakkoorden

Leraren in het primair en voortgezet onderwijs maken meer gebruik van ICT en digitaal lesmateriaal. Dat is een positieve ontwikkeling voor de kwaliteit van het onderwijs. Dit meldt onderwijsminister Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer over de voortgangsrapportage over de sectorakkoorden voor het primair en voortgezet onderwijs.

‘In het primair onderwijs zien we positieve ontwikkelingen op het vlak van uitdagend onderwijs. Zo wordt er veel gebruikgemaakt van digitaal leermateriaal in de les en is er voldoende aandacht voor het onderzoekend leren van leerlingen’, aldus Slob. Over het voortgezet onderwijs meldt hij dat ook daar ‘leraren bij het voorbereiden of geven van lessen meerdere ICT-toepassingen gebruiken’.

Professionalisering

Op het vlak van professionalisering signaleert Slob dat nagenoeg alle schoolleiders in het primair onderwijs zijn geregistreerd in het Schoolleidersregister PO. Het opleidingsaanbod voor schoolleiders wordt volgens hem goed afgestemd op de vraag van scholen en schoolbesturen.

Wat de professionalisering binnen het voortgezet onderwijs betreft, ziet Slob dat het aantal plekken op opleidingsscholen zeer sterk is gegroeid. ‘Ook het aandeel vmbo-docenten dat beschikt over kennis van de actuele beroepspraktijk en de opleidingsmogelijkheden hiervoor in het vervolgonderwijs is flink toegenomen’, zo staat in zijn brief.

(Zeer) zwakke scholen

Een ander punt dat hierin aan bod komt, is dat in het primair onderwijs het aandeel (zeer) zwakke scholen dat zich binnen een jaar verbetert, zeer sterk is toegenomen. ‘Het is echter belangrijk om er naar te blijven streven dat alle (zeer) zwakke scholen zich binnen een jaar verbeteren’, zo benadrukt de minister.

In het voortgezet onderwijs is volgens de minister ook voortgang geboekt met onvoldoende en zeer zwakke afdelingen die zich verbeteren. Het blijft volgens hem belangrijk om hieraan te blijven werken. ‘Doelstelling is immers dat in 2020 alle onvoldoende en zeer zwakke afdelingen zich binnen één jaar respectievelijk twee jaar verbeteren’, aldus Slob.

Zie ook: