Overal doorzettingsmacht nodig voor minder thuiszitters

Alle samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs moeten doorzettingsmacht hebben. Zo kan het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit omlaag worden gebracht, benadrukt onderwijsminister Arie Slob.

Op de vraag uit de Tweede Kamer hoe het komt dat er nog steeds veel kinderen thuiszitten zonder onderwijs, terwijl elk samenwerkingsverband een dekkend onderwijsaanbod zou moeten hebben en scholen zorgplicht hebben, antwoordt Slob dat kinderen soms thuiszitten doordat er nog geen overeenstemming is over een aanbod.

‘In sommige gevallen heeft een samenwerkingsverband langer tijd nodig om tot een passend aanbod te komen’, aldus de minister. Daarvoor bestaan volgens hem verschillende oorzaken, omdat de situatie van iedere thuiszitter uniek is en een eigen oplossing behoeft.

‘Vaak is deze oplossing niet alleen in het onderwijs gelegen, maar ook in de zorg. Mede vanwege de veelvoud aan partijen die betrokken zijn bij de thuiszitter, kan het veel tijd kosten om te komen tot een gedragen inschatting van de behoefte van de leerling en een besluit over (de financiering van) het aanbod’, zo licht Slob toe.

In dit kader benadrukt hij dat doorzettingsmacht van het samenwerkingsverband kan helpen, maar dat dit nog niet in alle regio’s is geregeld. ‘Daarom heeft dit kabinet zich de ambitie gesteld dat in alle samenwerkingsverbanden doorzettingsmacht geregeld wordt’, aldus Slob.

Lees meer…

Dekker weerspreekt rechtsongelijkheid passend onderwijs

Het klopt het dat het ene samenwerkingsverband voor passend onderwijs andere toelaatbaarheidsverklaringen kan afgeven dan het andere samenwerkingsverband. Dat staat in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van D66.

Dekker reageert op vragen van Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66, die bij de staatssecretaris aan de bel had getrokken naar aanleiding van een bericht op de website van de christelijke profielorganisatie Verus. In dat bericht wordt melding gemaakt van rechtsongelijkheid, omdat het ene samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het (voortgezet) speciaal onderwijs afgeeft tot 20 jaar, terwijl het andere samenwerkingsverband zo’n verklaring afgeeft tot 16 jaar.

Verschillende criteria passend onderwijs

Staatssecretaris Dekker antwoordt dat het inderdaad mogelijk is dat het ene samenwerkingsverband andere criteria hanteert dan het andere: ‘Elk samenwerkingsverband legt in zijn ondersteuningsplan de procedure en criteria vast op basis waarvan een leerling toelaatbaar kan worden verklaard (…).’

Hij wijst erop dat in de Wet op de expertisecentra staat dat leerlingen uiterlijk tot hun twintigste levensjaar ingeschreven kunnen blijven op het voortgezet speciaal onderwijs, maar dat dat geen absolute leeftijdsgrens is. ‘Het uitgangspunt is dat per leerling de afweging wordt gemaakt wat het beste bij zijn of haar ontwikkeling past: langer verblijf in het onderwijs of een vervolgbestemming buiten het onderwijs, zoals dagbesteding’, aldus Dekker.

Lees meer…

Zembla over thuiszitters zonder leerplicht

Het onderzoeksjournalistieke programma Zembla heeft woensdagavond aandacht besteed aan passend onderwijs en de problematiek van thuiszitters.

Het ging onder meer over de toename van het aantal kinderen met een zogenoemde vrijstelling 5 onder a. Zij zijn vrijgesteld van leerplicht. Sinds het schooljaar 2011-2012 is het aantal kinderen met een dergelijke vrijstelling met 60 procent toegenomen, zo staat in een rapport dat in oktober is verschenen.

De vrijstelling 5 onder a is bedoeld voor kinderen bij wie de problematiek dusdanig groot is (bijvoorbeeld meervoudige beperking) dat het volgen van onderwijs niet mogelijk lijkt. Uit de uitzending van Zembla komt het beeld naar voren dat deze vrijstelling ook wordt verleend als er geen sprake is van ‘onleerbaarheid’.

Via de website van Zembla kunt u de uitzending terugkijken.

Dekker tempert angst praktijkonderwijs

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW denkt niet dat het praktijkonderwijs te maken krijgt met een toeloop van leerlingen met gedragsproblemen. Hij reageert daarmee op een artikel in het AD waarin de directeur van een praktijkschool die angst uitspreekt.

PvdA-Kamerlid Loes Ypma had vragen gesteld aan Dekker naar aanleiding van het artikel in het AD. Daarin spreekt directeur André Dokman van het Futura College in Woerden zijn vrees uit dat het loslaten van de landelijke criteria van het praktijkonderwijs zal leiden tot de komst van onder anderen cluster 4-leerlingen.

Met zijn antwoorden probeert Dekker die angst te temperen. ‘Sinds de invoering van passend onderwijs wijzen de samenwerkingsverbanden leerlingen op een zorgvuldige en professionele wijze ondersteuning toe. Ik heb er vertrouwen in dat samenwerkingsverbanden dat ook voor het praktijkonderwijs kunnen doen’, aldus de staatssecretaris.

Maatwerk en praktijkonderwijs

Als de criteria voor het praktijkonderwijs zijn losgelaten, kunnen samenwerkingsverbanden die criteria laten aansluiten op de criteria voor andere vormen van ondersteuning in de regio. Zo kan er volgens Dekker in de regio worden bepaald op welke school een leerling het best op zijn plek is. ‘Hierdoor zullen samenwerkingsverbanden nog beter in staat zijn maatwerk te leveren’, zo schrijft hij.

Hij tekent daarbij aan dat bij de invoering van passend onderwijs ook vrees bestond voor een grote toeloop van leerlingen uit het (voortgezet) speciaal onderwijs naar het reguliere onderwijs. ‘Dit is niet gebeurd’, aldus Dekker.

Lees meer…

Handreiking gegevensuitwisseling passend onderwijs

Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) heeft een handreiking gepubliceerd over passend onderwijs en gegevensuitwisseling.

In de handreiking komt onder andere aan bod wat verstaan wordt onder verwerken van persoonsgegevens, gegevensuitwisseling binnen school, uitgangspunten voor gegevensuitwisseling met externe samenwerkingspartners, doelbinding en transparantiebeginsel, rechten van ouders en leerling en bijzondere persoonsgegevens.

De handreiking is bedoeld voor scholen die in het kader van passend onderwijs samenwerken met onder andere jeugdhulp, de leerplichtambtenaar en de jeugdgezondheidszorg.

Download Handreiking gegevensuitwisseling

Minder bureaucratie door passend onderwijs

Directeuren, coördinatoren en toewijzers zijn over het algemeen positief over de toewijzingsprocedures volgens passend onderwijs. Intern begeleiders (ib’ers) en zorgcoördinatoren zijn veel minder positief.

Dat blijkt uit het onderzoek Ingeslagen paden naar de wijze waarop de samenwerkingsverbanden passend onderwijs de toewijzing van onderwijsondersteuning georganiseerd hebben. De resultaten van dit onderzoek horen bij de Negende voortgangsrapportage passend onderwijs.

Flexibeler door passend onderwijs

De nieuwe procedures worden door directeuren, coördinatoren en toewijzers flexibeler gevonden dan vóór de invoering van passend onderwijs. Bovendien ervaren zij de procedures als minder bureaucratisch, minder ingewikkeld en minder gestuurd door een medisch model. Er is ook sprake van een positieve beoordeling als het gaat om transparantie, rechtsgelijkheid en deskundigheid.

Achteruitgang

Ib’ers en zorgcoördinatoren zijn veel minder positief, zo blijkt uit het onderzoek. Zij vinden weliswaar dat er sprake is van verbetering op de aspecten bureaucratie en medicalisering, maar wat betreft transparantie, deskundigheid en voldoende middelen spreken zij van een achteruitgang.

In de nieuwe situatie zien ib’ers en zorgcoördinatoren geen verschil met de situatie van vóór de invoering van passend onderwijs als het gaat om flexibiliteit en belemmeringen.

Lees meer…

Drie nieuwe adviezen over toelaatbaarheidsverklaring

De Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT) heeft in januari drie adviezen uitgebracht over een toelaatbaarheidsverklaring (tlv).

In twee zaken maakten de ouders bezwaar tegen de toegekende tlv voor speciaal onderwijs. De ouders wilden hun kinderen liever naar het regulier onderwijs laten gaan.

In de derde zaak wilde de ouder juist wel een toelaatbaarheidsverklaring voor voortgezet speciaal onderwijs, maar besloot het samenwerkingsverband de tlv niet toe te kennen.

Lees meer…

Kamer wil onafhankelijke beslisser voor thuiszitters

In de Tweede Kamer klinkt de roep om een onafhankelijke instantie die moet beslissen of leerlingen die zonder onderwijs thuiszitten, naar het speciaal onderwijs kunnen.

De onafhankelijke instantie die de Kamer wil, moet ervoor zorgen dat er echt voor álle kinderen een passende plek in het onderwijs wordt gevonden, zoals dat is vastgelegd in de Wet passend onderwijs. Nu is het soms nog zo dat het de ouders, de school en het samenwerkingsverband niet lukt om op één lijn komen, waardoor het kind zonder onderwijs thuis komt te zitten.

Kamerlid Paul van Meenen  van D66 benadrukt tegenover RTL Nieuws dat de ouders vaak al genoeg zorgen hebben. ‘Zij moeten niet ook nog een strijd hoeven voeren tegen de instanties. Ik wil dat er een instantie komt die zegt: we hebben alles bekeken en dit kind gaat gewoon naar het speciaal onderwijs.’

Loes Ypma van de PvdA zegt dat als de school en de ouders het niet met elkaar eens zijn, het goed is als een onafhankelijk iemand zich alleen bezighoudt met de vraag wat er nodig is om ervoor te zorgen dat dit kind weer gewoon naar school toe kan. 

Aandeel zorgleerlingen verschilt per gemeente

Het aandeel leerlingen dat extra ondersteuning nodig heeft verschilt per gemeente. In Oss en Veendam is dit met 33 procent relatief hoog, terwijl het in het Groningse Haren maar 3 procent is. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) noemt de verschillende percentages in in de Jeugdmonitor 2015. 

Het hoofdstuk waarin de percentages worden genoemd, gaat specifiek over 15-jarigen in het onderwijs. De percentages hebben betrekking op leerlingen die vmbo met leerwegondersteunend onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs volgen.

In de vier grootste gemeenten is het aandeel 15-jarigen met extra ondersteuning iets hoger dan gemiddeld, namelijk bijna 20 procent. Dit aandeel is in Amsterdam en Rotterdam een stuk hoger dan in Den Haag en Utrecht. Dit hangt volgens het CBS samen met het hoge aandeel niet-westerse allochtonen in deze gemeenten. Het aandeel 15-jarigen met extra ondersteuning onder niet-westerse allochtonen is twee keer zo groot als onder autochtone en westers allochtone 15-jarigen.

Ook de vorm van ondersteuning verschilt per gemeente. In Veendam volgen bijvoorbeeld naar verhouding meer 15-jarigen praktijkonderwijs dan in Oss, terwijl in Oss meer leerlingen leerwegondersteunend onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs volgen.

Lees meer…

Vervolgonderzoek naar bureaucratie passend onderwijs

Het Kohnstamm Instituut voert in opdracht van het ministerie van OCW een vervolgonderzoek uit naar bureaucratie in het kader van passend onderwijs.

Het verminderen van bureaucratie is een van de doelstellingen van passend onderwijs. Het vervolgonderzoek van het Kohnstamm Instituut moet uitwijzen of die doelstelling in het primair en voortgezet onderwijs wordt bereikt. Het onderzoek richt zich onder anderen op intern begeleiders, zorgcoördinatoren, leraren en mentoren.

Doe mee aan het vervolgonderzoek

Thuiszitters hoog op agenda van inspectie

Het risicogerichte onderzoek van Inspectie van het Onderwijs bij de samenwerkingsverbanden passend onderwijs moet er in principe toe leiden dat die per 1 augustus 2016 het basisarrangement hebben. Dat blijkt uit een toelichting die de inspectie onder andere aan VOS/ABB heeft gegeven tijdens een bijeenkomst met diverse andere belangenorganisaties van het primair en voortgezet onderwijs.

In het lopende onderzoek van de inspectie bij de samenwerkingsverbanden (swv’s) staat het terugdringen van het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit hoog op de agenda. Het beleid hieromtrent is nog onvoldoende uitgewerkt.

De swv’s spannen zich op dit punt in, maar de praktijk wijst uit dat het tijd nodig heeft om in de regio goede afspraken te maken. Soms worden belemmeringen ervaren door regelgeving bij het ontwerp van arrangementen.

Verder blijkt dat verevening speelt een belangrijke rol speelt. Dat geldt ook voor communicatie met ouders. Het algemene beeld is dat dit meer aandacht verdient.

De inspectie signaleert voorts dat het interne toezicht nog niet overal goed is geregeld. Wanneer het interne toezicht op een afdoende wijze is georganiseerd, wil de inspectie meer terugtreden. Ondersteuningsplanraden worden hier doorgaans goed bij betrokken.

Vanaf augustus 2016 wordt het toezicht op swv’s aangepast. Ze krijgen dan in principe allemaal het basisarrangement, tenzij er dan nog voortgangsgesprekken worden gevoerd. Het zal dan dus zo zijn dat niet meer alle swv’s door de inspectie worden bezocht.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Passend onderwijs maakt belofte nog niet waar’

Een jaar na de invoering van passend onderwijs zijn er nog steeds kinderen die geen passende vorm van onderwijs kunnen krijgen, signaleert de Kinderombudsman.

In het rapport Werkt passend onderwijs staat dat passend onderwijs problemen die de Kinderombudsman eerder constateerde, niet heeft opgelost. ‘Het zal dat ook in de toekomst niet doen als er in de wet- en regelgeving en in de praktijk op scholen een aantal knelpunten niet wordt opgelost’, zo meldt de Kinderombudsman.

Hij concludeert dat scholen en samenwerkingsverbanden het kind niet altijd centraal zetten. ‘Scholen nemen verstrekkende besluiten over toelating, verwijdering of plaatsing op basis van een papieren dossier dat soms niet eens compleet is of vanwege financiële belangen. Ouders en kinderen worden daarbij onvoldoende geïnformeerd.’

‘Daar waar scholen kinderen wel centraal zetten en een oplossing zoeken voor het kind, heeft dit vooral te maken met lef en persoonlijke betrokkenheid’, aldus de Kinderombudsman. ‘Een omslag in de houding van alle scholen is daarom essentieel om passend onderwijs te laten slagen.’

Lees meer…

‘Scholen voldoen niet aan zorgplicht passend onderwijs’

Van de schoolleiders ervaart 80 procent nog knelpunten bij de invoering van passend onderwijs. Dat blijkt uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS).

In bijna 90 procent van de gevallen gaan scholen niet zomaar over tot het inschrijven van leerlingen, meldt de AVS. Ze doen dit volgens de vakbond in het belang van het kind, maar de AVS concludeert dat de scholen daarmee niet voldoen aan de zorgplicht.

Lees meer…

Dekker zet in op nul thuiszitters in 2020

Vanaf 2020 zou geen enkel kind zonder onderwijs thuis mogen zitten. Het moet dan echt lukken om voor elke leerling passend onderwijs te realiseren, stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Dekker zei dit tijdens het algemeen overleg in de Tweede Kamer naar aanleiding van de zevende voortgangsrapportage over passend onderwijs. Daarin staat onder andere dat leerlingen die zonder onderwijs thuiszitten, steeds beter in beeld komen: ‘Onderwijs en gemeenten registreren beter over welke leerlingen het gaat en maken afspraken over hoe voor alle leerlingen een passende plek gevonden kan worden. Meer dan de helft van de samenwerkingsverbanden organiseert, al dan niet met de gemeenten, een doorzettingsmacht om een plek te realiseren als de partijen er samen niet uit komen.’

In de Kamer zei hij dat het mogelijk is om in 2020 voor elk kind passend onderwijs te vinden als in iedere regio een persoon wordt aangesteld met doorzettingsmacht. Concreet betekent dit dat één persoon mandaat heeft om een passend aanbod te doen.

De staatssecretaris herhaalde tijdens het overleg dat de zorgplicht de kern is van passend onderwijs. Dit betekent dat schoolbesturen de plicht hebben voor elk kind reguliere dan wel speciaal onderwijs te regelen dat bij hem of haar past. ‘Scholen die zeggen: ‘u kunt uw kind hier niet inschrijven’, kunnen binnenkort bezoek van de Inspectie verwachten’, aldus Dekker.

Ouders tevreden over informatie passend onderwijs

Ouders zijn in het kader van passend onderwijs over het algemeen tevreden over de informatie die scholen geven over het eigen kind. Ook weten de meeste ouders bij wie ze terecht kunnen met vragen of problemen. Dat blijkt uit een evaluatie die is uitgevoerd door onder andere het Kohnstamm Instituut en SEO Economisch Onderzoek.

Uit de evaluatie blijkt verder dat de meeste ouders de gesprekken met de leerkracht of mentor als prettig ervaren. ‘In het algemeen voelen ouders zich verder welkom op school en gehoord en serieus genomen. Iets minder, maar nog altijd redelijk tevreden zijn ouders over de uitleg die scholen geven over het aanbod voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften’, zo melden de onderzoekers die de evaluatie uitvoerden.

Er zijn ook ouders die niet zo tevreden zijn, maar deze groep ouders vormt volgens de onderzoekers een minderheid. Het vaakst wordt er geklaagd over scholen die te laat contact zouden opnemen met ouders als er iets met het kind is.

Passend onderwijs loopt goed, maar is nog niet af

Door het jaar heen zijn scholen, ouders en samenwerkingsverbanden beter bekend geraakt met de wet- en regelgeving en beginnen zij de ruimte te gebruiken die hun hiermee wordt geboden. Dat staat in de zevende voortgangsrapportage over passend onderwijs, die staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In de voortgangsrapportage staat onder andere dat leerlingen die zonder onderwijs thuiszitten steeds beter in beeld komen: ‘Onderwijs en gemeenten registreren beter over welke leerlingen het gaat en maken afspraken over hoe voor alle leerlingen een passende plek gevonden kan worden. Meer dan de helft van de samenwerkingsverbanden organiseert, al dan niet met de gemeenten, een doorzettingsmacht om een plek te realiseren als de partijen er samen niet uit komen. Concreet betekent dit dat één persoon mandaat heeft gekregen om een passend aanbod te doen.’

De rapportage gaat ook in op de maatregelen die zijn genomen om de knelpunten op te lossen die scholen en ouders ervaren in het onderwijs voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking. Dit voorjaar was daar veel discussie over. ‘Naar aanleiding daarvan is een regeling gemaakt voor aanvullende bekostiging, is er één formulier waarmee voor deze groep leerlingen een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs kan worden aangevraagd en kunnen ouders en scholen een beroep doen op de onderwijszorgconsulenten om bij onenigheid samen tot een oplossing te komen.’

Hoewel er dus positieve ontwikkelingen zijn, is passend onderwijs nog niet af. ‘Scholen en samenwerkingsverbanden leren van hun ervaringen en kunnen daarmee hun werkwijze verbeteren. De komende periode staat in het teken van het doorontwikkelen van passend onderwijs.’

Ondersteuning VOS/ABB
VOS/ABB kan op het gebied van passend onderwijs ondersteuning bieden aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. U kunt daarvoor contact opnemen met Anna Schipper (06-30056066, aschipper@vosabb.nl).

U kunt natuurlijk ook bellen of mailen met de Helpdesk van VOS/ABB: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl.

Zelfevaluatie en quickscan passend onderwijs

VOS/ABB heeft een handreiking gemaakt die samenwerkingsverbanden passend onderwijs kunnen gebruiken voor zelfevaluatie. Bij de handreiking zit een praktische quickscan.

De samenwerkingsverbanden zijn nu bijna een schooljaar bezig om hun weg te vinden in de nieuwe organisatie van passend onderwijs. Het was een schooljaar van overgangen, waarin oude werkwijzen werden vervangen door nieuwe.

Nu het einde van het eerste schooljaar met passend onderwijs nadert, is het tijd de ontwikkelingen van afgelopen jaar te evalueren. Hoe zijn deze verlopen en waar zijn nog verbeteringen denkbaar of nodig?

De beleidsmedewerkers Anna Schipper en Simone Baalhuis van VOS/ABB hebben de handreiking voor zelfevaluatie geschreven. Er worden verschillende domeinen benoemd, zoals governance, management & organisatie, communicatie en resultaten.

Bij de handreiking zit een quickscan om snel een overzicht te krijgen van het reilen en zeilen van het samenwerkingsverband.

De handreiking en quickscan kunnen door samenwerkingsverbanden die bij VOS/ABB zijn aangesloten worden gedownload uit het besloten gedeelte van deze website:

Handreiking en quickscan passend onderwijs 

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Passend onderwijs niet bedoeld om sbo in stand te houden

‘Uitgangspunt is dat er voor elke leerling een passend aanbod is; het doel is niet om bepaalde voorzieningen in stand te houden.’ Daarmee reageert staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van de SP over passend onderwijs en het speciaal basisonderwijs (sbo), dat volgens die partij onder druk staat.

SP-Kamerlid Tjitske Siderius had Dekker gevraagd of hij het ‘wenselijk acht’ dat door de invoering van passend onderwijs het sbo ‘onder grote druk is komen te staan’. Volgens Siderius, die zich voor haar vragen baseerde op berichten uit de media, vreest het personeel in het sbo voor het voortbestaan van dit type onderwijs.

De staatssecretaris erkent dat er in het sbo sprake is van een dalende trend, maar hij laat Siderius zien dat die trend al is ingezet voordat passend onderwijs werd ingevoerd. ‘Deze daling kan dus niet aan passend onderwijs worden toegeschreven. Sinds de invoering van Weer Samen Naar School (WSNS) in 1998 wordt sterker gekeken of het sbo wel echt de beste plek is voor de leerling of dat deze ook op een reguliere basisschool terecht kan’, aldus Dekker.

Hij wijst er ook op dat het uitgangspunt van passend onderwijs is dat er voor elke leerling een passend aanbod is. ‘Het doel is niet om bepaalde voorzieningen in stand te houden’, benadrukt hij. ‘In de regio moet worden bezien wat er nodig is om tot een dekkend aanbod voor alle leerlingen te komen. Ik ga dan ook geen extra maatregelen nemen ten aanzien van het sbo.’

Samenwerkingsverband bepaalt toelaatbaarheid

Het samenwerkingsverband vo bepaalt of een leerling toelaatbaar is tot het voortgezet speciaal onderwijs (vso). De aanvraag daarvoor wordt gedaan door de school van aanmelding. Deze school heeft immers de zorgplicht en is verantwoordelijk voor een passende plek voor de leerling.

Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op vragen van SP-Kamerlid Tjitske Siderius. Zij had geopperd de scholen voor primair speciaal onderwijs een ‘schooladvies’ te laten geven, zoals gebruikelijk in het regulier onderwijs, en de toelaatbaarheidsverklaring voor deze leerlingen te laten aanvragen.

Dekker ziet hier niets in. ‘Hoe de procedure voor het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring wordt ingericht, bepaalt het samenwerkingsverband. Dat kan op basis van een onderbouwd dossier zijn, maar ook een gesprek kan daarvan onderdeel uitmaken.’

Over het idee voor het schooladvies zegt hij: ‘Dit advies gaat over het niveau van de leerling, niet over de benodigde ondersteuning of over een eventuele plaatsing in het vso.’

Onderzoek naar bureaucratie passend onderwijs

Het Kohnstamm Instituut doet in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek naar de bureaucratie voor en na de invoering van passend onderwijs.

Leidt passend onderwijs tot minder bureaucratie? Om die vraag te beantwoorden peilt het Kohnstamm Instituut hoe docenten de bureaucratie rond het aanvragen van extra ondersteuning vorig schooljaar hebben ervaren – dus in de situatie voorafgaand aan passend onderwijs.

Door die peiling in de toekomst te herhalen, kan een vergelijking worden gemaakt tussen de situatie van vóór en ná de invoering van passend onderwijs.

Lees meer…

Modelbrieven over toelating/verwijdering van leerlingen

De Helpdesk van VOS/ABB heeft modelbrieven over de toelating/verwijdering van leerlingen online gezet. In de modelbrieven is rekening gehouden met passend onderwijs.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de modelbrieven downloaden en naar uw situatie aanpassen. Als uw organisatie niet bij VOS/ABB is aangesloten, hebt u geen toegang tot onderstaande brieven.

Modelbrieven toelating en verwijdering passend onderwijs primair onderwijs

Modelbrieven toelating en verwijdering passend onderwijs voortgezet onderwijs

Modelbrieven toelating en verwijdering primair onderwijs

Modelbrieven toelating en verwijdering voortgezet onderwijs

Modelbrief schorsing leerling primair onderwijs

Modelbrief schorsing leerling voortgezet onderwijs

Katernen
De Helpdesk van VOS/ABB heeft ook twee katernen samengesteld over de toelating en verwijdering van leerlingen. De herziene druk van deze katernen gaat specifiek in op de situatie in het primair respectievelijk voortgezet onderwijs. Er is in de katernen rekening gehouden met de Wet passend onderwijs. Ook voor de katernen geldt dat ze alleen door leden van VOS/ABB kunnen worden gedownload.

Katern Toelating en verwijdering in het primair onderwijs

Katern Toelating en verwijdering in het voortgezet onderwijs

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

 

Katernen over toelating en verwijdering herdrukt

Voor de leden van VOS/ABB zijn de katernen over toelating en verwijdering van leerlingen in respectievelijk het primair en voortgezet onderwijs herzien. De bij VOS/ABB aangesloten schoolbesturen voor primair onderwijs en hun scholen hebben het po-katern toegestuurd gekregen. Op 14 oktober ontvangen onze leden in het voortgezet onderwijs de herziene druk van hun katern. De online versies van beide katernen staan op het besloten ledengedeelte van deze website. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de katernen downloaden.

Aanleiding voor de herziene druk van de katernen – uit de bekende katernenreeks van VOS/ABB – is de invoering op 1 augustus jongstleden van passend onderwijs. In aanloop naar die datum kregen de adviseurs van de Helpdesk van VOS/ABB daar veel vragen over. Dat is ook nu nog het geval.

De juridische adviseurs mr. Céline Adriaansen en mr. José van Snek van VOS/ABB hebben de katernen over toelating en verwijdering herschreven. Ze zijn nu weer helemaal up-to-date, zodat u de informatie die erin staat kunt gebruiken voor een goed afgewogen besluitvorming conform de Wet passend onderwijs.

Schoolbesturen, hun scholen en samenwerkingsverbanden die bij VOS/ABB zijn aangesloten hebben het po-katern gratis toegestuurd gekregen. Het vo-katern volgt binnenkort per post.

Downloaden
U vindt de katernenreeks online in het besloten ledengedeelte van deze website.

Download het herziene katern Toelating en verwijdering in het primair onderwijs (alleen voor leden van VOS/ABB)

Download het herziene katern Toelating en verwijdering in het voortgezet onderwijs (alleen voor leden van VOS/ABB)

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Samenwerkingsverband gaat beslissen over LWOO/PRO

Samenwerkingsverbanden beslissen vanaf 1 augustus 2018 zelf welke vmbo-leerlingen leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) volgen en welke leerlingen het beste passen op het praktijkonderwijs (PRO).

Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker in een brief aan de Tweede Kamer. Door het loslaten van de landelijke criteria kunnen samenwerkingsverbanden regionaal zo goed mogelijk maatwerk bieden.

Dekker benadrukt in zijn brief dat scholen en samenwerkingsverbanden voldoende tijd moeten krijgen om zich op het loslaten van de criteria voor te bereiden. Zodra LWOO en PRO per 1 januari 2016 worden ingepast in passend onderwijs, hanteren samenwerkingsverbanden daarom eerst nog de landelijke criteria die de regionale verwijzingscommissies (RVC’s) voorheen toepasten.

Per 1 augustus 2018 kan elk samenwerkingsverband zijn eigen criteria opstellen. Ook de LWOO-licenties worden in 2018 losgelaten. Dat betekent dat elke vmbo-school vanaf dat moment LWOO-bekostiging kan ontvangen voor een leerling die LWOO volgt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

School kan leerling met Down niet zomaar wegsturen

Een schoolbestuur dat besloot een leerling met het syndroom van Down van school te verwijderen, is door de Landelijke Tijdelijke Geschillencommissie Ontwikkelingsperspectief op de vingers getikt. 

Het bevoegd gezag besloot tot verwijdering van een 10-jarige leerling met het syndroom van Down, omdat de medewerkers van de school als gevolg van zijn fysiek gedrag en leergedrag handelingsverlegen waren. De ouders waren het niet eens met het besluit en legden het geschil voor aan de commissie.

De commissie heeft het bevoegd gezag geadviseerd de beslissing tot verwijdering van de leerling in te trekken. De motivatie voor dit advies is dat de school in afwijking van haar wettelijke verplichting geen ontwikkelingsperspectief heeft opgesteld.

De verwijderingsbeslissing is bovendien onvoldoende gemotiveerd doordat onduidelijk is welke begeleidingsmogelijkheden de school nog heeft en het evenmin  duidelijk is welke (andere) school geschikt is, mede gezien de voorkeur van de ouders voor een school van een bepaalde richting.

Download het advies

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Ook swv’s blijven nog gevrijwaard van btw bij detachering

Tot 1 augustus 2016 blijft het onderwijs gevrijwaard van btw bij de detachering van personeel. De huidige regelgeving hiervoor verandert tot die tijd niet, zo heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW donderdag gezegd tijdens een algemeen overleg met de Tweede Kamer over passend onderwijs. De toezegging heeft onder andere betrekking op de nieuwe samenwerkingsverbanden.

Dekker heeft btw-overleg gehad met zijn collega Eric Wiebes van Financiën. Uit dat overleg is naar voren gekomen dat er tot 1 augustus 2016 niets verandert rondom btw en de detachering van onderwijspersoneel. Omdat de huidige regelgeving in strijd is met Europese wetgeving, moet er op termijn wel wat veranderen, zo zei Dekker. Hij kwam tijdens het algemeen overleg over passend onderwijs ook met andere toezeggingen:

  • Over een jaar komt er een bureaucratietoets die wordt uitgevoerd door een zogenoemde Kafkabrigade.
  • De Inspectie van het Onderwijs gaat toezicht houden op de tijdelijke voorzieningen (Orthopedagogische en Didactische Centra of OPDC’s). Die moeten goed onderwijs geven en voor de betreffende leerlingen echt van tijdelijke aard zijn.
  • Er komt een onderzoek naar de onafhankelijkheid van de commissies voor de indicatiestelling in de clusters 1 en 2. Na de zomervakantie zal Dekker de Tweede Kamer informeren over de uitkomst van dit onderzoek.
  • OCW gaat in gesprek met de instellingen in de clusters 1 en 2 over mogelijkheden voor (mede)zeggenschap voor ouders van kinderen die ambulante begeleiding krijgen in het reguliere onderwijs.
  • Na een jaar komt er een themaonderzoek naar hoogbegaafdheid en passend onderwijs. Daarnaast wordt hoogbegaafdheid binnen passend onderwijs in het vervolg standaard opgenomen in de voortgangsrapportage. Er komt een platform voor het uitwisselen van goede voorbeelden omtrent hoogbegaafdheid.
  • OCW neemt contact op met brancheorganisatie Ingrado om in het kader van passend onderwijs tot goede instructies te komen voor leerplichtambtenaren.
  • De registratie van thuiszitters moet worden verbeterd. Daar is nu een onderzoek naar gaande. De uitkomsten hiervan worden in augustus naar de Tweede Kamer gestuurd.
  • OCW gaat om de tafel met de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en andere betrokkenen en belanghebbenden om afspraken te maken over gedeelde verantwoordelijkheid bij medische handelingen in de school. De Tweede Kamer wordt hierover in het najaar geïnformeerd. Er komt overleg met het Diabetes Fonds in verband met medische handelingen en leerlingen die worden geweigerd omdat ze suikerziekte hebben.
  • Dekker gaat met minister Lodewijk Asscher en staatssecretaris Jette Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) overleggen voor een goede overgang van leerlingen uit het praktijkonderwijs naar de sociale werkplaats.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl