De helft van de ruim 35 miljoen euro die de gemeente Amsterdam de afgelopen jaren stak in de kwaliteitsverbetering van basisscholen, is onder andere besteed aan het inhuren van externe deskundigen en overhead. Dit blijkt uit antwoorden op schriftelijke vragen van D66 in de Amsterdamse gemeenteraad.

Toenmalig PvdA-onderwijswethouder Lodewijk Asscher kwam in 2008 met de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA). Het doel was het aantal (zeer) zwakke basisscholen in de hoofdstad drastisch terug te brengen. In 2008 waren 44 Amsterdamse basisscholen zwak of zeer zwak. Nu zijn dat er vier.

Nu de PvdA niet meer in het Amsterdamse college van B&W zit, heeft de KBA zijn langste tijd gehad. Coalitiegenoot D66 wil ervanaf. De fractie van de democraten stelde in de raad vragen over de besteding van de gemeentelijke miljoenen die er de afgelopen jaren in zijn gestoken.

Uit antwoorden op die vragen blijkt dat van de 35,5 miljoen euro meer dan de helft (18,5 miljoen) naar overhead ging en naar salarissen van ambtenaren, juridische zaken, drukwerk, automatisering en het inhuren van onderwijsexperts. De overige 17 miljoen euro werd ingezet voor professionalisering van het onderwijspersoneel en het opstellen en uitvoeren van verbeterplannen voor scholen.

Het Parool schrijft dat de Amsterdamse D66-leider Jan Paternotte de kiezers tijdens de verkiezingscampagne voorhield dat scholen door de PvdA werden ‘belaagd door consultants’ en dat er onvoldoende geld werd besteed aan de onderwijskwaliteit zelf. De vragen van D66 staan in het teken van die partij om een einde te maken aan de KBA.