In Bestuur en management, Code Goed bestuur, Gemeenten, Governance, Medezeggenschap en inspraak, Nieuws, Politiek, Publieke verantwoording, Toezicht, Tweede kamer, WMS

Een goed functionerend systeem van intern toezicht is van groot belang voor het besturen van basisscholen, benadrukt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoorden op Kamervragen.

SP-Kamerlid Tjitske Siderius had Dekker vragen gesteld naar aanleiding van de bestuurlijke gang van zaken bij de stichting ROOBOL voor openbaar basisonderwijs in de Friese gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Dongeradeel en Kollumerland.

Binnen deze stichting ontstond vorig jaar onrust rond de besluitvorming over het sluiten of fuseren van de openbare basisschool in het dorp Driezum en de afbouw van het voltijds hoogbegaafdenonderwijs op de openbare Burgerschool in Dokkum. Daarnaast vond er een overgang plaats van een toezichthoudend bestuur naar een raad van toezicht, waarbij fouten in de procedures zijn gemaakt.

Weg met de raden van toezicht?
Voor Siderius was dit reden om aan Dekker te vragen of hij bereid is de raden van toezicht in het basisonderwijs te vervangen door een sterke medezeggenschapsraad (MR), waarin ouders en docenten volwaardig kunnen meebeslissen over de besteding van het budget, de aanstelling en het salaris van bestuurders en over de inrichting van het onderwijs. De staatssecretaris beantwoordt deze vraag bevestigend noch ontkennend, maar hij geeft wel een toelichting op zijn visie op intern toezicht.

Hij benadrukt dat het belangrijk is dat er altijd controle en tegenkracht (checks and balances) moeten zijn, ‘waardoor fouten en misstappen tijdig onderkend en gecorrigeerd worden’. In een goed werkend systeem van intern toezicht, waarvan de MR deel uitmaakt, ‘functioneren verschillende partijen vanuit hun specifieke kennis, kunde of belang’, aldus Dekker.

De staatssecretaris vervolgt: ‘Voor een juiste balans mag geen van deze partijen stelselmatig worden genegeerd of op enige wijze hun rol worden ontnomen. Indien blijkt dat een van de partijen een sterkere positie behoeft binnen dit systeem, dan zet ik mij er voor in om dit aan te passen.’

Versterking bestuurskracht
Het is de bedoeling, zo staat in de antwoorden van Dekker, de positie van de MR te verbeteren met de Wet Versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen. ‘In het wetsvoorstel zoals ik het voor ogen heb, krijgt de MR onder meer adviesrecht bij benoeming en ontslag van bestuurders, vindt er halfjaarlijks verplicht overleg plaats tussen intern toezicht en medezeggenschap en kan de MR de nietigheid van besluiten van het bevoegd gezag inroepen die ten onrechte niet ter instemming zijn voorgelegd.’

Delen