Sinds de invoering van de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (MRvNS) benadrukt VOS/ABB regelmatig de mogelijke negatieve effecten van deze wet op het behoud van voldoende openbaar onderwijs. In 2025 is dit debat ook in de Kamer weer gevoerd toen duidelijk werd dat maar 11% van de nieuw gestichte scholen in 2025 openbaar was . Dat is een stuk lager dan het aandeel van het openbaar onderwijs, dat rond de 31% ligt. In de beantwoording op vragen hierover verwees de demissionair staatssecretaris destijds naar de wetsevaluatie die nu voorligt. VOS/ABB stelt na het lezen hiervan vast: de zorgen zijn nog niet weg.  

Segregerende werking wet nog niet vast te stellen 

De meest opvallende stelling voor VOS/ABB is toch wel dat de segregerende werking die de wet zou kunnen hebben, nog niet vast te stellen is gezien de korte looptijd sinds de invoering van de wet. Voor de invoering van de wet hebben verschillende partijen, waaronder VOS/ABB, zorgen geuit over de mogelijk segregerende werking van de wet. Steeds werd toen gewezen op de evaluatie: daarin zou blijken of er inderdaad sprake is van (nog meer) segregatie door de wet MRvNS. Nu, in de evaluatie, wordt daar weer geen conclusie aan verbonden.  

Het primaat van het openbaar onderwijs 

Wanneer het gaat om scholenplanning, moét het volgens VOS/ABB ook gaan over de garantiefunctie van het openbaar onderwijs. Eerder zei de staatssecretaris over de eventuele segregerende werking van de wet MRvNS, dat het ook niet de bedoeling van de wet is geweest om segregatie tegen te gaan. De bedoeling van de wet was om problemen met het stichten van scholen weg te nemen. Deze kunstmatige knip is onhoudbaar en VOS/ABB vindt het dan ook terecht dat in het evaluatierapport de invloed van de wet op de positie van openbaar onderwijs wel is meegenomen maar betreurt de (afwezige) conclusies. 

Daarnaast weet VOS/ABB uit de praktijk van haar leden: de openbare scholen die gesticht zijn, zijn gesticht in nieuwbouwwijken, waar doorgaans door traditionele besturen wordt gesticht. Dat was zonder de wet MRvNS ook gebeurd. De wet MRvNS heeft daarmee vooral effect op het stichten van scholen in reeds bestaande wijken, waar al aanbod is – iets wat voor openbare scholen zelden het geval is. 

Scholen zouden een afspiegeling van de wijk moeten zijn 

Net als bij schoolbesturen, leven er volgens het evaluatierapport ook bij gemeenten zorgen over dat de wet MRvNS leidt tot meer onderwijssegregatie. Schoolbesturen en gemeenten proberen op sommige plekken om scholen een betere afspiegeling van de wijk te laten worden, en maken zich zorgen over de effecten van nieuwe, homogenere scholen op dit beleid. Het rapport zegt hierover dat de nieuwe scholen inderdaad vaak homogener zijn dan bestaande scholen, maar dat de komende jaren moet blijken of dat ook zo blijft. 

Ook niet minder thuiszitters door MRvNS 

Het rapport benoemt nog een opmerkelijk feit: het aantal thuiszitters onder de Vrijstelling van de leerplicht wegens richtingsbezwaren (art. 5 onder b Leerplichtwet) neemt niet af in de gemeenten waar een nieuwe school wordt opgericht. Het aantal thuiszitters neemt zelfs in die gemeenten, net als in de rest van het land, toe. Nieuwe scholen zorgen er dus niet voor dat deze kinderen wél samen naar school gaan. Dit ondersteunt de opvatting van VOS/ABB dat deze kinderen beter af zijn als de vrijstelling wegens richtingsbezwaren wordt afgeschaft.  

VOS/ABB kijkt uit naar de kabinetsreactie 

Het evaluatierapport neemt de zorgen van VOS/ABB niet weg. VOS/ABB kijkt uit naar de kabinetsreactie op dit rapport en roept op: neem de positie van het openbaar onderwijs hierbij als uitgangspunt en stimuleer schoolbesturen en gemeenten om samen te kijken naar hoe de achtergestelde positie van het openbaar onderwijs kan worden hersteld. 

Deel dit bericht: